De islam in Europa (4)

Kleio, de muze van de geschiedwetenschap (Prado, Madrid)

[Laatste van vier blogjes over Crucible of Light van Elizabeth Drayson. Het eerste blogje was hier.]

Collegiale controle

Niemand weet alles en dat is ook helemaal niet erg. En juist omdat fouten maken zo menselijk is, bestaat er collegiale controle. Crucible of Light eindigt met een bedankje aan dertien mensen, maar geen daarvan heeft het manuscript gelezen voordat het naar de uitgever ging. Als Cambridge-geleerde beschikt Drayson over ’s werelds slimste collega’s maar ze heeft er geen gebruik van gemaakt. Ik zal niet speculeren over een verklaring.

Wat ik wel doe: concluderen dat Drayson een onderwerp aansnijdt waarvoor ze niet is toegerust. Om te beginnen denkt ze dat het verre verleden bruikbaar is om advies te geven aan onze tijd. Dat is kentheoretisch onverstandig: je kunt conclusies, gebaseerd op niet-robuuste data, niet gebruiken als richtlijn voor een tijdperk waarover je wel robuuste data hebt. Drayson had een beter boek geschreven als ze zich had beperkt tot de negentiende en twintigste eeuw. Haar bezorgdheid is terecht.

Geschiedenis is een wetenschap

Maar vooral: geschiedvorsing is een complexe wetenschap en het maakt nogal wat uit of de historicus een detail beschrijft, zoals de invloed van islamitische verhalen over Mohammeds Nachtreis op Dantes Goddelijke Komedie, of dat hij/zij de invloed beschrijft van een wereldgodsdienst op de cultuur in een compleet werelddeel. Die schaalvergroting vergt een ander wetenschappelijk instrumentarium, namelijk dat van de sociale wetenschappen. Een opsomming van gebeurtenissen waar moslims bij betrokken zijn geweest, schiet simpelweg tekort.

Crucible of Light is daardoor mislukt. Drayson presenteert haar boek als hoognodige correctie op een “rechts” geschiedbeeld, dat de islamitische bijdrage bij de vorming van de Europese cultuur zou negeren. Dat is teveel eer voor rechtse islamofoben. Ze hebben namelijk helemaal geen geschiedbeeld; ze hebben een hekel aan kennis. Dat geldt voor klimatologie, voor gender, voor epidemiologie en ook voor de geschiedwetenschap.

Door dit maar al te reële anti-intellectualisme te bestrijden met een boek zonder overtuigend bewijs en vol herkenbare fouten, heeft Drayson de wetenschap geen dienst bewezen. Ik deel haar bezorgdheid en twijfel niet aan haar goede bedoelingen, maar goede bedoelingen maken nog geen goed boek. Ongewild bevestigt ze het voze vooroordeel dat geesteswetenschappers eigenlijk maar wat uit hun nek kletsen. Een geluk bij dit ongeluk is dat islamofoben alleen islamofobe boeken lezen en Crucible of Light zullen negeren.

PS

[Ik schreef dit stuk voor VersTwee. Nu, een paar dagen later, bedenk ik dat er iets meer te zeggen zou zijn geweest. In het Engelse taalgebied verschijnen veel van dit soort boeken, waarin het vertellen van een goed verhaal gaat vóór het vaststellen van de waarheid. Het is meer geschiedschrijving dan geschiedvorsing. Andere voorbeelden zijn The Swerve van Stephen Greenblatt, het Karthago-boek van Richard Miles, de boeken van Tom Holland of Luttwaks boek over Byzantijnse krijgskunst. Het eindeloos verwijzen naar goed schrijvende maar volkomen verouderde auteurs als Edward Gibbon past ook in dit beeld. Misschien moeten we het presenteren van een verhaal alsof het wetenschap is, maar BritPulp gaan noemen.]

#boek #CrucibleOfLight #ElizabethDrayson #islamofobie

De islam in Europa (3)

Latijnse vertaling van Ibn Sina’s “Canon der Medicijnen” (Institut du monde arabe, Parijs)

[Derde van vier blogjes over Crucible of Light van Elizabeth Drayson. Het eerste blogje was hier.]

Vertalingen

Drayson beschrijft de Latijnse vertalingen die in Spanje werden gemaakt van Arabische weergaven van teksten die oorspronkelijk in het Grieks waren geschreven. Door de eeuwen heen varieerde de taal van de wetenschap nu eenmaal: eerst het Akkadisch (de schrijftaal van Mesopotamië), dan Grieks, toen Arabisch, daarna Latijn en vervolgens via Frans en Duits naar het Engels. Het is terecht dat Drayson deze Grieks-Arabisch-Latijnse traditie noemt, maar ze negeert nogal wat.

Om te beginnen: opnieuw schrijft ze iets toe aan de islam dat daar weinig mee van doen heeft. Die vertalingen hebben meer van doen met de eigen, autonome ontwikkeling van de wetenschap. Verder verzwijgt ze dat de geleerden van de scholastiek aanvankelijk niet zo heel veel deden met die vertalingen. De West-Europese geleerden begonnen Aristoteles pas echt te bestuderen toen zijn teksten in de dertiende eeuw bekend waren geworden in de vertalingen van Willem van Moerbeke. Die waren rechtstreeks uit het Grieks gemaakt, dus zonder Arabische tussenstap.

De sociale wetenschappen

Waar Drayson dus enerzijds zaken benadrukt waarbij de islamitische bijdrage aan de West-Europese cultuur eigenlijk niet zo heel doorslaggevend was, negeert ze structurerende aspecten als de madrasa/universiteit. Ik vermoed dat ze cultuur opvat als een soort patchwork van losse elementen. (Ik kan dit niet zeker weten omdat ze haar aannames niet toelicht.) Het is de afgelopen eeuw echter gebruikelijker geweest culturen te beschrijven door het maken van onderscheid tussen enerzijds structuren en culturele regels en anderzijds uiterlijke vormen. Vergelijk het met de grammatica en de woordenschat van een taal. Door dit onderscheid vermijd je dat cultuur een ongedifferentieerde nevenschikking is van losse elementen.

Drayson lijkt evenmin op de hoogte van de literatuur over acculturatie, integratie, assimilatie, enculturatie en wat dies meer zij. De simpele waarheid is echter dat waar twee culturen naast elkaar bestaan, ze altijd zaken van elkaar overnemen, zelfs als ze ideologisch afkeer voelen. Daar wordt al sinds mensenheugenis onderzoek naar gedaan, en leidt tot interessante discussies, zoals die over de vraag of de islam in Andalusië verspaanste of dat Spanje islamiseerde. Drayson had deze inzichten kunnen gebruiken om een beter boek te maken én een bijdrage te leveren aan deze discussies.

Obligaat Andalusisch plaatje

Ze had ook kunnen ingaan op het mechanisme waarmee vooroordelen worden doorgegeven. U kent het van het schoolplein. De pestkoppen verspillen hun energie niet aan een slachtoffer waarvan ze nog moeten uitleggen waarom het een lachwekkend type is. In tegendeel: de bullebak is gemakzuchtig en zoekt iemand waarover de vooroordelen al klaar liggen, zoals het meisje met de bril, de jongen die niet kan rennen, de jood of de moslim. Dit is het mechanisme waardoor mensen in West-Europa en moslims tegen elkaar kunnen worden opgezet: de vooroordelen zijn er al en populisten zullen liever die herhalen dan dat ze zich focussen op een nieuwe zondebok. Als Drayson literatuur over mechanismen als dit zou hebben geciteerd, was haar boek beter geweest.

[Deze bespreking, eerder gepubliceerd op VersTwee, wordt vervolgd.]

#Aristoteles #boek #CrucibleOfLight #ElizabethDrayson #structuur #WillemVanMoerbeke

De islam in Europa (2)

Troonzaal in het Zisa-paleis, Palermo

[Tweede van vier blogjes over Crucible of Light van Elizabeth Drayson. Het eerste blogje was hier.]

Onvolledige bewijsvoering

De factchecker die ik in het vorige blogje opperde, zou Crucible of Light overigens niet hebben gered, want het probleem met dit boek zit dieper dan de vele onjuistheden. Drayson wil tonen dat de islam een rol speelde bij de vorming van de Europese cultuur, maar is onduidelijk over wat Europa is, over wat de islam is en over wat vorming is.

Eerst haar Europa. Op het eerste gezicht ligt het voor de hand dat ze zich beperkt tot landen waar de islam op zeker moment voetafdruk heeft gekregen, maar zo logisch is dat niet. Wat Europa ook moge zijn, Scandinavië hoort erbij. Je zult, als je een uitspraak wil doen over islamitische invloed op de Europese cultuur, ook moeten vertellen hoe Noorwegen, Zweden en Finland die invloed ondergingen. We lezen echter vrijwel niets over die landen. Drayson beperkt zich tot gebieden waar ze haar stelling kan onderbouwen, negeert de gebieden waar dat niet kan (de confirmation bias) en doet desondanks een algemene uitspraak over de Europese cultuur. Anders gezegd: een te snelle generalisering.

Ten tweede: Draysons islam. Die is al even ongedefinieerd en daardoor hangt ze er zaken aan op die er weinig mee van doen hebben. De Barbarijse kapers waren inderdaad moslims en hun gevangenen waren inderdaad christenen, maar dat wil niet zeggen dat kaapvaart heel religieus was gemotiveerd. De Noord-Afrikaanse staten voerden soms oorlog tegen Europese staten, en tot ver in de negentiende eeuw was ten tijde van oorlog kaapvaart normaal. Het had meer met economie en handel dan met religie van doen. De joodse kapers die vanaf Curaçao Spaanse en Franse schepen aanvielen, voerden ook geen joods-christelijke oorlog.

De islam is bovendien méér dan een religie, en dat meerdere is soms juridisch van aard en soms politiek. Je kunt eveneens naar de islam kijken als een verzameling gebruiken en ideeën. Ik ken gelovigen die zeggen dat de kern bestaat uit het gemeenschappelijke gebed, ik ken iemand die de mystieke godservaring centraal stelt, en ik heb juristen gesproken die zeggen dat alles draait om de sharia. Ik vermoed dat ze allemaal zullen zeggen dat de mening van de anderen weliswaar niet het eigen oordeel is, maar wel respectabel.

Niets van deze ambiguïteit bij Drayson. Haar islam is een monoliet. Ze had ook “de Saracenen” kunnen schrijven, alsof het allemaal één pot nat is, alsof iedereen dezelfde essentie erkent.

Historisch jargon

En nu moet ik twee termen uit het historisch jargon introduceren. Alleen daarmee kan ik uitleggen dat Drayson niet duidelijk aangeeft wat ze bedoelt met forging, “vorming”.

De eerste term is ontologisch holisme. Die verwijst naar de mogelijkheid dat een bovenindividueel iets (het liberalisme, de Verlichting, de maatschappij, de Nederlandse taal, de islam) een eigen wezen heeft dat niet valt te herleiden tot de opvattingen van individuele leden. Drayson is onmiskenbaar zo’n ontologisch holist. Misschien heeft ze daarin gelijk en misschien bezit de islam een in al zijn verschijningsvormen wezenlijke kern, maar je kunt ook stellen dat de islam daarvoor te gevarieerd is. Hierover is discussie mogelijk, maar Drayson veronderstelt simpelweg dat de islam een alom aanwezige kern bezit en neemt dus aan wat ze moet bewijzen.

De tweede vakterm is methodisch collectivisme, wat wil zeggen dat die bovenindividuele essentie gebeurtenissen kan bewerkstelligen. Gaat er vormende werking van die kern uit, heeft die agency? Als Drayson wil bewijzen dat de islam instrumenteel was bij the forging of Europe, zal ze moeten bewijzen hoe die bovenindividuele islamitische essentie de individuele moslims heeft bewogen bij het forgen van de Europese cultuur. Ook dat bewijs ontbreekt.

Mustansiriya-madrasa, Bagdad

De madrasa en de universiteit

In plaats daarvan somt ze gebeurtenissen op waarbij moslims betrokken zijn geweest. Dat heeft ze allemaal vlot opgeschreven; dat leest makkelijk weg; er zitten, zoals gezegd, goede portretten en schetsen tussen. Maar nergens bewijst ze dat al die constructieve, creatieve, gewelddadige, toevallige of geplande gebeurtenissen voortkwamen uit de islam als islam.

Had het anders gekund? Ja: door te kijken naar zaken die zijn ontstaan in de islam, alleen zijn ontstaan in de islam, wezenlijk zijn voor de islam, enige tijd aanwezig zijn geweest in de islam, en voldoende agency hebben gehad om te worden opgenomen in de westerse cultuur. Eén voorbeeld is de madrasa, de als gilde gestructureerde, onafhankelijke school voor rechtsgeleerden, die het model vormde voor de als gilde gestructureerde, onafhankelijke Europese universiteit. (De overeenkomsten betreffen ook zaken als de financiering, de argumentatieleer en wat dies meer zij.) Doordat een norm van wetenschappelijkheid gekoppeld raakte aan financiële middelen, verwierf deze institutie continuïteit en kon ze helpen bij de vorming van eerst de islamitische cultuur en later Europa. Maar over zulke zaken schrijft Drayson niet.

[Deze bespreking, eerder gepubliceerd op VersTwee, wordt vervolgd.]

#agency #boek #confirmationBias #CrucibleOfLight #ElizabethDrayson #madrasa #methodischCollectivisme #ontologischHolisme #sharia #universiteit #vormendeWerking

De islam in Europa (1)

Het is ramadan en het leek me een aardig idee eens te schrijven over de islamitische aanwezigheid in West-Europa, want die is er al eeuwen maar wordt desondanks, zeker aan de rechterzijde van het politieke spectrum, behandeld als Fremdkörper. Een mooi journalistiek portret van een jonge moslima in De Volkskrant bevatte de opmerking dat het was alsof ze steeds haar paspoort moest laten zien om te bewijzen dat ook zij in Nederland hoorde. Dat maakte indruk op me.

Crucible of Light

Dus wilde ik schrijven over Crucible of Light. Islam and the Forging of Europe from the 8th to the 21st Century van Elizabeth Drayson. Veel hoger dan zij kun je als geesteswetenschapper in de wetenschappelijke boom niet zitten: ze is werkzaam geweest aan de universiteit van Cambridge, met haar prachtige bibliotheken en digitale databanken, met ’s werelds slimste collega’s en in een atmosfeer die kritisch denken stimuleert. Een auteur met zo’n achtergrond kan iets moois maken. Crucible of Light had dus een belangrijk boek kunnen zijn. Dat is het niet.

Natuurlijk zijn er geslaagde delen, zoals het hoofdstuk over de mensen die Arabische vertalingen van Griekse teksten omzetten naar het Latijn, waardoor West-Europa meer contact kreeg met de antieke cultuur. Verder friste ik mijn kennis op van de diverse Ottomaanse sultans en leerde ik het een en ander over het ontstaan van de bazaar. Drayson biedt liefdevolle beschrijvingen van de moskee in Córdoba, van de Capella Palatina in Palermo en van de kathedraal van Chartres. Ze biedt scherpe portretten van de Ottomaanse architect Sinan en de Turkse staatsman Atatürk. Er is een goede beschrijving van de Nahda, de Arabische renaissance van de negentiende eeuw, die ik iedereen kan aanraden.

Sinans moskee in Edirne

Aan het einde spreekt Drayson haar bezorgdheid uit over de Europese toekomst, want door de islamitische aanwezigheid in Europa af te doen als vreemd aan onze cultuur, splitsen rechtse populisten onze samenleving. Ik deel die analyse, maar dat maakt me niet blind voor de tekortkomingen van Crucible of Light. Mijn kritiek betreft de slordige inhoud, de onvolledige bewijsvoering en het negeren van relevante wetenschappelijke literatuur. In combinatie roept dat de vraag op hoe zo’n boek tot stand heeft kunnen komen.

Slordige inhoud

Om te beginnen: het wemelt van de fouten en omdat het boek chronologisch is opgebouwd en ik oudheidkundige ben, was dat het eerste dat mij opviel. Het Romeinse Rijk was niet religieus tolerant (blz.32): de Bacchuscultus werd aan banden gelegd, joden en Isisaanhangers konden zonder proces worden verbannen, manicheeërs werden levend verbrand, het lot van christenen veronderstel ik bekend. Constantijn heeft in 312 na Chr. geen visioen van een lichtend kruis gehad (blz.24); in een geschiedenisboek behoren geen legendes als feit te worden gepresenteerd. De Franken waren niet gescheiden van de Romeinen doordat ze geen Latijn spraken en ariaans waren, integendeel (blz.34). De man die in 637 Jeruzalem overgaf aan de Arabieren, Sofronios, was geen keizer maar patriarch (blz.31). Córdoba ligt niet in de woestijn (blz.93). De wetenschappelijke bestudering van het oude Egypte ontstond niet met Napoleon (blz.410): de Egyptenaren hadden daar zelf al een begin mee gemaakt – zie desgewenst de huidige tentoonstelling in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden.

Er waren in 68 na Chr. geen Abbasidische kaliefen (blz. 284). Die zouden een kleine zeven eeuwen later pas aan de macht komen. De Byzantijnse keizer stuurde geen boeken uit de bibliotheek van Alexandrië naar de kalief van Bagdad (blz.194), want die bibliotheek was al eeuwen eerder ten onder gegaan aan haar eigen omvang. En trouwens, de kalief heerste zelf over Alexandrië, dus hij had eenvoudiger manieren om spullen uit die stad te krijgen. Sprekend over bibliotheken: ik wil geloven dat die van sultan Beyazit 7000 titels telde en die in Córdoba overtrof, maar dan moet Drayson niet ook schrijven dat daar een half miljoen boeken lagen (blz.271 en 97).

Fascinatie voor Turkije: Ottomaanse kleding (Plantin-Moretus, Antwerpen)

Als oudhistoricus ben ik minder vertrouwd met de tijd na het jaar 1000, maar ook ik herken dat de Derde Kruistocht nooit Jeruzalem heeft belegerd en dat Drayson zich vergist wanneer ze schrijft dat men verbaasd was toen keizer Frederik II de Zesde Kruistocht organiseerde (blz.175 en 177). Dat de bestudering van Aristoteles banned zou zijn geweest aan de Sorbonne (blz.291), is een misverstand: die ban was tijdelijk. Het is curieus dat Drayson een heel hoofdstuk wijdt aan het Europese gekoketteer met de Ottomaanse cultuur in de zeventiende en achttiende eeuw zonder melding te maken van het keurvorstendom Saksen. Gegeven Draysons thematiek begrijp ik dat ze op blz.445 benadrukt dat het negentiende-eeuwse nationalisme een religieuze component had, maar het is een rare omissie dat ze de rol van de taal geheel onvermeld laat. Kenners van de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd kunnen ongetwijfeld meer onjuistheden aanwijzen.

Je waant je, kortom, in een boek van Fik Meijer: een academicus die beschikt over alle denkbare wetenschappelijke middelen maar desondanks iets produceert tjokvol voor iedereen zichtbare fouten. Een betere uitgever zou een factchecker hebben gezet op Draysons manuscript.

[Deze bespreking, eerder gepubliceerd op VersTwee, wordt vervolgd]

#boek #CrucibleOfLight #ElizabethDrayson #Nahda