Donde el mundo se llena de pirámides

Donde el mundo se llena de pirámides #aperturaintelectual #vmrfaintelectual #PensamientoCrítico #PirámidesDelMundo #ArquitecturaSagrada #CivilizacionesAntiguas #Conocimiento #CulturaHistórica #Refl…

Apertura Intelectual
Temple of Amun in Meroe, Sudan, ~1910
Speaker Series: Excavating #Meroe (Sudan): or Calgarians on the Nile
Archaeological Society of Alberta - Calgary
Nov 19, 2025
#archaeology
https://arkyalberta.com/about/events/calgary/speaker-series-excavating-meroe-sudan-or-calgarians-nile

"Africa’s mysterious queens : the legendary Candaces of Meroe"

> The #Candaces of #Meroe were true rulers, governing the Kushite Empire, modern-day #Sudan and #Ethiopia, from at least 25 BC to mid-century AD. But as only few texts remain from this period these iconic #queens are often forgotten and the few pieces of information we have about them often results from fantasies.

https://www.visionscarto.net/africa-mysterious-queens

[new] Les légendaires #Candaces de #Méroé, mystérieuses reines d’#Afrique

> Les Candaces de Méroé étaient de véritables #reines régnantes, gouvernant l’Empire #kouchite - qui couvre le #Soudan moderne et l’Éthiopie - d’au moins 25 av. J.-C. jusqu’au milieu du siècle après J.-C. Il subsiste peu de textes de cette période, ce qui a contribué à l’effacement de ces reines emblématiques de l’Histoire africaine. Cet article vous emmène à sa découverte.

https://www.visionscarto.net/les-legendaires-candaces-de-meroe
#Ethiopie

Faits divers (40)

Een danser uit Meroë (Staatliche Sammlung für Ägyptische Kunst, München)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: verbeteringen aan deze blog, een niet-zo-doorbraak met artificiële intelligentie (of eigenlijk: twee), klimaatverandering en een open access-boek.

***

Deze blog

U heeft het misschien al ontdekt: Kees Alders, die de techniek van de Mainzer Beobachter doet en ook allerlei dingen weet over antieke filosofie, heeft een leuk speeltje gebouwd voor deze blog. Het is de tijdlijn-pagina, die u hier vindt, en die u in staat stelt wat te grasduinen.

Nu ik toch even bezig ben met wat meer persoonlijke zaken: ik mocht een interview geven over mijn boek over de geschiedenis Libanon. U kunt het vraaggesprek daar lezen. En hier, daar, daar en daar zijn recensies. Wat mij betreft mag u het boek verder ongelezen laten, zolang u het maar koopt, want de opbrengst gaat via Cordaid naar Libanon.

Ter zake nu.

Kleitabletten

Als het eenmaal werkt, zoals in het navigatiesysteem van een auto, heet artificiële intelligentie geen artificiële intelligentie meer. Daarom wordt over AI voornamelijk gesproken in termen van bedreiging of belofte. Eén zo’n belofte is de ontsluiting van tienduizenden ongelezen kleitabletten. Daarvoor zijn diverse stappen te zetten. De eerste is het inscannen van tabletten (en dat kunnen we al heel lang) en tekenherkenning (en dat is binnen handbereik aan het komen). Die tekens kunnen worden weergegeven in westerse letters. De crux is nu om zo’n tekst om te zetten in een hedendaagse taal, zoals programma’s als Google Translate en DeepL al doen. Dat veronderstelt echter dat de computer al beschikt over heel veel heel goed vertaalde teksten, en we hebben vooralsnog niet voldoende materiaal waarmee de computer zichzelf Babylonisch, Perzisch, Sumerisch of Elamitisch kan leren.

Toekomstmuziek dus. Maar toch. Er zijn echter alvast andere ontwikkelingen: onderzoekers zijn er in geslaagd een stuk of twintig kleitabletten samen te voegen waarop dezelfde tekst stond (“collationeren” in jargon). Zo viel een lofzang op de stad Babylon te reconstrueren. De pointe viel in de Nederlandse samenvatting wat weg, maar hier is meer.

En o ja, er worden voortdurend nieuwe toepassingen bedacht. Voor Griekse inscripties was er al Ithaca, nu is er voor Latijnse inscripties Aeneas. De Standaard noemt het baanbrekend, maar dat is het nou niet: we hebben immers al een soortgelijk programma voor het Grieks. Maar superleuk is het wel.

Klimaat

Onze kennis van het antieke klimaat groeit gestaag. Dat is fijn, want tot pakweg twintig jaar geleden was “klimaatverandering” de joker die oudhistorici uitspeelden als ze het begin van een proces niet konden verklaren. Opkomst van Assyrië? Klimaat! De bloei van Rome? Klimaat! Germaanse migraties? Klimaat! Zulke claims worden nu eindelijk toetsbaar.

Hier is zomaar een voorbeeld: de desintegratie van het Nubische koninkrijk Meroë. Bedenk dat er allerlei slagen om de arm moeten worden gemaakt, maar dat is een andere manier om te zeggen dat nuances in zicht komen.

Open access

Nog steeds te weinig, en inmiddels vijf jaar na wat de afspraak was, maar het gebeurt wel, althans zo nu en dan, hier en daar: onderzoekers die hun onderzoek in open access publiceren. Hier is een boeiend boek over de wijze waarop de bestudering van de klassieken racistische vooroordelen bevestigde en ontkrachtte, en hoe racistische vooroordelen een rol speelden bij de bestudering van de klassieken. Denk hierbij tevens aan het frame dat er een onderscheid is tussen enerzijds culturen, die overal bestaan waar mensen wonen, en anderzijds beschavingen, die altijd westers lijken, die altijd gelden als superieur en die nogal eens zouden afstammen van de oude Grieken. Dat onderscheid is misschien wel de giftigste erfenis van de klassieken uit de tijd van het westers kolonialisme.

#artificiëleIntelligentie #Babylon #DeepL #FaitsDivers #Google #kleitablet #klimaatwetenschap #LibanonEenKorteGeschiedenis #MainzerBeobachter #Meroë #openAccess #racisme

XXII Deiotariana, het Galatische legioen

Legionairs van XXII Deiotariana werkten mee aan de bouw van het aquaduct van Alexandrië (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Van alle legioenen uit het Romeinse leger van de keizertijd heeft het Tweeëntwintigste Deiotariana de interessantste voorgeschiedenis. Die begint in de derde eeuw v.Chr., als groepen Keltische migranten, de Galaten, Anatolië binnentrekken. Een van die groepen stond bekend als de Tolistobogii, wat in het Gallisch misschien zoiets betekent als “zij die er graag op los slaan” zou kunnen betekenen. De groep vestigde zich ten westen van het huidige Ankara, rond Pessinos. Daar nam ze al snel de hellenistische cultuur over.

Het legioen van Deiotaros

Rond 70 v.Chr. was de leider van de Tolistobogii een zekere Deiotaros, wat “goddelijke stier” betekent (deiuo-tauros). Zijn bijnaam Filoromaios, “Romeinenvriend”, spreekt boekdelen. Hij vocht loyaal met generaals als Lucullus en Pompeius mee tegen Mithridates VI Eupator van Pontus. In 63 werd hij erkend als leider van alle Galatische groepen en was hij feitelijk de Romeinse zetbaas in Centraal-Anatolië. Zoals in die tijd gebruikelijk schoeide hij zijn leger op Romeinse leest. Er waren altijd wel Romeinse veteranen die als adviseurs wilden dienen. Het Galatische leger zou hebben bestaan uit 2000 ruiters en 12.000 man infanterie, verdeeld over dertig cohorten. Het equivalent van drie Romeinse legioenen.

Ze konden laten zien wat ze waard waren toen de Romeinen tegen zichzelf verdeeld raakten in de Tweede Burgeroorlog. Julius Caesar nam het op tegen de Senaat en versloeg zijn tegenstanders in 48 v.Chr. bij Farsalos. Vervolgens belandde hij in Alexandrië in een Ptolemaïsche burgeroorlog, die hij pas na vele maanden met succes wist af te ronden. Profiterend van de Romeinse verdeeldheid, keerde de zoon van Mithridates, Farnakes II, terug naar Anatolië. Deiotaros deed wat hem werd verwacht: met de lokale Romeinse leider Domitius Calvinus trok hij ten strijde – en werd verslagen. Hij hergroepeerde de overlevenden in één legioen, dat zich in de zomer van 47 v.Chr. schaarde zich aan de zijde van Caesar. Die kwam, zag en overwon op 2 augustus van dat jaar: de slag bij Zela. Het legioen van Deiotaros had zich bewezen.

Augustus’ legioen

Deiotaros overleed enkele jaren later, vermoedelijk in 40 v.Chr., maar zijn leger bleef bestaan. In 25 v.Chr. annexeerde keizer Augustus Galatië. Gouverneur Marcus Lollius integreerde het legioen nu in het Romeinse leger. De eenheid heette voortaan legioen XXII Deiotariana. Het nummer moet zijn gekozen omdat het totale aantal legioenen tot dan toe eenentwintig bedroeg. De bijnaam spreekt vanzelf.

XXII Deiotariana werd overgeplaatst naar Alexandrië, waar het meer dan een eeuw zou blijven. Het precieze moment van de overplaatsing is niet bekend, maar de oudste Egyptische documentatie dateert uit 8 v.Chr. Het Tweeëntwintigste deelde zijn basis met III Cyrenaica.

Het legioen had een afwijkende bevelstructuur. Augustus had bepaald dat geen enkele senator Egypte mocht bezoeken zonder zijn toestemming. Het land was te belangrijk voor de Romeinse voedselvoorziening en een senator zou in de verleiding kunnen komen de graantoevoer stop te zetten, Rome uit te hongeren en zichzelf uit te roepen tot keizer. Daarom stond XXII Deiotariana niet onder bevel van een senator, maar van een prefect uit de ridderstand.

Operaties

Soms moesten de Alexandrijnse legioenen de etnische conflicten in de stad, met Griekse en Egyptische en Joodse minderheden, met geweld onderdrukken. Een beschrijving van een uitbarsting van zo’n conflict vindt u hier.

Andere operaties vonden plaats buiten Egypte. Het is mogelijk dat XXII Deiotariana al deelnam aan de Romeinse aanval op Arabia Felix (Jemen) in 26-25 v.Chr., dus meteen na de annexatie van Galatië. Deze campagne verliep erg moeizaam. Erger nog, tijdens de afwezigheid van het Romeinse garnizoen in Egypte viel het Nubische koninkrijk Meroë Boven-Egypte aan. In 24 namen de Romeinen wraak. Onder bevel van Gaius Petronius marcheerden de legioenen stroomopwaarts langs de Nijl en bereikten Napata, de noordelijke hoofdstad van Nubië. Hoewel hun aanwezigheid niet is gedocumenteerd, kunnen soldaten van XXII Deiotariana aan deze campagne hebben deelgenomen.

Tot de meer vreedzame taken waarvoor documentatie bestaat, behoorde de constructie van een gebouw in Akfahas, ten zuiden van Memfis. Legionairs werkten ook in de steengroeven van Mons Claudianus, waar grijs graniet werd gewonnen. Andere mannen werden naar het uiterste zuiden gestuurd, waar ze hun handtekening achterlieten op de Memnonkolossen.

In 63 nam een ​​onderafdeling deel aan de Parthische expeditie van Domitius Corbulo, terwijl een andere onderafdeling vocht in de Joodse Oorlog van 66-70. De Joodse historicus Flavius ​​Josephus prijst de moed van de soldaten van het Alexandrijnse legioen. Tijdens de burgeroorlog van 69 kozen XXII Deiotariana en III Cyrenaica de kant van de pretendent Vespasianus, die keizer werd.

Verdwijning

Het legioen wordt voor de laatste keer vermeld in 119 (of misschien 123), toen het zich nog in Alexandrië bevond. Het wordt niet langer vermeld tijdens het bewind van keizer Marcus Aurelius. Mogelijk hebben de Joden het Tweeëntwintigste Legioen Deiotariana in de vroege jaren 130 vernietigd tijdens de opstand van de messiaanse leider Bar Kochba, maar dit is vooralsnog niet bewezen.

#AlexandrijnseOorlog #Ankara #Augustus #BarKochba #Deiotaros #FarnakesII #FlaviusJosephus #GaiusPetronius #Galaten #GnaeusDomitiusCalvinus #GnaeusDomitiusCorbulo #GnaeusPompeiusMagnus #IIICyrenaica #JoodseOorlog #JuliusCaesar #legioen #LuciusLiciniusLucullus #Memnonkolossen #Meroë #MithridatesVIEupator #Napata #NikopolisInArmenië #Pessinos #PontischeOorlog #RomeinsLeger #RomeinsParthischeOorlog #slagBijZela #Tolistobogii #TweedeBurgeroorlog #Vespasianus #XXIIDeiotariana

De Nok-beschaving

Een kopje met drie gezichten (Musée du Quai Branly, Parijs)

Het NRC Handelsblad publiceerde dit weekend een interview met Zenab Badawi, auteur van An African History of Africa, dat ik al eerder vermeldde. Ik had in dat interview wat kritischer vragen verwacht. Badawi is namelijk wél geïnteresseerd in het verleden, maar haar boek wemelt van de slordigheden en redenatiefouten. Eén daarvan staat in geschiedenisjargon bekend als naïef positivisme: de aanname dat geschreven bronnen én accuraat én representatief zijn. De meeste mensen herkennen wel het eerste probleem (de bevooroordeeldheid van deze of gene bron), maar niet het tweede (de incompleetheid). Badawi is zo iemand. Ze volgt datgene waarover ze informatie heeft en schept zo een verhaal over het verleden, maar het verhaal is niet representatief voor het geheel. Sta me nog een jargonterm toe: An African History of Africa is, hoe sympathiek ook, niet objectadequaat. Een journalist mag daar best vragen over stellen. Je bent een krant hoor.

De Nok-beschaving

Een van de onderwerpen die Badawi overslaat, is de Nok-beschaving. Voor wie deze blog leest omdat ’ie belangstelling heeft voor de Oudheid: Hanno, de Karthaagse zeeman die een ontdekkingsreis maakte langs de westkust van Afrika, had daarmee contact toen hij de monding van de Niger passeerde. Het is ook een van de gebieden waarover W. F. G. Lacroix zijn mooie boek Africa in Antiquity schreef, waarin hij aantoonde dat de Grieks-Romeinse geograaf Ptolemaios betrouwbare informatie weergaf, gebaseerd op de mondelinge tradities waar een zeeman aan de monding van de grote rivieren kennis van kon nemen.

De Nok-cultuur wordt meestal door middel van thermoluminescentie gedateerd tussen 800 v.Chr. en 200 na Chr., met een “aanloopfase” waarover ik het nog zal hebben. Ze is dus even oud als de Nubische culturen van Napata en Meroë. Een respectabele context, zou je zeggen, maar Nok wordt doodgezwegen. En niet alleen door Badawi, hoewel die zegt het “complete verhaal” te willen vertellen.

Dat heeft een verklaring. Het opvallendste bewijsmateriaal bestaat uit wonderlijke terracottabeeldjes, waarvan de eerste zo’n honderd jaar geleden zijn gevonden door mensen die zochten naar tin. Ze worden nog altijd gevonden, maar er is weinig archeologisch onderzoek, zodat de meeste voorwerpen contextloos zijn. De beeldjes zijn bovendien verweerd: ze waren ooit versierd met een dun laagje slib met metaalhoudende pigmenten, maar die is veelal in de loop der eeuwen afgesleten. Voor musea is dit geen aantrekkelijk materiaal: deze beeldjes zijn geen publiekstrekkers en door gebrek aan context is uitleg moeilijk. Ze horen echter evengoed bij de Afrikaanse IJzertijd als Egypte en Nubië.

Een Nok-sfinx (Staatliche Sammlung für Ägyptische Kunst, München)

Beeldjes

Toch zijn die beeldjes interessant. Ze zijn, om te beginnen, vaak hol, wat je niet meteen zou verwachten. Het kan gaan om mensen, dieren en fabelwezens. De grootste zijn manshoog, de meeste zijn stukken kleiner, en ze hebben grappige ogen. Als het gaat om mensen, hebben ze opvallend complexe kapsels en baarden, vaak juwelen en wapens (slingers, pijl en boog), opvallende hoofddeksels en – het meest curieus – symptomen van ziektes. De terracotta’s lijken door houtsnijwerk te zijn geïnspireerd.

Archeologen nemen wel aan dat althans sommige menselijke figuren hoge functionarissen of goden voorstellen. Dat kan zijn; de sculptuur van andere IJzertijdculturen is immers ook gewijd aan goden en aan mensen bovenaan de maatschappelijke ladder. De aanname dat de beeldjes een rituele functie hebben gehad is – de Eerste Hoofdwet van de Archeologie zijnde de Eerste Hoofdwet van de Archeologie – niets dan speculatie.

De verspreiding van de vindplaatsen is informatiever. Nok, waarnaar de cultuur is genoemd, ligt middenin Nigeria, even ten noorden van de hoofdstad Abuja. De meeste sites liggen op heuveltoppen en hellingen langs de grote wegen tussen het Tsjaad-meer (waar na de tweede eeuw v.Chr. de Sao-cultuur bestond) en Kameroen. Dat duidt op handel. Het feit dat de mensen pigmenten op metaalbasis gebruikten, bewijst dat ze de IJzertijd hadden bereikt, en dat lijkt te zijn bevestigd door de weinige metaalvondsten uit gecontroleerde opgravingen.

Vroege Nok-beeldjes (Museum Kurá Hulanda, Willemstad)

Vroege Nok

De Nok-mensen ontwikkelden de metallurgie zelfstandig, vermoedelijk rond 800 v.Chr.; de “aanloopfase” is feitelijk pre-IJzer-Nok. Eén van de grote vragen is waar die vroege fase haar oorsprong vindt, en eigenlijk weten we het niet. Tot de gewassen die de Nok-boeren verbouwden, behoorde echter parelgierst, en dat is in Nigeria een exoot. Het gewas komt wel voor in de noordelijkere savanne. Zeg maar bij het Tsjaad-meer. Omdat we weten dat de Sahara uitdroogde, is het bepaald niet ondenkbaar dat mensen zuidwaarts trokken.

We zouden meer willen weten, maar het blijkt moeilijk vroege sites te identificeren. Bovendien zijn archeologen niet zelden te laat en zijn pre-IJzertijd-sites vaak al geplunderd.

Dierfiguur (Musée du Quai Branly, Parijs)

Kleinschalige, autonome, lokale groepen

Het zijn niet alleen de vroege sites die we niet kennen, ook over het millennium tussen 800 v.Chr. en 200 na Chr. is weinig bekend. We hebben alleen een aanzet tot een aardewerk-chronologie, dus dateren is vooralsnog lastig. Organisch materiaal blijft slecht bewaard in de Nigeriaanse bodems, zodat we over vee-, groente- en fruitteelt weinig specifiek kunnen zijn.

Wat we wel weten is dat de mensen woonden in kleine dorpen; steden waren er niet. De meeste nederzettingen zijn maar kort bewoond geweest: maar zelden hebben archeologen meer dan één bewoningslaag aangetroffen. Dat er sociale stratificatie was, blijkt alleen uit de beeldjes, want paleizen of monumentale huizen zijn nog niet geïdentificeerd. Kortom, de Nok-samenleving was kleinschalig en georganiseerd in kleine, vermoedelijk autonome lokale groepen.

Daarmee is de De Nok-beschaving representatief voor grote delen van Afrika in het eerste millennium v.Chr. en het eerste millennium na Chr. Om precies te zijn: ze is representatiever dan Egypte en Nubië. Het verschil is dat men in noordoostelijk Afrika het schrift en een monumentale architectuur ontwikkelde.

Badawi schrijft daarover wel. Ze volgt de geschreven bronnen, ze volgt de monumentale architectuur. Dat is een ontzettend negentiende-eeuwse manier om met het verleden om te gaan. Je mag het naïef positivisme noemen of anders, maar het is in elk geval geen professionele eenentwintigste-eeuwse geschiedschrijving. Ze had best een archeoloog uit Nigeria kunnen bellen. Afrika verdient beter dan dit amateurisme.

#EersteHoofdwetVanDeArcheologie #gierst #HannoDeZeevaarder #Meroë #naïefPositivisme #Napata #Niger #Nigeria #NokBeschaving #SaoCultuur #thermoluminescentie #Tsjaad #WFGLacroix #ZenabBadawi

Zeinab Badawi over haar geschiedenis van Afrika: ‘Ik zet mijn ego opzij, ik laat de Afrikanen zelf spreken’

Afrikaanse geschiedenis: BBC-journalist Zeinab Badawi wekt in een meeslepend boek de Afrikaanse geschiedenis tot leven vanuit Afrikaans perspectief. „Stel je voor dat de hele Nederlandse geschiedenis uitsluitend door buitenstaanders is beschreven en vastgelegd. Dat is ondenkbaar.”

NRC
Sur le site Les Essentiels de la Bibliothèque nationale de France, une série de brèves vidéos présente le royaume de Kouch, la Nubie antique.
https://essentiels.bnf.fr/fr/histoire/antiquite-1/53faf6ca-f7f0-4dae-9c5b-8875919b75da-voyage-pays-larc
#AfriqueAncienne #Antiquité #Kouch #Nubie #Afrique #histoire #HistoireAncienne #Méroé #PharaonsNoirs #archéologie #GeeksAnciens
Voyage au pays de l'Arc | BnF Essentiels

Moins connues que leurs sœurs égyptiennes, les sociétés du pays de Kouch, au Soudan actuel, sont pourtant aussi originales qu'intéressantes.

BnF Essentiels