Een metafoor voor het verleden

Aristoteles (Huis van de Europese Geschiedenis, Brussel)

Zonder Aristoteles zouden we geen debat hebben gehad over de val van het Romeinse Rijk, schreef ik geen blogjes over de Eerste Tussenperiode en hoefden we ook de Zeevolkencrisis niet te bediscussiëren. Hadden wetenschappers daarentegen wat meer Ovidius gelezen, dan was ons een hoop bespaard gebleven. Helaas is het niet zo en nou zitten we dus met de brokken.

Groei, bloei en neergang

De moeilijkheid is te illustreren aan de hand van een van Aristoteles’ bekendste werken, de Poëtika, waarvan het overgeleverde deel is gewijd aan tragedies. (Een slothoofdstuk over komedies ontbreekt.) De auteur beschrijft hoe het genre zich stap voor stap ontwikkelde, tot het zijn eindvorm bereikte. Aristoteles gebruikt dus een botanische metafoor: de tragedie groeide steeds meer naar wat de filosoof beschouwde als natuurlijk einddoel.

Griekse en Romeinse auteurs gebruikten dezelfde metafoor als het ging om beeldende kunst. Die groeide en bloeide tot ze de klassieke vorm had bereikt. Uit de lucht gegrepen was deze wijze van beschrijven niet: denk maar aan de ontwikkeling van de archaïsche kouroi naar de klassieke beeldhouwkunst van de vijfde en vierde eeuw. Maar nu het probleem: als je eenmaal werkt met de organische metafoor van groei en bloei, dan is de volgende fase die van neergang. Cessavit ars, schrijft Plinius de Oudere, “de kunst hield op te bestaan”. Gelukkig – voor Plinius althans – volgde op de herfst en winter van de kunst weer een nieuwe lente, die kunsthistorici weleens aanduiden als neoclassicisme.

De metafoor van groei, bloei en verval is hardnekkig gebleven. Laat-Romeinse historici gebruikten die voor Republiek, het vroege Keizerrijk en de periode die wij de Crisis van de Derde Eeuw noemen, zodat ze de vierde eeuw konden aanduiden als een nieuw begin. En de metafoor bleef het ook na de Oudheid goed doen. Het vijftiende-eeuwse idee van een “renaissance” veronderstelt een Romeinse bloeitijd, een middeleeuwse winter en een nieuw begin, letterlijk een wedergeboorte.

En zo zijn latere geschiedkundigen in de val gelopen die Aristoteles ongewild had opengezet. Montesquieu en Gibbon schreven in de achttiende eeuw over een neergang van het Romeinse Rijk, hoewel de Romeinen de vierde eeuw zeker niet zo hebben ervaren. Toen de negentiende-eeuwse oudheidkundigen na de ontcijfering van de hiëroglyfen de geschiedenis van Egypte reconstrueerden, zagen ze af van het antieke beeld van een opeenvolging van een stuk of dertig dynastieën, maar onderscheidden ze bloeitijden (Oude Rijk, Middenrijk, Nieuwe Rijk) en eeuwen van verval (de Tussenperioden). Het einde van de Bronstijd werd opgevat als een enorme crisis, die de oudheidkundigen ophingen aan de migratie van de Zeevolken. Het is de verdienste van latere oudheidkundigen dat ze bewezen dat er in deze “vervaltijden” minstens zo veel continuïteit als verandering was.

Structuur en continuïteit

Begrijp me niet verkeerd: die veranderingen waren er wél. De “val” van Rome mag dan geen “val” zijn geweest, het zegt natuurlijk wel iets als je hoofdstad in een eeuw tijd driemaal wordt geplunderd en als er een demografische neergang is. En ik zou niet graag in twaalfde-eeuws Enkomi hebben gewoond. Er zijn natuurlijk volop dingen veranderd. Maar niet elke verandering kun je zomaar typeren als een neergang of een breuk. Ging het Hittietenrijk “ten onder” of was er sprake van decentralisatie?

Ik denk dat we beter kunnen zeggen: alles verandert voortdurend. All is flux. Wie een andere metafoor zoekt, zou Ovidius’ Metamorfosen kunnen nemen: daarin is de hele schepping voortdurend aan het veranderen is. Maar je kunt natuurlijk ook gewoon het probleem verwoorden met het instrumentarium van de sociale wetenschappen: alles verandert, maar soms veranderen ook de structuren. Dat heet dan een breuk in de geschiedenis. Of een stroomversnelling, om een hydrologische metafoor te gebruiken.

We zouden wat meer moeten kijken naar de wijze waarop we de continuïteit en discontinuïteit van een historische structuur vaststellen. En nu oudheidkundigen, na de “linguistic turn” in de sociale wetenschappen, anders moeten denken over het structuurbegrip, is daarvoor de situatie eigenlijk gunstiger dan ooit.

Ouwe, dooie Griekse man

En overigens: we zien hier dat het nadenken over een ouwe, dooie Griekse man zo nu en dan nuttig is. Het doet je begrijpen (hoop ik) welke mal je eigen denken gedachten helpt vormen. Anders gezegd, kennis van de Griekse cultuur helpt je zo nu en dan (en minder vaak dan oudheidkundigen claimen) doorgronden waarom je denkt zoals je denkt. En als je dat snapt, kun je je ervan losmaken en betere gedachten gaan formuleren. De geesteswetenschappen zijn best zinvol.

[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

#aristoteles #charlesDeMontesquieu #edwardGibbon #eersteTussenperiode #linguisticTurn #metafoor #pliniusDeOudere #publiusOvidiusNaso #structuur #valVanHetRomeinseRijk #zeevolken

We kunnen de toekomst van leren actief vormgeven door scenariodenken toe te passen, waarbij “wat als”-vragen helpen om van voorspelling naar mogelijkheden te verschuiven. Gilly Salmon introduceert een nieuwe benadering voor toekomstgericht denken over leren. Tijdens de OEB gaat zij hiermee met deelnemers in een workshop aan de slag.
#onlineeducaberlijn #oeb25 #scenario #leren #metafoor #edutoot
https://www.te-learning.nl/blog/toekomst-van-leren-opleiden-en-onderwijs-samen-vormgeven-oeb25/
Toekomst van leren, opleiden en onderwijs samen vormgeven #oeb25 | WilfredRubens.com over leren en ICT

We kunnen de toekomst van leren actief vormgeven door scenariodenken toe te passen, waarbij "wat als"-vragen helpen om van voorspelling naar mogelijkheden te verschuiven. Professor Gilly Salmon introduceert in haar artikel "The Learning Tree: Branching into Possibility" een nieuwe benadering voor toekomstgericht denken over onderwijs.Tijdens editie 2025 van de OEB gaat zij hiermee met deelnemers

WilfredRubens.com over leren en ICT | Ontwikkelingen op het gebied van technology enhanced learning en e-learning

𝗩𝗮𝗻 𝗡𝗶𝗲𝘂𝘄𝗸𝗲𝗿𝗸: 𝘁𝗼𝘂𝘄𝘁𝗷𝗲 𝘂𝗶𝘁 𝗱𝗲 𝗯𝗿𝗶𝗲𝘃𝗲𝗻𝗯𝘂𝘀 𝘄𝗮𝘀 𝗶𝗷𝘇𝗲𝗿𝘀𝘁𝗲𝗿𝗸𝗲 𝗺𝗲𝘁𝗮𝗳𝗼𝗼𝗿

Matthijs van Nieuwkerk had al snel door dat het betoog van Jan Terlouw in een uitzending van De Wereld Draait Door over het verdwenen vertrouwen in de samenleving "geschiedenis zou worden". In de uitzending eind 2016 maakte de oud-D66-leider op 85-jarige leeftijd veel indruk met zijn...

https://www.rtl.nl/boulevard/artikel/5509280/van-nieuwkerk-touwtje-uit-de-brievenbus-was-ijzersterke-metafoor

#Nieuwkerk #touwtje #metafoor

Van Nieuwkerk: touwtje uit de brievenbus was ijzersterke metafoor

Matthijs van Nieuwkerk had al snel door dat het betoog van Jan Terlouw in een uitzending van De Wereld Draait Door over het verdwenen vertrouwen in de samenleving "geschiedenis zou worden". In de uitzending eind 2016 maakte de oud-D66-leider op 85-jarige leeftijd veel indruk met zijn pleidooi om het touwtje uit de brievenbus weer terug te brengen, als symbool voor vertrouwen.

RTL Boulevard

Sociaal contact of alleen zijn. Voor allebei valt wat te zeggen. Wat kunnen planten ons daar over vertellen?

https://blog.lauradriel.nl/index.php/2025/04/07/samen-of-alleen-een-verhaal-over-gezelschap-en-planten/

#blog #companionplanting #filosofie #metafoor #relaties

Samen of alleen, een verhaal over gezelschap en planten – Laura's blog

Vrijdag Zindag – Dichterlijke vrijheid

Een barre tijd vraagt om een loflied op de poëzie. Want dichters koesteren kernwaarden en stoeien in opperste vrijheid met bijpassende beelden. Zo openen ze verwaarloosde en ongedachte perspectieven. Wie een gedicht leest, wordt op een ander been gezet. Drie kenmerken van poëzie zorgen daarvoor. Ze is meerstemmig, uitdagend onduidelijk, en voorlopig. Die drieslag past verrassend goed bij een kritische kijk op een barre tijd. En trouwens ook bij levensbeschouwingen.

Meerstemmig

Dichterlijke taal heeft meer betekenislagen. De dichter boort die lagen aan. In de diepte liggen metaforen als diamantjes te wachten om aan het licht te komen en te schitteren.

Een metafoor koppelt twee afzonderlijke domeinen aan elkaar. Het ene domein is bekend en helder: een diamant. Het andere vraagt om duiding: wat doet een dichter met metaforen? Iedereen weet wat een diamant is. Die kennis helpt om te begrijpen wat opgediepte metaforen teweegbrengen: een schitterend inzicht. De dichter is een mijnwerker.

Ik had ook een heel andere metafoor kunnen gebruiken, zoals: de dichter struint een bloemenmarkt af en scoort een mooi boeket. Het enorme repertoire aan metaforen zorgt voor onbeperkte meerstemmigheid, steeds met beelden die aandacht vragen door de onverwachte combinatie van domeinen.

Uitdagend onduidelijk

De zoektocht naar een mooie metafoor veroorzaakt een prettige verwarring. Welk beeld past het best bij wat ik wil zeggen? Onduidelijkheid blijkt geen bezwaar, ze zorgt eerder voor een uitnodigende uitdaging. Duidelijkheid en onduidelijkheid gaan spannend samen. Wie zegt geen gevoel te hebben voor poëzie, kan daar vaak niet mee overweg. Poëzie is per definitie ongerijmd, zelfs op rijm.

De lezer kan zodoende uit een gedicht heel andere betekenissen opgraven dan waar de dichter mee kwam. Poëzie lezen is herschrijven zonder een woord te veranderen. Zo maak je je een gedicht eigen. Door de onduidelijkheid te verkennen, deel je in de dichterlijke vrijheid. De sluizen van de betekenisgeving staan wijd open, de taal stroomt.

Voorlopig

Als de verbeelding op gang komt, begint het gevecht met een baaierd aan mogelijkheden. Eventjes kan de dichter glimlachen om de veroverde vondst van het volmaakte beeld – om vervolgens te fronsen: maar het kan beter! Echt geslaagd is een gedicht nooit, omdat in de gelaagde diepte nog mooiere diamantjes liggen te wachten. Of, met die andere metafoor: je kunt altijd met een mooier boeket thuis komen.

Dat voorlopige van poëzie kan frustreren, maar de verwachting doet de dichter opveren. Het volgende gedicht moet altijd weer treffender zijn, ook al kan de definitieve verwoording nooit gevonden worden. Achter ogenschijnlijke welsprekendheid wordt gestameld. Maar stamelen is geïnspireerde tongentaal. Dichten is continu spelen met verbeelding.

En proza dan?

Poëzie is een spelverdeler. Proza is een spelbederver. Ze laat zich gebruiken als machtsmiddel. Wetten, decreten, reglementen en verkiezingsleuzen (MAGA!) leggen gedrag vast. Macht beperkt speelruimte. Machthebbers kunnen met een eigen wereldbeeld politiek bedrijven, maar het verhaal erbij is zelden meerstemming, uitdagend onduidelijk, of voorlopig. Duidelijkheid en doeltreffendheid staan voorop. Macht en proza leven in symbiose.

Barre tijden

In barre tijden viert proza daarom hoogtij. Spraakmakers stelen het woord en dicteren hun opdrachten. Ze roepen op luide toon en overstromen de media. In die sfeer is  poëzie de blinde vlek van proza-taligen. Maar ook de reddingsboei voor wie nog weet heeft van wat medemenselijk is.

Voor wie het doorziet, houdt de dichtkunst de herinnering levend aan het alternatief. Proza neemt mensen gevangen, poëzie bevrijdt hen. Dichters ondermijnen foute macht. Protestsongs klinken. In poëzie komt de verbeelding weer aan de macht. Zelfs dat zinnetje is meerstemmig: er wordt nieuwe macht uitgeoefend, èn de gevestigde macht wordt aangetast.

Levensbeschouwelijk

Levensbeschouwingen, of ze nu religieus zijn of juist helemaal niet, onderscheiden zich doordat ze spelen met de mogelijkheid van een alternatieve werkelijkheid. Die laat zich denken, wensen, verbeelden. Alles wat ons overstijgt en beperkt, kan omgedacht worden tot iets dat zinvol is. Poëzie – meerstemmig, uitdagend onduidelijk, en voorlopig – is voor levensbeschouwelijke taal de uitgelezen werkvorm. Zo kun je mysteries, visioenen en dromen verkennen. De drieslag levert een divers veld op met visies op een andere werkelijkheid, of die nu als heilig wordt gezien of volstrekt seculier.

Omdat levensbeschouwingen bepaald niet machtsvrij zijn, kan proza ook daar spelbederver worden. De visie kan een dogmatische leer worden, vastgelegd in proza dat als heilig of in ieder geval maatgevend gezien wordt. Letterlijkheid vervangt de dubbele bodem. Hiërarchie belemmert dichterlijke vrijheid. De alternatieve werkelijkheid ligt vast in wettisch proza. Mensen leven dan maar half.

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#DichterlijkeTaal #dichterlijkeVrijheid #loflied #metafoor #verwarring

Vrijdag Zindag - Dichterlijke vrijheid - Boeddhistisch Dagblad

Levensbeschouwingen, of ze nu religieus zijn of juist helemaal niet, onderscheiden zich doordat ze spelen met de mogelijkheid van een alternatieve werkelijkheid. Die laat zich denken, wensen, verbeelden. Alles wat ons overstijgt en beperkt, kan omgedacht worden tot iets dat zinvol is. Poëzie - meerstemmig, uitdagend onduidelijk, en voorlopig - is voor levensbeschouwelijke taal de uitgelezen werkvorm. Zo kun je mysteries, visioenen en dromen verkennen. De drieslag levert een divers veld op met visies op een andere werkelijkheid, of die nu als heilig wordt gezien of volstrekt seculier.

Boeddhistisch Dagblad
BEELDSPRAAK VAN BRILSLANG EN BOKTOR, OLIFANT EN NEUSHOORN

De dieren die Jan Bouwstra laat acteren in filosofische fabels zijn precies als mensen. Met dezelfde mensen-wensen en dezelfde mensen-streken. Maar het Grote Dierenbos uit de Fabeltjeskrant is een po…

Tumblr
Twee pennen

Ik schrijf als het even kan het liefst met dezelfde soort pen. Ik heb daar meerdere van. Op mijn bureau, in mijn tas en aan notitieboekjes. Ik heb precies vijf blauwe, een rode en een zwarte van dit soort. Op mijn bureau zwerven twee van deze blauwe pennen. Aan de buitenkant kan ik niet zien […]

Olifantenpaadjes en ezelsbruggetjes - Jan van den Berg

Ik kom in het weekend vaak langs een paar olifantenpaadjes. Zoals deze: Of deze: Een olifantenpaadje is niets anders dan een kortere route. De kortste lijn tussen A en B. Olifantenpaadjes houden zichzelf in stand, vooral als er al een zichtbaar pad. De eerste gebruikers (makers?) van het paadje zijn de echte vrijdenkers. Of misschien […]

Jan van den Berg
and the Gods of our Days / like The Great Stapler
like The Great Stapler / which attaches the night to us
which attaches the night to us / and the words to ideas

Ooteoote-serie Poetry in motion, 478: Caleb Parkin, The desktop metaphor
https://bit.ly/PIM478-parkin
#poëzie #animatie #kantoorartikelen #bureau #goden #heelal #metafoor #beurtzang
Poetry in motion 478: Caleb Parkin, The desktop metaphor

  Verfilmd door Helmie Stil. Je hoort Parkin zelf. Tekst van het gedicht (Engels) Over Caleb Parkin (Engels) Over de bureaumetafoor Elke week hier een poëzie-animatie gekozen door Judy Elfferi…

Ooteoote

3/3

Afgezien van het feit,
Dat een lus van de cape
Zich aan het gaspedaal
Had vastgezet,
Zit hier een metafoor.

Daar ging die scootmobiel,
Zónder mij,
Er maar mooi vandoor!

🧐

#ChronischZiek #Avonturen #Metafoor
#Scootmobiel #ADHD