Boeddhisme en Trump – ‘Kunnen we neutraal blijven?

“It’s no time to be neutral” schreef de boeddhistische monnik Bhikkhu Bodhi, voorzitter van de Buddhist Association of the United States, vlak na de herverkiezing van Donald Trump. Hoe moeten wij boeddhisten reageren op een president die haat, hebzucht, vernedering en machtswellust als belangrijkste drijfveren lijkt te hebben?

“Alles is veranderlijk, dus maak je geen zorgen.” Dat is een reactie die Bikkhu Bodhi vaak hoort onder westerse boeddhisten. Maar dat is niet hoe hij het ziet. “Het klopt dat alles veranderlijk is, maar tegen de tijd dat deze regering voorbij is, zijn miljoenen levens verloren gegaan of beschadigd en hele ecosystemen onherstelbaar vernietigd.” Dus op dit moment neutraal blijven, kan volgens hem niet.

In vier stappen naar een mooiere wereld

Bhikkhu Bodhi ziet vier elementen in de omgang met onbarmhartig regeringsbeleid:

In de eerste plaats: zitten en je aandacht richten op je ademhaling en je lichaam, in plaats van je te laten meeslepen door ‘een emotionele draaikolk.’

In de tweede plaats: het cultiveren van ons hart, van compassie voor alles en iedereen die te lijden heeft onder overheidsbeleid.

Ten derde, je middels demonstraties, petities, protesten en acties uitspreken voor rechtvaardigheid. En dan niet moedeloos worden als dat niet direct effect heeft, zegt Bikkhu Bodhi. “Laat je inspireren door Kwan Yin, de bodhisattva van het mededogen. Die blijft streven naar bevrijding van alle levende wezens, wetende dat hun aantal oneindig is.”

Tenslotte moeten we samenwerken met al die anderen die naar rechtvaardigheid streven, ons afvragen hoe we in de huidige onverdraagzame situatie zijn aanbeland en gezamenlijk aan een mooiere wereld werken.

Bikkhu Bodhi werd geciteerd  in een artikel van Michiel Bussink op Bodhi d.d. 23 jan 2025 (over boeddhisten die zich uitspreken over het asielbeleid).’

Bron Leven in aandacht https://aandacht.net/

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#BikkhuBodhi #BuddhistAssociationOfTheUnitedStates #demonstraties #DonaldTrump #haat #KwanYin #petities #protestenEnActies
#BikkhuBodhi #BuddhistAssociationOfTheUnitedStates #demonstraties #DonaldTrump #haat #KwanYin #petities #protestenEnActies

Boeddhisme en Trump – ‘Kunnen we neutraal blijven? - Boeddhistisch Dagblad

Spreek je uit middels demonstraties, petities, protesten en acties voor rechtvaardigheid. En dan niet moedeloos worden als dat niet direct effect heeft, zegt Bikkhu Bodhi. “Laat je inspireren door Kwan Yin, de bodhisattva van het mededogen. Die blijft streven naar bevrijding van alle levende wezens, wetende dat hun aantal oneindig is.

Boeddhistisch Dagblad

In memoriam Ton Lathouwers (bis)

De zomersesshin van vier maanden geleden komt na het heengaan van Ton op 16 november 2024 ineens in een geheel ander daglicht te staan. Hij krijgt een bijzondere betekenis met gouden randje. Achteraf blijkt het de laatste sesshin te zijn geweest waarin Ton aanwezig was. Hij was aanweziger dan ooit! Dat klinkt wellicht vreemd, maar leeftijd en lichamelijke ongemakken hadden de laatste jaren hun tol geëist. Tussen de verschillende programmaonderdelen door moest er normaliter veel worden gerust. In deze sesshin was het anders. Bij de gebruikelijke dankwoorden aan het einde van een sesshin, memoreerde ik zijn energieke en ontspannen aanwezigheid. ‘s Morgens kwam hij regelmatig plots de zendo binnenlopen met zijn bekende voetstap, om aanwezig te zijn bij het reciteren van de ‘Gelofte aan de mensheid’ van Hisamatsu en het zingen van het ‘Gebed voor alle noden’[1]. In de koffie/theepauze van twintig voor vier zat hij ineens op zijn vaste plek aan tafel en voerde levendige gesprekken, terwijl we hem anders om vijf uur moesten wekken voor de soetradienst. Deelnemers kwamen als bijen op de honing af. We lieten het gebeuren, omdat duidelijk was dat iedereen er zichtbaar van genoot. Na de pauze gingen we de stilte weer in! “We gaan nog jaren samen door; in mijn familie worden de mensen heel oud” vertrouwde Ton me toe.

Grote thema’s van Ton waren: prajnāpāramitā, wijsheid voorbij alle wijsheid, vrouwelijke kant van het goddelijk zijn, je kunt er niet uitvallen en je mag er zijn, want je bent aanvaard hier en nu met je mooie en minder mooie kanten, Kwan Yin, de bodhisattva van het grote mededogen die gehoor geeft aan de noodkreten van de wereld en enkel mededogen is. Ze luistert naar het roepen om hulp. Kwan Yin die iedere gestalte aanneemt om hulp te bieden zoals in de soetra[2] die naar haar genoemd is: ‘als iemand gered kan worden door een Boeddha of een bodhisattva, een kind, een heilige, een hoogbejaarde, een monnik of een non, de meest verlorene, enzovoorts, dan zal zij die gestalte aannemen’.  Wij zijn het, die deze gestalten in deze wereld belichamen, wij zijn deel van dat grote net van Indra en worden door Kwan Yin ingezet, zonder ons dit bewust te zijn. Wij allen vertegenwoordigen dit grote mededogen van Kwan Yin op deze aarde.

Aleksandr Blok (1880-1921) was een van de vele lievelingsschrijvers van Ton. Hij was op Blok gedoctoreerd, zoals hij vaak in zijn teisho’s memoreerde. De volgende geciteerde passages van Blok worden aangevuld en geduid door Ton. Enkele verwijzende opmerkingen zijn van mij. Blok schreef Verzen over De Schone Dame. In 1904 kwam de bundel uit. Het is een lofzang op het eeuwig vrouwelijke. Blok had de Schone Dame in een visioen gezien. Het zijn de eerste teksten die iets van wat al in hem leefde wakker maakte bij Ton.

Hij wilde deze tekst, die hij op band had opgenomen, uitspreken tijdens zijn laatste afscheid. Aan het einde van de week van rouw, waarin iedere avond om 20.00u samen werd gemediteerd, is op zaterdag 23 november om 17.30, het uur van overlijden, een herdenkingsbijeenkomst via zoom georganiseerd door ‘Zitten in Verbondenheid’ waarin teksten van Blok en Sinjawski  zijn voorgedragen.

De kern van de tekst van Blok vatte Ton samen als: Blok vertrouwt erop dat hij, als ridder/ dichter, aan het einde van de strijd naar Haar mag terugkeren. Zij zal hem dan pas de hand reiken als hij slachtoffer is geworden van zijn plicht, als hij zijn leven heeft gegeven voor de verlossing van de wereld. Blok verwees hier altijd naar met verwijzing naar de Sophia zonder iets te zien of zonder enig houvast, zonder iets te begrijpen en zonder iets terug te verwachten. Hij verschuift het accent dan van zijn persoonlijke ervaring naar een grotere betrokkenheid op de ander.

Blok: “Wij zullen allemaal deel moeten hebben aan de verlossing van de door de chaos geketende koningin, de wereldziel, en van onze eigen ziel die aan deze wereldziel deelheeft. Er is een heilige formule, die op een of andere manier door alle schrijvers wordt herhaald: verloochen jezelf omwille van jezelf. Om zichzelf te zijn moet men zichzelf verloochenen.

Persoonlijke zelfverloochening is niet verloochening van de persoonlijkheid, maar verloochening door de persoon van het eigen egoïsme… Ieder mens herhaalt deze formule, als hij tenminste enig sterk geestelijk leven leidt. Het is een heilige formule, maar het is moeilijk om dit goed te begrijpen. Ik ben ervan overtuigd dat hier de redding van de ziekte van de ironie ligt, die ziekte van de persoonlijkheid en het individualisme. […]

We moeten allen trouw blijven aan de oude mythe van Perseus en Andromeda, en allen meewerken aan haar bevrijding van de gevangen koningin, de wereldziel, en van onze eigen ziel, die aan de wereldziel deel heeft. Ieder doet dit op zijn/haar[3] eigen gebied en op zijn/haar eigen wijze”. Voor iedereen betekent dit iets anders.

“Voor de ridder is dit vechten met de draak. Voor de monnik: vechten met de chaos. Voor de filosoof: vechten met de waanzin en veranderlijkheid van het leven.” Blok schrijft  in zijn tekst ‘voor de filosoof’, maar in dit verband is in mijn visie ieder mens een filosoof…

“Ook het leven van de kunstenaar moet een offerleven zijn. Hij moet zich onderdompelen in de chaos om zijn kunst te scheppen.” Wij als mens moeten ons onderdompelen in de chaos om ons leven te leven.

“Juist in de zwarte damp van de hel bevindt zich de kunstenaar waar zij/hij andere werelden ziet. De ondergrondse vlammen moeten haar/zijn wangen schroeien, zoals dat ook bij Dante het geval was. In de talloze sferen van de hel kan, zonder daar in om te komen, alleen zij/ hij vertoeven, die denkt aan Haar, aan de Sophia, die hem als Beatrice daarheen leidt waarheen zelfs een leraar als Vergilius niet durfde te gaan”.  Ton beschouwt dit binnentreden in de hel onder begeleiding van de Sophia als de afdaling van Kwan Yin tot in de diepste afgrond om daar iedereen te redden. Ton verbindt dit dan met een uitspraak die Blok optekende in zijn dagboek: ‘Wanneer het geluk er niet voor iedereen is, dan wil ik het ook niet’ en Ton schrijft: “Je zou het kunnen opvatten als een persoonlijke, vrije vertaling van de eerste gelofte van de bodhisattva” (2015: 148-149).

Blok vervolgt: “Op de vlucht voor zichzelf verschijnt hem in de grijze schemer van de winterdag een gelaat. Zij strekt haar handen naar hem uit en zegt: ‘Ik ben al lang op zoek naar jou, vanuit een zuivere en stille, hemelse wereld…Hou op om Mij met verschillende namen te zoeken. Ik heb maar één naam. Houd op Mij dáár te zoeken, ik ben hier’. […]

Voor heel de mensheid zal de ontmoeting plaatsvinden met het Morgenlicht, voor alle ongelukkige geslachten zal de nieuwe aeon aanbreken, de schitterende, wonderlijke, onbekende verte. […]

Men moet wel geestelijk blind zijn, niet geïnteresseerd in het leven van de kosmos, ongevoelig voor de dagelijkse siddering van de chaos, om te durven veronderstellen dat het ontstaan van de aarde onafhankelijk zou geschieden van en geen invloed zou hebben op de vorming van de mensenziel en op het hele menselijke bestaan. […]

Maar het is, alsof de machtige stroom van de echte een levendige cultuur uiteenspat in duizend kleine beekjes, die zich steeds verder vertakken en zo steeds meer aan kracht verliezen. Daarom draagt onze civilisatie het uitgesproken karakter van desintegratie. Men verliest de geest van eenheid en verbondenheid. Voor ons bestaat er nu een diepe kloof tussen mens en natuur. […]

Zij is de ster die aan het einde zal verschijnen. […] Als dit einde nadert, zal zij komen in een schitterend wit licht. Dan zal Zij aan de hemel de nevels verscheuren. […] Nu vliegen we nog boven een dreigende afgrond, te midden van een steeds dichter wordende duisternis. Maar hoe tomelozer de vlucht wordt, hoe meer het einde nadert, des te stralender en duidelijker zichtbaar wordt het schijnsel van haar Goddelijke gelaat. Naar Haar, die in het hemelsblauw is, voert soms een nauwelijks zichtbaar pad, dwars door de chaotische dwarrelingen heen, waarin wij kinderen van de wanhoop, worden meegesleurd. Langs dit pad zal Zij ons leiden. Wanneer eindelijk al datgene waardoor we ons verontrust weten, voorbij zal zijn, zal Zij ons met lieve hand binnenleiden in de Elyseese velden” (2015: 149-151).

Hier zie je de verering voor Maria van Lourdes van zijn ouders doorschemeren. Bij zijn geboorte werd hij opgedragen aan Maria en kreeg de namen: Maria Anthonius. Het is de reden waarom Ton bij voorkeur de kleur blauw droeg. Zo’n tien jaar geleden maakte hij nog met Louise een bedevaart naar Lourdes.

Tot besluit uit Zij is altijd soms een tekst van Andrei Sinjawski[4] (1925-1997) die voor Ton eveneens veel betekende: “En een kleine deur is in mij opengegaan, en ik heb gezien…het is pas hierna en altijd pas op deze wijze, dat het woord volgt of het begrip. Heel deze rest, of dat nu in de kunst ligt, in de wetenschap, de filosofie, de theologie, is niet meer dan een facultatief communicatiesysteem.

Hoe zal ik het beschrijven? Er moet een toestand zijn van passieve beschikbaarheid. Men is geheel in afwachting dat de deur zal opengaan. Het is een soort evenwichtstoestand aan de randgebieden van een waarlijk verslindende dorst, een hartstochtelijk dorstig verlangen om zichzelf te kunnen openen en te kunnen zien. Maar dit verlangen, deze dorst, is geenszins een middel, een methode om dit te zien, dit openen te kunnen bewerkstelligen. […]

Slechts wanneer we alles hebben verworpen, wanneer alles in onszelf is uitgedoofd, wanneer we tenslotte opgehouden hebben te geloven en te hopen op wat dan ook: alleen dan kunnen we hopen op wat dan ook: alleen dan kunnen we hopen dat deze deur zal opengaan. Plotseling. Geheel uit zichzelf… […]

Een mens hoeft niet te begrijpen waarom en waarheen het gebed (of onze meditatie) hem/ haar leidt, hierheen of daarheen. Heb vertrouwen. Kom tot bedaren. Onze ziel is veel wijzer en oneindiger dan wij… Kijk om je heen.” (2015: 164-165)

Wij moeten zonder Ton verder. Een paar weken na de zomer sms’te Ton over complicaties met zijn chronische kwaal, in de laatste week van september volgde het bericht dat hij wellicht niet aanwezig zou kunnen zijn bij de november sesshin, begin oktober werd die boodschap definitief. We moesten deelnemers aan de november sesshin, die op 5 november begon, deze mededeling doen. Alle kamers, minus die van Ton, waren bezet. Tijdens de sesshin lieten we ook de vaste plaats van Ton aan tafel in de refter leeg. Op die plaats stond een wit porseleinen vaasje met een roze anjer en wat kleine witte bloemen. Zijn kamer zou leeg zijn gebleven ware het niet dat halverwege de sesshin alsnog een deelnemer arriveerde, die eerst niet kon komen vanwege persoonlijke omstandigheden. Het is een gezegende kamer had de gastenbroeder haar gezegd. Zo heeft ze dit ervaren, als een cadeau van Ton.

Een sesshin is een periode van stilte en inkeer. “Zitten is het allerbelangrijkste”, had Ton ons altijd voorgehouden. Zen gaat voorbij alle woorden en teksten: teisho’s zijn maar bijzaak, het is al mooi als er ook maar één woord of zin blijft hangen of tot inzicht leidt.

Een week na afloop van de sesshin op zaterdag 16 november om 17.30u verliet Ton dit aardse bestaan. De laatste vijf jaren van zijn leven waren jaren van voldoening en te-vrede-heid geworden. Dat ontlokte hem met grote regelmaat de uitspraak: “Dit zijn de gelukkigste jaren van mijn leven”. We  voelen verdriet om zijn heengaan en dankbaarheid voor de jarenlange vriendschap en de acht jaar van intensieve samenwerking tijdens de sesshins.

De laatste tekst die Ton met zijn dharma-opvolgers deelde was een tekst uit de Mumonkan: “Laat elk woord, dat uit je hart komt opwellen als dat aller diepste, als het familiejuweel zo intiem, zo krachtig dat heel het universum opnieuw tot bestaan komt”.

Vanaf de Boeddha en Bodhidharma wordt de Dharma van generatie op generatie doorgegeven. Dat gebeurt al meer dan 2500 jaar. Het is aan ons dit voort te zetten. Ton besloot zijn laatste tekst met de woorden: “Tenslotte wil ik u allen alle goeds wensen in de zin van Hisamatsu’s formulering in de Gelofte aan de mensheid: ‘Ieder volgens de eigen roeping in het leven’ ”.

Wat ons rest, onze dankbaarheid voor het leven van een groot zenmeester Ton Lathouwers.

Tekst en foto Elsbeth Wolf. Zitten in verbondenheid / december 2024. Bron https://mahakarunachan.nl/in-memoriam-ton-lathouwers-bis/ [1] Gelofte aan de mensheid en Gebed voor alle noden. [2] Sutra van Kuan Yin. [3] De vrouwelijke persoonsvormen zijn door mij toegevoegd. [4] In het westen beter bekend onder zijn pseudoniem Abram Tertz. Literatuur: Ton Lathouwers. Zij is altijd soms. 2015.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#AleksandrBlok #ElsbethWolf #KwanYin #MariaVanLourdes #TonLathouwers
#AleksandrBlok #ElsbethWolf #KwanYin #MariaVanLourdes #TonLathouwers

In memoriam Ton Lathouwers (bis) - Boeddhistisch Dagblad

De laatste tekst die Ton met zijn dharma-opvolgers deelde was een tekst uit de Mumonkan: “Laat elk woord, dat uit je hart komt opwellen als dat aller diepste, als het familiejuweel zo intiem, zo krachtig dat heel het universum opnieuw tot bestaan komt”.

Boeddhistisch Dagblad

Guan Yin in een Belgisch kasteel – Aimez toujours

Tijdens de restauratiewerken van het kasteel d’Ursel in Hingene, Vlaanderen, België, de favoriete zomerresidentie van de adellijke familie d’Ursel, werd in 2001 een schat ontdekt achter één van de Chinese deurstukken. Op het deurstuk staat de boeddhistische godin Guan Yin (Kwan Yin) afgebeeld, ze wordt vereerd door twee kinderen. Toen restauratrice Rosemie Cheroutre het papier aan de achterkant van de prent verwijderde, ontdekte ze een brief. ‘Dit deurstuk werd, net zoals zijn overbuur, gemaakt door Sophie en Juliette d’Ursel in juli 1877’, zo staat er te lezen.

Tekst Els Muys

Sophie (1851–1932) en Juliette (1853–1936) waren de dochters van hertog Leon d’Ursel en hertogin Henriëtte d’Harcourt. Ze waren toen respectievelijk zesentwintig en vierentwintig jaar oud. Het leek me geen toeval dat de zussen net achter de prent met Guan Yin hun brief verstopten. Het lijkt wel een brief van de hand van Guan Yin zelf …

De vindplaats van de Kwan Yin beeltenis in het kasteel.

Ik stel me voor dat het zo zou kunnen gegaan zijn : in die zomer van 1877 arriveert er op het kasteel een bestelling papier en prenten uit China. De zussen, die er de zomermaanden doorbrengen, beginnen te lezen over de afbeeldingen die op de prenten staan. Zo ontdekken ze het verhaal van Guan Yin, de Chinese godin van het mededogen die vaak wordt afgebeeld met duizend armen om iedereen te helpen, met in elke hand een oog om te zien waar ze hulp kan bieden. Volgens het verhaal stond Guan Yin op het punt de hemel binnen te gaan toen ze hulpgeroep hoorde vanuit de wereld. Ze heeft zich dan omgedraaid, is de hemel niet binnengegaan en heeft de belofte gedaan om te blijven en iedereen die hulp nodig heeft te helpen. Guan Yin heeft dus haar eigenbelang opgeofferd voor het algemeen belang.

Dat is letterlijk wat Sophie en Juliette in hun brief schrijven: ‘Wij spreken tegen u, omdat u aan ons zou denken en omdat u onze waardevolle tradities zou koesteren: dat iedereen zijn persoonlijke belangen opoffert voor het algemeen belang en het familiegevoel bewaart als een kostbare schat.’ Iets verder schrijven ze ook hoe de leden van zoveel generaties in hun familie de kunst verstonden om elkaar gelukkig te maken: heureux les uns par les autres , ‘gelukkig de enen door de anderen’.

Het zou dus kunnen dat de jongedames de legende van Guan Yin kenden en er inspiratie in vonden voor hun persoonlijke boodschap aan het nageslacht. Ze besloten een collage te maken om boven een deur te plaatsen, volgens de techniek van ‘découpage’, in die tijd een populair adellijk tijdverdrijf. Ze namen de prent van Guan Yin en de twee kinderen als basis voor hun collage. De struiken met vruchten, de bloementakken, de vogels en de vlinders knipten ze uit het blauwe Chinese behang dat in deze kamer hangt. En toen hun collage klaar was, hebben ze hun brief dan ook heel bewust achter Guan Yin verborgen. Toen ik de biografische artikels in vorige Magazines van het kasteel d’Ursel las, viel het me op hoe goed alles bij elkaar paste: de brief, de afbeelding van Guan Yin op de prent en de karakters van Sophie en Juliette. Sophie en Juliette hebben in hun eigen leven ook hun eigenbelang opzij hebben gezet en anderen gelukkig gemaakt. Allebei hebben ze liefdevol één of meerdere kinderen grootgebracht, waarvan ze niet de biologische moeder waren. ‘Helemaal zoals Guan Yin dat zou doen,’ denk ik dan. Als twee bodhisattva’s.

Dit gedicht heb ik de voorbije winter op de muur van het kasteel laten schrijven:

‘Aimez toujours’

‘Aimez toujours’ naar het voorbeeld van Guan Yin op de collage van Juliette en Sophie, beschermster van hun boodschap naar ons uit 1877. ‘Aimez toujours’ en offer uw persoonlijke belangen op voor het algemeen belang zoals Guan Yin, Juliette en Sophie. ‘Aimez toujours’ in de traditie van de familie d’Ursel, ‘heureux les uns par les autres.’ Uit 2017 vanuit het kasteel een glimlach terug van Els naar Guan Yin, Juliette en Sophie en een glimlach naar u, beste lezer, ‘Aimez toujours’ ;)

Sophie en Juliette.

De brief van Sophie en Juliette vormde de aanleiding voor ‘Schrijf en blijf. Voor altijd in het kasteel’ een initiatief van de provincie Antwerpen. Bijna elke kamer in het kasteel is versierd met Chinees papierbehang of met katoenen stoffen. Deze uitzonderlijke wandbespanningen worden intussen gerestaureerd. Voor ze allemaal teruggeplaatst worden, krijgt iedereen die dat wil de kans om, naar het voorbeeld van Sophie en Juliette, in het kasteel een boodschap voor de toekomst achter te laten. Al meer dan 500 boodschappen werden zo op de muren van het kasteel geschreven door kalligraaf Brody Neuenschwander. De opbrengst gaat integraal naar de restauratie van de wandbespanningen. De boodschappen zijn bestemd voor de toekomst. Ze zullen voor het eerst onthuld worden in 2027 (over 10 jaar) en dan opnieuw in 2042, 2067 en 2117 (ofwel over 25, 50 en 100 jaar).

Op 10, 11 en 12 maart 2017 werden op het kasteel kijkdagen georganiseerd, waarop bezoekers hun boodschappen voor de toekomst konden bekijken, voor die verdwenen achter het behang. Als ik op die dagen het kasteel bezoek, ben ik onder de indruk van de vele mooie ontroerende boodschappen, prachtig uitgeschreven door kalligraaf Brody Neuenschwander. Ik zie mensen rustig rondwandelen, stilstaan bij teksten van bekende en minder bekende schrijvers, blij zijn als ze hun eigen tekst gevonden hebben. Foto’s worden genomen. Grootouders en kleinkinderen bewonderen samen wensen van geluk en liefde voor het nageslacht. Gegoten in letters, geschonken door de kinderen of de kleinkinderen. De muren staan vol met bemoedigende woorden, raadgevingen en wijze lessen voor de toekomst.

Ook dat doet mij, als liefhebster van China en van het boeddhisme, denken aan Guan Yin, en dan vooral wanneer ze wordt voorgesteld met duizend armen. Het lijkt alsof al die schrijvers en schrijfsters (meer dan 500) diep in hun hart hebben gekeken om te zien met welke boodschap ze toekomstige generaties konden helpen en gelukkig maken. Ze geven de raad om dankbaar te zijn, om gelukkig te zijn met de kleine dingen, om zorg te dragen voor de aarde,… Ik ben zeker dat Sophie en Juliette heel blij zouden zijn met ‘Schrijf en blijf’ en met alle boodschappen voor de toekomst die nu de muren van het kasteel sieren. Wat een effect heeft hun boodschap van 140 jaar geleden gehad! De kracht van de liefde en van jonge vrouwen die een zacht woord plaatsen waar men het niet verwacht… Tijdens de kijkdagen komen mensen gelukkig naar beneden en drinken nog een glaasje Cuvée Antonine in de zon. Als ik buitenstap denk ik: ‘dat hebben ze goed gedaan, Sophie en Juliette’.

Wil je ook graag een boodschap voor de toekomst zetten op de muur van het kasteel d’Ursel, dan vind je hier meer informatie

Dit –bewerkte- artikel verscheen eerst in de 50ste uitgave van het Magazine d’Ursel. Voor vorige nummers en het volledige 50ste nummer  klik hier Op blz. 12 en 13 van het 50ste nummer maakt Koen De Vlieger-De Wilde een bloemlezing van de meer dan 500 boodschappen die reeds verschenen op de muren : de kortste en de langste, de meest exotische,… Je vindt er op blz. 15 ook een interview met kalligraaf Brody Neuenschwander. foto Els Muys foto Els Muys foto Els Muys foto Els Muys.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#briefje #ElsMuys #Juliette #kasteelDUrsel #KwanYin #Sophie #tekeningen #tekst
#briefje #ElsMuys #Juliette #kasteelDUrsel #KwanYin #Sophie #tekeningen #tekst

Guan Yin in een Belgisch kasteel – Aimez toujours - Boeddhistisch Dagblad

Tijdens de restauratiewerken van het kasteel d’Ursel in Hingene, Vlaanderen, België, de favoriete zomerresidentie van de adellijke familie d’Ursel, werd in 2001 een schat ontdekt achter één van de Chinese deurstukken. Op het deurstuk staat de boeddhistische godin Guan Yin (Kwan Yin) afgebeeld, ze wordt vereerd door twee kinderen.

Boeddhistisch Dagblad