Tweeënzeventig uur Spanje (2)

De IE-Universiteit te Segovia

In mijn vorige blogje vertelde ik dat ik was aangekomen op het Hay Festival in Segovia, waar ik zou worden geïnterviewd over de bestrijding van misinformatie. Het gesprek zou plaatsvinden in een zaal in de IE Universiteit en worden ingeleid door de Nederlandse ambassadeur in Spanje. Na een kop koffie bij een prachtig uitzicht over het dal van de rivier de Eresma, gingen we naar de zaal waar het vraaggesprek zou zijn. Ik vertel hieronder weinig dat de vaste lezers van deze blog niet al kennen, maar als u daarnaast mijn steenkolen-Engels eens wil beluisteren en er abonnementsgeld voor over hebt, dan kunt u het via deze pagina vinden.

Desinformatie

De ambassadeur leidde het in en daarna passeerden diverse onderwerpen de revue. Zo gingen we in op het ontstaan van slechte informatie doordat academici niet voldoende weten van het werk van hun collega’s, wat ik illustreerde aan de onbezonnenheid waarmee de Sapfo-fragmenten zijn gepubliceerd, becommentarieerd en geretraheerd. Er zijn volop mensen die onwetenschappelijk geblunder herkennen, en dat is een voorname oorzaak van wetenschapsscepsis. Minder vaak, maar opvallender, komt desinformatie voort uit politieke of religieuze agenda’s.

De efficiëntste manier om desinformatie te bestrijden is verhinderen dat ze überhaupt aandacht krijgt. Tegen kwaadwillendheid is natuurlijk geen kruid gewassen, maar je kunt er wel voor zorgen dat mensen zich niet laten meeslepen, en daarbij is cruciaal dat ze al weten (of in een vroeg stadium kunnen ontdekken) wat wetenschappers weten en waarom. Als je bijvoorbeeld pas gaat uitleggen waarom vaccinaties werken nadat mensen hebben besloten dat ze gevaarlijk zijn, is het te laat om sceptici nog te overtuigen. Sterker nog, ze gaan dan ook de wetenschappelijke methode wantrouwen: het beruchte backfire-effect.

Proactief informeren

Kortom, je moet misinformatie en desinformatie vóór zijn en gelukkig zijn sommige zaken voorspelbaar, zoals de claims over Jezus vlak voor Kerstmis. Een ander mechanisme dat in het vraaggesprek aan de orde kwam is dat bad information drives out good: terwijl dankzij digitaliseringsprojecten verouderde inzichten voor iedereen bereikbaar zijn, verbergen de universiteiten hun inzichten achter betaalmuren. Als voorbeeld noemde ik het Jezusmythicisme; Jan-Willem lichtte voor het publiek nog even toe dat dit ging over de historische Jezus, een nuance die in Nederland vanzelf spreekt, maar waarvan ik niet had bedacht dat die bij een breder publiek weleens minder bekend kon zijn. En een laatste mechanisme: de journalistieke onderschatting van het publiek. Wetenschapsjournalisten geven perfect informatie over pakweg de zwaartekrachttheorie van Verlinde, maar lopen met een boog om de hermeneutische implicaties van de DNA-revolutie, terwijl dat echt geen ingewikkelder thema is. Doordat journalisten liever over oudheidkundige trivia schrijven, laten ze het vak triviaal lijken.

Journalistieke luiheid was, als ik me goed herinner, een van de take-aways waarmee we afrondden. Het belang van kennis van andere vakterreinen en de urgentie te komen tot open access kwamen in de eindsamenvatting eveneens aan de orde, en die onderwerpen keerden terug in de vragen uit het publiek, die na afloop weer naadloos overgingen in het gesprek in de wandelgangen. Ik sprak er onder andere een Ierse economisch historicus die ik kon wijzen op het werk van mijn oud-docent Bert van der Spek.

Niet veel archeologen zullen college hebben in een zaal met een twaalfde-eeuwse fresco. (Een fresco met hetzelfde model is te zien in het Metropolitan Museum in New York.)

Een middag in Segovia

De ambassadeur trakteerde ons op koffie op de Plaza Mayor en daarna lunchten we in de tuin van het stadspaleis van de markies. Aan tafel belandde ik tegenover Giles Tremlett, zodat ik vervloekte dat ik Ghosts of Spain niet had kunnen lezen. Anderen werden aan me voorgesteld met typeringen als “hij heeft samengewerkt met David Bowie” of “directeur van het belangrijkste literaire festival in Noorwegen”, maar ondanks dit tot nederigheid stemmende gezelschap heb ik fijne herinneringen aan de lunch.

Iets later was er nog een journalist die schreef over het Hay Festival en mij wilde interviewen – en daarmee zaten mijn verplichtingen er eigenlijk op. Vlakbij het postkantoor, waar ik mijn ansichtkaarten wegbracht, ontmoette ik een paar mensen die ik tijdens het vraaggesprek in de zaal had zien zitten, en samen wandelden we door naar de kathedraal, die me weinig deed, en dronken we nog een glaasje op het plein.

De kathedraal van Segovia

’s Avonds zijn we uit eten geweest. Op het plein bij het aquaduct, waar we zouden dineren, werd gedemonstreerd tegen femicide en een van de ambassademedewerkers zou me later die avond uitleggen dat men daartegen in Spanje zeer expliciet stelling betrekt. De ambassademensen waarschuwden me ook dat we in het restaurant biggetjes te eten zouden krijgen, en dat eerdere bezoekers daar wat moeite mee hadden gehad. Ineens begreep ik waarom me die dag al drie of vier keer was gevraagd of ik misschien vegetariër was.

Het bleek nogal rumoerig in het restaurant, en naast ons Nederlandse hoekje schoven wat Engelstaligen aan, waaronder iemand met belangstelling voor Xenofon. Het was echter gezellig, het afscheid was laat en het was pas half een eer ik op bed lag.

[wordt morgenochtend vervolgd]

#backfireEffect #badInformationDrivesOutGood #GilesTremlett #HayFestival #JanWillemBok #openAccess #papyrologie #Sapfo #Segovia #Spanje #vanitasVanitatum #wetenschapsscepsis #Xenofon

Tweeënzeventig uur Spanje (1)

Monument voor Cervantes, Madrid

Een tijdje geleden blogde ik over Segovia en daarna over de laatantieke en Arabische geschiedenis van Iberië. Dat had een reden: ik had een uitnodiging gekregen om naar Spanje te komen voor het Hay Festival in Segovia, waarover u hier meer kunt lezen. Het was afgelopen weekend. Ter voorbereiding had ik ook Giles Tremletts boek Ghosts of Spain willen lezen, maar het was daar niet van gekomen. Dat zou me nog spijten.

Een snoepreisje werd het niet. Ik zou in Segovia worden geïnterviewd over soft persuasion, wat je zou kunnen uitleggen als “desinformatie bestrijden vóór die zich voordoet”. Je kunt het ook een proactieve benadering noemen of prebunking. Of normale uitleg, waardoor mensen niet meteen slechte informatie vinden maar goede. Als het economische argument de doorslag moet geven: desinformatie mag dan een verdienmodel zijn, je kunt óók geld verdienen met informatie. Dan moet je alleen zorgen dat degene die goede informatie verspreidt, kan tonen waarom zijn inzichten beter zijn. Open access is dus een voorwaarde. De echte mafkezen overtuig je weliswaar nooit, maar door vroegtijdig correct te informeren, kun je wel verhinderen dat andere mensen in hun richting wegglijden. Over deze materie zou Jan-Willem Bok van de IE Universiteitnoot De afkorting staat voor Instituto de Empresa, zeg maar business school, maar dat is met de oprichting van andere faculteiten eigenlijk misleidend. me interviewen.

Het archeologisch museum

Ik zou hem donderdag om 16:15 in Madrid ontmoeten bij het standbeeld van Cervantes, maar ik landde veel eerder en had dus tijd om naar het archeologisch museum te gaan. Ik wilde vooral de Iberische stukken zien. De Dame van Elche is wereldberoemd, maar er is ook edelsmeedwerk uit de Bronstijd, er zijn gegrafeerde stenen uit de Tartessos-cultuur en er zijn krijgersreliëfs uit Osuna, waarvan ik alleen voorbeelden kende uit Parijs en Córdoba. Ik was verbaasd een maquette te zien van wat een bazina leek, een soort Maghrebijns graf dat de museale uitleg echter in verband bracht met de Europese Urnenveldcultuur.

De Dame van Elche

De Romeinse afdeling is niet speciaal, afgezien van de in brons gegrafeerde gemeentewetten, die in deze omvang eigenlijk zonder parallel zijn. De enige nog omvangrijkere versie is de Lex Irnitana, bij mijn weten in het museum in Sevilla. Een van de suppoosten sprak bewonderend over de Romeinse mozaïeken, die ik heb geprezen zonder te zeggen dat elk Tunesisch museum beter heeft. Ik vermoed dat de beste Romeinse stukken van Spanje in lokale musea zijn.

Wellicht was het goed dat het museum niet meer laatantieke en Arabische stukken toonde, want anders zou ik wel erg lang in het museum zijn gebleven. En ik had om 16:15 een afspraak bij Cervantes. Wat een Maghrebijnse bazina met de Europese Urnenveldcultuur van doen heeft, heb ik dus niet kunnen ontdekken, en het boekhandeltje hielp me niet veel verder. Al met al verliet ik het museum met een handvol antwoorden, veel nieuwe indrukken en een stuk of wat nieuwe vragen.

Mozaïek met de Twaalf Werken van Herakles uit Edeta/Llíria

Segovia

Jan-Willem, die ik even later ontmoette, bleek een geboren verteller, die er plezier in had Spanje uit te leggen, zodat ik me tijdens de busreis naar Segovia geen moment verveelde. Terwijl we het vraaggesprek van de volgende dag doornamen, zagen we van een afstand het 150 meter hoge kruis uit de Franco-tijd bij de Vallei der Gevallenen.

Segovia maakt zijn reputatie als mooie stad helemaal waar. Ik had een hotel aan de Plaza Mayor, wat als nadeel had dat ik nogal eens wakker werd van de klokken van het raadhuis, maar het uitzicht op de kathedraal maakte dat dubbel goed. Nadat ik me op mijn hotelkamer had ingericht en opgeknapt, gingen we naar de IE-universiteit, waar Josep Borrell sprak. Het was een goed, met cijfers onderbouwd verhaal. Een simultaanvertaling zorgde ervoor dat alle aanwezigen het begrepen. Indrukwekkend waren de studenten die de voormalige hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid van de EU vragen stelden, vooral omdat de jongeman die informeerde naar de uitbreiding van het Europese project afkomstig bleek te zijn uit Oekraïne.

Josep Borrell

Het avondeten werd geserveerd bij de markies van Castellarnau, die op een steenworp van de kathedraal bleek te wonen in een huis bovenop de stadsmuur. En als ik nu aan “name dropping” doe, dan wordt dit in de volgende blogjes nog erger. De voorname aanwezigen op het festival waren, om eerlijk te zijn, het enige wat bij mijn wonderbaarlijk mooie reis moeilijk was. Ik heb het idee dat ik in mijn werk een soort eerste-divisie-voetballer ben die wel zou willen spelen in de eredivisie, maar nu onverwacht uitkwam in de Champions League. Ineens zat ik tussen mensen die dankzij (medewerkers met) toegang achter de academische betaalmuren in staat zijn veel zinnigere dingen te doen dan ik. Kortom, mijn impostor syndrome speelde behoorlijk op te midden van de diplomaten, de politici, de hoogleraren en de halve Almanach de Gotha.

[wordt morgenmiddag vervolgd]

#DameVanElche #Edeta #GilesTremlett #HayFestival #JanWillemBok #JosepBorrell #LexIrnitana #LLíria #Madrid #openAccess #Segovia #vanitasVanitatum