Hercules van Magusa?

Hercules Magusanus (Museumpark Xanten)

In mijn vorige blogje besprak ik de mogelijkheid dat Hercules Magusanus een syncretisme was van een Romeinse halfgod en een Keltische of Germaanse godheid. Nu de andere mogelijkheid: Hercules Magusanus is de Hercules van Magusa, of iets dat daarop lijkt. Je kunt denken aan het Gallische woord magos, “veld”, dat in allerlei plaatsnamen is te herkennen, zoals Senomagus, “oud veld”, en Noviomagus, “nieuw veld”. Misschien brengt dit spoor ons verder, maar je zou dan willen weten wat het Keltische element is dat tot -anus verlatiniseerde.

Oude speculaties

De mogelijkheid dat Magusanus verwijst naar een plaats, is heel lang besproken geweest. Op de DNBL zijn vroegnegentiende-eeuwse publicaties te vinden vol vroegnegentiende-eeuws gespeculeer. Die hoeven niet per se onzin te zijn. Een van de eerste echte geleerden die zich ermee bezighield, Conrad Leemans, herhaalde in 1846 in Gedenkteekens van Hercules Magusanus de eerdere speculatie dat als het ging om de Hercules van deze of gene plaats, het zou kunnen gaan om Mecusa, ook bekend als Divodurum ofwel Metz. Ik denk dat dit moderne linguïsten niet overtuigt.

Wijding aan Hercules Magusanus uit Empel

Een tweede door Leemans geopperde mogelijkheid is het Magusa of Mahusa, dat hij kent uit een bezittingenlijst van de bisschop van Utrecht uit 866. Hij citeert die tekst als Fregimahusensa. Latere verwijzingen naar dezelfde bezittingenlijst noemen die plek Mahusenham en identificeren haar met een hofstede Muiswinkel, die aan de andere zijde van de Rijn ligt tegenover Wijk bij Duurstede. Daar stemden in elk geval Eduard Norden en Alexander Byvanck mee in, niet de geringste geleerden.

Het zou betekenen dat Germaanssprekenden op zeker moment een plaats genaamd Magusa tot hun heim maakten. Opnieuw weet ik niet of dit moderne linguïsten overtuigt, maar ik heb niet kunnen ontdekken waarom de hypothese dat Hercules Magusanus is vernoemd naar een plaats (Metz of Mahusenham of iets anders) inmiddels is ingeruild voor de hypothese dat de dubbele naam een syncretisme is.

Leemans, Norden, Byvanck: met Vollgraffnoot De man die Utrecht zijn Romeinse verleden gaf. erbij was dit de generatie die voor het eerst een wetenschappelijk te noemen synthese maakte van ons verre verleden. Even verdienstelijk is dat ze ook de zwakke punten van dat beeld al scherp in beeld hadden, zoals – in dit geval – de vreemde mis-match tussen de goden die we kennen uit inscripties (zoals Magusanus) en de Germaanse godenwereld die we kennen uit de literaire bronnen. Vollgraff wist in alle destijds bekende Romeinse inscripties met moeite één uit de literaire bronnen bekende Germaanse godheid aan te wijzen, Baldur, en Byvanck betwijfelde zelfs dat. Het fundamentele probleem bij Magusanusonderzoek is, heel voorspelbaar, dat de data schaars, ambigu en niet consistent zijn.

Wijding aan Hercules Magusanus uit Herwen (Collectie Gelderland)

Aangepaste interpretaties

En dus worden interpretaties voortdurend aangepast. Terwijl Leemans, Norden en Byvanck dachten dat Hercules Magusanus de Hercules was van deze of gene plek, is de interpretatie inmiddels verschoven naar de opvatting dat het een syncretisme was. Wat ik niet heb kunnen ontdekken, is de verklaring voor die ommekeer. Maar ik kan drie dingen verzinnen die mee kunnen hebben gespeeld.

Eén: misschien speelt de inscriptie uit Ruimel een rol, want de volgorde Magusanus Hercules laat zich beter met syncretisme rijmen dan met een plaatsnaam. Tegelijk: Norden, een van de grootste kenners van het Latijn, kende deze inscriptie en vond deze unieke volgorde blijkbaar niet belangrijk genoeg om te stoppen met zoeken naar een Hercules van een plek genaamd Magusa.

Twee: degenen die op zoek waren naar Magusa, waren zó gespitst op Mahusenham dat, toen in Muiswinkel niets werd aangetroffen, ze dachten dat deze hypothese was weerlegd en ze niet meer hoefden zoeken naar andere plaatsen. Uiteraard is dit een drogredenering, al was het maar omdat we de overgrote meerderheid van de antieke toponiemen überhaupt niet kennen. Als er een Magusa is geweest, is het het meest aannemelijk dat het niet is gedocumenteerd. Het kan niet vaak genoeg worden benadrukt dat oudheidkunde de wetenschap is van het gebrek aan data.

Drie: ik kan me ook voorstellen dat archeologen de oudere literatuur niet voldoende kennen en dat ze, toen iemand voor het eerst een etymologie voor een mogelijk Germaanse of Keltische godheid opperde, niet in de gaten hebben gehad dat de vraagstelling was verschoven. Dat gebeurt wel vaker.

Kortom: ooit meenden geleerden dat Hercules Magusanus de Hercules van Magusa was, inmiddels denken andere geleerden aan syncretisme, en ik kan niet ontdekken waarom. Ongetwijfeld is er ergens een belangrijke publicatie die ik, ondanks aller hulp, niet heb kunnen raadplegen. The truth is out there, voor ons verborgen, achter academische betaalmuren.

#AlexanderByvanck #Baldur #Bataven #ConradLeemans #EduardNorden #Empel #GallischeTaal #HerculesMagusanus #Herwen #historischeTaalkunde #WijkBijDuurstede #WilhelmVollgraff #Xanten

Vijf dagen Brussel

Brussel, Botanische Tuin

Het idee was om, net als vorig jaar, eind januari een paar dagen te gaan fietsen. Ook om te zien of ik voldoende was gerevalideerd. Vlaanderen leek een mooie bestemming, maar de wind zat in de verkeerde hoek en er was regen voorspeld. Zodat we besloten een hotel in Brussel te nemen, een stad waar zó veel te zien is dat je er moeiteloos twee weken kunt doorbrengen. Bovendien is de treinverbinding vanuit Amsterdam sinds kort sterk verbeterd. En omdat ik het idee heb dat Nederlanders te weinig in België komen, doe ik hier verslag. Misschien inspireert het u tot een bezoek aan de Europese hoofdstad.

Stripverhalen

Ons hotel: Ibis City Centre. Centraal gelegen, opvallend aardig personeel en tussen drie metrostations (Sint-Katelijne, Beurs en De Brouckère), waardoor de hele stad in een oogwenk te bereiken is. Met wat geluk kijk je uit op de Sint-Katelijne-kerk, maar dit keer hadden we niet zoveel geluk. Wel een fijn stille kamer. De Ancienne Belgique is trouwens op loopafstand maar mijn reisgenote zag niets in Front 242, dus dat hebben we maar even gelaten zoals het is.

Jongen met hond, Brygos-schilder (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis)

Op een regenachtige vrijdag bezochten we de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, waarover ik al heb verteld. (Ik heb voor februari blogjes over museumvoorwerpen in stripverhalen gepland: een, twee.) Daarna wandelden we door de plensbuien langs de Squares en het door Victor Horta ontworpen Hotel van Eetvelde naar het Stripmuseum. Dat is overigens ook gevestigd in een door Horta ontworpen gebouw, namelijk de Magasins Waucquez.

Ik was lang geleden in het Stripmuseum geweest en vond het leuk de collectie opnieuw te zien. Destijds lag de nadruk erg op Hergé, die (zoals bekend) alle regels van het beeldverhaal ontdekte, en André Franquin, die alle uitzonderingen vond. Nu was de collectie meer gericht op de eigentijdse tekenaars, waarbij je uiteraard je eigen favorieten (Marvano en Ken Broeders) nergens ziet. Zo gaan die dingen.

Franquin over kleur

Het centrum

De zaterdag bekeken we de neogotische Sint-Katelijne-kerk, de Begijnhofkerk en de Sint-Michiels- en Goedele-kathedraal, om vervolgens met Jeroen Wijnendaele (de auteur van een goed boek over Clovis) te lunchen op de Grote Markt. Ik zou geen seconde overwegen in Amsterdam op de Dam of het Leidseplein te lunchen, maar ik schaam me niet een toerist te zijn in een andere stad. En trouwens, het uitzicht op de Brusselse Grote Markt is een stuk beter dan op het Leidseplein.

We bezochten het Broodhuis, het museum gewijd aan de geschiedenis van Brussel. Hier is ook het originele beeld van Manneke Pis te zien, dat ik gewoon ordinair blijf vinden. We wandelden nog via het monsterlijke Paleis van Justitie, namen afscheid van Jeroen en wandelden door naar de Hallepoort, waar we te laat waren. Dus wandelden we maar terug naar het hotel.

Sint-Michiel (Broodhuis)

Jugendstil

De zondagmorgen was gewijd aan de Jugendstil. Als Apeldoorner kan ik daar natuurlijk niet onderuit. We namen de metro naar het Maison Hannon, dat ik erg bijzonder vond. Ik weet dat je het licht en het kleurgebruik en het totaalkunstwerk moet bewonderen, en terecht, maar mij vielen vooral de bakelieten stopcontacten op. Het Hortamuseum is op loopafstand, en er zijn nog meer mooie huizen aan het Louis Moricharplein en in de Vanderschrickstraat. Ik moet de leuke markt op het Sint-Gillis-voorplein niet vergeten te vermelden.

Maison Hannon

Ons tweede bezoek aan de Hallepoort had meer succes. Het is gewijd aan de stadsmuren van Brussel en je ziet er ook allerlei oude wapens. Het hoogtepunt was de wapenrusting van aartshertog Albrecht van Oostenrijk. Vanaf het hoogste niveau heb je een prachtig uitzicht over de stad met op de horizon de Koekelbergbasiliek en het Atomium. Onderweg terug naar het hotel passeerden we bij toeval de plek waar Horta’s Volkshuis heeft gestaan – de sloop is een berucht cultureel misdrijf – en bezochten we de Onze Lieve Vrouwe ter Zavel. Ook plunderde ik nog ergens een stripboekhandel.

Wandelen

Op maandag zijn veel musea gesloten, maar het Atomium, toch hét symbool van Brussel, was dat niet en ik wilde er al heel, heel lang eens heen. Ik ben er vier of vijf keer langs komen fietsen, maar nooit was ik er binnen. We aten wafels in het restaurant, met het mooiste uitzicht over de stad. In een van de bollen is een expositie over de Wereldtentoonstelling van 1958. Wat ontbrak: vermelding van het Afrikaanse dorp (met Afrikaanse bewoners) dat hier destijds stond – iets dat nu écht niet meer zou kunnen. En wat ook ontbrak: de mooie toespraak van koning Boudewijn over een hedendaags humanisme.

In het Atomium

De wandeling terug voerde langs het Designmuseum, een reeks gesloten negentiende-eeuwse kerken en de Botanische Tuin. Helaas bleek Librairie Jona (aanleiding tot het beste blogje dat ik ooit schreef) er niet meer te zijn. De beeldentuin naast het Museum van Schone Kunsten die we wilden bezoeken bleek te bestaan uit zegge en schrijve vier beelden, en de beeldentuin op het De Meeüsplein stelde ook weinig voor. Na aan de Aarlenstraat foto’s te hebben gemaakt van het huis van Wilhelm Vollgraff, de archeoloog die Utrecht zijn Romeinse verleden heeft gegeven, bracht de metro ons terug naar het hotel. We hadden een kleine dertien kilometer gewandeld, dus die revalidatie van me, die is afgerond.

Louvain-la-Neuve

Dinsdag namen we de trein naar Louvain-la-Neuve, bij mijn weten de enige stad ter wereld die is aangelegd als universiteit. Hier is het Hergé-museum, dat echt heel, heel goed is. Veel originele tekeningen natuurlijk, maar ook een weldoordacht verhaal over het ontstaan van de door hem bedachte personages, over het team rondom hem, over invloeden, zoals die van film. Mijn eigen favoriet (lees maar hier) was nergens te zien. Zo gaan die dingen. Heel goed: het gebruik van muziek (Charles Trenet, Joséphine Baker, de Beatles en een aria van Gounoud waarvan de titel me even niet te binnen wil schieten). Ook erg leuk: Hergés schets van een soort fles uit de precolumbiaanse Moche-cultuur, waarvan we vrijdag exemplaren hadden gezien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis.

Tweemaal Moche-aardewerk

Niet veel verderop is het universiteitsmuseum, dat een gevarieerde collectie heeft, zoals wel meer universiteitsmusea: ze komen immers tot stand doordat allerlei wetenschappers allerlei soorten instrumenten gebruiken en doordat allerlei mensen allerlei verzamelingen nalaten aan de universiteit. Echte topstukken waren er ook hier niet, maar dat werd meer dan gecompenseerd door goede uitleg – hoe je bijvoorbeeld een veertiende-eeuws beeld herkent aan de wijze waarop textiel wordt afgebeeld.

Handhaving

Na vijf volle dagen Brussel hebben we op woensdagmorgen nog een laatste stadswandeling gemaakt. We bekeken de kerk van Onze Lieve Vrouwe ter Kapelle, aten nog eens een wafel, bezochten de stripboekhandel bij het station. Dat vulgaire beeld van die urinerende kleuter viel niet te vermijden.

Stukje stadsmuur

En nu zit ik in het Zuidstation op de trein te wachten. Iemand zat zojuist op een laptop muziek te luisteren, dus ik zat gedwongen met de koptelefoon op – dit model wordt gebruikt door tuinmannen met bladblazers en functioneert beter dan koptelefoons met geluidsonderdrukking – maar dat hoefde niet lang te duren. Een beveiliger droeg de muziekliefhebber namelijk op ergens anders van zijn muziek te genieten. Handhaving, dat is iets wat ik voor Nederland ook zou wensen.

Uiteraard is er in Brussel veel meer te zien, maar dat leest u maar hier of hier of daar of daar. Of in dit boek.

#AlbrechtVanOostenrijk #Atomium #België #BoudewijnVanBelgië #Broodhuis #Brussel #Hallepoort #Hergé #JeroenWijnendaele #Jugendstil #KoninklijkeMuseaVoorKunstEnGeschiedenis #LouvainLaNeuve #MaisonHannon #Moche #OnzeLieveVrouwe #StripmuseumBrussel_ #stripverhaal #VictorHorta #WilhelmVollgraff

Fietsen langs de Rijn - Mainzer Beobachter

Ik maakte een fietstochtje langs de Rijn en zag allerlei moois. Ik neem u mee op een toeristische reis naar Keulen en daarna stroomafwaarts.

Mainzer Beobachter