Een paar weken geleden bezocht ik #Adamclisi in Roemenië: een gereconstrueerd Romeins overwinningsmonument, een oude stad, een museum, moderne ideologie en misschien het Roemeense antwoord op Katwijk-aan-Zee.
Een paar weken geleden bezocht ik #Adamclisi in Roemenië: een gereconstrueerd Romeins overwinningsmonument, een oude stad, een museum, moderne ideologie en misschien het Roemeense antwoord op Katwijk-aan-Zee.
Adamclisi
Trajanus’ monument in AdamclisiEen paar weken geleden maakte ik een rondreis door Bulgarije, waarbij we ook een bezoek brachten aan Adamclisi in Roemenië. Daar staat een veertig meter hoog, trofeevormig monument ter ere van de overwinning die keizer Trajanus daar in 106 behaalde op de Dacische koning Decebalus en zijn bondgenoten. Ik heb al eens geblogd over diens zelfmoord, gedocumenteerd in het grafschrift van de Romeinse ruiter die het hoofd afhakte en naar Trajanus bracht. Er is ook een beroemde afbeelding op de Zuil van Trajanus.
Museum en stad
Ik bezocht in Adamclisi twaalf jaar geleden, maar toen was het museum gesloten. Dit keer had ik meer geluk. Het gebouw bleek een mooie façade te hebben waarop in mozaïek de Daciërs en Romeinen samen stonden afgebeeld, alsof ze als gelijkwaardige partijen de grondslag hebben gelegd voor een romaanse cultuur die werd voortgezet in het Roemenië van Nicolae Ceaușescu. Propaganda, zeker, maar mooi gedaan.
Metope van een Romein, een Daciër (met falx-zwaard) en een Germaan (herkenbaar aan de broek en de knoop in zijn haar)De aanname in dit geschiedbeeld is dat er een lijntje van het koninkrijk Dacië loopt naar de Roemeense onafhankelijkheid in de negentiende eeuw, en ik verklap geen geheim als ik u zeg dat Dacië slechts een deel vormde van het grondgebied van de huidige staat, en als ik u erop wijs dat historische continuïteiten makkelijker worden geclaimd dan wetenschappelijk bewezen. Waarbij ik ook weer aanteken dat als je Decebalus’ Dacië én zijn bondgenoten op de kaart tekent, er toch iets ontstaat dat lijkt op Roemenië, en dat de linguïstische continuïteit bepaald niet zonder betekenis is.
Het museum, feitelijk een grote en lichte hal, bood geen werkelijke verrassingen: hier staan de brokstukken van de antieke trofee, die zo’n vijftig jaar geleden is gereconstrueerd. Je kunt het herbouwde monument vanuit de museumhal op een heuvel in de verte zien staan. Die brokstukken zijn gevonden in de huizen van het dorp: het slopen van het Romeinse bouwmateriaal leverde fijn bouwmateriaal op. Lag een metope (vierkante reliëfsteen) met de afbeelding naar beneden in het zand, dan is de afbeelding scherp bewaard; anders zijn de reliëfs nogal versleten.
Pax RomanaIn die hal staan ze allemaal, op twee rijen opgesteld, samen met andere stukken van de sculptuur van het oude monument. Er zijn ook enkele Thracische voorwerpen en wat vondsten uit de kleine Romeinse stad die Trajanus stichtte aan de voet van de heuvel. De ruïne trof me als opvallend mooi, wat ook kwam doordat het lente was en de site zich in mooi groen had gestoken. De hoofdstraat met riolering, drie basilieken, een stadsmuur met poorten: het is allemaal niet sensationeel, maar wie het monument bezoekt moet er wel even langs.
Het monument zelf
Het eigenlijke monument staat bekend als het Tropaeum Traiani, dus Trajanus’ overwinningsteken. Het is geïnspireerd door een soortgelijk monument dat zich verheft boven Monaco, in La Turbie: daar betrof het de onderwerping van de Alpenvolken door keizer Augustus. Het museum bij Adamclisi staat op een lage trap en bestaat eveneens uit een ronde basis, met een doorsnee van veertig meter, versierd met vierenvijftig metopen. Die zijn dus merendeels in het museum, al heb ik er ook eens eentje gezien in de Archeologische Musea van Istanbul. Het zijn mooie voorbeelden van Romeinse kunst die niet is gemaakt in de topateliers van Rome, maar aan de grenzen van het wereldrijk.
Gevangene en palmboomBoven de metopen was een kroonlijst met zevenentwintig kantelen, onderbroken door afbeeldingen van gevangenen, vastgebonden aan een loofboom. Of een palmboom, wat curieus is, omdat er geen palmen zijn in dit deel van Roemenië (Dobrudja). Het is mogelijk een aanwijzing voor een beeldhouwer uit Griekenland of Turkije, en wordt wel gepresenteerd als aanwijzing dat Trajanus’ architect Apollodoros van Damascus bij het oprichten van de trofee in Adamclisi betrokken is geweest, maar ik vind dat vergezocht.
Boven de kroonlijst is een kegelvormig dak, bedekt met stenen platen, waarboven een zeshoekige toren verrijst waarop de eigenlijke trofee staat: een zuil waartegen scheenbeschermers waren geplaatst, met daaraan een vastgebonden man en twee zittende vrouwen, en daarboven de wapenrusting. Een inscriptie vermeldt dat het monument is gewijd aan Mars Ultor, de oorlogsgod in zijn hoedanigheid van wreker, en is voltooid in het jaar dat wij 109 na Chr. noemen. Een leuk detail: de scheenbeschermers zijn gemodelleerd op buitgemaakt wapentuig, met een Thracisch of Dacisch aandoende decoratie.
DeportatiescèneDe reconstructie
Archeologen hebben tussen 1882 en 1894 de metopen en de andere architectonische stukken van de bewoners van Adamclisi weten te verwerven. Ze zijn jarenlang tentoongesteld geweest in een park in Boekarest maar gingen terug toen er, zoals men in Roemenië eufemistisch zegt, “een politieke partij aan de macht kwam die er geen belangstelling voor had”. In Adamclisi lagen ze onder glas, maar midden jaren zeventig kwam er dus een museum en werd ook het monument gereconstrueerd.
Uiteraard zit daar een element van speculatie in, want alleen de basis is over. Er zijn echter parallellen, zoals La Turbie, en er zijn munten met afbeeldingen van de eigenlijke trofee. Dat de hoogte gelijk is aan de doorsnede, veertig meter, is een plausibele aanname maar ook niet meer dan dat. De volgorde van de metopen – opmarcherend leger, infanteriegevecht, cavaleriegevecht, vreedzame onderworpenen levend in Pax Romana – is niet ondenkbaar, maar opnieuw speculatief.
Originele en gereconstrueerde metopeEr is werk van de reconstructie gemaakt. De metopen zijn zorgvuldig gekopieerd en tonen de afgesleten reliëfs niet mooier dan ze nu zijn en geven – zoals hierboven te zien – ook andere beschadigingen weer. Didactisch zit het eveneens slim in elkaar: het ziet er keurig uit, maar een stuk van de eigenlijke onderbouw is zichtbaar gelaten zodat de toeschouwer begrijpt dat het een in wezen modern bouwwerk is, terwijl één stenen plaat is vervangen door een stuk marmer, opdat we kunnen fantaseren hoe het er eigenlijk uitzag. Een reisgids kan dus een goed verhaal vertellen over onze omgang met monumenten. Bij het museum kan het mozaïek dienen voor uitleg over de politieke ideologie.
Reconstructie met marmerplaat en zicht op het origineelIn de omgeving zijn ook nog de grafheuvel van een Romeinse officier en een altaar waarop de namen van de gesneuvelde legionairs en hulptroepers te lezen zijn. Dat zijn er honderden. De stenen liggen in het museum; je kunt niet komen op de plek waar die muur heeft gestaan. De grafheuvel, het monument en het altaar vormen samen een gelijkzijdige driehoek, gericht op de plek waar medio september de zon opkomt. Dat kan een aanwijzing zijn voor de datering van de veldslag in 106, namelijk in september, maar het kan ook verwijzen naar de geboortedag van de keizer op 18 september. Maar ik zou niet teveel waarde hechten aan deze speculaties. Vaak is een driehoek gewoon een driehoek.
Adamclisi en Katwijk
Het is een bijzondere plek, niet ver van de monding van de Donau. En aangezien er vanaf de monding van die rivier dwars door Europa een reeks forten was die zich verder langs de Rijn uitstrekte tot in Katwijk, vraag ik me weleens af of daar niet ook een soortgelijk groot monument kan hebben gestaan. Er is wat visserslatijn over een Toren van Kalla die hier ooit zou zijn geweest. Daar moeten we vermoedelijk niet al te veel geloof aan hechten, maar een veertig meter hoge vuurtoren, ach, waarom niet, we mogen toch speculeren?
#Adamclisi #ApollodorosVanDamascus #BenedenDonauLimes #Dacië #Decebalus #Dobruja #Donau #metope #NicolaeCeaușescu #palmboom #PaxRomana #TrajanusRomeins Thracië en Moesië
De Via Egnatia in Filippoi[Dit is het vijfde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]
De Romeinse Republiek
Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, kregen de Romeinen, in oorlog met de Macedoniërs, in de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. te maken met de Thraciërs. Komend vanaf de Adriatische Zee bouwden ze de Via Egnatia, die langs Thessaloniki naar het oosten voerde, langs de havensteden die de Grieken eeuwen eerder aan de Thracische zuidkust hadden gebouwd. Op de annexatie van Macedonië (in 146 v.Chr.) volgde de annexatie van het koninkrijk Pergamon, en daarmee was in elk geval de beheersing van het zuiden van Thracië voor Rome van enorm strategisch belang.
Het zou te ver voeren om hier alle conflicten te noemen die Rome in en rond Thracië heeft uitgevochten. Het was in elk geval nooit eenvoudig, zoals wel blijkt uit het feit dat de oorlog tegen de Bessers duurde van 119 tot 107 v.Chr. Al die tijd was de Via Egnatia niet helemaal veilig. Ook in de oorlogen tegen koning Mithridates VI Eupator van Pontus, een van de gevaarlijkste tegenstanders waarmee Rome te maken had in de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr., werd gevochten in Bulgarije. Bij een van deze oorlogen moet Spartacus in Romeinse handen zijn gevallen: misschien als krijgsgevangene, misschien als verkochte slaaf.
Romeins cavaleriemasker (Archeologisch museum, Stara Zagora)Er ging geen decennium voorbij zonder gevechten. In de jaren tachtig van de eerste eeuw was het dus de oorlog tegen Mithridates; in de jaren zeventig bereikten de legioenen de Donau; in de jaren zestig leden ze een nederlaag tegen de Geten. Julius Caesar wilde de regio in de jaren vijftig pacificeren maar koos voor Gallië, en werd vermoord voordat hij in 44 v.Chr. alsnog naar Thracië kon komen – verschillende legioenen waren al vooruitgestuurd.
Na ongeveer 40 v.Chr. was duidelijk dat twee mannen zouden vechten om de erfenis van Julius Caesar: Octavianus, gestationeerd in Italië, en Marcus Antonius, gestationeerd in het oosten. Het was even duidelijk dat de confrontatie zou plaatsvinden op de Balkan, en dus veroverde Octavianus in de jaren dertig Illyricum, zodat hij altijd over het land naar Macedonië, Griekenland en Thracië zou kunnen. Zo naderden de Romeinen Noord-Thracië niet alleen vanaf de Egeïsche Zee, maar ook vanaf de Adriatische Zee. Omdat de Odrysen inmiddels een vriendelijk, pro-Romeins koninkrijk vormden, werden ze niet geannexeerd, maar het gebied langs de Beneden-Donau werd in 12 v.Chr. wel onderworpen: de provincie Moesia. De afstammelingen van de Triballiërs en de Geten leefden nu in het Romeinse Rijk.
Het graf in KaranovoHet Romeinse Keizerrijk
De annexatie van het Odrysische Rijk volgde ten tijde van keizer Claudius, in het jaar 46 na Chr. Hun gebied zou bekend komen staan als de Romeinse provincie Thracia. De hoofdstad was Perinthos. Het graf van de laatste heerser van een onafhankelijk deel van Thracië, Rhoemetalces III, is geïdentificeerd in een grafheuvel in Karanovo. Voor het eerst sinds de regering van koning Filippos II van Macedonië, vier eeuwen eerder, leefden alle Thraciërs weer in hetzelfde rijk – en opnieuw werden ze bestuurd door een vorst die ergens in het verre westen leefde.
Onomstreden was de Romeinse heerschappij niet. De Romeinen bouwden weliswaar een reeks forten langs de Donau, waaronder het fort Novae voor legioen VIII Augusta, maar keizer Domitianus moest in de jaren 85-89 aanvallen afweren van de Daciërs. Zij leefden in wat nu Roemenië is en de oorlogssituatie dwong de Romeinen tot een provinciale herindeling: Moesia werd gesplitst in Moesia Superior en Moesia Inferior, wat je kan vertalen als het stroomopwaarts en het stroomafwaarts gebied langs de Donau. Het werd in Thracië pas echt rustig toen keizer Trajanus het koninkrijk Dacië binnenviel (101-102) en daarna definitief annexeerde (105-106). Ik schreef al eens over zijn enorme overwinningsmonument bij Adamclisi.
AdamclisiPax Romana
Het verhaal van de provincies Thracia en Moesia Inferior is feitelijk dat van alle andere Romeinse provincies. Er kwamen nieuwe wegen, zoals die van Belgrado over Niš, Sofia, Plovdiv, Edirne naar Byzantion (Istanbul) aan de Bosporus. In het archeologisch potjeslatijn heet die wel Via Diagonalis, omdat die als een scheve lijn van noordwest- naar zuidoost-Bulgarije gaat.
De steden groeiden – niet zelden worden verstedelijking en romanisering beschouwd als twee namen voor hetzelfde proces – en dat kwam niet alleen door natuurlijke bevolkingsgroei, maar ook door migratie. (Ik zou niet goed weten hoe de voorouders van de joodse vrouw waarover ik eens blogde, anders dan door migratie in Bulgarije kunnen zijn aangekomen.)
Een speciale groep migranten waren de legionairs die hier land kregen. In de provincie Thracië lagen, behalve de hoofdstad Perinthos, onder meer ook de havensteden Byzantion en Mesembria (Nesebar), en in het binnenland Hadrianopolis (Edirne), Filippopolis (Plovdiv), Serdica (Sofia) en Pautalia (Kyustendil). In Moesia Inferior lagen de havensteden Histria, Tomis (Constanza), Odessos (Varna) en langs de stroom Troesmis, Durostorum, de legioensbasis Novae en de hoofdstad Oescus. Na Trajanus’ overwinning stichtte hij Nikopolis.
De oude Thracische godin Bendis en een Romeins gezin (Archeologisch museum, Sofia)Mannen uit deze steden deden dienst in de Romeinse hulptroepen en, als ze het burgerrecht hadden gekregen, in de legioenen. Het Thracisch raakte overvleugeld door het Grieks, al zijn er opvallend veel Latijnse inscripties bekend uit het huidige Bulgarije, en bleven aloude grafgebruiken bestaan. En zoals overal maakte de provinciale adel carrière in het Romeinse Rijk: in 235 trad keizer Maximinus Thrax aan, wiens bijnaam aangeeft dat hij uit Thracië stamde.
Zijn korte regering – van 235 tot 238 – markeert het einde van de betrekkelijke rust en het begin van de Crisis van de Derde Eeuw.
[Wordt straks vervolgd]
#Adamclisi #Bessers #Claudius #Dacië #Domitianus #Geten #Karanovo #MarcusAntonius #MaximinusThrax #MithridatesVIEupator #Moesia #Nesebar #NikopolisAanDeDonau #Novae #Octavianus #Odrysen #Perinthos #RhoemetalcesIII #Serdica #Sofia #Spartacus #Thracië #Trajanus #Triballiërs #ViaDiagonalis #ViaEgnatia #VIIIAugusta