De val van Cartagena (1)

Scipio Africanus (Capitolijnse Musea, Rome)

Tot de dingen die je in je leven niet wil meemaken, en die wij gelukkig ook niet meer mee zullen maken, is de inname van een stad door een Romeins leger. Dat overkwam de bewoners van Cartagena in 209 v.Chr. De stad heette destijds Qart Hadašt, “de nieuwe stad”, wat de Romeinen later zouden veranderen in Carthago Nova. Het was de residentie van de familie Barka, die hier namens het “echte” Karthago het gezag uitoefende. Eerst Hamilkar Barka, vervolgens Hasdrubal de Schone, die in Cartagena de residentie bouwde waarvan de resten een jaar of vijf geleden zijn geïdentificeerd, en daarna Hamilkars zoon Hannibal Barka. In de Tweede Punische Oorlog trok hij, zoals bekend, met het Spaanse leger over de Ebro, Pyreneeën, Rhône en Alpen naar de Povlakte.

Oorlog in Spanje

Bij het oversteken van de Rhône, ergens begin oktober 218 v.Chr., wist Hannibal al dat de Romeinen het plan hadden geraden en al op weg waren naar Spanje om zijn aanvoerlijnen af te snijden. Eind december zegevierden de Romeinse oud-consul Gnaeus Cornelius Scipio en diens broer, consul Publius Cornelius Scipio, in de slag bij Cissa, niet ver van het huidige Tarragona. Daarmee was Hannibals lot feitelijk bezegeld. Het Karthaagse leger in Italië boekte weliswaar spectaculaire successen, maar kon de weinige bondgenoten die het daar verwierf, nooit even krachtig beschermen als de Romeinen de opstandige steden konden bestraffen.

In de volgende jaren zetten de twee Scipio-broers Karthago’s Iberische troepen steeds verder onder druk. Ze wierven lokale bondgenoten, versloegen de Karthaagse vloot bij de monding van de Ebro, versloegen Hannibals broer Hasdrubal, consolideerden hun greep op de Iberische kust tot aan Saguntum en maakten zich eind 211 op voor een doorbraak naar het binnenland, naar de vallei van de Guadalquivir. Daar kwam aan hun geluk een einde: aan de bovenloop van de rivier wist Hasdrubal het Romeinse leger te verslaan. Beide Scipio’s kwamen om het leven, maar hun leger kon zich terugtrekken naar de Ebro.

Karthaagse munt uit Iberië (British Museum)

Een nieuwe Scipio

De Romeinen hadden weliswaar terrein moeten prijsgegeven, maar ze waren goed getraind en ze kregen een nieuwe leider, de zoon van de gesneuvelde Publius Cornelius Scipio, die eveneens Publius Cornelius Scipio heette (en later de bijnaam Africanus zou krijgen). Hij arriveerde in het voorjaar van 209 en toen hij vernam dat het Karthaagse leger, profiterend van de Romeinse terugtrekking, op drie verschillende plaatsen in het Iberische binnenland actief was om het Karthaagse gezag te herstellen, begreep hij dat hij niet moest wachten tot de drie vijandelijke legers zich konden verenigen.

De drie Karthaagse strijdmachten bevonden zich ver van Cartagena, en de jonge generaal rukte met zijn goed getrainde soldaten in zeven dagen op naar de Karthaagse hoofdstad. Dit was een huzarenstukje: elke dag legden ze vijfenzestig kilometer af. Er bestaan parallellen, maar ze zijn zeldzaam en de legionairs zouden het wellicht niet hebben gedaan als Scipio hun niet had verteld dat droomgezichten hem succes hadden voorspeld en dat hij mocht rekenen op de zeegod Neptunus. In zeven dagen presteerden de mannen het bijna onmogelijke. De Karthaagse commandant, een zekere Mago, was dan ook totaal verrast.

[Wordt vervolgd]

#Cartagena #CarthagoNova #Hannibal #HasdrubalBarka #ScipioAfricanus #slagBijCissa #TweedePunischeOorlog