https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/6004337/toevalsvondst-in-esch-blijkt-oudste-boot-van-brabant-en-hij-drijft-nog
Waarom oorlog?
Twaalf Bronstijd-oorlogsgoden, YazilikayaWaarom bestaat er eigenlijk zoiets als oorlog? De mens is vanzelfsprekend niet de enige soort die zichzelf te gronde richt. Andere primaten, zoals stokstaartjes en chimpansees, weten er ook wel raad mee, dus het lijkt me geen al te woeste aanname dat agressie diep in ons zit. Het lijkt er bovendien op dat groepsdwang een rol speelt: stokstaartjes vechten als roedels tegen andere roedels. Het gedrag van de vroegste mensen zal dus niet heel anders zijn geweest dan het conflict aan het begin van 2001. A Space Odyssey.
Archeologisch bewijs?
We redeneerden in de vorige alinea vanuit een algemeen biologisch patroon, net zoals we doen als we het hebben over de oorsprong van de menselijke taal. Archeologen hebben echter ook direct bewijs gevonden voor menselijke agressie, zoals kannibalisme in het Paleolithicum, waarbij overigens meestal onduidelijk is of het slachtoffer vooraf werd gedood of dat men zich tegoed deed aan iemand die al overleden was. Verder is er geen enkel bewijs voor collectief geweld. Oorlog is, om zo te zeggen, niet iets waar ze in de Steentijd aan deden.
Een eerste, heel ambigue aanwijzing daarvoor is er in het twaalfde millennium v.Chr. in Jebel Sahaba, in het uiterste noorden van Soedan. Daar zijn de geraamtes ontdekt van negenenvijftig mensen die gewelddadig aan hun einde zijn gekomen. Dat er vervolgens werk is gemaakt van een nette uitvaart, suggereert echter een rituele dood; deze mensen zijn niet gesneuveld in een oorlog, maar lijken meer op mensenoffers.
Sociale ongelijkheid
We krijgen pas onloochenbaar bewijs voor oorlogvoering als we al een flink eind in het Neolithicum zijn gevorderd. Ergens rond 5300 v.Chr. ontstaan er verschillen in huizenbouw en grafrituelen, en die weerspiegelen groeiende ongelijkheid. Anders gezegd, er ontstaan groepen die meer en minder profiteren van wat de samenleving zoals produceert, en daardoor ontstonden er, zoals Adam Smith rond 1776 al wist, diverse klassen, die niet dezelfde belangen hadden. Zo bezien is de geschiedenis van alle sinds 5300 v.Chr. bestaande maatschappijen een geschiedenis van klassenstrijd. Burgeroorlog is ouder dan oorlog.
De vraag is natuurlijk wat daarvan de inzet kan zijn geweest. Waarom streed men? In zijn recente boek Dageraad laat Johan Hendriks diverse theorieën de revue passeren. Ging het om bezit, zoals Karl Marx opperde? Of om gezag, zoals Max Weber schreef? Of moeten we Herbert Marcuse volgen, die de vraag omkeerde en niet het conflict centraal stelde, maar erop wees dat de machtigere klassen de machteloze klassen apaiseerden door ze zicht te laten houden op een betere toekomst? Dat zou voor bijvoorbeeld de Bandkeramiekcultuur
kunnen betekenen dat de bewoners van de grote huizen ook de (mogelijk aan hen ondergeschikte) inwoners van de kleinere huizen voorzagen in hun voedselbehoefte, waardoor ze én afhankelijk én weinig opstandig waren.
Hendriks noemt diverse voorbeelden van archeologisch bewijs voor neolithisch collectief geweld, m.a.w. voor iets dat we als “oorlog” kunnen typeren. Vanaf het moment dat de ongelijkheid toeneemt, heeft er collectieve agressie bestaan, zoveel is duidelijk, maar Hendriks blijft voorzichtig als het gaat om de duiding daarvan. De precieze inzet blijft in het ongewisse en denkelijk was die ook niet altijd dezelfde. Maar toen oorlog eenmaal deel uitmaakte van het menselijk repertoire, werden we er beter in. In de Bronstijd werden de bijlen en messen die we al hadden, aangepast tot strijdbijlen en zwaarden.
Onrobuuste informatie
Terwijl ik dit deel van Hendriks’ boek las, voelde ik het meest voor Marcuses omkering: de wortels van de (burger)oorlog zijn het probleem niet, veel interessanter zijn de mechanismen om conflicten te bedwingen. Bied je tegenstanders perspectief, verdeel ze door de aandacht af te leiden met een (schijn)tegenstander, presenteer de bestaande situatie als de natuurlijke, als de onvermijdbare, als de door de goden gesanctioneerde. De stem van god klinkt nogal eens als die van de heersende klasse.
Dat klinkt allemaal heel logisch, en wie weet was het in het diepe verleden ook wel zo, maar feitelijk projecteren we zo onze eigen ideeën over geweld en heerschappij op de schaarse en ambigue gegevens over de Oudheid. I.D.O.H.Z.O. oorlog – ja, zeker, maar we moeten ons er bewust van zijn dat oudheidkundige data zelden werkelijk robuust zijn. We zullen de vraag naar de herkomst van oorlog op een andere manier moeten beantwoorden dan met het oudheidkundig instrumentarium, en helaas is er voldoende bewijs dat wel voldoende robuust is.
#2001ASpaceOdyssey #adamSmith #bandkeramiek #herbertMarcuse #iDOHZO #jebelSahaba #johanHendriks #kannibalisme #karlMarx #klassenstrijd #maxWeber #mensenoffer #neolithicum #oorlog #paleolithicum #soedan
Sie bauten die ersten Tempel
Göbekli TepeIk blogde al eens over mijn bezoekjes aan Göbekli Tepe bij Sanli Urfa in Zuidoost-Turkije. Het gaat om een belangrijke opgraving uit het vroege, voor-keramische Neolithicum. Wát er nu eigenlijk is opgegraven, is eigenlijk niet helemaal duidelijk, hoewel opgraver Klaus Schmidt er vrij zeker van is dat de plek een religieuze functie heeft gehad. In zijn aardige, mooi geïllustreerde boek Sie bauten die ersten Tempel biedt hij veel informatie.
Het zit goed in elkaar. In het eerste hoofdstuk legt hij uit hoe de vindplaats werd geïdentificeerd. Dat is een aardig verhaal, want de plek was al enkele tientallen jaren bekend. De echte vinder zag enkele grote stenen echter aan voor een islamitische begraafplaats, en begreep daardoor het belang niet. Schmidt, die profiteerde van de resultaten van de opgravingen bij Çatalhöyük, Çayönü, Nevali Çori en Gürcütepe die sinds de eerste ontdekking waren gedaan, was de eerste die wél begreep hoe enorm belangrijk Göbekli Tepe (“buikheuvel”) in feite was.
Het tweede hoofdstuk behandelt de ontdekking van de Steentijd, vanaf het moment waarop archeologen zich voor het eerst realiseerden dat er een tijd was geweest waarin mensen voorwerpen van steen hadden, tot op de huidige dag. Dit is een zeldzaam boeiend en nuttig hoofdstuk, want Schmidt kan allerlei jargontermen en onderzoeksvragen uitleggen.
Het derde en langste hoofdstuk bestaat uit een gedetailleerde beschrijving van de vondsten. De vijf ovale ruimtes worden beschreven en elk van de stenen pijlers krijgt uitvoerige aandacht. Deze pijlers representeren menselijke figuren, misschien voorouders, en waren gedecoreerd met allerlei dierenfiguren. Wellicht is dit hoofdstukj iets té gedetailleerd, maar Schmidt doet er goed aan beschrijving en interpretatie gescheiden te houden.
Het vierde hoofdstuk gaat over de interpretatie. Schmidt vergelijkt Göbekli Tepe met enkele andere plaatsen, zonder zich werkelijk aan een bepaalde uitleg te committeren. Toch was ik onder de indruk van het bewijs dat hij biedt dat een bepaalde afbeelding geen struisvogels voorstelt, maar mensen die dansen als struisvogels. Ik vond het ook aardig te lezen dat de dierenafbeeldingen in feite een soort symbolische taal waren, hoewel Schmidt veel te voorzichtig is om zich daarop werkelijk vast te leggen. Zijn conclusie is vooral negatief: hij is er zeker van dat deze dieren geen jachtbuit voorstellen. Niemand wil immers spinnen of slangen vangen.
Roofdier uit Enclosure C; Museum Sanli UrfaIn het vijfde hoofdstuk reconstrueert Schmidt de bouw van het monument. Een groot aantal jagers en verzamelaars moet hierbij betrokken zijn geweest, wa bewijst dat men heel, heel goed georganiseerd moet zijn geweest. De druk van 2007, twee jaar na de eerste editie, besluit met een extra hoofdstuk, waarin Schmidt enkele nieuwe vondsten en verdere gedachten presenteert.
Wat ik leuk vond aan Sie bauten die ersten Tempel is dat het wetenschappelijk onderzoek presenteert als de puzzel die het feitelijk is, en de lezer een beeld biedt van de wijze waarop kennis tot stand komt. Er is alle ruimte voor twijfel en doodlopende wegen worden niet genegeerd. Zo geeft Schmidt aan dat veel dieren op het punt lijken te staan om iets of iemand aan te vallen, maar het is totaal onduidelijk wat er te verdedigen valt. Hij noemt het gebouw een tempel, maar erkent meteen dat hij in feite wat twijfels heeft over de juistheid van die naam. Dit is de manier waarop een echte onderzoeker denkt, vol zelfkritiek. Een boek, kortom, dat u als de bliksem moet gaan lezen.
#GöbekliTepe #KlausSchmidt #Neolithicum #PrekeramischNeolithicum #Steentijd #Turkije
Het oudste brood
Brood bakken, met een methode die millennia oud isEen van de belangrijkste opgravingen in Turkije is Çatalhöyük, dat je mag typeren als een heel groot dorp uit het Neolithicum, ergens tussen 7500 en 6400 v.Chr. Misschien mag je het, met zo’n 700 bewoners, wel een stadje noemen. De mensen woonden in vrij grote huizen, die nog geen deuren hadden, en waarin je met een ladder afdaalde.
Het aardigste is dat de diverse bewoningslagen tonen dat de mensen beter werden in de landbouw. In de jongste strata is waarneembaar dat de bewoners hun vaardigheden aan het aanscherpen waren. Soms op manieren waarvan hedendaagse boeren denken “dat klopt”, en soms op manieren waarvan je weet “dat zal niet veel hebben geholpen”, zoals wanneer ze in de graanbakken beeldjes legden van beschermgodinnen. Die zullen de muizen niet hebben weggehouden. Een kat zou dat beter hebben gedaan. Maar die talismans zijn natuurlijk ook leuk.
Een andere verbetering was dat men zich eerst aanleerde dat je graan kon pletten en vermengen met melk. Warme pap maakten de bewoners al, en ze brachten die op smaak met kruiden en zaden, maar ergens rond 6600 v.Chr. zijn ze het mengsel gaan bakken. Dat weten archeologen sinds een half jaar: toen maakten ze bekend dat de mensen van Çatalhöyük iets bakten van tarwe en/of gerst, waar ze blijkbaar erwtenzaad doorheen deden als smaakmaker. Aanwijzingen voor het gebruik van gist zijn er niet, maar ook ongedesemd brood is brood. En de opgravers van Çatalhöyük waren maar wat trots dat ze het oudste brood ter wereld in handen hadden – ouder dan het oudste gerstebrood uit Egypte.
Dat Çatalhöyükse brood leek nog niet op het onze. Het had meer van een pannenkoek, vervaardigd door het deeg te leggen op een hete steen (zie de foto hierboven). Zo ontstond iets dat leek op het brood dat in het Arabisch markouk wordt genoemd. Er zijn ook andere namen. In Libanon heb ik het weleens horen aanduiden als pain phénicien, want Libanezen zijn helemaal niet nationalistisch.
Later ontstonden echte broodovens en begon men ook gist toe te voegen. (Ik heb geen zin om uit te zoeken wanneer dit precies is gebeurd.) De hoge broodvormen die we kennen uit Pompeii, tonen dat er gist moet zijn gebruikt. Bij het gisten komt alcohol vrij, dat echter door de hitte verdampt, en dat is maar goed ook, want anders zou je tipsy worden van overmatige broodconsumptie. De islamitische geleerde Abu Roham heeft verklaard dat als brood halal is, ook kaasfondue halal moet zijn.
Enfin. Als dit blogje online gaat is het ochtend en zit u te ontbijten met een boterhammetje. Geniet ervan. Brood is een van de voedzaamste levensmiddelen die we hebben. En als u zelf aan de gang wil, is er het Historisch Bakboek Brood van Eet!Verleden.
#AbuRoham #alcohol #Çatalhöyük #bakker #brood #EetVerleden #gist #landbouw #Neolithicum #talisman
Çatalhöyük
Reconstructie van een huis uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)Ik ben er twee keer in de buurt geweest, maar steeds op weg naar iets anders: Çatalhöyük, een van de beroemdste archeologische opgravingen ter wereld. Het is een tell: een plek waar mensen lange tijd hebben gewoond, steeds op de resten van een eerdere nederzetting. Het klassieke voorbeeld is Troje, waar archeologen vele tientallen bewoningslagen boven elkaar hebben gevonden. Steeds als zo’n nederzetting was verwoest, keerden mensen terug om er nieuwe woningen te bouwen. Aangezien niemand voor z’n plezier op ’n ruïne of tussen de geblakerde resten van een oude boerderij gaat wonen, moet er een reden zijn, en inderdaad liggen de meeste tells op vruchtbare gronden, bij een handelsweg of allebei. En als die heuvel maar hoog genoeg was, was ze om een extra reden interessant: zo’n plek was veilig.
Çatalhöyük
De tell van Çatalhöyük, bewoond tussen pakweg 7100 en 5700 v.Chr., was uiteindelijk tweeëntwintig meter hoog. In zijn boek Dageraad, waarover ik het al had, schrijft Johan Hendriks: zeventien meter, en wellicht is dat waar, ik weet het niet, ik ben er immers niet geweest. Feit is: er zijn achttien bewoningslagen, en in de oudste fase bestond de nederzetting uit zo’n tweehonderd woonhuizen. Men had 9000 jaar geleden de deur nog niet uitgevonden, dus je moest vanaf het dak met een ladder in je woonst afdalen. Hierboven ziet u zo’n huis: een haard, wat lage banken langs de beschilderde muren, soms een opslagkamertje, en een decoratie van dierenschedels en -klauwen.
Moedergodin? (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)Men verbouwde gerst en tarwe, en men maakte, zoals ik al eens beschreef, een vroege vorm van brood. Ook kenden de bewoners van Çatalhöyük de teelt van erwten, amandelen en pistache, alsmede diverse soorten fruit. De van everzwijnentanden vervaardigde vishaakjes documenteren zowel jacht als visserij. Het schaap was al gedomesticeerd, schelpen bewijzen handelscontacten met de kust en – heel interessant – er zijn zegels van klei: het was in Çatalhöyük blijkbaar noodzakelijk het bezit van individuen of groepen af te bakenen. De deur kenden ze nog niet, maar het eigendom was uitgevonden.
Religie?
In een volgende fase, die zo rond 6400 v.Chr. begint en samenvalt met het begin van het tijdvak dat klimatologen Greenlandiaan noemen, vinden we beeldjes, zoals het beroemde sculptuurtje van een vrouw op een troon. Omdat ze wordt geflankeerd door wilde dieren, is een verband gelegd met de latere Anatolische moedergodinnen, zoals Kybele, die eveneens zo wordt afgebeeld. Van Neolithicum naar IJzertijd is echter nogal een sprong, dus ik voor mij zou zo’n millennia overspannende continuïteit niet zomaar aannemen. Misschien is zo’n beeldje inderdaad religieus te duiden, maar Hendriks wijst er terecht op dat er geen aanwijzingen zijn voor een cultus met priesters.
Toch: in ruwweg dezelfde tijd vinden we ook in Ain Ghazal (niet ver van Amman in Jordanië) aanwijzingen voor ideeën die wij als religieus zouden bestempelen. Men maakte gipsen beelden, waarover ik al eens eerder schreef, die mogelijk overleden voorouders voorstelden.
Muurschildering uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)Was die vrouw op die troon, waren die gipsen beelden uitingen van religie? Dat is een kwestie van definitie. Het probleem is feitelijk dat er geen antiek equivalent is voor wat wij religie noemen; er was geen scherpe grens tussen natuurlijk en bovennatuurlijk, om de doodeenvoudige reden dat men geen natuurwetten kende, en dus niet kon aangeven wat de natuurlijke gang van zaken was en wat bovennatuurlijk was. Er was feitelijk geen aspect van het leven dat niet religieus was, en dat betekent dat we voorzichtig moeten zijn als we bijvoorbeeld een muurschildering of beeldje interpreteren als religieus. Daarmee introduceren we onze notie dat zoiets anders was dan het alledaagse, terwijl het dat nou net niet was.
Çatalhöyük en Ain Ghazal raakten overigens tegelijkertijd in verval, zo rond 6000, met daarna nog een diminuendo. Archeologen houden het er in beide gevallen op dat de bodem uitgeput was.
Sculptuur uit Çatalhöyük en Ain Ghazal.Tot slot
Nog twee afrondende opmerkingen. Çatalhöyük is werelderfgoed, maar ook al is deze prehistorische site inderdaad heel belangrijk, de term is inmiddels wel heel erg gedevalueerd. Met plaatsen als de Notre-Dame in Parijs en de moskee van Córdoba behoudt elke bezoeker een levenslange, vertrouwelijke band; iedereen die de Notre-Dame ooit bezocht, was geschokt door de brand. Zulke monumenten mogen met recht wereldwijd erfgoed heten. Later op de werelderfgoedlijst geplaatste zaken roepen echter minder sterke sentimenten op, en in die zin is wat ooit een goed idee was, zijn doel overschoten.
Tweede opmerking: ik ken Johan Hendriks helemaal niet, dus ik schrijf over zijn boek omdat ik het de moeite waard vind, en niet (zoals iemand insinueerde) omdat ik een vriend een zetje in de rug wil geven. Maar hij is vanmiddag tussen 12:45 en 13:00 uur even te beluisteren op Radio 1 in een programma dat De Nieuws BV heet.
#AinGhazal #akkerbouw #Çatalhöyük #brood #handel #jacht #JohanHendriks #Kybele #moedergodin #Neolithicum #tell #Turkije #visserij #werelderfgoed