De Arabische wereld na 1970

Protesten in Algiers (2019)

[Dit is het tweede blogje n.a.v. Roel Meijers vorig jaar verschenen Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het eerste blogje was hier.]

Na de dictatuur

Niet alle Arabische landen zijn republieken: Marokko, Jordanië, Saoedi-Arabië en de Golfstaten zijn monarchieën. Het sociaal contract in deze landen is met één woord te typeren: paternalisme. Koningen kunnen flexibeler opereren en zeker in de rijke Golfstaten hebben de overheden de mogelijkheid het klassieke sociale contract in stand te houden. Toen de Arabische Lente in 2011 aanbrak, kon die worden geabsorbeerd.

Voor de republieken lag dat anders. Als reactie op het falen van de autoritaire stelsels ontstond hier een nieuw islamitisch sociaal contract. Dit islamisme was geen terugkeer naar het oude pact, maar was gericht op het overnemen van het in de twintigste eeuw gegroeide staatsapparaat. Daarbij onderscheidt Meijer een maximalistisch programma en een liberaler, minimalistisch programma. Intrigerend is zijn observatie dat islamistische bewegingen zich ervan bewust waren dat ze de façadedemocratieën alleen konden omzetten in een beter systeem met westerse hulp.

Djedda

Het Arabische heden

De Arabische Lente begon in het voorjaar van 2011. De slagzinnen waren zó algemeen dat seculiere en islamistische partijen zich erin konden vinden: vrijheid, brood, rechtvaardigheid. En de overheid moest gewoon d’r werk eens gaan doen. Feitelijk greep men terug op de democratische ambities van na de Dekolonisatie. Meijer beschrijft het als een proces van zeven fasen, die bijna elk land doorliep, zij het niet in hetzelfde tempo: mobilisatie en eenheid, de eerste reactie van het regime, de verdeeldheid van het regime, de verdeeldheid van de sociale beweging, verkiezingen, stagnatie en repressie. Zelfs Tunesië, dat de democratische transitienoot Vaak gedefinieerd als een land waar de partij die na de eerste democratische verkiezingen de regering in handen heeft, na een latere verkiezing de macht vreedzaam overdraagt aan de oppositie. heeft weten te maken, is inmiddels terug bij af.

Meijers verklaring voor het falen van het nieuwe Arabische sociale contract is dat er teveel mensen waren (ambtenaren, soldaten, medewerkers van de veiligheidsdiensten…) die belang hadden bij het voortbestaan van de oude orde. De democraten hadden ook maar weinig competente leiders. Secularisten en islamisten konden bovendien samenwerken tot een bepaald punt, maar raakten daarna verdeeld.

Protesten in Beiroet (2019)

Gelukkig vormt deze mislukking niet het laatste woord. Meijer ontwaart een Tweede Arabische Lente in 2019, waarbij de opstandelingen hebben geleerd van de fouten van de Eerste Arabische Lente: ze wantrouwen het leger, ze schrijven niet voortijdig verkiezingen uit en zijn zich bewust van het gevaar van verdeeldheid. De tegenkrachten die ik noemde in de vorige alinea zijn er echter nog altijd, en helaas was er ook Covid-19.

Milities

Het laatste hoofdstuk van Meijers boek is het meest grimmig, en u raadt al waarover het gaat. Er zijn autoritaire staten zoals Algerije en Egypte; er zijn flexibele maar repressieve monarchieën; en er zijn conservatieve landen waar de overheid alleen een pact heeft met een klein deel van de ingezetenen. Hier functioneert de overheid nog. Elders, in wat Meijer de periferie noemt, nemen milities de macht over.

Op bezoek bij de Irakese Peace Company van Muqtada as-Sadr

Die milities zijn vaak sektarisch van aard, zoals de sjiitische Hezbollah in Libanon en de soennitische Islamitische Staat in Irak en Syrië. Andere verdedigen een regio, zoals in Libië, Koerdistan of Soedan. Ze halen hun inkomsten uit olie (Libië), smokkel en afpersing (Al Qaeda), of de verkoop van eten aan de onderdrukte bevolking (Hamas). Om draagvlak te behouden, moet tussen de militie en de bevolking op een of andere manier een nieuw sociaal contract ontstaan.

Hier is Hezbollah het beste voorbeeld: de beweging steunt op een gemarginaliseerde sjiitische bevolking, heeft een duidelijke ideologie, biedt de eigen leden bestaanszekerheid en is bereid tot samenwerking met andere groepen, zowel binnen Libanon als internationaal (“Axis of Resistance”). Door staatstaken als de medische zorg, onderwijs en nutsbedrijven over te nemen, wordt zo’n militie een alternatief voor de staat. Dat klinkt heel aardig, maar zulke strijdgroepen bestaan bij de gratie van de permanente staat van oorlog. In landen waar milities de macht overnemen, is grote sterfte onder de burgerbevolking en vluchten degenen die geen lid zijn van de militie. Als ze de kans al krijgen.

Basra

Aanrader

U merkt dat ik me heb beperkt tot een samenvatting van Meijers boek, maar ik heb er ook een oordeel over: dit is een aanrader. Mijn eigen ervaring in de Arabische wereld is dat ik er minder van begrijp naarmate ik er meer over lees en ik meer mensen spreek. Voor mij is het als met een foto waarop je inzoomt: je ziet steeds meer interessante details maar herkent het totaalplaatje niet langer. Het boek van Meijer biedt weer wat hoofdlijnen.

Natuurlijk ontbreken perspectieven. Zou een Irakees dit boek hebben geschreven, dan zou de nadruk wat meer hebben gelegen op de familiebanden tussen de diverse leiders, zoals de fascinerende As-Sadrs. Elk boek vertegenwoordigt de keuzes van de auteur, en de keuzes van Meijer zijn verhelderend. Hij toont dat dezelfde processen plaatsvinden in de drie door hem onderscheiden regio’s, en dat de daar al bestaande sociale, religieuze en geografische verschillen verklaren waarom de uitkomsten steeds anders zijn. Er zijn in de ogenschijnlijk verwarde geschiedenis wel degelijk patronen aan te wijzen.

Meijer ordent. Ik denk dat ik daarin de docent van de Radbouduniversiteit herken, want Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld is heel goed gestructureerd, en wel volgens het beproefde didactische principe dat je eerst vertelt wat je gaat vertellen, dat je het vervolgens vertelt en dat je tot slot, bij Meijer aan het einde van elk hoofdstuk, nog eens vertelt wat je hebt verteld. Als hij van een bepaald verschijnsel enkele aspecten wil noemen, geeft hij eerst aan hoeveel dat er zijn en nummert hij ze ook. Het boek eindigt met een overzichtelijke bibliografie. De opbouw is daardoor wat schools,  maar ik las zelden zo’n helder boek over zo’n complex, zo’n actueel en zo’n interessant thema.

[Full disclosure: Roel Meijer was een van de meelezers bij mijn boek over Libanon.]

#ArabischeLente #COVID19 #Hamas #Hezbollah #islamisme #MuqtadaAsSadr #RoelMeijer #SociaalContract

De Arabische wereld tot 1970

Cairo

Het is bijna 3000 kilometer van Aden naar Aleppo en ruim 5000 van Casablanca naar Kirkuk. Daar tussen liggen zeeën, steppen, bergen, woestijnen en rivieren. Er is rijk en arm, schatrijk en straatarm. Je hebt soennitische en sjiitische moslims, diverse soorten christenen, sefardische joden, druzen. De havensteden kijken naar de buitenwereld, andere mensen wonen op het platteland; op sommige plekken spreek je alleen gelijkgestemden, andere woonplaatsen zijn heterogeen. De Arabische wereld is heel gevarieerd.

En dat was de enige kanttekening die ik heb bij het mooie boek van historicus Roel Meijer, Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het is wat lastig te zien wat in een zó gevarieerd gebied het verbindende element is dat de gezamenlijke behandeling rechtvaardigt. Meijer erkent het probleem: hij begint zijn boek met het verdelen van de Arabische wereld in drie deelgebieden, namelijk de Maghreb, het Arabische Schiereiland en het Midden-Oosten. Maar wat er méér is dan de standaardtaal en een Ottomaans verleden dat deze gebieden verbindt, heb ik, om eerlijk te zijn, niet ontdekt.

Dat gezegd zijnde: wauw, wát een goed boek! In 335 bladzijden en vijftig pagina’s nawerk praat Meijer je bij over de geschiedenis van (als ik het goed heb geteld) achttien landen waarvan afgelopen week alleen Tunesië en Irak de Nederlandse kranten niet haalden.noot Vooruit, ik heb het alleen gecontroleerd voor de Volkskrant, maar het zal voor andere kranten niet heel anders zijn. De Arabische landen zijn voortdurend in het nieuws, en doorgaans om niet al te prettige redenen; als u de achtergronden bij de actualiteit wil begrijpen, is Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld verplichte literatuur.

Elite en middenklasse

Meijers verhaal spitst zich toe op de relatie tussen burger en overheid: het steeds wijzigende sociaal contract. Hij onderscheidt negen fases. De eerste daarvan was het traditionele islamitische sociale contract, zoals dat heeft bestaan in het Ottomaanse Rijk, waarin God een verbond had met de moslims, waarin regels bestonden voor de relaties tussen moslims onderling, en ook afspraken waren voor de relaties met niet-moslims. De negentiende-eeuwse hervormingen veranderden dat, en niet iedereen was daarmee gelukkig, al ontstond wel een klasse van schatrijke grootgrondbezitters die ervan profiteerde.

Het waterleidingsgebouw in Damascus, waar sinds 1918 een Arabische vlag moet wapperen.

Na de Eerste Wereldoorlog trokken westerse mogendheden de grenzen tussen de diverse Arabischsprekende landen. Het opleggen van een statische orde, zo anders dan het flexibele Ottomaanse systeem, was vanzelfsprekend een uiting van Europese macht en een onderdrukking van het Arabisch-eigene, maar Meijer wijst er terecht op dat de koloniale periode niet zomaar valt te typeren als een Europese overheersing. Ze valt beter te begrijpen als een pact tussen de westerse koloniale mogendheden en de Arabische elites. Dit hoofdstuk was in feite centrum-periferie-theorie voor arabisten.

Wat je ook over de koloniale tijd mag denken, er kwam modern onderwijs en de arbeiders konden zich organiseren. Er ontstond een middenklasse, die na de Tweede Wereldoorlog en de Dekolonisatie een nieuw sociaal contract voorstond en fundamentele hervormingen eiste: gelijke rechten, democratische vertegenwoordiging, antisektarisme en een eerlijker verdeling van de welvaart. Hoewel dit sociale contract nergens werkelijk succes heeft gehad, zijn de idealen sindsdien aanwezig gebleven.

Italiaanse koloniale architectuur in Tripoli

Dictatuur

De middenklasse was echter niet sterk genoeg en de stichting van de staat Israël verkleinde de speelruimte voor de politici in de nieuwe, seculiere republieken. Doorgaans was er een staatsgreep die een dictator aan de macht bracht, waarop een uitruil volgde: in ruil voor meer welvaart, gezondheidszorg, onderwijs en werkgelegenheid zag de bevolking af van politieke rechten. Het is dezelfde uitruil van civiele rechten tegen welvaart die eerder in de twintigste eeuw had plaatsgevonden in de Sovjet-Unie en Duitsland. Democratie was dan een façade.

Extra werkgelegenheid betekende in de Arabische wereld overigens vaak uitbreiding van de bureaucratie. “In feite zijn de enige burgers in de nieuwe staten de ambtenaren,” zoals Meijer het samenvat. Een baantje bij de overheid, met alle privileges en bescherming van dien, was de droom van elke Arabier. Ik herinner me een Egyptische beambte die lang op een feest bleef en op de vraag of hij niet eens naar bed moest, serieus antwoordde dat hij wel zou slapen op kantoor.

Mausoleum van de Tunesische leider Habib Bourguiba (Monastir)

De dictaturen verloren de controle toen in de jaren zeventig de globalisering inzette. De bureaucratieën bleken inert; maatschappelijke organisaties vulden de gaten die de overheid liet vallen; de informele economie groeide; de veiligheidsdiensten werden repressief. De overheden waren gedwongen tot liberalisering en moesten ambtenaren ontslaan, waardoor de onvrede groeide, waarop de overheden antwoordden met deelpacten met aparte sociale groepen. Steeds meer mensen vielen buiten de boot. Hier had ik wel een vergelijking met Iran en Turkije willen zien, of Henk Beckers Generaties en hun kansen, dat zo aardig beschrijft hoe de overheid in Nederland een deelpact sloot met de generatie die was geboren tussen 1945 en 1960.

[Wordt vervolgd. Full disclosure: Roel Meijer was een van de meelezers bij mijn boek over Libanon.]

#centrumPeriferie #Dekolonisatie #RoelMeijer #SociaalContract

Boekpresentatie

Even een blogje in de categorie “ijdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid en het najagen van wind”. De wind die ik najaag is concreet aards slijk, maar daarover zo meteen meer.

Gisteren mocht ik in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden mijn boek over de geschiedenis van Libanon ten doop houden. Meestal bestaan dat soort ceremonies uit een toespraakje of een stukje voorlezen door de auteur, uit een vragenrondje, en uit de overhandiging van een “eerste exemplaar” aan iemand die dan eveneens een toespraakje houdt. Daarna gaat de auteur ergens zitten om verkochte exemplaren te signeren. Eerlijk gezegd houd ik er niet van. Die vorm had ooit zin, toen mensen nog goede feestredes wisten te houden, toen degene die het eerste exemplaar kreeg een Voornaam Persoon Die Het Beleid Kon Verbeteren was. Maar zo iemand ken ik niet. En het is wat raar om als auteur te vertellen wat mensen beter in je boek kunnen lezen. Wat mij betreft heeft de vorm zichzelf overleefd.

Ik probeer daarom meestal om er iets te maken dat meer tot de verbeelding spreekt, en dit keer had ik twee sprekers uitgenodigd die over Libanon inhoudelijk iets anders konden vertellen dan ik. Dat waren Carolien Roelants, die u misschien kent van haar boeken of van de column in het NRC Handelsblad, en Roel Meijer van de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Zij zouden de avond zeker op een hoger plan brengen.

Alle begin is moeilijk

Ik wilde ontspannen aankomen en besloot naar Leiden te fietsen. Ik maak het tochtje langs de Westeinderplas regelmatig en kom dan prettig vrij van muizenissen aan. Maar gisteren moest het echt komen uit het eelt van m’n tenen. Ik was uitgeput.

Enfin. Er was een livestream voorzien en het leek me leuk vooraf een Powerpoint-carrousel te draaien waarin ik foto’s toonde van de Libanezen die me hebben geholpen, met een bordje “thanks” erbij: mensen als de Françoise die hier onlangs blogde, journalist Michael Young, mijn vriendinnen Maya en Miriam, een bevriend echtpaar… Die carrousel leek me voor hen een fijn begin, omdat het niet aannemelijk was dat ze de hele Nederlandstalige bijeenkomst zouden uitzitten. Om een of andere reden lukte het echter niet de carrousel te laten draaien, maar de goede mensen van het museum wisten gelukkig wel de presentaties van de gastsprekers te laden.

Ondertussen kwamen de gasten binnen. Ik stond ze, voor 45% uitgeput en voor 45% bezig met de projectie, voor 10% te woord en was dus niet helemaal bij de les. Het werd echter gezellig druk en ik zag mijn boek voor het eerst liggen.

Carolien Roelants

De sprekers

Mijn redactrice, Janna Willems, heette iedereen welkom, en daarna sprak Carolien Roelants. Die vertelde hoe een klein land als Libanon nogal eens problemen importeert die eigenlijk in het buitenland zijn ontstaan, zoals het Sykes-Picot-verdrag, waarmee Frankrijk en Groot-Brittannië het Ottomaanse Rijk opdeelden, waarna Frankrijk begon zijn mandaatgebied te verdelen om het makkelijker te kunnen beheersen. De hele twintigste eeuw hadden buitenlandse mogendheden grote invloed op dat kleine Libanon. Veel is er sindsdien niet veranderd: nog niet zo lang geleden zegde de EU geld toe voor het herstel van Libanon, onder voorwaarde dat er geen vluchtelingen naar Cyprus zouden varen.

De tweede spreker, Roel Meijer, had het over de recente Libanese export: Hezbollah. De organisatie, die je kunt typeren als een militie en als een politieke partij, kon alleen ontstaan in een land met een zwakke regering: Hezbollah kon in 1990 haar wapens behouden omdat ze de zuidgrens beschermde, wat na de Burgeroorlogen geen enkele andere partij kon doen. De laatste jaren had Hezbollah mede daardoor grote invloed op het land, en inmiddels zijn er allerlei van dit soort organisaties actief: in Syrië, in Irak, in Libië, in Soedan, in Jemen.

Interessant detail: hoe Iran, dat in de oorlog met Irak leerde dat je geen oorlog in eigen land wil hebben, die milities gebruikt als voorwaartse verdediging van het thuisland. Dat van Hezbollah en Hamas weinig dreiging meer uitgaat, en dat een Israëlische aanval op het Iraanse thuisland niet meer uit te sluiten viel, las u vanmorgen in uw ochtendblad.

Roel Meijer

Welgemanierdheid

Kortom, ik had twee goede sprekers, die ik hier graag nog even bedank. Er waren nog wat vragen; en ik kon zelf afronden met de opmerking dat weliswaar nogal wat politiek en misère de revue waren gepasseerd, maar dat Libanon desondanks een mooi land is en dat althans ik er iets heb geleerd over voorkomendheid en welgemanierdheid. Niet dat ik altijd voorkomend en welgemanierd ben; ik ben nou eenmaal opgegroeid als botte Hollander.

Sprekend over Libanese welgemanierdheid: tijdens de signeersessie ging mijn telefoon – een berichtje uit Libanon waaruit bleek dat een van mijn vrienden daar tot het einde naar de livestream was blijven kijken. Ik weet niet of ik zo lang zou hebben gekeken naar een lezing in het Arabisch.

Het slijk der aarde

Tot zover mijn ijdelheid. Nu het najagen van wind. Nog even iets over het slijk der aarde.

Het boek kost 22 euro en daarvan gaat het auteursaandeel, dat is 10%, via Cordaid naar Catholic Relief Services in Libanon. Ik ga hier niet opsommen waarom het geld daar zo hard nodig is (u leest het slothoofdstuk van mijn boek maar), maar ik hoop dat u het boek wil kopen. De kiesheid gebiedt dat ik niet zelf zeg dat het een goed boek is, en ik erken dat ik geen Arabisch spreek, maar verschillende meelezers hebben eveneens gezegd dat het een goed boek is, en ik kreeg gisteren diverse keren te horen dat het mooi was geïllustreerd.

Dus, lieve mensen, koop dat boek nou effe.

#boek #boekpresentatie #CarolienRoelants #Hezbollah #Libanon #LibanonEenKorteGeschiedenis #RoelMeijer #SykesPicot #vanitasVanitatum

Libanon met livestream

Spoorwegstakingen zijn nooit leuk. Niet voor de reizigers, niet voor de stakers (die doorgaans gerechtvaardigde eisen hebben) en niet voor de directie. Maar soms zijn er leuke gevolgen. Zoals deze week.

Het kan u niet zijn ontgaan dat de vakbonden voor aanstaande donderdag een staking aankondigden in het oosten en noordwesten van Nederland. Eerlijk gezegd was ik danig uit mijn humeur, want ondanks al mijn sympathie voor de stakers (die immers doorgaans gerechtvaardigde eisen hebben) zou het moeilijk voor me zijn om naar Leiden te komen, waar donderdagavond de presentatie plaatsvindt van mijn boek over Libanon.

Maandag was het Tweede Pinksterdag en viel er niks te doen, zodat uitgeverij Omniboek, het Rijksmuseum van Oudheden en ik pas gisteren konden denken over een oplossing. Er was dus wat nerveus geapp, gemail, getelefoneer. Een livestream leek mogelijk, bleek toen weer niet mogelijk, maar was uiteindelijk wel mogelijk. Dus anders dan ik eerder schreef, is die er wel.

En daarmee ben ik blij. Want zo kunnen ook mijn zus op Curaçao en vrienden in Beiroet en Antwerpen, Terneuzen, Enschede en Oude Pekela luisteren naar een lezing van Roel Meijer (Radbouduniversiteit) en Carolien Roelants (NRC Handelsblad). En ook u kunt luisteren – via deze link. Wel even met die link aanmelden.

Het boek zelf bestelt u met deze link; als u in de buurt van Leiden bent, kunt u gewoon aan komen waaien (maar schrijf u even in); en ook als u niet in de buurt van Leiden bent, is dat mogelijk, want bij nader inzien is er toch geen spoorwegstaking. Eind goed, al goed: de treinen rijden én we hebben een livestream. Ik had niet gedacht ooit nog eens zo positief over de Nederlandse Spoorwegen te kunnen schrijven.

De opbrengst van het boek is geoormerkt voor Cordaid, dat er zorg voor zal dragen dat het geld aankomt bij Catholic Relief Services in Beiroet. Al eerder is er via Home Academy een donatie gedaan wegens deze cursus over de geschiedenis van Libanon.

#boek #CarolienRoelants #LibanonEenKorteGeschiedenis #RoelMeijer