De olifanten van Hannibal

Karthaagse munt uit Spanje (British Museum)

Nee, archeologen hebben in Spanje géén olifant ontdekt uit het leger van Hannibal. Of, iets genuanceerder: het is een stuk waarschijnlijker dat de ontdekte dikhuid niet komt uit de tijd van Hannibal dan wel.

De claim

Eerst de claim, zoals gemeld in de media. De NU.nl meent dat het opgegraven bot “naar alle waarschijnlijkheid bewijst dat de beroemde veldheer Hannibal Barka met olifanten de Alpen is overgetrokken”. Dat is nooit de vraag geweest en dat is ook niet wat de onderzoekers beweren. De NOS kopt dat het bot “mogelijk bewijs voor tocht Hannibal door Europa” vormt. Ik zal deze twee stukjes verder onbesproken laten en meteen doorgaan naar de wetenschappelijke publicatie, die weliswaar achter betaalmuren ligt, maar die iemand met me heeft gedeeld (bedankt!).

Eerlijk gezegd dacht ik: het is niet zonder reden dat de onderzoekers dit stuk wetenschap achter academische betaalmuren hebben verborgen. Het is een prachtvoorbeeld van een te snelle conclusie, en ongetwijfeld hebben ze erop gespeculeerd dat de nieuwssites toch niet weten dat een koolstofdatering geen datering is.

Slagtanden uit het Bajo de la Campana-wrak (Museum voor Onderwaterarcheologie, Cartagena)

De vondst

Er is inderdaad een olifantenbot gevonden. Mooi. Dat is leuk. We hadden allang olifantenmateriaal uit Karthaags Spanje (gevonden in een wrak in de Bajo de la Campana), maar dat is vrijwel zeker import. Het bot op deze plek suggereert dat deze olifant op de uiterwaarden van de Guadalquivir heeft gegraasd en dus in Spanje leefde.

Maar ja, met die mededeling win je geen publiciteit. Dus wordt Hannibal erbij gehaald. Mythische naam. Aandacht gegarandeerd.

De ouderdom

Alleen: de ouderdom klopt niet echt. Er is een koolstofdatering, en een koolstofdatering is geen datering maar de waarschijnlijkheid van een datering. Loop even mee.

(Uit: Rafael M. Martínez Sánchez e.a., “The elephant in the oppidum” in: Journal of Archaeological Science: Reports 69 [2026] 105577.)Links ziet u de meting zelf, als een roze, driehoekachtige vorm – de waarschijnlijkheidscurve. Die geeft de waarschijnlijkheid aan van de (aan de hand van radioactief verval) gemeten ouderdom. De piek zit ergens bij 2250 jaar vóór het peiljaar 1950, wat je gemakkelijk kunt omrekenen tot “pakweg 300 v.Chr.” Dat is iets vroeger dan de tijd van Hannibal.

Het probleem zit echter dieper. Dat is dat er op de gemeten ouderdom een correctie nodig is voor de natuurlijk aanwezige radioactiviteit, die namelijk varieert. Deze correctie staat bekend als kalibratie. U leest hier wat dat is.

Simpel uitgelegd: we kijken naar de wijze waarop de piek in de roze waarschijnlijkheidscurve correspondeert met de blauwe curve en komen zo tot een nieuwe waarschijnlijkheidscurve, die is aangegeven in grijs.

En nu is de kans op een datering ineens een heel andere. Met 68% waarschijnlijkheid stamt het monster uit een van de twee tijdvakken tussen 389 en 355 v.Chr. en 281 en 232 v.Chr. De voor Hannibals Alpencampagne relevante datering zou rond 220 v.Chr. liggen, en dat ligt dus buiten deze twee tijdvakken. We kunnen de waarschijnlijkheidsmarge verbreden tot 95%, en dan is er helemaal rechts in de curve inderdaad wat ruimte. Een paar procent. Vandaar: de kans dat het gevonden bot niet met Hannibal te maken heeft, is vele malen groter dan dat het bot wel stamt uit zijn tijd. Kortom: niets aan de hand.

Of beter: we weten iets meer over de fauna van Karthaags Andalusië. Ook leuk, maar alleen voor specialisten. Het levert de archeologen geen exposure op. Dus hebben ze hun vondst maar gehypet. Om niet te zeggen: zó zeer gehypet dat het grenst aan misleiding.

Welke olifant?

Bevat het artikel nou echt niks leuks? Ik had even de hoop dat de archeologen hadden kunnen vaststellen welke olifantensoort dit was: een Indische olifant, een Afrikaanse savanne-olifant of een Afrikaanse bos-olifant? Van de eerste soort staat vast dat de Seleukidische heersers die inzetten, maar de Karthagers lijken daarover niet te hebben beschikt. Resteren de twee Afrikaanse olifanten. De savanne-olifant is enorm en zou, met een toren erop, een heel ander wapen zijn dan de kleinere bos-olifant, die antieke generaals konden inzetten als een groot soort paard. Voor het begrip van de Karthaagse tactiek maakt dus uit welk soort olifant de Karthagers kenden.

Er is een sterk vermoeden dat de Karthagers savanne-olifanten inzetten. Maar meer bewijs is welkom. De onderzoekers hebben geprobeerd het te vinden. Helaas kwamen ze daar niet achter. Dat zeggen ze dan weer wél eerlijk.

Advies voor journalisten

Advies voor journalisten: schrijf maar liever niet over archeologie. De kans dat je ten onrechte schrijft over iets dat geen nieuws is, is vele malen groter dan de kans dat je ten onrechte niet schrijft over iets dat wél nieuws had behoren te zijn.

#BajoDeLaCampana #fauna #Hannibal #HannibalInDeAlpen #koolstofdatering #kwakgeschiedenis #Mazarrón #olifant #waarschijnlijkheid

Hannibal: van Saguntum tot Cannae

Het slagveld bij het Trasimeense Meer

[Dit is het tweede van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]

Terwijl in Karthago diplomaten spraken over de uitlevering van Hannibal, was deze bezig met de voorbereiding van een grote oorlog. Iberische troepen werden overgeplaatst naar de Maghreb, Afrikaanse troepen werden het nieuwe garnizoen van Iberië. Hij benoemde zijn broer Hasdrubal tot bevelhebber in Iberië, en stak in de zomer van 218 v.Chr. de rivier de Ebro over. Het was oorlog, zoveel was duidelijk. Onmiddellijk stuurde Rome versterkingen naar Sicilië, waar de  oorlog naar verwachting zou ontbranden. De Romeinse vloot bleek oppermachtig, schakelde de Karthaagse vloot uit en verhinderde zo dat Hannibal overzee bevoorraad zou worden als hij in Italië was. Dit zou de komende jaren nauwelijks gebeuren.

Het was dus een waagstuk, dat Hannibal de Pyreneeën overstak om de oorlog naar Italië te brengen. Hij zou er op zichzelf zijn aangewezen. Of hij dit altijd van plan is geweest, zoals onze bronnen beweren, is moeilijk uit te maken. Ze vertellen het verhaal zoals Rome het graag zou hebben gezien. In elk geval: hij trok met een leger van 50.000 man infanterie, 9.000 man cavalerie en 37 olifanten door de Languedoc, stak de rivier de Rhône over (misschien bij Avignon), rukte op naar een plek die Het Eiland wordt genoemd en trok daarvandaan de Alpen over. Begin november 218 hadden 20.000 soldaten en 8.000 ruiters de vlakten langs de rivier de Po bereikt in de buurt van de stad Turijn.

De Povlakte werd bewoond door Galliërs die kort daarvoor door Rome waren onderworpen en die Hannibal maar al te graag verwelkomden. Hij zou ze helpen het Romeinse juk af te werpen. De Romeinen waren zich bewust van het gevaar en zonden onmiddellijk een leger om dit te voorkomen. In een cavaleriegevecht bij de rivier de Ticinus (ten oosten van Turijn) versloegen de Karthagers echter hun tegenstanders. Onmiddellijk meldden zich zo’n 14.000 Galliërs aan om onder Hannibal te dienen. Dankzij hun hulp behaalde Hannibal een tweede overwinning bij de rivier de Trebia (bij het huidige Piacenza).

In het vroege voorjaar van 217 verliet Hannibal zijn winterkwartier in Bologna, trok door de Apennijnen en verwoestte Etrurië. De Romeinen deden een tegenaanval met ongeveer 25.000 man, maar hun consul, Gaius Flaminius, werd verslagen en gedood in een hinderlaag tussen de heuvels en het Trasimeense Meer. Twee legioenen werden vernietigd.

Hannibal verwachtte dat de bondgenoten van Rome nu hun meesteres zouden verlaten en naar hem zouden overlopen. Dit gebeurde echter niet. De bestuurders van de Etruskische stadstaten moeten hebben geweten dat als Hannibal weg zou zijn, Rome er nog altijd wel was en dat Romes vermogen tot straffen groter was dan Hannibals bescherming. Dus was Hannibal gedwongen voor de tweede keer de Apennijnen over te steken, in de hoop een nieuwe basis te vestigen in Apulië, de “hak” van Italië. Intussen viel Rome Hannibals aanvoerlijnen aan door Catalonië te veroveren.

Hannibal moet hebben geweten dat hij de oorlog niet kon winnen. Hij kon totaal geen voorraden krijgen en Romes bondgenoten bleven Rome trouw. Desondanks probeerde de Karthaagse veldheer langs diplomatieke weg Romes bondgenoten tot afvalligheid te bewegen.

De Romeinen benoemden ondertussen Quintus Fabius Maximus tot dictator, een magistraat met buitengewone bevoegdheden. Deze achtervolgde de invaller, maar ontweek de strijd; de Romeinen vonden Fabius’ strategie onaanvaardbaar en zouden hem later “de treuzelaar” (Cunctator) noemen. Dit was niet helemaal eerlijk: Fabius had geen ervaren troepen en moest zijn leger nog trainen. En al die tijd bleven de Romeinse bondgenoten Rome trouw.

Cannae

In 216 besloot de Romeinse Senaat dat de tijd gekomen was om het probleem op te lossen met één grote, beslissende veldslag. Om geen enkel risico’s te nemen stelden de twee consuls een leger samen van niet minder dan 80.000 man, terwijl het leger van Hannibal ongeveer 50.000 man telde. De slag bij Cannae, die plaatsvond op 2 augustus, liep voor Rome uit op een catastrofe. In het centrum week Hannibals linie onder druk van de Romeinse troepen naar achteren, terwijl de Karthaagse cavalerie de Romeinen omcirkelde. Omdat de legionairs niet door het Karthaagse centrum konden breken, waren ze zelf aan alle kanten omcirkeld en volgde hun vernietiging.

Enkele Romeinse bondgenoten wisselden nu dan toch van partij. Sardinië kwam in opstand, al was Rome de situatie snel meester. Capua was een ernstiger probleem. Het werd Hannibals hoofdstad in Italië. De succesvolle Karthaagse bevelhebber was dertig jaar oud toen hij zijn nieuwe basis binnentrok, gezeten op zijn laatste overlevende olifant.

[Wordt vervolgd. Uiteraard is dit stukje reclame voor mijn komende boek, Hannibal in de Alpen, dat in januari verschijnt maar dat u hier alvast kunt bestellen.]

#Apennijnen #Avignon #dictator #Frankrijk #Hannibal #HannibalInDeAlpen #HasdrubalBarka #Italië #Piacenza #Placentia #Povlakte #QuintusFabiusCunctator #Saguntum #slagBijCannae #strategie #TrasimeenseMeer #TweedePunischeOorlog

Was Hannibal bij Rochefort?

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, heb ik de coronacrisis gebruikt om twee boeken over Karthago te schrijven. Het tweede – chronologisch het eerste – verschijnt in maart, heet De vergeten oorlog en gaat over de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.). Het eerste boek – chronologisch het tweede – heet Hannibal in de Alpen en gaat over de onmogelijkheid vast te stellen waar de Karthaagse generaal met z’n olifanten de Alpen is overgestoken. Het verschijnt min of meer nu.

Voor het goede begrip: de vraag waar Hannibal de Alpen overstak, is irrelevant. Het heeft desondanks niet aan wetenschappers ontbroken die beweerden de locatie van Hannibals Kraftakt te kennen. Meestal hadden ze al vastgesteld welke pas het moest wezen, en bogen ze daarna de weinige data zo dat die bij hun hypothese paste. Men redeneerde dus naar een conclusie toe. Aangezien de data niet alleen schaars zijn maar ook ambigu, passen ze bij elke hypothese en is er dus nul bewijs voor wat dan ook. Dit is gewoon slechte wetenschap.

In juli reisde ik met mijn zakenpartner door de Franse Alpen om nog een keer de diverse locaties te bekijken. Gekleed in een Tunesisch gewaad maakte ik zeven filmpjes, die er dankzij Kees Huijser ook nog een leuk uitzien. Eén ervan presenteerde ik al. Daarin leg ik uit dat we niet weten waar Hannibal de Rhône overstak, wat jammer is, omdat een noordelijke oversteekplek een sterk argument zou zijn tegen de hypothese dat hij altijd langs de Durance heeft willen trekken.

Vandaag een tweede filmpje, opgenomen bij Rochefort. Onze auteurs, Polybios en Livius, noemen allebei de stam der Allobrogen. Maar waar woonde die in 218 v.Chr.? Als we het heel zeker wisten konden we misschien concluderen dat Hannibals mannen langs de Isère en Arc naar de Mt Cenis zijn gegaan, Maar we hebben zoveel zekerheid niet.

U bestelt Hannibal in de Alpen hier.

[Wordt vervolgd]

#Allobrogen #boek #Durance #filmpje #Frankrijk #Hannibal #HannibalInDeAlpen #Isère #Polybios #Rochefort #TitusLivius #TweedePunischeOorlog

Alpenpas gezocht

Col de Montgenèvre

Je zou denken dat intelligente mensen alleen maar heel verstandige dingen doen en hun tijd besteden aan heel belangrijke zaken. Of zaken waar iets zinvols over te zeggen is. Maar zo is het niet en als voorbeeld noem ik de trivialiteit der trivialiteiten: de plaats waar Hannibal in het najaar van 218 v.Chr. de Alpen is overgestoken. Ik heb inmiddels een kleine vijftig publicaties over de materie verzameld en het zijn niet de geringste geleerden die zich over deze kwestie het hoofd hebben gebroken.

Grappig genoeg is er al in de Oudheid over gedebatteerd. De Griekse historicus Polybios schrijft namelijk ergens dat hij het gebied heeft bezocht. Hij zou nooit zo’n autoriteitsclaim hebben hoeven doen als er geen discussie over was geweest. Niet iedereen was overtuigd. In elk geval Titus Livius vond niet dat hij Polybios’ verslag zomaar kon overnemen. De kwestie speelde daarna steeds minder een rol, tot de de Zwitserse humanist Josias Simmler in de zestiende eeuw de kwestie weer oprakelde met de bewering dat Hannibal over de Mont-Cenis van Gallië naar de Po-vlakte was getrokken. Sindsdien is het bal.

110 passen

Tja. Elk dal tussen twee bergtoppen is een pas en als je genoeg moeite doet, kom je over elke pas. Tussen de Côte d’Azur en de Mont Blanc zijn er zo 110 kandidaten. Hannibal nam echter paarden en olifanten mee, wat betekent dat alle passen afvallen die uitsluitend voor kleine groepen wandelaars toegankelijk zijn. Dat verkleint de verzameling tot de tweeëntwintig verharde wegen en zesendertig ruiterpaden die momenteel in die regio liggen.

Verder vallen de zuidelijkste passen af omdat die niet bereikbaar zijn geweest nadat Hannibals leger, na de Rhône te zijn overgestoken, vier dagen lang noordwaarts was getrokken tot een plek die het Eiland wordt genoemd. We weten niet waar dat is – ik heb al eens geblogd over de dekselse kwestie welke rivier naast de Rhône dat Eiland kan hebben omstroomd.

Weer andere passen vallen af omdat ze ronduit onpraktisch zijn. Wie de Montgenèvrepas vanuit het westen nadert, kan enkele kilometers voor de eigenlijke pas de hoofdweg verlaten en naar het noorden buigen. Ik weet dat zo goed omdat ik er zelf bijna verkeerd ben gefietst. Als ik dat had gedaan, zou ik hogerop zijn gekomen, langs een bergstroompjes oostwaarts hebben moeten gaan, over de onherbergzame Col de l’Alpet de bergen hebben moeten passeren en weer zuidwaarts moeten zijn gegaan om uiteindelijk even voorbij de Montgenèvrepas weer op de hoofdweg te komen. Daar zitten stukken bij met een helling van 30%. Het is niet aannemelijk dat Hannibal zo’n omweg van een kilometer of vijftien maakte om op 2447 meter een bergpas te nemen terwijl er ook een was op 1854 meter.

Vijf passen

Al met al gaat de discussie eigenlijk om vijf passen. Ze hebben allemaal hun verdedigers. De noordelijkste kandidaat, de Kleine Sint-Bernhardpas, is bijvoorbeeld de route waaraan Heinrich Kiepert, de grondlegger van de historische geografie, de voorkeur gaf, en ook Nobelprijswinnaar Theodor Mommsen.

De Mont-Cenis, ooit voorgesteld door Semmler, was de favoriet van Napoleon Bonaparte, de enige die zich over het vraagstuk heeft uitgelaten na zelf een ongemechaniseerd leger over de Alpen te hebben geleid. Hij zelf viel overigens Italië binnen over de Kleine Sint-Bernhard, zie hieronder.

David, Napoleon steekt de Alpen over

De Franse Hannibal-biograaf Serge Lancel koos voor een variant op de Mont-Cenis, namelijk de Col de Clapier. In feite is dat dezelfde route.

De Montgenèvre, de laagste van de vijf kandidaten, mocht rekenen op de steun van de Britse oudhistoricus Edward Gibbon, de Italiaanse oudhistoricus Gaetano De Sanctis, de Duitse oudheidkundige Eduard Meyer en de Britse tekenaar-krijgshistoricus Peter Connolly.

Gavin de Beer prefereerde de zuidelijkste pas, de Col de la Traversette. Dat is ook de pas waarover een paar jaar geleden een vreemd wetenschappelijk artikel verscheen. Het is onzin.

Verdeeldheid

Dissentiunt viri docti, om het ook eens deftig te zeggen, en die verdeeldheid der geleerden is niet zo vreemd. Alle onderzoekers beschikten allemaal over precies dezelfde twee bronnen, Polybios en Livius, die veel te vragen overlaten. De oplossing kan in principe alleen komen uit de archeologie, maar er zijn tot op heden geen Karthaagse militaire voorwerpen gevonden.

Die zullen er ook niet komen want verloren helmen of speerpunten zullen in de jaren na Hannibals tocht wel zijn weggenomen door passanten die het kostbare brons zagen liggen. Wat passanten niet meenamen, zal zijn weggespoeld door de eeuwig meanderende bergbeekjes, gevoed door smeltende sneeuw. En stel dat nog eens iemand een helm vindt, hoe stelt een archeoloog dan vast dat het gaat om een helm van een soldaat van Hannibal en niet om een Keltische krijger die in 225 v.Chr. de bergen over is getrokken of om het hoofddeksel van een soldaat uit het leger dat Hannibals broer Hasdrubal in 207 naar Italië voerde?

De archeologie heeft dit keer weinig te bieden en wie de afgelopen twee eeuwen onderzoek naar deze non-kwestie overziet, kan alleen constateren dat de onderzoekers mettertijd wat zuidelijker zijn gaan zoeken: waar in de negentiende eeuw de Kleine Sint-Bernhardpas en de Mont-Cenis de voorkeur hadden, is die in de loop van de twintigste eeuw verschoven naar de Montgenèvre en de Traversette.

De puzzel is welbeschouwd onoplosbaar. Maar het is wel een leuke puzzel en nergens staat geschreven dat je niet gewoon van het verleden mag genieten.

#Alpen #ColDeMontgenèvre #EduardMeyer #EdwardGibbon #Frankrijk #GaetanoDeSanctis #GavinDeBeer #Hannibal #HannibalInDeAlpen #HasdrubalBarka #HeinrichKiepert #JosiasSimmler #PeterConnolly #SergeLancel #TheodorMommsen

Hannibal en hannibalisme aan de Rhône

De Rhône bij Tarrascon

Ik heb wel vaker geschreven – sterker nog, ik schreef er een boek over – dat de vraag waar Hannibal over de Alpen is getrokken, niet alleen triviaal is, maar ook onbeantwoordbaar. Het bewijsmateriaal is te schaars en te ambigu. Grosso modo weten we alleen dat Hannibal vanuit Iberië oprukte over de Pyreneeën en door de Languedoc naar de Rhône. Die stak hij ergens over. Vervolgens marcheerde hij vier dagen stroomopwaarts naar een plek die “het eiland” heet, en daarvandaan marcheerde hij tien dagen tot het begin van de Alpen. Daarna begon een vijftien dagen tellende expeditie over de bergen, met gevechten op de weg naar boven en sneeuw op de weg naar beneden. Drie dagen vanaf het punt van aankomst lag Turijn. Op de Alpenpas was het mogelijk te bivakkeren, dus het was een wijde pas.

Nog één aanwijzing: een Romeins leger kon vanaf de zee in drie dagen de plek bereiken waar Hannibal de Rhône was overgestoken. Dit is alles wat we weten. Wetenschappers nemen al vijf eeuwen aan dat het gaat om de samenvloeiing van de Rhône en een andere rivier, wat mogelijk is, maar dankzij paleohydrologisch weten we dat er ook echte eilanden waren – dus we weten nu minder dan ooit. Omdat al  deze informatie overal in het landschap kan worden ingepast, is de puzzel waar Hannibal de Alpen overstak, principieel onoplosbaar.

Hulphypothesen

Dat wil niet zeggen dat er niet veel over is gespeculeerd. Ergerlijk veel zelfs. Daarover straks meer. Eerst Hannibal aan de Rhône. De simpelste verklaring is deze: hij volgde door de Languedoc de bestaande weg. Hij had haast en hij had al contacten met de lokale heersers, zodat hij kon opschieten. Die bestaande weg kennen we vrij goed, omdat de Romeinen die later verhardden (“Via Domitia”). Als deze redenering klopt, stak Hannibal van Beaucaire naar Tarascon de Rhône over.

De regio waar Hannibal de Rhône overstak.

Maar zo logisch is het niet. De locatie van de oversteek hangt immers samen met de andere locaties. Als Hannibal bijvoorbeeld over de Mont-Cenis is getrokken, dan moet de tiendaagse opmars naar de voet van de Alpen langs de Isère zijn geweest, moet het Eiland liggen bij Valence, en was de vierdaagse mars in noordelijke richting, beginnend bij Tarascon, ongeveer 140 kilometer lang. Dat is niet onmogelijk, maar ongeveer het dubbele van de normale snelheid van een antiek leger.

Vandaar dat de puzzelaars speculeren dat de plaats waar de bestaande weg de Rhône kruiste, destijds noordelijker lag. Of ze zeggen dat Hannibal haast had. Het is allebei mogelijk. Maar het betekent ook dat we hulphypothesen aan het invoegen zijn omdat we graag willen dat het Eiland bij Valence ligt en Hannibal over de Mont-Cenis trok.

Het is precies zo met dat andere stukje informatie: dat het Romeinse leger in drie dagen vanaf de zee kon oprukken naar de plaats van Hannibals Rhôneoversteek. Men rekent vanaf de monding van de Rhône of vanaf Marseille, omdat we weten niet waar de mars begon. Men gaat uit van korte afstanden omdat de soldaten door een moerassig gebied trokken, of juist van lange afstanden omdat ze haast hadden Hannibal te bereiken.

Hannibalisme

Kortom: wie de voorkeur geeft aan een noordelijke Alpenpas, plaats het Eiland noordelijk en dus de oversteekplaats noordelijk, en wie een zuidelijke Alpenpas prefereert, doet het omgekeerde. Waarom zou je je ook bekreunen om het feit dat de data te ambigue en schaars zijn, als je al weet dat Hannibal over de Alpen trok over de pas waar jij hem het liefst wil hebben?

Zoals gezegd: ik erger me. Ik begrijp niet waarom serieuze wetenschappelijke tijdschriften hun pagina’s openstellen voor speculaties waarop domweg geen antwoord mogelijk is en waarom wetenschappers (intelligente mensen toch? toch?) er hun tijd, energie en intellect aan verspillen. Zulke publicaties bewijzen dat het zelfreinigend vermogen van de wetenschap niet is wat het zou moeten zijn. Ik vraag me af waarom we op dit moment, nu de universiteiten onder vuur liggen, de universiteit moeten verdedigen.

O ja. De Fransen hebben natuurlijk als geen ander ervaring met dit kwakhistorische gespeculeer. Ze hebben hun bekomst van geschiedtheoretisch ongeschoolden. En ze hebben een nuttig woord verzonnen, niet alleen voor dit soort geneuzel, maar ook voor het verschijnsel dat mensen onbeantwoordbare vragen proberen te beantwoorden. Dat woord is hannibalisme, en ik zou willen dat het ook in ons taalgebied werd ingevoerd.

#Alpen #Hannibal #HannibalInDeAlpen #hannibalisme #hypotheseEnHulphypothese #paleohydrologie #Rhône #topografie #TweedePunischeOorlog #ViaDomitia

Hannibal in de Alpen - Mainzer Beobachter

"Hannibal in de Alpen" gaat over de Oudheid maar ook over de oudheidkunde en is het het spiegelbeeld van mijn boek over papyrologie.

Mainzer Beobachter
Societeit De Harmonie