Een onuitstaanbaar stripverhaal

De laatste profetie van Gilles Chaillet is een onuitstaanbaar stripverhaal. Er valt vrijwel niets aan te merken op de vier (van de geplande vijf) gepubliceerde albums. Toch overtuigt de reeks geen moment.

Het probleem is niet het scenario. Dat is intrigerend genoeg. De Romeinse oorlogsheld Flavius komt in 394 aan in Rome en ziet hoe de christenen daar de macht overnemen. Is dat voor hem al verontrustend, het wordt nog erger als in zijn kennissenkring kinderen beginnen te verdwijnen en zijn echtgenote wordt vermoord bij een poging een nieuwe kinderroof te beletten. Flavius verdenkt de christenen, kan niets bewijzen en is vertwijfeld genoeg om in te gaan op het lugubere voorstel van de priesteres van een van de traditionele culten: een bezoek brengen aan de onderwereld om de waarheid te achterhalen.

Dat is het einde van het eerste deel. In het tweede en derde zijn we getuige van Flavius’ nederdaling ter helle. Daar ontdekt hij de geheimen van de regering van keizer Heliogabalus, die tussen 218 en 222 een poging deed het monotheïsme in te voeren. Hoewel dat een cultus was voor de zonnegod (en niet de god van de joden en christenen), ziet Flavius tal van parallellen tussen de tijd van Heliogabalus en die van hemzelf: het botte optreden van de religieuze vernieuwers, de vernedering van de Senaat, het schenden van de tempel van Vesta. En ook toen verdwenen er kinderen.

Aan het einde van het derde deel zijn we weer terug in het jaar 394. Flavius wordt op de hielen gezeten door de politie van Stilicho, de hoogste bevelhebber van de Romeinse strijdkrachten in Europa. Flavius vlucht naar Brittannië; in deel vier schrijft hij daar de Historia Augusta, een verrukkelijke collectie gefingeerde keizerbiografieën – een antieke mockumentary.

In vier delen hebben we als lezers ontdekt dat de christenen in elk geval niet verantwoordelijk waren voor de kinderroof in 218-222, maar verder tasten we in het duister over het verdere verloop van het verhaal. We weten dat in 410 Rome door Visigoten is geplunderd en dat in de voorgaande jaren Germaanse stammen het Rijk binnenvielen. Chaillet zou die catastrofe in deel vijf kunnen benutten. Maar dit is speculatie.

Stof te over dus. Dat is niet het probleem van De laatste profetie. Ook de achterliggende thematiek is boeiend genoeg. De opkomst van het christendom en de ondergang van de diverse groeperingen die we in onze taal gemakshalve aanduiden als ‘heidenen’, was niet alleen dramatisch, maar gáát ook ergens over. Dit is het verhaal over het ontstaan van onze cultuur, die tegelijk intoleranter en zachtaardiger is dan de antieke. Het is ook het verhaal van de transformatie van het christendom, dat zijn ideeën in toenemende mate ging uitdrukken met begrippen uit de antieke wijsbegeerte, en daardoor de erfenis van de heidense cultuur begon over te nemen.

In de tijd waarin De laatste profetie speelt, ontstond een synthese van Griekse esthetiek en filosofie, Romeinse bestuurspraktijken en oosterse religie. De nieuwe cultuur was vitaal genoeg om de barbaren te assimileren die zich in het Romeinse rijk vestigden. Pas in de zesde eeuw volgde de grote economische crisis die het begin van de Middeleeuwen en de geboorte van Europa markeert.

Het is makkelijk deze thematiek om zeep te helpen. De scherpe tegenstellingen tussen heidenen en christenen lenen zich voor een zwart-wit-benadering, maar Gilles Chaillet presenteert het genuanceerd. Zijn sympathie ligt bij de heidenen, maar de christenen zijn –althans in de tot nu toe verschenen delen– beslist geen criminelen. Al aan het begin van het eerste deel redt een christen Flavius en zijn vader het leven.

Het probleem met De laatste profetie is dus ook niet de kunstenaar. Chaillet loopt alweer zo’n dertig jaar mee en heeft zijn sporen ruimschoots verdiend met series als Lefranc en Vasco. Die behoren niet tot de absolute top –ik ben er althans geen fan van– en niet iedereen zal houden van de klare lijn, maar Chaillets vakmanschap staat buiten kijf. De vaak symmetrisch vorm gegeven pagina’s van De laatste profetie zijn schitterend getekend en prachtig ingekleurd.

Het probleem zit ook al niet in de documentatie. Chaillets liefde voor het laat-antieke Rome spat van de pagina’s af en hij wéét waarover hij het heeft. Ik heb geen vergissingen gevonden in zijn tekeningen. Het mozaïekpatroon op de vloer van het Senaatsgebouw, de standbeelden in een keizerlijk paleis, een straattafereeltje: je kunt er donder op zeggen dat het er inderdaad zo heeft uitgezien.

Ook de decors buiten Rome zijn uiterst accuraat, al heb ik dit keer toch één foutje aangetroffen. (De liefhebber zal het vinden in deel twee, op blz.24: Harran ligt op de Mesopotamische vlakte, niet in een rotslandschap.) En wie bij het zien van het portret van bisschop Ambrosius van Milaan (deel een, blz 31) mocht denken dat hij wel erg grote flaporen heeft en dat zijn ogen te groot zijn, moet eens kijken naar het mozaïek dat na zijn dood is vervaardigd.

Deze accuratesse is niet zo vreemd. Naast deze reeks heeft Chaillet ook een overzichtswerk gepubliceerd over het Rome van de vierde eeuw. De gelukkige bezitter van Dans la Rome des Césars beschikt over een landkaart van ruim drie bij twee meter en een boek – alles bij elkaar zo’n twee kilo papier waarop de eeuwige stad letterlijk blok voor blok, straat voor straat, huis voor huis is gereconstrueerd.

Scenario, thematiek, documentatie: alles klopt. Zit het probleem dan in het tempo? Het zou kunnen. De opvolging van de tekeningen doet meer denken aan een reeks foto’s dan aan een film. Het is daardoor wat statisch, maar dat is ook het geval in het oeuvre van Edgar P. Jacobs, en toch is Het gele teken een van de invloedrijkste albums aller tijden. Daaraan kan het dus ook niet liggen.

Wat is toch loos met De laatste profetie? Ik kom uiteindelijk tot de conclusie dat het ligt aan de personages. Hoezeer Flavius’ problemen ook samenhangen met de geboorte van onze eigen wereld, ze zijn voor ons uiteindelijk niet herkenbaar. “Het ontstaan van Europa” is te abstract om je als lezer betrokken bij te voelen, terwijl de persoonlijke ontwikkeling van Flavius voor ons al even onvoorstelbaar is. Wij kunnen de existentiële vragen van een oorlogsheld na terugkeer van het front niet navoelen. Verder is religie voor ons een privé-aangelegenheid, zodat wij ons niet kunnen voorstellen dat iemand zich, ook al wordt zijn echtgenote vermoord, onderwerpt aan het religieuze experiment van een hellevaart.

Het is de spagaatstand van elke historicus. Je weet dat je het verleden niet mag beoordelen aan de hand van moderne vooringenomenheden. Omgekeerd kun je het verleden ook niet in zijn eigen woorden uitleggen. Als je dat namelijk perfect zou doen, is het voor de moderne lezer niet langer te begrijpen. Tussen deze twee klippen moet de historicus door laveren: hij mag het verleden niet actualiseren maar kan het evenmin voor zichzelf laten spreken.

Chaillet is in zijn perfectionisme een stap te ver gegaan. Een oude Romein – heiden of christen, dat maakt niet uit – zou zijn verhaal beter appreciëren dan wij. De laatste profetie is een onuitstaanbaar stripverhaal.

[Eerder verschenen op Frontaal Naakt.]

#DeLaatsteProfetie #GillesChaillet #Heliogabalus #HistoriaAugusta #historischeRoman #Stilicho #stripverhaal

Post by @jurjenkvanderhoek · 6 images

💬 0  🔁 0  ❤️ 0 · HEROES NEVER DIE, STRIPFIGUREN VERJAREN NIET ·  Waardoor staat het ene stripverhaal in de schijnwerpers, terwijl het andere in de schaduw van de tijd blijft. Ofwel hoe kan het dat…

Tumblr
SCHILDEREN VOOR EEN BETERE WERELD

De graphic novel “Een betere wereld” behandelt de laatste 11 jaar van Piet Mondriaan, een kunstenaarsleven. Een dwarsdoorsnede waarin ik zie en lees hoe hij worstelde met zijn overtuiging dat kunst d…

Tumblr

Het gebroken oor

Het beeldje van het Gebroken Oor (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Wie tegenwoordig de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis bezoekt in het Brusselse Jubelpark, kan er niet omheen: afbeeldingen van het bovenstaande precolumbiaanse beeldje duiken overal op, op de website, op affiches, op de voorgevel. Het is dan ook een van de beroemdste stukken uit de collectie.

Kuifje en het gebroken oor

Niet omdat het zo superbelangrijk is, want het is bepaald geen uniek object. Het speelt echter, met een in het echt niet beschadigd oor, een rol in Hergés Kuifje en het gebroken oor. In december 1935 konden de lezers van Le Petit Vingième lezen dat dit beeldje uit het museum was gestolen, maar gelukkig brengt Kuifje het uiteindelijk terug, na een reeks omzwervingen door de Latijns-Amerikaanse republiek San Theodoros en een bezoek aan de Arumbaya’s. Het is dus dankzij Hergé dar dit vermoedelijk het bekendste stuk is uit de Brusselse collectie.

Hergés versie van het beeldje, met een gebroken oor

Het was, toen Hergé erdoor gefascineerd raakte, nog niet zo lang in de Belgische hoofdstad. In 1930 had classicus Henri Lavachery, die was verbonden aan het museum, deelgenomen aan een expeditie naar de Stille Zuidzee; dit was een voorloper van de expeditie waarmee Lavachery enkele jaren later een compleet Paaseiland-standbeeld naar België zou halen. Bij de eerdere reis bezocht hij ook Peru, waar hij diverse precolumbiaanse sites bekeek en oudheden aankocht. Zoals dit beeldje, dat door Hergé dus werd toegeschreven aan de Arumbaya’s – een fictieve stam uit de twintigste eeuw.

Chimú

Het echte beeldje is echter veel ouder. Het behoort tot de zogeheten Chimú-cultuur in het noordwesten van Peru; deze precolumbiaanse beschaving correspondeert met een koninkrijk genaamd Chimor, dat u moet plaatsen na pakweg 1200 na Chr. en vóór de Inka’s het rond 1460 onderwierpen. Beeldjes als dit stonden opgesteld in de hoofdstad, Chan Chan, “zon zon”, niet ver van de moderne stad Trujillo.

Het Brusselse beeldje is vrij simpel, maar we kennen verschillende andere, die zijn voorzien van oorbellen en hoofdtooien, terwijl analisten uit de verfsporen kunnen afleiden dat op de gezichten tatoeages waren weergegeven en. Vermoedelijk stellen ze hoogwaardigheidsbekleders voor. Misschien droegen ze, in een religieuze omgeving, offergeschenken aan voor de goden, al is de Eerste Hoofdwet van de Archeologie van toepassing. Hoe dat ook zij: het blijft een leuk beeldje.

#ChanChan #Chimú #Chimor #HenriLavachery #KoninklijkeMuseaVoorKunstEnGeschiedenis #Kuifje #KuifjeEnHetGebrokenOor #Peru #stripverhaal

Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis - Mainzer Beobachter

In de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel waan je je weer even kind, blij omdat er zoveel nieuws is om te ontdekken.

Mainzer Beobachter

Vijf dagen Brussel

Brussel, Botanische Tuin

Het idee was om, net als vorig jaar, eind januari een paar dagen te gaan fietsen. Ook om te zien of ik voldoende was gerevalideerd. Vlaanderen leek een mooie bestemming, maar de wind zat in de verkeerde hoek en er was regen voorspeld. Zodat we besloten een hotel in Brussel te nemen, een stad waar zó veel te zien is dat je er moeiteloos twee weken kunt doorbrengen. Bovendien is de treinverbinding vanuit Amsterdam sinds kort sterk verbeterd. En omdat ik het idee heb dat Nederlanders te weinig in België komen, doe ik hier verslag. Misschien inspireert het u tot een bezoek aan de Europese hoofdstad.

Stripverhalen

Ons hotel: Ibis City Centre. Centraal gelegen, opvallend aardig personeel en tussen drie metrostations (Sint-Katelijne, Beurs en De Brouckère), waardoor de hele stad in een oogwenk te bereiken is. Met wat geluk kijk je uit op de Sint-Katelijne-kerk, maar dit keer hadden we niet zoveel geluk. Wel een fijn stille kamer. De Ancienne Belgique is trouwens op loopafstand maar mijn reisgenote zag niets in Front 242, dus dat hebben we maar even gelaten zoals het is.

Jongen met hond, Brygos-schilder (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis)

Op een regenachtige vrijdag bezochten we de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, waarover ik al heb verteld. (Ik heb voor februari blogjes over museumvoorwerpen in stripverhalen gepland: een, twee.) Daarna wandelden we door de plensbuien langs de Squares en het door Victor Horta ontworpen Hotel van Eetvelde naar het Stripmuseum. Dat is overigens ook gevestigd in een door Horta ontworpen gebouw, namelijk de Magasins Waucquez.

Ik was lang geleden in het Stripmuseum geweest en vond het leuk de collectie opnieuw te zien. Destijds lag de nadruk erg op Hergé, die (zoals bekend) alle regels van het beeldverhaal ontdekte, en André Franquin, die alle uitzonderingen vond. Nu was de collectie meer gericht op de eigentijdse tekenaars, waarbij je uiteraard je eigen favorieten (Marvano en Ken Broeders) nergens ziet. Zo gaan die dingen.

Franquin over kleur

Het centrum

De zaterdag bekeken we de neogotische Sint-Katelijne-kerk, de Begijnhofkerk en de Sint-Michiels- en Goedele-kathedraal, om vervolgens met Jeroen Wijnendaele (de auteur van een goed boek over Clovis) te lunchen op de Grote Markt. Ik zou geen seconde overwegen in Amsterdam op de Dam of het Leidseplein te lunchen, maar ik schaam me niet een toerist te zijn in een andere stad. En trouwens, het uitzicht op de Brusselse Grote Markt is een stuk beter dan op het Leidseplein.

We bezochten het Broodhuis, het museum gewijd aan de geschiedenis van Brussel. Hier is ook het originele beeld van Manneke Pis te zien, dat ik gewoon ordinair blijf vinden. We wandelden nog via het monsterlijke Paleis van Justitie, namen afscheid van Jeroen en wandelden door naar de Hallepoort, waar we te laat waren. Dus wandelden we maar terug naar het hotel.

Sint-Michiel (Broodhuis)

Jugendstil

De zondagmorgen was gewijd aan de Jugendstil. Als Apeldoorner kan ik daar natuurlijk niet onderuit. We namen de metro naar het Maison Hannon, dat ik erg bijzonder vond. Ik weet dat je het licht en het kleurgebruik en het totaalkunstwerk moet bewonderen, en terecht, maar mij vielen vooral de bakelieten stopcontacten op. Het Hortamuseum is op loopafstand, en er zijn nog meer mooie huizen aan het Louis Moricharplein en in de Vanderschrickstraat. Ik moet de leuke markt op het Sint-Gillis-voorplein niet vergeten te vermelden.

Maison Hannon

Ons tweede bezoek aan de Hallepoort had meer succes. Het is gewijd aan de stadsmuren van Brussel en je ziet er ook allerlei oude wapens. Het hoogtepunt was de wapenrusting van aartshertog Albrecht van Oostenrijk. Vanaf het hoogste niveau heb je een prachtig uitzicht over de stad met op de horizon de Koekelbergbasiliek en het Atomium. Onderweg terug naar het hotel passeerden we bij toeval de plek waar Horta’s Volkshuis heeft gestaan – de sloop is een berucht cultureel misdrijf – en bezochten we de Onze Lieve Vrouwe ter Zavel. Ook plunderde ik nog ergens een stripboekhandel.

Wandelen

Op maandag zijn veel musea gesloten, maar het Atomium, toch hét symbool van Brussel, was dat niet en ik wilde er al heel, heel lang eens heen. Ik ben er vier of vijf keer langs komen fietsen, maar nooit was ik er binnen. We aten wafels in het restaurant, met het mooiste uitzicht over de stad. In een van de bollen is een expositie over de Wereldtentoonstelling van 1958. Wat ontbrak: vermelding van het Afrikaanse dorp (met Afrikaanse bewoners) dat hier destijds stond – iets dat nu écht niet meer zou kunnen. En wat ook ontbrak: de mooie toespraak van koning Boudewijn over een hedendaags humanisme.

In het Atomium

De wandeling terug voerde langs het Designmuseum, een reeks gesloten negentiende-eeuwse kerken en de Botanische Tuin. Helaas bleek Librairie Jona (aanleiding tot het beste blogje dat ik ooit schreef) er niet meer te zijn. De beeldentuin naast het Museum van Schone Kunsten die we wilden bezoeken bleek te bestaan uit zegge en schrijve vier beelden, en de beeldentuin op het De Meeüsplein stelde ook weinig voor. Na aan de Aarlenstraat foto’s te hebben gemaakt van het huis van Wilhelm Vollgraff, de archeoloog die Utrecht zijn Romeinse verleden heeft gegeven, bracht de metro ons terug naar het hotel. We hadden een kleine dertien kilometer gewandeld, dus die revalidatie van me, die is afgerond.

Louvain-la-Neuve

Dinsdag namen we de trein naar Louvain-la-Neuve, bij mijn weten de enige stad ter wereld die is aangelegd als universiteit. Hier is het Hergé-museum, dat echt heel, heel goed is. Veel originele tekeningen natuurlijk, maar ook een weldoordacht verhaal over het ontstaan van de door hem bedachte personages, over het team rondom hem, over invloeden, zoals die van film. Mijn eigen favoriet (lees maar hier) was nergens te zien. Zo gaan die dingen. Heel goed: het gebruik van muziek (Charles Trenet, Joséphine Baker, de Beatles en een aria van Gounoud waarvan de titel me even niet te binnen wil schieten). Ook erg leuk: Hergés schets van een soort fles uit de precolumbiaanse Moche-cultuur, waarvan we vrijdag exemplaren hadden gezien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis.

Tweemaal Moche-aardewerk

Niet veel verderop is het universiteitsmuseum, dat een gevarieerde collectie heeft, zoals wel meer universiteitsmusea: ze komen immers tot stand doordat allerlei wetenschappers allerlei soorten instrumenten gebruiken en doordat allerlei mensen allerlei verzamelingen nalaten aan de universiteit. Echte topstukken waren er ook hier niet, maar dat werd meer dan gecompenseerd door goede uitleg – hoe je bijvoorbeeld een veertiende-eeuws beeld herkent aan de wijze waarop textiel wordt afgebeeld.

Handhaving

Na vijf volle dagen Brussel hebben we op woensdagmorgen nog een laatste stadswandeling gemaakt. We bekeken de kerk van Onze Lieve Vrouwe ter Kapelle, aten nog eens een wafel, bezochten de stripboekhandel bij het station. Dat vulgaire beeld van die urinerende kleuter viel niet te vermijden.

Stukje stadsmuur

En nu zit ik in het Zuidstation op de trein te wachten. Iemand zat zojuist op een laptop muziek te luisteren, dus ik zat gedwongen met de koptelefoon op – dit model wordt gebruikt door tuinmannen met bladblazers en functioneert beter dan koptelefoons met geluidsonderdrukking – maar dat hoefde niet lang te duren. Een beveiliger droeg de muziekliefhebber namelijk op ergens anders van zijn muziek te genieten. Handhaving, dat is iets wat ik voor Nederland ook zou wensen.

Uiteraard is er in Brussel veel meer te zien, maar dat leest u maar hier of hier of daar of daar. Of in dit boek.

#AlbrechtVanOostenrijk #Atomium #België #BoudewijnVanBelgië #Broodhuis #Brussel #Hallepoort #Hergé #JeroenWijnendaele #Jugendstil #KoninklijkeMuseaVoorKunstEnGeschiedenis #LouvainLaNeuve #MaisonHannon #Moche #OnzeLieveVrouwe #StripmuseumBrussel_ #stripverhaal #VictorHorta #WilhelmVollgraff

Fietsen langs de Rijn - Mainzer Beobachter

Ik maakte een fietstochtje langs de Rijn en zag allerlei moois. Ik neem u mee op een toeristische reis naar Keulen en daarna stroomafwaarts.

Mainzer Beobachter
REIDGIDS DOOR NEERLANDS STRIPLANDSCHAP

De catalogus “50 jaar Stripschapprijs” van Museum of Comic Art in Noordwijk aan Zee is een boek die past in de bibliotheekkast onder de titel geschiedenis. De uitgave bij de tentoonstelling leidt de…

Tumblr

Toen Sherpa aanvankelijk “The Art of Andreas” aankondigde, werden er 9 (!) varianten verwacht: drie voor de drie talen Frans, Nederlands en Engels.

Het ging om een normale editie, een luxe-editie, en een superdeluxe editie.

Maar de onderhandelingen tussen de verschillende uitgevers sleepten maar aan. Wij vermoedden dat het vooral met de Engelse uitgave stroef verliep, maar dat schijnt niet te kloppen.

Uiteindelijk werd uitgeverij Sherpa het wachten moe, en besloten ze het heft in eigen handen te menen.

Daardoor werd al vroeg een volledige vertaling van de teksten in het Engels ter beschikking gesteld. Wie het bestand downloadde,  kon het zelf uitprinten op vier bladzijden, of eventueel naar een kopiedienst gaan om het op aan A3-pagina te laten afdrukken, en het netjes gevouwen in het boek te steken.

De boeken waren er nog niet, maar het was in elk geval een bewijs dat de teksten er wel al waren, en dat de definitieve uitgave naderbij kwam.

Toen de boeken uiteindelijk beschikbaar waren, ging het dus om twee reeksen: een Franse en een Nederlandse. Met de downloadbare Engelse vertaling konden de Engelstaligen zich behelpen. Als artbook is het in de eerste plaats een kijkboek, zodat het niet erg belangrijk is dat er geen specifieke Engelse uitgave is. 

De Nederlandse reeks was niet zomaar een kopie van de Franse. In totaal blijken er, los van de taalversies, drie varianten te zijn. Er zijn nog altijd de oude standaardversie, een luxeversie en een superdeluxeversie, maar de varianten zijn niet voor elke taal dezelfde.

Voor het Nederlands zijn er de standaard- en luxeversie, voor het Frans de standaard- en superdeluxeversie.

Alle luxeversies hebben een extra gesigneerde piëzografie, terwijl de superdeluxe bovendien met linnen rug is gebonden.

Concreet: de duurste versie is de Franse “édition deluxe”, die wordt beperkt tot 250 exemplaren, is gebonden met een linnen rug, en een groot gesigneerd ex libris bevat. Die kost bij verschijnen 125 euro.

De Franse standaardversie kost maar 55 euro en is net als alle andere varianten op groot formaat. Er is echter nergens vermeld of die versie een beperkte oplage heeft.

De Nederlandse standaardversie is gelijk aan de Franse, en kost dus ook 55 euro. Ook daarover wordt niet gezegd of de oplage gelimiteerd is.

De duurste Nederlandse editie heet de “ultra limited collectors edition” en kost 99 euro. Ze is beperkt tot 99 exemplaren, en bevat een gesigneerde piëzografie.  Die piëzografie is wat in de Franse editie het gesigneerd ex libris wordt genoemd.

Een overzicht staat in de tabel hieronder.

https://andreasmartens.wordpress.com/2024/02/12/vergelijking-van-de-varianten-van-the-art-of-andreas/

#andreas #artBook #engels #frans #kunstboek #nederlands #stripverhaal #theArtOfAndreas #vergelijking #versie

Vergelijking van de varianten van The Art of Andreas

Toen Sherpa aanvankelijk “The Art of Andreas” aankondigde, werden er 9 (!) varianten verwacht: drie voor de drie talen Frans, Nederlands en Engels. Het ging om een normale editie, een l…

Andreas, striptekenaar

Nieuw stripvlog!
👉 https://youtu.be/fcA3MGmpyfA

Ik las De wraak van Zaroff, van @sylvain_runberg en @francoismivilledeschenes en ben onder de indruk...

Een hard, bloederig, maar spannend verhaal. Goed geschreven en prachtig getekend. Een dikke aanrader!

#dewraakvanzaroff #sylvainrunberg #francoismivilledeschenes #lelombardbd #getekend #graphicnovel #stripverhaal #boekbespreking #stripbespreking #recensie #strips #stripvlogger

De wraak van Zaroff | Stripvlog 772

YouTube

@pkoopmanpk

Ze blijven geniaal.

Je zou "Joe Bar Team" dan ook eens moeten lezen.
Ik kan er nu geen leesbare pagina van vinden maar ze zijn zeker de moeite waard.
Edit: wel een paar in het Frans.

#JoeBarTeam #Stripverhaal