@Gaolaitch

Oh, that got me hooked. New to me! I will make sure to reserve time for a proper listening later this week. Thank you for connecting me to this piece and this performance.

#SimeonTenHolt #CantoOstinato #JeroenVanVeen #MinimalistMusic

Noord Nederlands Orkest eert Simeon ten Holt

Vrijdag 7 februari 2014 eert het Noord Nederlands Orkest in de Oosterpoort in Groningen de in 2012 overleden Simeon ten Holt met de wereldpremière van zijn orkestwerk Centri-fuga, dat hij in 1979 voltooide. Het werd tot op de dag van vandaag nooit uitgevoerd en wordt vanavond ten doop gehouden door dirigent David Porcelijn.

Simeon ten Holt, foto Friso Keuris

Na de pauze klinkt bovendien Ten Holts magnum opus Canto ostinato voor vier piano’s, uitgevoerd door Sandra en Jeroen van Veen, Fred Oldenburg en Irene Russo. Eerder deze week voerden andere pianisten het ook al uit in het Amsterdamse Concertgebouw. 

Simeon ten Holt werd bekend vanwege het bezwerende, minimalistische Canto ostinato. De wereldpremière sloeg in als een bom en sindsdien klinkt Canto ostinato  zo’n beetje elke dag wel ergens ter wereld op een concertpodium, in zo’n beetje elke denkbare bezetting. De elpee die er in 1984 van gemaakt werd, groeide uit tot de best verkochte van een Nederlandse componist ooit. Ook later verschenen elpees en cd’s van de verschillende versies bereik(t)en monsterverkopen. 

Een beetje tot zijn eigen verdriet werd Ten Holt gaandeweg de componist van één enkel stuk. Terwijl hij zoveel meer in zijn mars had.  Daarom is het bijzonder verheugend dat het Noord Nederlands Orkest zijn orkestwerk Centri-fuga ten doop houdt, dat hij in dezelfde periode componeerde. – Veel orkestwerken schreef hij niet.

Jakob van Domselaer

Een belangrijke inspirator voor Simeon ten Holt was de eigenzinnige componist en pianist Jakob van Domselaer, die net als hij in Bergen woonde. ‘Van Domselaer was niet alleen mijn leermeester, hij was een noodlot’, zei hij hierover. ‘Hij volgde in zijn lessen de traditionele theorie en tegelijkertijd filosofeerde hij over Schönberg. Maar Van Domselaer was een nogal uitgesproken persoonlijkheid: hij verklaarde alles tot nul en beschouwde zichzelf als de componist die op de Olympus woonde. Zo ging ik niet naar het conservatorium, omdat hij al dat blokken en examens doen maar niks vond. Met het gevolg dat ik totaal niet toegerust was toen ik de wereld inging. Ik heb me van hem los moeten maken om mijn eigen vleugels uit te kunnen slaan. ’

Afgezien van twee periodes in Amsterdam en een uitstapje naar Parijs, waar hij van 1949 tot 1952 vertoefde, bleef Ten Holt zijn leven lang in Bergen wonen. In de lichtstad kreeg hij korte tijd les van grootheden als Arthur Honegger en Darius Milhaud, hetgeen hij echter omschreef als ‘decoratieve ervaringen, van geen enkel compositorisch belang’. Uit geldgebrek betrok hij in 1954 een verbouwde bunker uit de Tweede Wereldoorlog. In deze rustieke omgeving poogde hij greep te krijgen op de begrippen tonaal/atonaal.

Daartoe ontwikkelde hij zijn diagonaalgedachte,  gebaseerd op het tegelijkertijd laten klinken van toonsoorten die in een sterk dissonante relatie tot elkaar staan. Hierna ging hij ook seriële werken componeren, waarvan Cyclus aan de waanzin (1962) en A/.ta-lon/ (1968) de sleutelstukken vormen. Ten Holt zei hierover: ‘Met het serialisme kregen we de klankkleurkunst, het ruiselement werd ontdekt. Als je consequent doordenkt, leidt dat tot een verdieping van wat een toon uiteindelijk is.’

Hij vervolgde: ‘In A/.ta-lon/, voor mezzosopraan en 36 spelende en pratende instrumentalisten, zijn alle muzikale parameters, zoals duur, intensiteit, hoogte, maar ook klankkleur, herleidbaar tot een en dezelfde reeks, met al haar transposities en permutaties. Zelfs de tekst heb ik volgens dezelfde structuur gemaakt, puur op taalklank.’ In dezelfde periode realiseerde Ten Holt ook een aantal elektronische composities aan het Instituut voor Sonologie in Utrecht, zoals I am Sylvia but somebody else en Inferno I en II.

Terug naar de tonaliteit

De vrijheidslievende Ten Holt voelde zich al snel bekneld door ‘het dictaat van het schema’ dat de seriële muziek nu eenmaal oplegt: ‘Ik kreeg er genoeg van om aan een tafel, vanuit mijn hoofd te componeren – vanuit het intellect en niet vanuit het gevoel. Geleidelijk kwam ik tot het besef dat tonaliteit de adequate vorm is om een innerlijke wereld tot uitdrukking te brengen. Maar ik streefde naar een andere vorm dan die we al kenden. Zoals de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer de idee ontwikkelde van een “God na de dood van God”, ontwierp ik de “tonaliteit na de dood van de tonaliteit”. – Ik maak weliswaar gebruik van de traditionele harmoniek, maar de elementen van spanning en ontspanning die daarvoor zo kenmerkend zijn, verzelfstandig ik tot muzikale objecten.’

Zo schotelt Ten Holt ons herkenbare akkoorden voor, die echter niet de conventionele muzikale route volgen, omdat ze op zichzelf komen te staan. Canto ostinato was het eerste stuk dat hij vanuit deze houding componeerde en het sloeg dus in als een bom. 

Opvallend in zijn latere werk  is de grote interpretatievrijheid. Niet alleen kunnen stukken door verschillende soorten instrumenten worden uitgevoerd, ook het aantal spelers varieert en zij mogen binnen bepaalde marges hun eigen pad door de partituur volgen. Een uitvoering is dus altijd anders en de tijdsduur kan enorm variëren – Lemniscaat voor toetsinstrumenten (1983) nam bij zijn première dertig uur in beslag.

Sociaal proces

De componist zei hierover: ‘Het gaat mij om een sociaal proces. De mens heeft een onvermogen tot communiceren en door zoveel open te laten dwing ik de spelers tot overleg. Ik ben slechts een regisseur op afstand: ik lever enkel de bouwstenen. Hierdoor ontstaat een continuüm tussen mij, de uitvoerder en het publiek: door te leren kennen, word je zelf gekend.’

In 2000 deed Ten Holt een experiment . Tijdens een uitvoering van Canto Ostinato door twee piano’s en twee marimba’s kon het publiek met behulp van een afstandsbediening mede het verloop van de compositie bepalen – harder, zachter, donkerder, gepassioneerder. De gemiddelde uitkomst van deze publieksbemoeienis werd op een scherm geprojecteerd in steeds van kleur verschietende kolommen.

Ten Holt: ‘Het was als het ware één grote hartenklop. Probleem is dat gevoel zich niet laat digitaliseren, het is nu een keer vloeiend. De musici wisten niet goed hoe ze op het scherm moesten reageren, omdat er twee talen werden gebruikt die strijdig zijn met elkaar. Het experiment was mislukt.’

Van publieksparticipatie is bij de wereldpremière van Centri-fuga geen sprake, maar ook hierin trekt Ten Holt een parallel met ons dagelijks leven. Hij vergelijkt het orkestwerk met een flatgebouw zonder trappenhuis, waarin ieder zijn eigen leven leidt. Het stuk is gebouwd op vier tonen, die telkens worden uitgevoerd door groepen van vier dezelfde instrumenten, en de tijdmaat voltrekt zich volgens het principe van de middelpuntvliedende kracht. – Benieuwd hoe dat gaat klinken!

De citaten in dit stuk zijn ontleend aan een interview dat ik in 2001 voerde met Ten Holt voor een aan hem gewijd festival in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht.

Onafhankelijke muziekjournalistiek staat onder druk. Elke steun, hoe klein ook is welkom via PayPal, of overboeking naar mijn bankrekening: T. Derks, Amsterdam, NL82 INGB 0004 2616 94. Mijn dank is groot!

#CantoOstinato #CentriFuga #Groningen #NoordNederlandsOrkest #Oosterpoort #SimeonTenHolt #TheaDerks

Abschied in Panorama de Leeuw XV

A.s. woensdag 6 januari draai ik in Panorama de Leeuw op de Concertzender het grootschalige orkestwerk Abschied, dat Reinbert de Leeuw in 1973 componeerde. Met dit kolkende stuk – ‘een permanent soort razernij’ – in zijn eigen woorden, leek hij voorgoed afscheid  te nemen van de Romantiek, het symfonieorkest én zijn carrière als componist.

Het werd in première gebracht door het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart en verscheen op een elpee, die echter zelden of nooit op welke zender dan ook te horen is. Op deze langspeler staat ook Hymns & Chorals, dat ik draaide in aflevering XII.

Wat zou het mooi zijn als het nieuwe jaar ook een Abschied zou betekenen van het vele geweld in het afgelopen jaar – en in de jaren daarvóór. Dit zal helaas wel te veel gevraagd zijn, want de mens schijnt nu een keer de onbedwingbare behoefte te hebben de ander zijn of haar wil op te leggen, desnoods met geweld.

Maar hoop doet leven, en op 7 januari speelt het Brodsky Quartet in het Muziekgebouw aan ‘t IJ de cyclus Trees Walls Cities over de helende kracht van muziek. Ze vroegen acht componisten een stuk te schrijven over een iconische stad waar muren een belangrijke rol spelen: om de vijand buiten te houden, het volk binnen, of om bevolkingsgroepen van elkaar te scheiden.

De wal op Cyprus die werd opgeworpen tussen de Turkse en Griekse bevolking

Een zeer actueel thema, gezien de vele muren die alom worden opgericht om vluchtelingen uit conflictgebieden te weren uit ons comfortabele, rijke Westen. Maar ook de verzoenende werking van muziek heeft zo zijn grenzen. Zo vertelde Daniel Rowland, primarius van het Brodsky Quartet, me in een gesprek voor Cultuurpers dat de burgemeester van Dubrovnik weigerde  de Servische componiste Isidora Žebeljan toe te laten bij de première van haar eigen stuk. Je leest mijn interview hier.

Op zondag 20 december verzorgde ik de inleiding bij een concert van het Residentie Orkest in TivoliVredenburg, met o.a. het Concert voor twee piano’s van Mozart. Solisten waren Lucas en Arthur Jussen, met wie ik sprak over hun aanpak en over mogelijke meningsverschillen over interpretaties. Ze speelden twee varianten voor, waarbij ik het publiek liet kiezen: unaniem opteerde men voor de wat lyrischere interpretatie van Lucas.

Thea Derks – Arthur en Lucas Jussen, TivoliVredenburg 20-12-2015

Een week eerder speelde het Residentie Orkest in de NTR ZaterdagMatinee de wereldpremière van het Pianoconcert Unscrolled van mijn Chinees-Amerikaanse vriend Huang Ruo, dit seizoen composer in residence van het Amsterdamse Concertgebouw. De eerste componist ooit die deze eer te beurt valt, ik ben heel trots op hem. Ik leerde Huang Ruo kennen in 2005, toen hij meedong naar de Gaudeamus Muziekprijs en we werden meteen vrienden. 

Helaas moest ik wegens familieomstandigheden zijn wereldpremière missen, maar we hebben de schade daarna ruimschoots ingehaald. Op dinsdag 15 december was Huang Ruo te gast bij het Conservatorium van Amsterdam, met onder andere een interview en een uitvoering van zijn stuk Leaving Sao. Arnold Marinissen leidde het studentenensemble The Score Collective en Ruo nam zelf de zangpartij voor zijn rekening. Het stuk werd een dag later met groot succes herhaald tijdens een lunchconcert in een uitpuilende Kleine Zaal van het Concertgebouw.  Diezelfde avond kwam hij met zijn vrouw Shelley en zijn zoontje Nike bij me eten.

Nike – Huang Ruo – Thea Derks, 16-12-2015

Ook op 16 december overleed de legendarische Nederlandse alt Aafje Heynis, 91 jaar oud. Ze was niet alleen geliefd vanwege haar warme, diepe timbre, maar ook om haar eenvoudige en bescheiden persoonlijkheid. Ze was altijd dienstbaar aan de muziek en werd wel vergeleken met de Britse alt Kathleen Ferrier, wier docent haar met vooruitziende blik ooit een grootse carrière voorspelde. Ik schreef een in memoriam.

Op donderdag 10 december gaf ik de derde les van mijn cursus over hedendaagse muziek in het Muziekgebouw aan ‘t IJ, ditmaal gewijd aan de Tweede Weense School. Met aansluitend een concert van het Vlaamse Collectief o.l.v. Reinbert de Leeuw, met als soliste de sopraan Katrien Baerts. De uitvoering had helaas niet het hoge niveau dat De Leeuw eerder dat jaar bereikte met een geheel aan Janácek gewijd programma waaraan ook Collegium Vocale Gent meewerkte.

Een dag eerder klonk in het Muziekgebouw aan ‘t IJ de wereldpremière van de opera Eichmann, gemaakt door de componist Alejandra Castro Espejo en de librettist Bo Tarenskeen. Ik sprak met Castro Espejo over haar compositie, maar helaas werd geen van de hooggespannen verwachtingen ingevuld. Ten eerste was er geen sprake van opera: het merendeel van de tijd werd er niet gezongen maar gesproken; elke vorm van drama ontbrak en er was evenmin interactie tussen de personages.

Adolf Eichmann tijdens zijn proces in Jeruzalem, 1961 (c) https://www.timesofisrael.com

Ten tweede bestond het ‘libretto’ uit nietszeggende teksten over van alles en nog wat, maar ging het nergens over de beloofde spanning tussen het volgen van ons eigen geweten of bureaucratisch uitvoeren wat anderen ons opdragen, zoals Adolf Eichmann deed. Dat de antropologe Hannah Arendt hem niet als een bloeddorstig monster beschouwde, maar als een onbetekenend individu, kwam evenmin uit de verf. De thematiek heeft beslist operapotentie, maar kwam geen moment tot leven.

Zoals ik in mijn vorige blog al meldde, verzorgde ik op donderdag 3 december de inleiding bij een uitvoering van Mantra voor twee piano’s en elektronica van Karlheinz Stockhausen. Ik had mijn gesprek met Pierre-Laurent Aimard, Tamara Stefanovich en de elektronicus Marco Stroppa geregistreerd met mijn smartphone. Anders dan ik verwacht had, was de opname van een behoorlijke kwaliteit, dus plaatste ik deze op YouTube.

Het toeval wil dat diezelfde week ensemble Insomnio nóg een keer de 90e verjaardag van Pierre Boulez vierde met een minifestival. Hij was samen met Stockhausen een van de belangrijke vernieuwers van de muziek van na de Tweede Wereldoorlog. Het door hen gepredikte serialisme is allang op zijn retour, maar hun status is er niet minder om.

Tijdens de kerstvakantie sprak ik voor Cappella Amsterdam met dirigente Maria van Nieukerken over haar carte blanche concert rond elegiën, dat 26 en 17 januari wordt uitgevoerd in Utrecht en Amsterdam. En voor het Noord Nederlands Orkest schreef ik een toelichting bij Canto ostinato voor vier piano’s van Simeon ten Holt en bij de wereldpremière van diens orkestwerk Une musique blanche in de Oosterpoort te Groningen op 22 januari 2016.

Op de valreep van het nieuwe jaar werd ik door Huize Gaudeamus gestrikt voor een lezing over mijn biografie Reinbert de Leeuw, mens of melodie op donderdag 4 februari. En vanavond heb ik een afscheidsdiner met Huang Ruo, die morgen terugvliegt naar New York.

Mijn jaar kan nu al niet meer stuk. Ik wens ook u een mooi en gelukkig 2016!

#AafjeHeynis #Abschied #AdolfEichmann #ArnoldMarinissen #ArthurJussen #BoTarenskeen #BrodskyQuartet #CantoOstinato #CappellaAmsterdam #CollegiumVocaleGent #ConcertgebouwAmsterdam #Cultuurpers #DanielRowland #EdoDeWaart #HetCollectief #HuangRuo #HuizeGaudeamus #Insomnio #IsidoraZebeljan #KarlheinzStockhausen #LeavingSao #LucasJussen #Mantra #MariaCastraEspejo #MariaCastroEspejo #MariaVanNieukerken #MensOfMelodie #mensOfMelodiePanoramaDeLeeuw #MuziekgebouwAanTIJ #NoordNederlandsOrkest #NTRZaterdagMatinee #Oosterpoort #PanoramaDeLeeuw #PierreBoulez #PierreLaurentAimard #ReinbertDeLeeuw #ResidentieOrkest #RotterdamsPhilharmonischOrkest #ScoreCollective #SimeonTenHolt #TamaraStefanovich #TheaDerks #TivoliVredenburg #TreesWallsCities #TweedeWeenseSchool #UneMusiqueBlanche #Unscrolled

programmagids

Door op een datum te klikken, krijgt u de programma-informatie van die dag te zien. De gegevens staan meestal 2 weken vooraf online. Ook lastminutewijzigingen vindt u hier.  

Concertzender | Klassiek, Jazz, Wereld en meer

Associatieverdrag Oekraïne: waarom ik vóór stem

Vandaag kunnen we stemmen over het associatieverdrag met Oekraïne. Ik stem vóór, want niet alleen de Oekraïnse bevolking heeft baat bij meer uitwisseling met het westen, maar ook wij zelf. In de jaren negentig bezocht ik enkele malen het festival Two Days and Two Nights of new Music in havenstad Odessa.

In 1998 schreef ik hierover een verslag voor Hervormd Nederland, dat nog altijd verrassend actueel blijkt te zijn. Ook toen kampte het land met enorme corruptie, maar juist door uitwisselingsprojecten als het muziekfestival zouden volgens kunstcritica Ute Kilter Oekraïners de weg vinden naar een beschaafdere maatschappij. Hier volgt een enigszins aangepaste versie van mijn artikel uit April 1998.

Oekraïne heeft vele gezichten

Waar ons in 1997 de poolstormen om de oren joegen, schijnt dit jaar een uitbundige zon als we op de luchthaven van Odessa aankomen met zo’n twintig musici uit heel Europa. Het is vijfentwintig graden en de bomen langs de brede avenues zijn al groen. Dit jaar te dik gekleed, verleden jaar te dun – het lijkt symbolisch voor ons onbegrip van dit land dat zo vele gezichten heeft, maar zijn ware aard feilloos voor ons vreemdelingen verborgen weet te houden. We worden opgewacht door Karmella Tsepkolenko, artistiek leider van het festival, en leden van de organiserende Renaissance Foundation. Deze krijgt op haar beurt geld van de beroemde Amerikaanse Soros Foundation, want geld voor cultuur is er in Oekraïne niet.

Die avond worden we vergast op een copieus maal, dat we met veel wodka en champagne wegspoelen, en de volgende ochtend worden we verwelkomd op het conservatorium. Hier zullen ter voorbereiding op het festival masterclasses en workshops gegeven worden door musici en componisten uit Europa en de voormalige Sovjetunie. Het eens zo fraaie gebouw, waar grootheden als Svjatoslav Richter, David Oistrach en Emil Gilels studeerden, is nu oud en vervallen, maar het ademt een bijzonder levendige sfeer. Uit alle hoeken en gaten klinkt muziek en zelfs op de gangen zijn studenten aan het repeteren.

Arrogante westerlingen

De workshops aan het conservatorium zijn nog drukker bezocht dan verleden jaar, maar toch is een lichte teleurstelling niet te vermijden. Ogenschijnlijk is alles in orde: er is een lokaal, er is een docent, een tolk, er zijn studenten, de cd-installatie staat paraat en de les begint op tijd. Maar dan. De Duitse componist Ernst-Helmuth Flammer heeft een doorwrochte lezing voorbereid over de mate waarin Bruckner en Mahler vooruit wijzen naar de nieuwe muziek. Deze is in het Russisch vertaald en wordt door de tolk integraal voorgelezen.

De studenten maken amechtig notities, of verlaten sluipend de zaal. De Franse saxofonist Pierre-Stéphane Meuge komt zonder verontschuldiging drie kwartier te laat en heeft helemaal niets voorbereid. Of er misschien vragen zijn? De uit Amerika afkomstige fluitiste Carin Levine daarentegen demonstreert twee uur lang onvermoeibaar de meest ingewikkelde blaastechnieken, terwijl haar gehoor smachtend toekijkt, de fluit werkloos in de handen geklemd.

Initiatiefloze oosterlingen

Maar als Barrie Webb, een Engelse trombonist, de mouwen op wil stropen voor een echte ouderwetse masterclass, blijkt er slechts één student te zijn die iets voorbereid heeft. Op zijn lichtelijk geïrriteerde vraag waar de anderen blijven, krijgt Webb de tegenvraag of hij niet zelf een stukje wil spelen. Hierna is de workshop van pianist Kees Wieringa een verademing. Hij studeert met studenten op het roemruchte Canto Ostinato van de Nederlandse componist Simeon ten Holt en de hele klas dromt om de twee piano’s. Toch erkent ook Wieringa dat slechts één studente de maanden van te voren opgestuurde partituur werkelijk bestudeerd heeft.

Het is een houding die voor ons westerlingen moeilijk is te begrijpen. Enerzijds hebben de studenten een enorme honger naar nieuwe muziek, anderzijds lijken ze te verwachten dat intensief en aandachtig toehoren vanzelf leidt tot beheersing van de nieuwe noten en technieken.

Alexander Radvilovitsj, een componist uit St. Petersburg, zegt desgevraagd: ‘De mensen in het oosten hebben nog steeds niet geleerd zelf verantwoordelijkheid te nemen, omdat er tijdens het socialistische bewind immers voor hen gedacht werd. Dit verklaart niet alleen hun lakse houding, maar ook het feit dat ze geen weerwoord hebben als iemand een waardeloze workshop geeft.’ Zodra ze voelen dat ze als individu serieus genomen worden, bloeien de studenten echter helemaal op en worden ze een stuk ondernemender.

Gretig luisteren naar John Cage

Het concert van de Duitse pianiste Gabriele Wulff met werken van John Cage, is totaal uitverkocht. Stoelen worden bijgesleept, sommigen zitten zelfs op de grond. Haar technisch niet vlekkeloze, maar met kennelijk plezier uitgevoerde performance op de speelgoedpiano en de ‘prepared piano’, waarbij zij met schalen water sleept, op eendenfluitjes blaast en een transistorradio’tje bedient, veroorzaakt veel hilariteit en krijgt een overdonderend applaus. Het publiek is duidelijk verrast door deze manier van omgaan met muziek en slurpt dit alles met een gretigheid naar binnen alsof men vreest dat elke minuut het ijzeren gordijn opnieuw kan worden dichtgetrokken.

Tijdens het diner na afloop komt eindelijk de verwachte uitwisseling tussen oost en west op gang. Ik zit aan tafel met Miroslav Pudlák, een Tsjechische componist die in zijn werk minimalistische technieken gebruikt, Mikhail Afanasjev, een componist uit Moldavië die zich vooral met elektronica bezighoudt, en de Amerikaanse pianiste Patricia Goodson, die eerder die dag een recital gaf met werken van Tsjechische componisten uit de jaren twintig.

Als we besluiten te gaan dansen op de vreselijke synthesizermuziek waarmee de uitbaters van het restaurant onze maaltijd menen te moeten opfleuren, staat binnen de korste keren de hele club te swingen op de dansvloer en is het ijs voorgoed gebroken. We zijn inmiddels met zo’n veertig man en dat aantal zal in het weekend oplopen tot bijna honderd – elke dag druppelen nieuwe deelnemers binnen.

Ook serveerster komt luisteren

Vrijdagmiddag om 16.00 uur barst dan het daadwerkelijke festival los. Het Oekraïens Marineorkest opent met een verre van perfecte, maar wel aanstekelijke uitvoering van Frederic Rzewski’s Coming together. Kan het symbolischer? De zaal lijkt nog het meest op Paradiso, maar is ongeveer twee keer zo groot. Het podium loopt door in de zaal en hieromheen staan tafeltjes en stoelen en het is afgeladen vol met een uiterst gemêleerd publiek.

Hier geen gespecialiseerd, totaal verintellectualiseerd gehoor, maar gewoon een gezonde mix van jong en oud, van mensen die nieuwsgierig zijn naar nieuwe muziek. Er hangt een vleug van avontuur en opwinding. Natuurlijk zijn er veel studenten van het conservatorium en musici van de lokale orkesten, maar daarnaast komen er intellectuelen en kunstenaars, en ook het meisje dat ‘s ochtends ons ontbijt serveert, is van de partij.

De cellisten Vadim Lartsjikov en Olga Veselina tijdens festival 1998

Het progamma is bijzonder gevarieerd en zorgvuldig opgebouwd. Steeds wordt begonnen met een solist, waarna een duo een ‘duel’ aangaat met afwisselend gespeelde soli en duetten. Vervolgens komen grotere ensembles aan bod. De uitgevoerde muziek bestrijkt zo’n beetje het hele spectrum van het twintigste-eeuwse componeren. We horen constructivistische muziek van Amerikanen als Elliott Carter en Peter Tod Lewis en lyrisch-expressionistische klanken van de uit Kazachstan afkomstige Rachid Kallimullin en de Oekraïense componist Vadim Lartsjikov.

Meditatieve, rond één toon cirkelende stukken van Giacinto Scelsi worden afgewisseld met uitbundig humoristische werken van Vinko Globokar, terwijl de sensuele klankwereld van Luciano Berio naast de neoromantische muziek van Graciela Agudelo wordt geplaatst. In het strijkkwartet van Martin Bresnick bespeuren we minimalistische invloeden, terwijl elementen uit de popmuziek te horen zijn in de werken van Jacob Ter Veldhuis en de Siberische componist Roman Stolyar. En de bourdontonen van de Roemeense componiste Dora Cojacaru verraden een oorsprong in de volksmuziek.

Bar open tijdens concert

De bar blijft tijdens de concerten open, maar roken is, anders dan vorig jaar, verboden. De sfeer is ontspannen en informeel en het publiek zit in het donker, terwijl de musici op het podium met spots worden uitgelicht. Een poppy benadering die hier te lande ook wel eens uitgeprobeerd wordt, maar op de een of andere manier meestal doodslaat omdat er verder zo’n sfeer van heiligheid en ontzag omheen hangt.

Hier in Odessa is de muziek nog niet tot religie verheven en de mensen reageren rechtstreeks vanuit hun hart – als een musicus of ensemble slecht of zonder overtuiging speelt, is dit onmiddellijk te horen in het applaus. Deze voor ons ontwapenende openheid is geworteld in het besef dat muziek een onderdeel is van het leven en het getuigt dan ook geenszins van gebrek aan respect als je tussendoor een drankje drinkt of een paar woorden met de buurman wisselt. Wanneer hebben wij eigenlijk de tafeltjes uit onze concertzalen verwijderd?

Integratie kost tijd

Helaas is de muziek uit het oosten, met twintig van de in totaal tachtig uitgevoerde werken, wat ondervertegenwoordigd. En dat is jammer, want hier zit veel fraais bij, zoals het schitterend nerveuze strijkkwartet Consequences van de Oekraïense componist Alexander Krasotov, of het levendige Sempre Ostinato van de Roemeen Cornel Taranu en het mysterieus-dramatische Beyond the white horizon van de Oekraïense Ludmilla Samodaieva.

Maar het aandeel oosterse muziek is al groter dan tijdens de voorgaande festivals en integratie kost nu eenmaal tijd. Het festival timmert in ieder geval hard aan de weg. Als het zondagochtend om vijf uur wordt afgesloten met een stuk voor fluit en percussie van André Jolivet, is de zaal dan ook nog steeds tot de nok toe gevuld. Men moet immers een heel jaar teren op wat tijdens dit marathonweekend aan nieuwe muziek gepresenteerd wordt. Voor ons westerlingen een onvoorstelbare gedachte.

En wat betekent dit festival nu voor de man in de straat? Muziek- en kunstcritica Ute Kilter, die een eigen tv-programma over cultuur verzorgt, zegt hierover: ‘Door geconfronteerd te worden met nieuwe muziek en met musici uit het westen, sijpelt langzaam maar zeker een andere manier van denken door, waarbij de eigen verantwoordelijkheid een grotere rol gaat spelen. Dit zal op de lange duur van wezenlijk belang zijn om veranderingen teweeg te brengen in ons politiek en sociaal totaal corrupte en door de maffia gecontroleerde land. Uiteindelijk zullen wij hierdoor een beschaafd land worden’.

#AlexanderRadvilovitsj #AssociatieverdragOekraïne #CantoOstinato #CarineLevine #KarmellaTsepkolenko #KeesWieringa #MiroslavPudlák #Odessa #OlgaVeselina #PatriciaGoodson #RachidKallimullin #referendumOekraïne #SimeonTenHolt #TheaDerks #TwoDaysAndTwoNightsOfNewMusic #UteKilter #VadimLartsjikov

2D2N official homepage

Oranjewoud Festival: klassieke muziek met koninklijke allure

Sinds 2012 organiseert Yoram Ish-Hurwitz elke zomer het Oranjewoudfestival in Friesland. De even ondernemende als avontuurlijke pianist maakt daarbij de natuur tot onlosmakelijk onderdeel van de muzikale beleving. Van woensdag 1 tot en met maandag 5 juni verrast hij zijn publiek opnieuw met concerten op bijzondere locaties. Verspreid over het gebied spelen ruim 120 Nederlandse en internationale topmusici de mooiste muziek in een kleinschalige, intieme setting.

Koninklijke allure

Zelfs als je geen liefhebber bent van klassieke muziek is het de moeite waard naar Friesland af te reizen. Alleen al de plek zelf heeft sprookjesallure. Oranjewoud dankt zijn naam aan Albertine Agnes van Nassau, prinses van Oranje. Zij bouwde in de 17e eeuw een buitenverblijf in het bosrijke gebied bij Heerenveen. Hoewel het landgoed in de loop der tijden geregeld van eigenaar en bebouwing wisselde, bleef de band met de Oranjes. Ook Beatrix en Claus waren er geregeld te gast. Zo krijgt het festival een koninklijk randje.

Oranjewoud Festival – foto Ronald Knapp

Het sympathieke van het Oranjewoudfestival is bovendien zijn toegankelijkheid en laagdrempeligheid. Naast betaalde concerten zijn er gratis toegankelijke evenementen in de Proeftuin. Deze vormt het festivalhart, waar iedereen kan proeven van (h)eerlijke hapjes en allerlei soorten muziek. Er zijn korte optredens van de festivalmusici zodat je op een ongedwongen manier kennis kunt maken met zeer uiteenlopende muziekstijlen. Speciaal voor kinderen is er in ‘t Proevertje van alles te doen en te beleven.

Bespiegelen en zwieren

De Proeftuin biedt een fraai startpunt van waaruit je over het terrein kunt uitwaaieren. Bijvoorbeeld naar Museum Belvédère, waar geluidskunstenaar Hans van Koolwijk objecten tot leven wekt met geluid. Of het Rabobank Paviljoen, voor een sfeervol kaarslichtconcert van meesterpianist Enrico Pace. Een ritmische ontdekkingstocht door het bos met Tatiana Koleva is zeker ook aanlokkelijk. Evenmin te versmaden valt Waltzing in the Woods  op Landgoed Oranjewoud, waar de musici van LUDWIG in de bovenzaal feestelijke dansmuziek spelen en je uitnodigen om zelf mee te doen.

Voor de meer meditatief ingestelden is er het concert van AlexP in een koude-oorlogsbunker. Diep onder de grond stuurt hij vier virtuele vleugels aan in Simeon ten Holt’s bezwerende Canto Ostinato. Ook De zingende zonderling in de Ecokathedraal van ‘ecotect’ Louis Le Roy belooft een bijzondere ervaring te worden. Diens wonderlijke, door struikgewas overwoekerde bouwsels van afvalmateriaal worden gevuld met mysterieuze geluiden en stemmen.

Inslapen en ontwaken met muziek

Hoogtepunt van het festival is de Nacht van het Park, een nieuw programmaonderdeel. In een sprookjesachtig verlichte Overtuin klinkt een scala aan korte concerten, waaronder één in volslagen duisternis. Er is tevens een ‘Augmented Concert’ door violist Yannick Hiwat, met speciale effecten via een koptelefoon. De Nacht van het Park besluit in stijl met een Middernachtconcert door zangeres Nora Fischer, het Doelen Ensemble en Aart Strootman op de elektrische gitaar. Zij spelen death speaks van David Lang en Giudecca van Strootman.

Wie in Oranjewoud blijft overnachten krijgt voor het slapen gaan gratis een persoonlijke serenade van de festivalmusici. Vroege vogels laten zich maandagochtend om 5:00 uur wekken met een zonsopgangconcert van blokfluitiste Lucie Horsch en LUDWIG. Het festival wordt die middag afgesloten met een gratis picknickconcert door het Nederlands Blazers Ensemble. Je mag zelf bepalen welke stukken zij gaan spelen, uit een in overleg met Omrop Fryslân samengestelde top-25. – Je voelt je letterlijk de koning te rijk.

Oranjewoudfestival: 1 t/m 5 juni, Oranjewoud
Tijdens het festival verzorg ik drie inleidingen

#AartStrootman #CantoOstinato #DavidLang #EnricoPace #LucieHorsch #Oranjewoudfestival #SimeonTenHolt #YoramIshHurwitz

Noord Nederlands Orkest speelt orkestversie Canto ostinato

Simeon ten Holt, foto Friso Keuris

Tot zijn eigen ongenoegen werd Simeon ten Holt (1923-2021) beroemd als componist van één enkel stuk: Canto ostinato voor vier piano’s. Deze compositie raakte bij zijn wereldpremière in 1979 meteen een snaar. Nog altijd klinkt het zo’n beetje elke dag wel ergens ter wereld, in alle mogelijke bezettingen. Van 12 tot en met 14 oktober presenteert het Noord Nederlands Orkest een versie voor symfonieorkest van Anthony Fiumara.

Het Noord Nederlands Orkest heeft iets met Simeon ten Holt. Al twee keer eerder werd Canto ostinato uitgevoerd, in de originele versie voor vier piano’s. Het iconische werk stond bij beide gelegenheden naast wereldpremières van de enige twee orkestwerken die Ten Holt componeerde. In 2014 werd diens op slechts vier tonen gebaseerde Centri-fuga ten doop gehouden. Twee jaar later klonk de eerste uitvoering van Une musique blanche, waarin verschillende orkestgroepen tegenover elkaar zijn opgesteld.

Meesterwerk van Nederlands minimalisme

Gezien het indrukwekkende aantal bewerkingen die in de loop der jaren zijn gemaakt van Canto ostinato, is het eigenlijk verbazingwekkend dat er nog geen versie voor orkest bestond. Dat vond ook Anthony Fiumara, die eerder al tekende voor orkestraties van muziek van David Bowie en Steve Reich. Zijn orkestbewerking van Canto ostinato maakte hij in 2016 in opdracht van het Residentie Orkest, dat het datzelfde jaar in première bracht in de Doelen in Rotterdam.

Fiumara is een groot liefhebber van Ten Holt, wiens Canto ostinato hij beschouwt als een van de meesterwerken van het minimalisme. ‘Het is een uniek stuk. Noch ervoor noch erna is iets soortgelijks geschreven.’, zei hij hierover. ‘Ik vind dat het kan wedijveren met wereldwijde topstukken als Music for 18 Musicians van Steve Reich of met Koyaanisqatsi van Philip Glass.’

Tonaliteit na de dood van de tonaliteit

Zelf moest de componist overigens niks hebben van een vergelijking met de Amerikaanse minimalisten, maar deze dringt zich onherroepelijk op. Niet alleen vanwege de eindeloos herhaalde motiefjes, maar ook vanwege de tonale teneur van de harmonieën en de bezwerend-meditatieve sfeer. In een interview met ondergetekende zei Ten Holt hierover: ‘Ik kreeg er genoeg van om aan een tafel, vanuit mijn hoofd te componeren – vanuit het intellect en niet vanuit het gevoel.’ Zo ontwikkelde hij naar eigen zeggen een ‘tonaliteit na de dood van de tonaliteit’.

Kortweg betekent dit dat Ten Holt ons weliswaar herkenbare akkoorden voorschotelt, maar deze niet onderwerpt aan de voor tonale muziek zo kenmerkende hiërarchie. In plaats van bepaalde, spanningsvolle akkoorden te laten ‘oplossen’ in ontspannende, rustgevende samenklanken, herhaalt hij ze juist eindeloos. Zo komen ze als het ware op zichzelf te staan en wordt je als luisteraar meegezogen in een tranceachtige sfeer. Die verklaart wellicht de grote populariteit van Canto ostinato, dat wel ’s nachts wordt uitgevoerd voor mensen op slaapmatjes.

Onder de motorkap

Maar hoe vertaal je dit meeslepende werk voor vier piano’s naar de verschillende instrumenten van een symfonieorkest? Een rechttoe-rechtaan klusje was het niet, erkent Fiumara in een interview met de Volkskrant: ‘Als je onder de motorkap kijkt, zie je dat Ten Holt veel vrijheden heeft ingebouwd. De musici mogen zelf beslissen hoe vaak ze een bepaald deel herhalen. Er is een hoofdlijn, maar er zijn ook alternatieven. Het oorspronkelijke stuk is voor vier piano’s. Tijdens een tafelgesprek met vier personen kun je elkaar nog wel onderbreken, maar met zestig man heb je echt een gespreksleider nodig.’

Als arrangeur moest hij de teugels dus wel iets sterker aantrekken. Op zijn blog schrijft hij: ‘Het orkest is een enorme machine met zijn eigen wetten en gedrag. Voor dat apparaat heb ik een vertaling gemaakt van de instructies en vrijheden die Simeon ingebouwd heeft in de notatie. Ik heb het orkest in twee helften verdeeld, die voortdurend met elkaar in dialoog zijn – precies zoals de pianisten in het origineel.’

Homogeen maar kleurrijk

Die kern van het origineel zit voor Fiumara in de homogene klank van de vier piano’s. Hij vergelijkt deze met zwart-witfotografie en de monochrome vlakken van kunstenaars als Mark Rothko of Ad Reinhardt. In zijn orkestratie wilde hij het rijkere klankpalet uitbuiten, zonder de oorspronkelijke homogeniteit uit het oor te verliezen.

Daarom koos hij voor een basisklank die wordt gevormd door de strijkers. Deze wordt spaarzaam aangevuld en bijgekleurd door houtblazers; slechts sporadisch zet hij koperblazers in. Ook het slagwerk gebruikt hij maar mondjesmaat.

Zo maakt Fiumara lijnen en bewegingen hoorbaar die in de pianoversie op de achtergrond bleven. Dit gebeurt echter niet al te nadrukkelijk, want ‘het moet klinken alsof Canto voor orkest werd geschreven’. En inderdaad: in zijn nieuwe jas is het stuk misschien nog wel bedwelmender dan het origineel.

Op donderdag 12 oktober in de Oosterpoort Groningen en vrijdag 13 oktober in de Harmonie te Leeuwarden verzorg ik voorafgaand aan het concert een inleiding. 

#AnthonyFiumara #CantoOstinato #NoordNederlandsOrkest #PhilipGlass #SimeonTenHolt #SteveReich

🇺🇦 #NowPlaying on BBC #Radio3's #ThisClassicalLife Simeon ten Holt, Jeroen van Veen & Sandra van Veen: 🎵 Canto Ostinato #BBCRadio3 #SimeontenHolt #JeroenvanVeen #SandravanVeen
Right now, listening to Piano Ensemble/​#SimeonTenHolt – Canto ostinato

https://youtu.be/reI00zVpQ-Q
Ten Holt: Canto Ostinato (Full Album) played by Jeroen van Veen

YouTube
Ik ben gisteren naar een mooie uitvoering van de "Canto Ostinato" geweest in het muziekgebouw in #eindhoven. Uitgevoerd op orgel en trompet door Aart Bergwerff & Eric Vloeimans, kleine uitsnede uit een ander optreden: https://www.youtube.com/watch?v=ehg9oO_giVU . In Eindhoven was het op het mooie grote orgel in de grote zaal #cantoostinato #klassiek #simeontenholt
Ten Holt: Canto Ostinato played by Aart Bergwerff & Eric Vloeimans (Live)

YouTube
Chicago-born and Michigan-based, #ErikHall is known as a multi-instrumental pillar for the groups #NOMO, #WildBelle, and his own songwriting moniker #InTallBuildings. He has composed music for feature films, and as a producer/engineer he has shaped records for #NatalieBergman and #WesternVinyl labelmates #LeanYear.

#Cantoostinato ("Obstinate Song" (as ostinato)) is a musical composition written by the Dutch composer #SimeontenHolt

The most remarkable aspect about this work is the amount of freedom that is given to the performer(s). The piece can be performed with different instruments and a different number of performers.

#classical #minimalcomposition #classicalmusic