Sapfo, de maan en de Plejaden

Sapfo (Archeologisch museum, Sparta)

Ik heb weleens geschreven dat als iemand het woord “Sapfo” in de mond neemt, er onzin zal gaan volgen. Dat was natuurlijk een hyperbool, maar helemaal onzinnig is het niet. We kennen Sapfo’s in de Oudheid veel geprezen poëzie alleen uit een beperkt aantal zeer korte fragmenten. Over de authenticiteit is vaak discussie en toen een paar jaar geleden na een misdrijf enkele langere gedichten bekend werden, leerden we dat classici gedragscodes en strafrecht als onzin beschouwen en bij wijze van retractie ook weer onzin uitsloegen. Ik hoop nu dat dit blogje niet méér onzin bevat dan u verwacht van een blog: een uit de losse pols geschreven observatie.

Het gaat me om een van de allerberoemdste Sapfo-gedichten, fragment 168b, waarvan de authenticiteit overigens omstreden is. Hier is de vertaling van Paul Claes.

De maan is ondergegaan
met de Plejaden: midder-
nacht, de tijd verstrijkt.
Ik slaap alleen.

Ik zal de leuke vraag laten rusten of de eenzaamheid van de ik-figuur duidt op een verlangen naar iemand anders, of dat ze blij is eindelijk rust te hebben. De astronomische waarneming is namelijk eveneens leuk.

De maan draait, als je kijkt naar haar positie ten opzichte van de sterren, in iets meer dan zevenentwintig dagen om de aarde. Dat betekent dat ze elke nacht dertien graden verderop aan de hemel staat, wat weer betekent dat ze elke zevenentwintig dagen in de buurt staat van de Plejaden. De samenstand van de maan en het Zevengesternte is dus bepaald niet zeldzaam: het gebeurt ongeveer dertien keer per jaar.

De Plejaden gaan natuurlijk niet altijd onder in het uur rond middernacht; dat gebeurt maar een keer per jaar. En dat is vanavond.

Maar vóór u nu om 00:00 naar buiten rent, nog even dit. De tijdzones waarin onze planeet is verdeeld, zijn menselijke scheppingen, en er is verschil tussen de voor West-Europa gestandaardiseerde kloktijd en de astronomische tijd. Ik zal in het midden laten wat hier de “ware” tijd is, maar voor astronomische waarnemingen is het in Nederland pas middernacht rond kwart voor één. De maansikkel zakt om 00:18 onder de noordwestelijke horizon en een half uurtje later gaan ook de Plejaden daar onder.

Hopelijk vond u dit geen onzin. Al zou het natuurlijk grappig zijn als ik, na in de eerste alinea hoog van de toren geblazen te hebben, eveneens onzin uitsloeg. Morgenmiddag meer Sapfo, en dan is het zeker geen onzin.

#Maan #PaulClaes #Plejaden #poëzie #Sapfo #tijd

Sapfo: de retractie die je wist dat zou komen

Sappho (Capitolijnse Musea, Rome)

Uitgeverij Brill heeft een retractie (een officiële terugtrekking van een wetenschappelijke publicatie) gedaan van een door Dirk Obbink geschreven hoofdstuk in een boek over Sapfo, namelijk Bierl & Lardinois, The Newest Sappho (2016).

Ik heb op deze plaats al eens aangegeven waarom retractie onvermijdelijk was. De eigenlijke vraag is waarom we er zo lang op hebben moeten wachten. De tekst van de retractie suggereert dat “in the years following the first publication of this book, serious doubts have been raised about the provenance”. Dit is misleidend. Die twijfels waren er meteen na de ontdekking begin 2014. In onze eigen Nederlandse Volkskrant maakte Lardinois, dus een van de editors van het nu ingetrokken hoofdstuk, duidelijk geen geloof te hechten aan Obbinks eerdere claim dat de provenance was gedocumenteerd. Dat de twijfel pas na publicatie van het boek zou zijn opgekomen, is simpelweg onwaar.

De retractie is op nog een ander punt teleurstellend. Zoals ik al eerder aangaf gaat het om twee teksten, waarvan de ene, ooit aanwezig in de Green-collectie, inmiddels terug is naar Egypte. De andere is vermoedelijk in Engeland, en daarop staan de gedichten. De andere tekst

remains problematic … not only because its provenance is tainted, but also because the papyrus … is inaccessible. We sincerely hope that it will also be made available to the academic community soon and its acquisition circumstances will be fully explained. So far we have not seen any evidence to suggest that either P.GC inv. 105 or P.Sapph.Obbink is not authentic.

Tja. Als een papyrus inaccessible is, kun je geen aanwijzingen vinden dat de tekst niet authentiek is. Deze alinea lijkt op de rookgordijnen die we zagen bij de publicatie van het (valse) Evangelie van de Vrouw van Jezus: het feit dat je helemaal geen uitspraken kunt doen, benutten om te zeggen dat niets duidt op vervalsing, om zo de indruk te wekken dat er eigenlijk niet zo heel veel aan de hand is.

Misschien zijn de Sapfo-fragmenten inderdaad echt. Ook ik wil dat hopen. Maar juist het ontbreken van informatie is suggestief. De onbekende eigenaar durft het materiaal nu al jaren niet te onderwerpen aan het laboratoriumonderzoek waarmee zou kunnen worden vastgesteld dat het in elk geval geen slechte vervalsing is. Ik vrees dat we het nooit zullen weten.

#AndréLardinois #Brill #bronnenuitgave #datafraude #DirkObbink #papyrologie #Sapfo

Tweeënzeventig uur Spanje (2)

De IE-Universiteit te Segovia

In mijn vorige blogje vertelde ik dat ik was aangekomen op het Hay Festival in Segovia, waar ik zou worden geïnterviewd over de bestrijding van misinformatie. Het gesprek zou plaatsvinden in een zaal in de IE Universiteit en worden ingeleid door de Nederlandse ambassadeur in Spanje. Na een kop koffie bij een prachtig uitzicht over het dal van de rivier de Eresma, gingen we naar de zaal waar het vraaggesprek zou zijn. Ik vertel hieronder weinig dat de vaste lezers van deze blog niet al kennen, maar als u daarnaast mijn steenkolen-Engels eens wil beluisteren en er abonnementsgeld voor over hebt, dan kunt u het via deze pagina vinden.

Desinformatie

De ambassadeur leidde het in en daarna passeerden diverse onderwerpen de revue. Zo gingen we in op het ontstaan van slechte informatie doordat academici niet voldoende weten van het werk van hun collega’s, wat ik illustreerde aan de onbezonnenheid waarmee de Sapfo-fragmenten zijn gepubliceerd, becommentarieerd en geretraheerd. Er zijn volop mensen die onwetenschappelijk geblunder herkennen, en dat is een voorname oorzaak van wetenschapsscepsis. Minder vaak, maar opvallender, komt desinformatie voort uit politieke of religieuze agenda’s.

De efficiëntste manier om desinformatie te bestrijden is verhinderen dat ze überhaupt aandacht krijgt. Tegen kwaadwillendheid is natuurlijk geen kruid gewassen, maar je kunt er wel voor zorgen dat mensen zich niet laten meeslepen, en daarbij is cruciaal dat ze al weten (of in een vroeg stadium kunnen ontdekken) wat wetenschappers weten en waarom. Als je bijvoorbeeld pas gaat uitleggen waarom vaccinaties werken nadat mensen hebben besloten dat ze gevaarlijk zijn, is het te laat om sceptici nog te overtuigen. Sterker nog, ze gaan dan ook de wetenschappelijke methode wantrouwen: het beruchte backfire-effect.

Proactief informeren

Kortom, je moet misinformatie en desinformatie vóór zijn en gelukkig zijn sommige zaken voorspelbaar, zoals de claims over Jezus vlak voor Kerstmis. Een ander mechanisme dat in het vraaggesprek aan de orde kwam is dat bad information drives out good: terwijl dankzij digitaliseringsprojecten verouderde inzichten voor iedereen bereikbaar zijn, verbergen de universiteiten hun inzichten achter betaalmuren. Als voorbeeld noemde ik het Jezusmythicisme; Jan-Willem lichtte voor het publiek nog even toe dat dit ging over de historische Jezus, een nuance die in Nederland vanzelf spreekt, maar waarvan ik niet had bedacht dat die bij een breder publiek weleens minder bekend kon zijn. En een laatste mechanisme: de journalistieke onderschatting van het publiek. Wetenschapsjournalisten geven perfect informatie over pakweg de zwaartekrachttheorie van Verlinde, maar lopen met een boog om de hermeneutische implicaties van de DNA-revolutie, terwijl dat echt geen ingewikkelder thema is. Doordat journalisten liever over oudheidkundige trivia schrijven, laten ze het vak triviaal lijken.

Journalistieke luiheid was, als ik me goed herinner, een van de take-aways waarmee we afrondden. Het belang van kennis van andere vakterreinen en de urgentie te komen tot open access kwamen in de eindsamenvatting eveneens aan de orde, en die onderwerpen keerden terug in de vragen uit het publiek, die na afloop weer naadloos overgingen in het gesprek in de wandelgangen. Ik sprak er onder andere een Ierse economisch historicus die ik kon wijzen op het werk van mijn oud-docent Bert van der Spek.

Niet veel archeologen zullen college hebben in een zaal met een twaalfde-eeuwse fresco. (Een fresco met hetzelfde model is te zien in het Metropolitan Museum in New York.)

Een middag in Segovia

De ambassadeur trakteerde ons op koffie op de Plaza Mayor en daarna lunchten we in de tuin van het stadspaleis van de markies. Aan tafel belandde ik tegenover Giles Tremlett, zodat ik vervloekte dat ik Ghosts of Spain niet had kunnen lezen. Anderen werden aan me voorgesteld met typeringen als “hij heeft samengewerkt met David Bowie” of “directeur van het belangrijkste literaire festival in Noorwegen”, maar ondanks dit tot nederigheid stemmende gezelschap heb ik fijne herinneringen aan de lunch.

Iets later was er nog een journalist die schreef over het Hay Festival en mij wilde interviewen – en daarmee zaten mijn verplichtingen er eigenlijk op. Vlakbij het postkantoor, waar ik mijn ansichtkaarten wegbracht, ontmoette ik een paar mensen die ik tijdens het vraaggesprek in de zaal had zien zitten, en samen wandelden we door naar de kathedraal, die me weinig deed, en dronken we nog een glaasje op het plein.

De kathedraal van Segovia

’s Avonds zijn we uit eten geweest. Op het plein bij het aquaduct, waar we zouden dineren, werd gedemonstreerd tegen femicide en een van de ambassademedewerkers zou me later die avond uitleggen dat men daartegen in Spanje zeer expliciet stelling betrekt. De ambassademensen waarschuwden me ook dat we in het restaurant biggetjes te eten zouden krijgen, en dat eerdere bezoekers daar wat moeite mee hadden gehad. Ineens begreep ik waarom me die dag al drie of vier keer was gevraagd of ik misschien vegetariër was.

Het bleek nogal rumoerig in het restaurant, en naast ons Nederlandse hoekje schoven wat Engelstaligen aan, waaronder iemand met belangstelling voor Xenofon. Het was echter gezellig, het afscheid was laat en het was pas half een eer ik op bed lag.

[wordt morgenochtend vervolgd]

#backfireEffect #badInformationDrivesOutGood #GilesTremlett #HayFestival #JanWillemBok #openAccess #papyrologie #Sapfo #Segovia #Spanje #vanitasVanitatum #wetenschapsscepsis #Xenofon

Obligaat Andalusisch plaatje

Een nieuwe aflevering in de reeks faits divers, met deze keer – nou ja, faits divers dus.

Papyrologie

Dit is dus gewoon leuk: in Egypte is in 2022 bij de opgraving van de antieke stad Filadelfeia (in de Fayyum) een papyrus gevonden met achtennegentig regels van twee tragedies van Euripides, Polyeidos en Ino. Meer informatie hier.

Of dit belangrijk nieuws is, is een kwestie van smaak. Het is dataverwerving, en dat is geen nieuws. Astronomen melden het ook niet als ze een ster hebben ontdekt. Dataverwerving is slechts een voorwaarde voor wetenschap. Dankzij deze achtennegentig zinnen zullen wel nieuwe inzichten ontstaan maar geen nieuwe soorten inzicht. Dit is normale, gestaag voortgaande wetenschap, geen nieuwe wetenschap.

Tegelijk is het wel fijn eens te kunnen melden dat het in de papyrologie ook weleens gewoon goed gaat: dit komt uit een opgraving, we weten daardoor dat deze papyrus echt antiek is en classici kunnen ermee verder. Dat dit niet vanzelfsprekend is, bleek wel uit de Sapfo-fragmenten: ten overvloede herinner ik eraan dat vanaf de bekendmaking alles verkeerd ging, en dat zelfs de retractie een aanfluiting was. Samengevat & herhalend: de ontdekking van een kleine honderd regels Euripides is gewoon leuk.

[V]Andalusië

Een tijdje geleden noemde ik dat Andalusië is vernoemd naar de Vandalen, die er om en nabij twee decennia hebben gewoond, alvorens over te steken naar de Maghreb. Het gebied heette, schreef ik, daarom oorspronkelijk [V]Andalusië. Jeroen Wijnendaele attendeerde me erop dat de naam Andalusië pas veel later opduikt, ná de Visigotische tijd. Toen de Byzantijnen zuidelijk Spanje heroverden, stoften ze de oude naam Hispania af. Als ik het goed begrijp, is de eerste geschreven vermelding een Arabische munt uit 715: El-Andalus. De aanname is dus dat een woord drie eeuwen mondeling heeft gecirculeerd; daarvoor zijn parallellen, maar het blijft een hypothese.

Een alternatieve verklaring vond ik in Gods’ Crucible van David Levering Lewis, die oppert dat Al-Andalus een weergave is van *Landa-hlauts, een hypothetische Germaanse vertaling van het Latijnse sortes Gothica, wat zoiets wil zeggen als “de gebieden die aan de Goten zijn toegewezen”. De aanname bij deze theorie is dat de Visigoten, toen ze in de regio aankwamen, nog Germaans zouden hebben gesproken. Ik weet niet of dat waar is.

Kortom: twee theorieën die allebei een aanname veronderstellen. Bij wijze van afronding spring ik nog even van de hak op de tak. Het zijn immers faits divers. Dus ik noem nog even dat Wijnendaeles lang verwachte boek over koning Clovis binnenkort verschijnt. U bestelt het hier. En ik weet dat het een goed boek is omdat ik het al heb gelezen.

Tweetaligheid

De universiteit in Leuven heeft de sympathieke gewoonte van studenten te vragen of ze van hun scriptie een samenvatting willen maken die is te presenteren als een A4-tje of als een poster. Een voorbeeld dat ik erg leuk vond, is de poster van Nathan Van Hoof Hoefnagels. Hij onderzocht een kleine vierhonderd tweetalige grafschriften: Grieks-Palmyreens, Grieks-Frygisch, Grieks-Hebreeuws en Grieks-Egyptisch. Een leuke conclusie is dat het Griekse deel van het grafschrift meestal op de meer prestigieuze plek stond, bovenaan dus; hier werd ook de overledene geïdentificeerd. De religieuze formules waren dan weer vaker geschreven in de andere taal. Anders gezegd: als de nabestaanden de dode moesten voorstellen, deden ze het in de algemeen gesproken taal, maar de eigenlijke religieuze kant was toch meer “zoals het altijd was gegaan”.

Ik zou er een lief ding voor over hebben als we meer van dit soort posters zouden kunnen lezen.

Deze blog is gratis, maar als u me wil steunen, koop dan een van mijn boeken, doe via Livius.nl een cursus of reis, of doneer. U kunt de blog ook volgen via het Whatsapp-kanaal.

Deel dit:

https://mainzerbeobachter.com/2024/10/15/faits-divers-27/

#Andalusië #Clovis #DavidLeveringLewis #ElAndalus #etymologie #Euripides #FaitsDivers #FiladelfeiaFayyum_ #JeroenWijnendaele #NathanVanHoofHoefnagels #papyrologie #Sapfo #tweetaligheid #Vandalen #Visigoten

Romeins Andalusië - Mainzer Beobachter

Tartessos, Hispania Ulterior, Baetica: hoe het antieke Andalusië ook heette, het was een van de welvarendste gebieden van de oude wereld.

Mainzer Beobachter

Zeg “Sapfo” en er volgt onzin

Sapfo (Neues Museum, Berlijn)

Zeg “Sapfo” en er volgt onzin. Sapfo en onzin horen bij elkaar als Jip & Janneke, Suske & Wiske, Peppi & Kokki, Bassie & Adriaan, Wizzy & Woppy, Samson & Gert. Het is niet anders.

Twee jaar geleden was het De Volkskrant die zich waagde aan de oud-Griekse dichteres en dus onzin publiceerde: namelijk dat enkele pas ontdekte Sapfo-fragmenten authentiek moesten zijn omdat de inkt met een spectrometer zou zijn gedateerd. Nu kunnen forensisch onderzoekers inderdaad inkt tot een dag of tachtig oud dateren, maar die methode kan niet worden toegepast op inkt van twee millennia oud. Wat De Volkskrant over spectrometrisch dateerbare inkt meldde, was klinkklare kletskoek.

Vandaag waagde het NRC Handelsblad zich aan Sapfo en dus publiceerde de krant onzin: de onlangs door twee Texaanse onderzoekers geopperde theorie dat fragment 168b astronomisch valt te dateren.

De maan is ondergegaan
met de Plejaden: midder-
nacht, de tijd verstrijkt.
Ik slaap alleen.

Het gedicht zou, volgens de Texaanse onderzoekers en het Handelsblad, moeten zijn geschreven tussen 25 januari en 31 maart van een jaar rond 600 v.Chr. Daarover valt een hoop te zeggen. Bijvoorbeeld dat het idee om fragment 168b astronomisch te dateren zo nieuw niet is.

Ik herinner me uit mijn studietijd hoe we met enkele enthousiastelingen op de zolderkamer van een medestudente in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt bespraken hoe twee geleerden het middernachtsgedicht aan de hand van de sterren hadden gedateerd. We vonden het maar niks. Het is immers net zoiets als van de dichtregel “De lucht is guur, en ’t is vier uur” beweren dat de dichter dit kort na theetijd schreef. Aannemend dat de Texanen hun vooronderzoek op orde hadden, moeten ze dat eerdere onderzoek hebben gekend, zodat we te maken hebben met iets wat riekt naar plagiaat.

Het NRC Handelsblad besteedde er desondanks aandacht aan en dat is gek, want die krant beschikt over een paar alleszins competente wetenschapsjournalisten. Die lijken dit keer te zijn gepasseerd. Ik vermoed althans dat de redactie van de achterpagina, die het verhaal over Sapfo’s nachtrust publiceerde, een makkelijk plaatsbaar stukje aangeboden heeft gekregen en besloot een goed verhaal niet kapot te laten checken door de redactie wetenschap. Jammer, want de wetenschapsjournalisten zouden de achterpaginajournalisten hebben verteld van de loeiharde kritiek op zowel dit onderzoek als het mediacircus, waarin het NRC Handelsblad nu dus een rondje meeloopt.

De kritiek die u achter de vorige link aantreft, is overigens niet eens alverwoestend. Paul Claes, die Sapfo heeft vertaald (en die ik hierboven aanhaalde), schreef me afgelopen maandag over het misschien wel meest bizarre detail in de affaire:

De clou is dat het gedicht dat onze Texanen proberen te dateren hoogst waarschijnlijk niet van Sappho is. Het anoniem overgeleverde fragment wordt door kenners als Ulrich von Wilamowitz, Edgar Lobel en Denys Page niet tot het werk van de dichteres gerekend. De vier verzen zijn weliswaar in het Lesbisch-Eolische dialect geschreven, maar wijken stilistisch sterk af van het overige werk van Sappho.

Samenvattend: een dubieus persbericht over een ontdekking die geen ontdekking is, een Sapfo-fragment dat geen Sapfo is en een krantenredactie die niet kritisch is.

Er zijn slechts een paar zekerheden in het leven. De dood en de belasting natuurlijk, en dat op Sapfo altijd onzin volgt. En dat onze media niet in staat zijn de kritische zin op te brengen die noodzakelijk is bij het beoordelen van nieuws over de Oudheid. Omdat mensen wél geïnteresseerd zijn in de oude wereld, lopen we van hype naar hype en van onzin naar onzin. Is het niet Sapfo’s middernachtsgedicht dan is het wel de inkt van de Sapfo-papyri, of Hannibal, of Toetanchamon, of Jezus, of Amfipolis, of de Val van het Romeinse Rijk of deze of gene opgraving in Israël. Steeds opnieuw zijn er goedgelovige journalisten die publiceren wat cynische wetenschappers de wereld in schreeuwen.

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


De Thraciërs (1)

februari 24, 2026
Naukratis (3)

mei 30, 2015
Joodse literatuur (2)

mei 19, 2014 Deel dit: #NRCHandelsblad #PaulClaes #plagiaat #Plejaden #Sapfo #spectroscopie #Staatsliedenbuurt