Een slavenleven
Aisopos (Louvre, Parijs)
Of het nu de Arabische profeet Mohammed was, of de profeet Jesaja, of de Ierse bard Caedmon: er zijn nogal wat verhalen over mensen die er eigenlijk niet geschikt voor waren maar die dankzij een goddelijke ingreep ineens virtuoos konden spreken of zingen. De anonieme auteur van het leven van Aisopos – of Aesopus, zoals vertaler Christian Laes de naam liever weergeeft – varieert op dit overbekende motief. De hoofdpersoon is niet zomaar een stomme slaaf die het vermogen tot spreken verwerft, maar gaat door datzelfde vermogen ten onder. Precies halverwege de tekst (nou ja, bijna dan) vinden we dan ook een lofrede én een smaadrede op tong & spraakvermogen.
Het leven van Aisopos
Opkomst en ondergang van een spreker: een mooi thema. Laes noemt in het commentaar bij zijn onlangs verschenen vertaling, Aesopus. Op de slavenmarkt in de Oudheid, echter ook andere mogelijkheden om de tekst te lezen. Daarmee noem ik meteen een van de kwaliteiten van dit boek: Laes toont dat er diverse interpretatiemogelijkheden zijn. Dat is een geluid dat we in de voorlichting over de Oudheid iets te weinig horen.
Maar goed, de biografie van Aisopos behoort niet tot de allerberoemdste teksten uit de oude wereld, dus ik moet misschien even vertellen waar ze over gaat. Over Aisopos dus, de legendarische fabelverteller. Omdat fabels en gelijkenissen golden als een wat volks genre, meenden de Grieken en Romeinen dat de fabelverteller ook wel een volks personage zou zijn geweest, lelijk en stom bovendien, en een slaaf, levend in de marges van de samenleving. Dankzij een interventie van hogerhand krijgt Aisopos het spraakvermogen, waarna hij zich maatschappelijk weet op te werken: van plattelandsslaaf wordt hij slaaf in de huishouding, adviseur van een Griekse stadsstaat, raadgever van de koning van Babylon en ambassadeur naar Egypte. Tegen het einde van het verhaal keert Aisopos terug naar Griekenland, waar hij zich met tactloze snelle praatjes in de nesten werkt en uiteindelijk wordt gedood. Opkomst en ondergang van een spreker. Hybris en nemesis.
Slaven dienen het eten op (Louvre, Parijs)
Dagelijks leven
De hele tekst is, in de Nederlandse vertaling, zesenzestig pagina’s lang. Daarop volgen ruim tachtig pagina’s waarin Laes het verhaal gebruikt om aspecten van de antieke samenleving te illustreren. De tekst begint met de avonturen van een slaaf en Laes wijst erop dat de antieke auteur de wezenlijke kenmerken behandelt: het geweld en de vernederingen die slaven moesten ondergaan, en vooral de onzekerheid. Maar ook het stilzwijgende verzet komt aan bod. Net als de brave soldaat Švejk neemt Aisopos nogal wat opdrachten letterlijk, waardoor zijn meester zelden krijgt wat hij werkelijk wil. De vernedering van de meester is een van de vele omkeringen in dit boek.
Laes behandelt ook de fysiognomie (de antieke “wetenschap” dat je iemands karakter van zijn uiterlijk kon aflezen), het eten en de opvattingen over seksualiteit. Het is interessant dat alle verwijzingen naar deze toch vrij algemeen menselijke activiteit zich beperken tot de tijd waarin Aisopos onvrij is. Eenmaal eigen meester, hoeft hij in bed niets meer te presteren, zoekt hij er ook niet naar, en hebben ook de andere personages er weinig behoefte aan. De lagere driften behoren in de antieke wereld blijkbaar bij de lagere standen. De elite beheerst zich.
Een lelijke slaaf (Archeologisch museum, Córdoba)
De auteur
Laes vertelt ook hoe de tekst tot stand moet zijn gekomen. Er was al een kern van vertelsels over de slimme fabelverteller (slavernij, adviseurschappen, dood…), en de auteur heeft die samengevoegd met de Aramese tekst over de wijze Ahiqar.noot Er is een vertaling opgenomen in Ancient Near Eastern Texts 1 [1969], waarvan de pocketversie antiquarisch nog volop leverbaar is. Het eindresultaat is niet alleen een goed doordachte tekst, maar tevens een tekst die gevestigde ideeën omkeert. De antieke fysiognomie leerde dat lelijke mensen ook een naar karakter hadden, maar dat is bij Aisopos niet het geval. Deze omkering was overigens geen innovatie; van Sokrates werd al hetzelfde gezegd. Ook wordt lang niet alles omgekeerd. Dat de slaaf slimmer is dan zijn meester, was al in de Oudheid een antiek cliché.
En dan is er natuurlijk de kwestie van het genre. Laes rekent zijn tekst tot de antieke romans, en daarin staat hij niet alleen. In dit geval zou ik de typering ook voor mijn rekening nemen, maar het moet me van het hart dat classici wel heel makkelijk elke lange prozatekst aanduiden met dit etiket.
In elk geval: de auteur moet een geletterd man zijn geweest, die verrekte goed wist wat hij deed. Hij kende de verwachtingen van de lezer en was niet te beroerd om daarmee te spelen; hij kende de Griekse én de (vertaalde?) Aramese literatuur; hij kende het leven van rijk en arm, vrij en onvrij. Een mooie illustratie van het leven in het Romeinse Rijk.
Verplicht gemopper
Op de ruim tachtig pagina’s waarmee Laes zijn tekst gebruikt om de lezer iets over het dagelijks leven in de Oudheid te tonen, volgen nog dik zeventig pagina’s noten, die werkelijk interessant zijn. Al met al is dit een vertaling zoals ook Schepels Enuma Elisj en De Vries’ Pogrom in Alexandrië: niet alleen wordt de tekst omgezet van de ene naar de andere taal, er is tevens uitleg van de antieke cultuur. En inzicht in die cultuur, dat is toch waartoe we vertalingen maken.
Er is toch een minpuntje, één maar. Aesopus. Op de slavenmarkt in de Oudheid eindigt met een vierentwintig bladzijden lange lijst van onbetaalbaar dure boeken die u nooit in de openbare bibliotheek vindt en artikelen achter academische betaalmuren die u nooit raadplegen kunt. We moeten toch eens ergens aanplakken dat de literatuurlijst van wetenschappelijk proza een verantwoording dient te zijn en dat de literatuurlijst van een populariserende publicatie een ladder is naar moeilijkere literatuur. Persoonlijk zou ik drie of vier toegankelijke titels hebben genoemd, wat meer dan genoeg is voor de gewone lezer. Een langere literatuurlijst voegt niets toe aan de bruikbaarheid van het boek, hooguit voegt het toe aan de prijs.
Ik noem dit laatste om twee redenen. In de eerste plaats omdat academici, als ze schrijven voor het grote publiek, te vaak meer omkijken naar hun collega’s dan denken aan de behoeften en mogelijkheden van de eigenlijke doelgroep. De tweede reden is dat dit gemopper verplicht is, om te tonen dat ik niet al mijn kritische instincten heb laten varen bij het lezen van Aesopus. Op de slavenmarkt in de Oudheid. Het is immers een schitterend boek. Ik heb het op onlangs in één ruk uitgelezen: ik begon op Schiphol, ik las verder in het vliegtuig, ik las het uit in de metro naar Madrid. Kortom: een aanrader, een absolute aanrader.
#Ahiqar #Aisopos #antiekeRoman #boek #ChristianLaes #fabel #fysiognomie #slavernij