De Thraciërs (3)

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

[Dit is het derde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Perzische tijd

In mijn vorige blogje noemde ik de Perzische aanwezigheid in Thracië. Die begon toen koning Darius I de Grote de Bosporus overstak, een gebeurtenis die meestal wordt gedateerd rond 516 v.Chr. Zijn leger rukte op naar de Donau, waar de Geten weerstand boden maar werden onderworpen.noot Herodotos, Historiën 4.93. Daarna staken de Perzen de rivier over voor een campagne tegen de Skythen, waar we helaas weinig van begrijpen. Wat we wel begrijpen is dat een deel van de Thraciërs vanaf nu deel uitmaakte van het Perzische Rijk. Ze staan afgebeeld op de Apadana-reliëfs uit Persepolis en worden genoemd in diverse teksten.

De heuvel van Eïon, bij een riviermonding aan de Egeïsche noordkust, was de residentie van de bestuurder van de Perzische bezittingen in Europa. Deze versterking is in gebruik gebleven tot 476/475, toen de Atheners haar innamen. De Perzische aanwezigheid in Thracië duurde dus ongeveer veertig jaar, maar er is weinig over bekend, althans aan mij. Ik lees dat lokale vorsten daarna de macht overnamen, wat vooral blijkt uit de munten waarmee ze hun autonomie onderstreepten. Zoals ik al opmerkte, was het Odrysische koninkrijk, gelegen in het zuidoosten, in de vijfde eeuw het meest opvallend. Onze voornaamste bron, Herodotos, lijkt vooral dit gebied te beschrijven,noot Herodotos, Historiën 5.3-8.  al wekt hij de indruk ook de Geten te hebben bezocht. De Odrysen hadden goede relaties met de Atheners en de Krim.

Een Thracische vaas met afbeeldingen van wilde dieren (Metropolitan Museum, New York)

Staatsvorming

Na het midden van de vijfde eeuw krijgen we zicht op de geschiedenis van Thracië. We kennen de namen van de koningen van de Odrysen: eerst een Teres, dan een Sitalkes en vervolgens, na diens gewelddadige dood in een oorlog tegen de Triballiërs, zijn neef Seuthes I (r.424-410). Daarop volgden andere heersers, zoals Seuthes II, bij wie de Griekse huurlingenleider Xenofon de winter van 401/400 doorbracht. Dit was geen stamsamenleving meer, dit was een staat, een koninkrijk. De residentie van de koningen zal zijn geweest in het gebied dat nu bekendstaat als de Vallei van de Thracische Koningen, waar zo’n 1500 grafheuvels zijn geïdentificeerd. De meeste zijn nog niet onderzocht.

Thracische rhyton uit de Borovo-schat (Archeologisch Museum, Ruse)

Die vallei ligt aan de zuidelijke kant van het Balkangebergte. Ook aan de noordelijke zijde ontstonden vroege staten, al zijn die slechter bekend, en kan het gaan om gebieden die door de Odrysen werden beheerst. Dat laatste wordt gesuggereerd door een inscriptie op een drinkbeker uit de Borovo-schat, die is gevonden in het gebied van de Geten aan de Donau: de beker is een geschenk van de Odrysische vorst Kotys I (r.383-359) aan een Getische leider. Minimaal waren de contacten hartelijk, mogelijk was er een gezagsverhouding.

De Letnitsa-schat, feitelijk het beslag van een paard, is wat verder stroomopwaarts gevonden en heeft een wat traditionelere beeldentaal. Ze toont dat de edelsmeedkunst ook hier op een hoog niveau stond, wat suggereert dat er een vorst was die de smid in dienst kon nemen.

Paardenbeslag (Letnitsa-schat, Regionaal Historisch museum, Lovech)

De Macedonische overheersing

Na ruim een eeuw, waarin de Odrysische dynastie haar macht had kunnen uitbreiden over grote delen van Thracië, was er ineens een dramatische ommekeer in de geschiedenis van de regio. In het westen lag Macedonië, dat tot dan toe te verdeeld was geweest om een grote politieke rol te spelen. Dat veranderde echter met de troonsbestijging van koning Filippos II (r.359-336), die een agressieve politiek voerde ten opzichte van zijn op dat moment verdeelde oosterburen.

We kunnen drie oorlogen onderscheiden: de eerste van 357 tot 351, een tweede van 342 tot 340, met daar tussenin een korte campagne in 346 om te verhinderen dat Athene voet aan de grond kreeg. De stichting van Filippoi en Filippopolis in het gebied van de Bessers, het huidige Plovdiv, maakte duidelijk dat de Macedoniërs waren gekomen om te blijven.

Thracische helm (Archeologisch Museum, Sofia)

Filippos onderwierp ook de gebieden ten noorden van de Balkan en bereikte de Donau, waar zijn zoon en opvolger Alexander de Grote enkele jaren later, in 335, overheen trok. Als zijn tegenstanders worden Triballiërs en Geten genoemd. Alle vier grote Thracische groepen waren nu aan de Macedoniërs onderworpen, en we horen regelmatig van Thracische cavalerie tijdens Alexanders oostelijke veldtocht. Een groep Thraciërs werd achtergelaten als garnizoen in het verre Indusland.

Na de dood van Alexander had de Macedoniër Lysimachos over Thracië moeten heersen, maar inmiddels waren op allerlei plaatsen opstanden uitgebroken: India was al voor Macedonië verloren gegaan tijdens de regering van Alexander, de gedemobiliseerde soldaten in Sogdië (zeg maar Oezbekistan) wilden terug naar Europa, de Griekse stadstaten rebelleerden en ook de Odrysen schudden het juk af. Lysimachos slaagde er niet in de Odrysische leider Seuthes III te overwinnen.

[Wordt vanmiddag vervolgd]

#AlexanderDeGrote #Athene #Bessers #BorovoSchat #DariusIDeGrote #Filippoi #FilipposII #Geten #HerodotosVanHalikarnassos #KotysI #LetnitsaSchat #Lysimachos #Odrysen #Persepolis #Plovdiv #SeuthesI #SeuthesII #SeuthesIII #Sitalkes #TeresI #Thracië #Triballiërs #ValleiVanDeThracischeKoningen #Xenofon

Toerist in Madrid (2)

De krant van vandaag

We stonden in de lift van het hotel, naar beneden, naar het ontbijt. Halverwege stopten we; twee mensen stapten in; en het gesprek ging meteen over het treinongeluk dat gisteravond heeft plaatsgevonden in de buurt van Córdoba. Uiteraard konden de vier toeristen in de lift niet méér zeggen dan dat het verschrikkelijk was, maar het zette de toon van de dag. De vlaggen hingen overal in Madrid halfstok, de kranten openden ermee, je hoorde mensen erover spreken.

Almudena

Wij zelf – ik herneem mijn narcistische winterfeuilleton – waren vooral lang aan het wandelen. Van ons hotel bij het Atocha-station naar de Puerta de Toledo en daarvandaan naar de Almudena-kathedraal. Dat is de oudste christelijke gebedsplaats, maar het is bepaald niet het mooiste gebouw van Madrid. Sterker nog, het representeert een katholicisme waar ik me heel erg ongemakkelijk bij voel. Vóór de kerk staat het beeld van een paus waarvan ik me de naam niet wens te herinneren, de deur is voorzien van een reliëf waarop de koning staat afgebeeld (zoals bekend is het woord van God opvallend vaak dat van de powers that be), binnen is een kapel gewijd aan Josemaria Escrivá en in de crypte is het graf van de dochter van Francisco Franco. Er was ook een beeld van Christus als dakloze, waar de bezoekers aan voorbij liepen.

Christus als dakloze

Even verderop is overigens een flinks stuk te zien van de Arabische stadsmuur. Het parkje was afgesloten maar ook daarbuiten waren bordjes met uitleg over het ontstaan van Majrit, wat zoiets betekent als “plek waar water is te vinden”. Dat Madrid en water iets met elkaar van doen hebben, blijkt ook wel uit het feit dat in het Retiropark een mooie noria staat: een door een trekdier aangedreven rad waarmee water wordt opgepompt.

Prado

We zijn vandaag ook in het Prado geweest, wat overigens is afgeleid van het Latijnse pratum, “weide”. In het Arabisch is het bardo, en zo hebben de gelijknamige musea in Tunis en Algiers met het Madrileense musea ook de naam gemeen. Het Spaanse museum heeft een fenomenale collectie oude meesters, en een beetje sculptuur. Ik was al eens eerder op zoek geweest naar de buste van de Griekse auteur Xenofon, maar had toen de pech dat de afdeling gesloten was. Dit keer was de afdeling open, maar er geldt een absoluut verbod op fotografie, dus ik kan u het portret niet tonen. Jammer, want het is een vrijwel uniek stuk. Er is wel een fantasieportret uit Afrodisias, maar het portret in Madrid is denkelijk wel accuraat.

De beeldhouwer lijkt te zijn vergeten dat Cervantes maar één arm had

Dat absolute fotoverbod is overigens voor één keer begrijpelijk. Door toeristen gemaakte foto’s zijn natuurlijk de beste manier om de culturele missie van een museum extra bereik te geven, maar in het Prado is voor fotografie eigenlijk net iets te weinig ruimte (of te veel bezoekers). Los daarvan wil je niet hebben dat mensen selfies staan te maken of TikTokdansjes doen voor pakweg de Tuin der Lusten. (Overigens zagen we wat Tiktokdansers voor de Almudena-kathedraal, en het moet gezegd dat de vijf ballerina’s het goed ingestudeerd hadden.) Het Prado biedt voor weinig geld wel een fantastische catalogus aan, waarvan we er meteen maar twee hebben meegenomen.

Wie in een schilderijenmuseum meer dan drie doeken bekijkt, beledigt natuurlijk de schilderkunst, maar we hebben het toch maar een wandeling gemaakt langs Fra Angelico, Rogier van der Weyden, Hans Memling, Albrecht Dürer, Jeroen Bosch (die hier El Bosco heet) en Diego Velázquez. Van Francisco Goya had ik bij mijn vorige bezoek drie doeken bekeken, en daar hebben we weinig aandacht aan besteed; aan El Greco des te meer. Er waren ook schilderijen van Rafaël, Rubens en Rembrandt, en nog een hele batterij kunstenaars wier naam niet met een R begint, maar de selectie die we konden bekijken, was al veel te veel.

Zonsondergang bij de tempel van Debod

Er was een expositie over Anton Raphael Mengs. Dat vind ik geen mooie schilder, maar wel een heel interessante. Toen ik onlangs een lang weekend doorbracht in Dresden, ben ik hem toch wel gaan waarderen. Eigenlijk had ik die expositie best willen bezoeken, maar na de selectie uit het aanbod waren we te moe om nog meer op te nemen.

Morgen: Toledo.

#AlmudenaKathedraal #AntonRaphaëlMengs #ElGreco #FranciscoFranco #JosemariaEscrivá #katholicisme #Madrid #Prado #Xenofon

Klassieke geschiedschrijvers

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Archeologisch Museum, Cherchell)

Ik heb weleens geblogd over een boek dat je in je hotelkamer zou willen vinden, vol hoogtepunten van de Nederlandse literatuur. Met een vertaling ten behoefte van degenen die onze mooie taal niet machtig zijn. Zeg maar een soort Gideons’ Bible maar dan bomvol bijzondere verhalen en gedichten. Het lijkt me fijn voor toeristen om iets verrassends te lezen uit het land ze verblijven.

Ik moest aan dat idee terugdenken toen iemand me laatst vroeg wat je zou kunnen lezen om een beeld te krijgen van de klassieke geschiedschrijving. Geinige vraag eigenlijk.

Herodotos

Om te beginnen: Herodotos. Ik zou twee stukken nemen. Het eerste is het verhaal van de slag bij Thermopylai (7.201-234). Veel klassieker krijg je het niet. De tekst is echter ook interessant.

Herodotos schrijft immers vanuit het perspectief van een soldaat, waardoor de tekst na vijfentwintig eeuwen nog altijd overtuigt. Hier is geen officier aan het woord die begrijpt wat er gaande is, dit is een verhaal over verwarring. Het blijft onduidelijk waarom sommige Griekse contingenten weg gingen van thermopylai en anderen niet. Waren er versterkingen in aantocht? De man in het veld weet het niet. Die kijkt naar wie dapper vocht. En dan zien we ineens Herodotos de literator, die een homerisch beeld gebruikt om moed te prijzen.

Thermopylai helpt ook om uit te leggen dat Herodotos meer dan één bron hanteert. We zien de onderzoeker aan het werk. Die zien we ook in het tweede fragment dat ik zou opnemen in het hotelkamerboek der klassieke geschiedschrijving: zijn bewijs dat de bewoners van Kolchis komen uit Egypte (2.104-106). Herodotos biedt vier argumenten die weliswaar alle vier onjuist zijn, maar wel tonen dat hier een kritische geest aan het werk is.

Andere Griekse teksten

In dit overzicht van klassieke geschiedschrijvers komen we nu bij Thoukydides. Er valt niet aan te ontkomen. We willen echter niet wéér een veldslag of andere menselijke ellende. Dus niet die tyfusepidemie in Athene. Thoukydides’ redevoeringen zou ik ook maar laten wat ze zijn. Ze veronderstellen teveel kennis van specifieke situaties. Waarmee we automatisch uitkomen op de observaties over veranderende taal (3.82-85) die volgen op Thoukydides’ beschrijving van de revolutie op Korkyra.

Nu komen we bij Xenofon. Leuke auteur, maar laten we dan ook een leuke tekst doen. We vermijden het geweld. Iets uit De jeugd van Cyrus dus maar.

Als verrassende keuze die in geen bloemlezing mag ontbreken, nemen we de  integrale Indike van Arrianus. Dat is een samenvatting van wat Nearchos, de admiraal van de vloot van Alexander de Grote, schreef over de Indusvallei en de terugvaart naar Babylonië. Er zit wat geweld in, maar het is een tekst die wat meer bekendheid verdient.

Polybios is geen bloemleesbare auteur. Hij is wel boeiend, maar heeft vaak veel woorden nodig om zijn punt te maken. Het hele zesde boek, waarin hij uitlegt waarom het uitgerekend Rome was dat de Mediterrane wereld verenigde, is te veel.

Latijnse teksten

Ook aan Julius Caesar valt in een overzicht van klassieke geschiedschrijvers niet te ontkomen. Hij is toegankelijk en interessant, maar ook humorloos en eenzijdig. Als er dan toch een veldslag gekozen moet worden, zou ik de ondergang van het Veertiende Legioen nemen (6.26-37). Het verhaal van Ambiorix is niet het slechtste en je vermijdt tenminste dat Caesar zichzelf in het zonnetje zet. De digressies over de gewoontes van de Galliërs en de fauna van de Germanen zouden ook kunnen.

Ik aarzelde over Caesars militaire beschrijvingen, omdat ik denk dat Velleius Paterculus, als we dan toch nog een veldslag nodig hebben, voor een lezer in de Lage Landen interessanter is. De slag in het Teutoburgerwoud (2.117-120) is echt indrukwekkend, vooral omdat Velleius Paterculus de betrokkenen heeft gekend en bereid is de propaganda van keizer Augustus tegen te spreken. Deze tekst contrasteert dan mooi met een selectie uit Tacitus’ Germania. Verder moeten we uit Tacitus maar een verhaal nemen over de ondergang van deze of gene senator. Keuze genoeg.

Appianus

Ik rond af met Appianus van Alexandrië. Van de klassieke geschiedschrijvers (voor zover overgeleverd), is hij is de enige met oog voor sociale verhoudingen als oorzaak van het historisch proces. Zijn causaliteitsbegrip is modern.

Onze hotelbloemlezing bevat dus het begin op van de Burgeroorlogen om een belangrijk punt te maken: dat er geen Griekse en Romeinse historici zijn geweest in onze zin van het woord. We maken onderscheid tussen chemie en voorwetenschappelijke alchemie, tussen astronomie en voorwetenschappelijke astrologie. Voor de voorwetenschappelijke bestudering van het verleden hebben we geen woord. Door Appianus te presenteren als zestien eeuwen zijn tijd vooruit, toon je weliswaar dat de klassieke geschiedschrijvers geen wetenschappers waren, maar eindigt onze bundel positief en doet de hotelbloemlezinglezer goed geluimd de ogen toe.

#Ambiorix #antiekeGeschiedschrijving #Appianus #Arrianus #digressie #HerodotosVanHalikarnassos #JuliusCaesar #KlassiekeGeschiedschrijvers #klassiekeLiteratuur #Kolchis #MarcusVelleiusPaterculus #Nearchos #PubliusCorneliusTacitus #slagBijThermopylai #Thoukydides #Xenofon

Tweeënzeventig uur Spanje (3)

San Clemente, Segovia

In mijn voorvorige blogje vertelde ik dat ik naar Spanje was gegaan voor het Hay Festival in Segovia, en in het vorige blogje beschreef ik het vraaggesprek. De dag erna, afgelopen zaterdag, ben ik naar Madrid gegaan, omdat ik dolgraag het Museo de América wilde bezoeken, dat vlakbij het busstation Moncloa is. Mijn bus ging niet al te vroeg, dus ik had tijd om langs enkele romaanse kerkjes in Segovia te lopen, die allemaal de narthex bleken te hebben aan de zijkant in de plaats van de voorkant.

De bus naar Madrid zat behoorlijk vol met Duitse pelgrims die op weg waren naar Santiago de Compostela, wat me nogal verbaasde, omdat het heiligdom de andere kant op was. Even verbazingwekkend was de jonge vrouw naast me in de bus, die tekeningen zat te maken op een tablet en bij aankomst een compleet stripverhaal had vervaardigd.

De Madrid-stèle

Museo de América

Over het Museo de América, dat meer heeft te bieden dan alleen de collectie precolumbiaanse kunst waarvoor ik kwam, zal ik nog eens bloggen. Er is veel over te vertellen en bijna allemaal positief. Het enige nadeel is dat alle uitleg en het volledige aanbod in de museumboekhandel Spaanstalig is; ik had graag een Engelse catalogus aangeschaft. Ik ben er vrij lang gebleven. Het topstuk is de Madrid-codex: net als de Dresden-codex (waarover ik twee weken geleden schreef) een echt Maya-boek. Ik kan nu claimen dat ik in tien dagen de helft van alle overgebleven Maya-literatuur heb bekeken.

Ik wandelde door naar de Tempel van Debod, een Egyptisch gebouwtje dat, net als “onze” Tempel van Taffeh, door de Egyptische overheid cadeau is gedaan als dank voor archeologische hulp bij de aanleg van de Aswan-dam. Het was vrij druk en de bewaker zei dat ik later moest terugkomen, wat ik niet meer heb gedaan.

Madrid

Een vriendelijke mevrouw van de ambassade had me gezegd dat ik zeker langs het Koninklijk Paleis moest wandelen, maar ze zal niet hebben geweten hoe goed dat advies was. Een paar maanden geleden blogde ik over Spanje in de Late Oudheid, en toen noemde ik ook vorsten als Eurik, Leovigild en Pelagius. Er bleken standbeelden van deze heren voor het paleis te staan, die mooi demonstreren hoe Spanje een geschiedbeeld had (of heeft) waarin er culturele continuïteit is van Visigotisch Iberië via de Asturische leider Pelagius naar de middeleeuwse koninkrijken.

Pelagius van Asturië

Via de Plaza de la Villa en de Plaza Mayor en door de Barrio de las lettras bereikte ik de laatste bestemming van de dag: het Prado. Ik hoopte de buste van Xenofon te zien, maar de sculptuurafdeling bleek gesloten. Ik was al wat moe, maar ik denk dat ik het ook anders geen fijn museum zou hebben gevonden. Je koopt kaartjes in het noorden, moet naar een ingang in het oosten en kan je bagage in bewaring geven op de eerste verdieping in het zuiden. Zo schept het museum zogeheten B-bewegingen: verplaatsingen die nodig zijn om de eigenlijke verplaatsingen te maken, zoals auto’s die, na de eigenlijke rit, rondrijden op zoek naar een parkeerplaats. Teveel B-bewegingen in een museum dragen bij aan onaangename drukte. Ik heb het bezoek aan het Prado dus beperkt tot drie schilderijen van Francisco Goya. (Meer dan drie doeken bekijken in een museum is sowieso een belediging van de schilderkunst.)

Een rumoerige bus bracht me terug naar Segovia. Ik moet nu aan “name dropping” doen en schrijven dat ik die avond dineerde met iemand uit de familie De’ Medici, en dat we spraken over literatuur, de eenzijdige aandacht voor Engelse publicaties en over onze uitgevers. En die opmerking doet me denken aan de autobiografie van Casanova, die eindeloos schrijft over zijn conversaties met de Europese aristocraten met wie hij placht te souperen.

Geestelijk welbevinden

Ik wilde het zaterdag niet te laat maken, want mijn hoofd zat nog vol Madrileense indrukken, en wandelde terug naar het hotel. Een boekhandel had als opschrift op de gesloten rolluiken dat wie veel leest en veel reist, veel ziet en veel weet: een citaat van Don Quichot, en we weten allemaal wat het vele lezen bij die weergaloze ridder heeft aangericht. Ik hou van de zelfspot dat een boekhandel de klanten wijst op de gevaren voor het geestelijk welbevinden.

Zondagmorgen nam ik afscheid van Jan-Willem, reisde ik terug naar Madrid en vloog ik naar Nederland. Alles bij elkaar ben ik iets meer dan tweeënzeventig uur in Spanje geweest. Elk buitenland heeft weer andere buitenlanden: in Dresden merk je dat je bij Tsjechië en Oostenrijk bent, in Spanje realiseer je je dat voor Spanjaarden Zuid-Amerika heel nabij is. Het helpt je om je eigen wereldje wat te relativeren. Dit bezoek was even kort als waardevol.

#debod #franciscoGoya #madrid #museoDeAmerica #prado #santiagoDeCompostela #segovia #spanje #taffeh #vanitasVanitatum #xenofon

Tweeënzeventig uur Spanje (2)

De IE-Universiteit te Segovia

In mijn vorige blogje vertelde ik dat ik was aangekomen op het Hay Festival in Segovia, waar ik zou worden geïnterviewd over de bestrijding van misinformatie. Het gesprek zou plaatsvinden in een zaal in de IE Universiteit en worden ingeleid door de Nederlandse ambassadeur in Spanje. Na een kop koffie bij een prachtig uitzicht over het dal van de rivier de Eresma, gingen we naar de zaal waar het vraaggesprek zou zijn. Ik vertel hieronder weinig dat de vaste lezers van deze blog niet al kennen, maar als u daarnaast mijn steenkolen-Engels eens wil beluisteren en er abonnementsgeld voor over hebt, dan kunt u het via deze pagina vinden.

Desinformatie

De ambassadeur leidde het in en daarna passeerden diverse onderwerpen de revue. Zo gingen we in op het ontstaan van slechte informatie doordat academici niet voldoende weten van het werk van hun collega’s, wat ik illustreerde aan de onbezonnenheid waarmee de Sapfo-fragmenten zijn gepubliceerd, becommentarieerd en geretraheerd. Er zijn volop mensen die onwetenschappelijk geblunder herkennen, en dat is een voorname oorzaak van wetenschapsscepsis. Minder vaak, maar opvallender, komt desinformatie voort uit politieke of religieuze agenda’s.

De efficiëntste manier om desinformatie te bestrijden is verhinderen dat ze überhaupt aandacht krijgt. Tegen kwaadwillendheid is natuurlijk geen kruid gewassen, maar je kunt er wel voor zorgen dat mensen zich niet laten meeslepen, en daarbij is cruciaal dat ze al weten (of in een vroeg stadium kunnen ontdekken) wat wetenschappers weten en waarom. Als je bijvoorbeeld pas gaat uitleggen waarom vaccinaties werken nadat mensen hebben besloten dat ze gevaarlijk zijn, is het te laat om sceptici nog te overtuigen. Sterker nog, ze gaan dan ook de wetenschappelijke methode wantrouwen: het beruchte backfire-effect.

Proactief informeren

Kortom, je moet misinformatie en desinformatie vóór zijn en gelukkig zijn sommige zaken voorspelbaar, zoals de claims over Jezus vlak voor Kerstmis. Een ander mechanisme dat in het vraaggesprek aan de orde kwam is dat bad information drives out good: terwijl dankzij digitaliseringsprojecten verouderde inzichten voor iedereen bereikbaar zijn, verbergen de universiteiten hun inzichten achter betaalmuren. Als voorbeeld noemde ik het Jezusmythicisme; Jan-Willem lichtte voor het publiek nog even toe dat dit ging over de historische Jezus, een nuance die in Nederland vanzelf spreekt, maar waarvan ik niet had bedacht dat die bij een breder publiek weleens minder bekend kon zijn. En een laatste mechanisme: de journalistieke onderschatting van het publiek. Wetenschapsjournalisten geven perfect informatie over pakweg de zwaartekrachttheorie van Verlinde, maar lopen met een boog om de hermeneutische implicaties van de DNA-revolutie, terwijl dat echt geen ingewikkelder thema is. Doordat journalisten liever over oudheidkundige trivia schrijven, laten ze het vak triviaal lijken.

Journalistieke luiheid was, als ik me goed herinner, een van de take-aways waarmee we afrondden. Het belang van kennis van andere vakterreinen en de urgentie te komen tot open access kwamen in de eindsamenvatting eveneens aan de orde, en die onderwerpen keerden terug in de vragen uit het publiek, die na afloop weer naadloos overgingen in het gesprek in de wandelgangen. Ik sprak er onder andere een Ierse economisch historicus die ik kon wijzen op het werk van mijn oud-docent Bert van der Spek.

Niet veel archeologen zullen college hebben in een zaal met een twaalfde-eeuwse fresco. (Een fresco met hetzelfde model is te zien in het Metropolitan Museum in New York.)

Een middag in Segovia

De ambassadeur trakteerde ons op koffie op de Plaza Mayor en daarna lunchten we in de tuin van het stadspaleis van de markies. Aan tafel belandde ik tegenover Giles Tremlett, zodat ik vervloekte dat ik Ghosts of Spain niet had kunnen lezen. Anderen werden aan me voorgesteld met typeringen als “hij heeft samengewerkt met David Bowie” of “directeur van het belangrijkste literaire festival in Noorwegen”, maar ondanks dit tot nederigheid stemmende gezelschap heb ik fijne herinneringen aan de lunch.

Iets later was er nog een journalist die schreef over het Hay Festival en mij wilde interviewen – en daarmee zaten mijn verplichtingen er eigenlijk op. Vlakbij het postkantoor, waar ik mijn ansichtkaarten wegbracht, ontmoette ik een paar mensen die ik tijdens het vraaggesprek in de zaal had zien zitten, en samen wandelden we door naar de kathedraal, die me weinig deed, en dronken we nog een glaasje op het plein.

De kathedraal van Segovia

’s Avonds zijn we uit eten geweest. Op het plein bij het aquaduct, waar we zouden dineren, werd gedemonstreerd tegen femicide en een van de ambassademedewerkers zou me later die avond uitleggen dat men daartegen in Spanje zeer expliciet stelling betrekt. De ambassademensen waarschuwden me ook dat we in het restaurant biggetjes te eten zouden krijgen, en dat eerdere bezoekers daar wat moeite mee hadden gehad. Ineens begreep ik waarom me die dag al drie of vier keer was gevraagd of ik misschien vegetariër was.

Het bleek nogal rumoerig in het restaurant, en naast ons Nederlandse hoekje schoven wat Engelstaligen aan, waaronder iemand met belangstelling voor Xenofon. Het was echter gezellig, het afscheid was laat en het was pas half een eer ik op bed lag.

[wordt morgenochtend vervolgd]

#backfireEffect #badInformationDrivesOutGood #GilesTremlett #HayFestival #JanWillemBok #openAccess #papyrologie #Sapfo #Segovia #Spanje #vanitasVanitatum #wetenschapsscepsis #Xenofon

Diodoros van Sicilië

Kleio, de beschermgodin van de historische wetenschappen (Altes Museum, Berlijn).

Hé, dat is leuk: er is een Nederlandse vertaling verschenen van de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Diodoros van Sicilië. Dit is om twee redenen fijn. Eén, Diodoros is geen auteur die al vaker vertaald is, zoals Homeros of de Griekse tragici. Classicus Gerard Janssen ontsluit een stukje Oudheid dat voor het publiek nog onontsloten was. Twee, het gaat niet om een tekst die alleen specialisten interesseert. Diodoros, die leefde toen Rome rond het midden van de eerste eeuw v.Chr. de Mediterrane wereld verenigde, biedt zijn lezers een alleszins boeiend verhaal over de geschiedenis van de gehele wereld.

De kwaliteit van Diodoros  boek is zo goed als zijn bronnen. Diodoros heeft veel oudere teksten gelezen en naverteld. Hij claimt geen originaliteit en noemde zijn werk dan ook De bibliotheek of, in de weergave van Janssen, Archief van de geschiedenis. Diodoros vat dus oudere bronnen samen en zijn selectie bewijst dat hij niet onverdeeld positief was over de Romeinse heerschappij. Hij zal nooit nalaten te wijzen op de wreedheid, roofzucht en verdorvenheid van de Romeinen. Als Siciliaan kon hij ervan meepraten.

Inhoud

Het Archief van de geschiedenis was, in Diodoros eigen woorden, “een enorme klus”, die bestond uit veertig boeken, waarvan 1-5 en 11-20 volledig bewaard zijn. De eerste vijf boeken gaan over de eerste beschavingen: Egypte, Assyrië, de Griekse heldentijd. Tot de geraadpleegde bronnen behoren Hekataios van Abdera, Ktesias, Megasthenes, Dionysios Skytobrachion (“met de leren arm”), Timaios en de Euhemeros over wie ik al vaker blogde. Dit is materiaal dat verder slecht is overgeleverd en daarom belangrijk is. Zo heeft de Nederlandse oudhistoricus Jan P. Stronk aan de hand van onder andere het door Diodoros overgeleverde materiaal, het halfvergeten oeuvre van Ktesias kunnen afstoffen (meer).

Diodoros boeken 11-15 zijn gebaseerd op Eforos van Kyme en behandelen de geschiedenis van het klassieke Griekenland. En wat is het heerlijk dat we nu eens niet het relaas van een Herodotos, een Thoukydides en een Xenofon te hebben, maar een doorlopend verhaal – het enige doorlopende verhaal! – van een andere auteur. De boeken 16-20 gaan over Filippos van Macedonië (opnieuw uniek materiaal), Alexander de Grote en de Diadochen. Eersteklas materiaal.

Diodoros onderbreekt dat verhaal met wat buiten Griekenland gebeurde. Het is immers wereldgeschiedenis. Helaas heeft hij de problemen van de Romeinse chronologie niet goed begrepen, want hij creëert het ene na het andere verkeerde synchronisme. Tegelijk is zijn magistratenlijst wel de beste die we hebben. Zijn beschrijving van de vroege Romeinse geschiedenis is dus waardevol om naast de standaardtekst, Livius, te leggen.

De tweede helft van het Archief van de geschiedenis vertelde het verhaal van het hellenisme en de opkomst van Rome. Nu werden geografisch verspreidde processen één proces. Er zijn fragmenten bekend uit Byzantijnse uittreksels. Wat ik zag van Diodoros’ verslag van de Eerste Punische Oorlog, was heel fragmentarisch maar niet elimineerbaar.

Beoordeling

De grote Altertumswissenschaftler van weleer, zoals Theodor Mommsen, hebben Diodoros bekritiseerd, die een onkritische uittrekselmaker zou zijn. Nu maakt de Siciliaan inderdaad wel vreemde fouten, maar toch is de kritiek niet helemaal terecht. De Siciliaan deed precies dat wat hij beoogde: een makkelijk toegankelijke wereldgeschiedenis vervaardigen. Een bibliotheek, een archief. En hij weet hoe hij een verhaal moet vertellen. Hij was een geschiedschrijver, geen geschiedvorser, en zeker geen historicus in de normale zin des woords. (De Oudheid heeft sowieso alleen met Appianus iemand voortgebracht die voldoende begreep van causaliteit.)

Niet dat Diodoros, schoongewassen van slecht gerichte kritiek, ineens de ideale geschiedschrijver is. Hij heeft een bovengemiddeld hoog professioneel zelfbeeld. Zo meent hij dat de geschiedschrijver, doordat hij eerdere ervaringen doorgeeft en mensen over deugden en rechtvaardigheid instrueert, een weldoener is voor de samenleving. Diodoros, die een vermogend man met een aanzienlijke bibliotheek moet zijn geweest, was zo bezien een gewone antieke aristocraat die zijn verantwoordelijkheid nam voor de gemeenschap. De jargonterm is évergetisme.

De vertaling

Ik ben geen classicus en wil over de kwaliteit van de vertaling niet méér zeggen dan dat ’ie vlot wegleest. Verder ben ik blij dat er beeldmateriaal is en wat annotatie. Dat verheldert een hoop. U denkt dat zulks logisch is, maar helaas is dat bij klassieke teksten niet altijd het geval. Ooit hadden we een Baskerville-reeks van te chique uitgegeven boeken zonder beeldmateriaal, waarvan je je afvroeg wat je er eigenlijk aan had. U leest een boek immers om geïnformeerd te worden, niet als lifestyle-attribuut. De door Janssen gemaakte vertaling is tenminste gericht op informeren.

Er is dus veel goeds te zeggen over het Archief van de geschiedenis. Inmiddels zijn twee boeken verschenen, samen de boeken 1 tot en met 5 plus de fragmenten van de boeken 6 tot en met 10. Die doen vooruitzien naar de klassieke geschiedenis.

Het grote publiek

Het is echter jammer dat Janssen op de door hem geserveerde taart spuugt door de twee verschenen delen af te ronden met appendices waarin hij uitlegt dat de Ilias en de Odyssee zich afspelen op de Atlantische Oceaan. Dit is klinkklare kwakgeschiedenis. Omdat ik dat al eens inhoudelijk heb uitgelegd, laat ik dat nu rusten.

Maar dus afgezien van de inhoudelijke onjuistheid: hoe maak je een boek voor het grote publiek, zoals een vertaling, als je weet dat je een sterk van de consensus afwijkende mening hebt? Als geschoold classicus weet Janssen hoe laag de drempel voor de peer review inmiddels ligt. Hij weet dus ook dat als een theorie nooit wetenschappelijk is gepubliceerd, ze echt heel omstreden moet zijn. En hij weet dat hij, door haar desondanks te verdedigen, een minderheidspositie inneemt. Wat te doen? Zijn oordeel verzwijgen is vanzelfsprekend niet integer. Het publiek verdient eerlijkheid. Maar het omgekeerde, wél spreken en het publiek een oordeel opdringen waarvan je weet dat het omstreden is, brengt het risico van misleiding met zich mee. In dit dilemma kiest Janssen voor het risico, maar dat is helemaal niet nodig.

De koninklijke weg in dit soort situaties is dat je je afwijkende mening benoemt, verwijst naar verdere literatuur, en verder de mainstream volgt. Een voorbeeld is het beroemde The Black Pharaohs van Robert Morkot, die een aanhanger is van een alternatieve IJzertijdchronologie (die overigens wél door de peer review is gekomen), maar in zijn boek de gangbare dateringen gebruikt. De ins en outs van een wetenschappelijk dispuut zijn bij eerstelijnsvoorlichting, zoals bij vertalingen, immers niet aan de orde. Voor methodische problemen hebben we de tweede lijn.

Dat gezegd hebbende: het is fijn dat we Diodoros erbij hebben in onze eigen mooie taal. Scheur de laatste bladzijden eruit, maak er papieren vliegtuigen van, en geniet van de rest.

#AlexanderDeGrote #antiekeGeschiedschrijving #évergetisme #chronologie #Diadochen #DiodorosVanSicilië #DionysiosSkytobrachion #EforosVanKyme #Euhemeros #FilipposII #GerardJanssen #HekataiosVanAbdera #HerodotosVanHalikarnassos #JanPStronk #Ktesias #kwakgeschiedenis #Megasthenes #RobertMorkot #TheodorMommsen #Thoukydides #TimaiosVanTauromenion #VarroniaanseChronologie #Xenofon

#bucharest #romania #xenofon

Strada Xenofon a Bucarest, bella stradina fatta interamente di scale.

(questa foto me l'ero dimenticata, appena ripescata da un archivio di twitter)