In een grenzeloos niets is alles met alles verbonden
Het grenzeloze boezemt ons angst in. Op zoek naar vastigheid in onze voortdurend veranderende werkelijkheid waarin alles onophoudelijk stroomt, verzetten wij ons tegen de gedachte dat de grond onder onze voeten zou kunnen verdwijnen. Want we willen door iets geschraagd worden, ergens bij horen.
Tekst Rolf WennekesToen Marco van Basten in 1988 een achterover tuimelende Russische doelman met zijn fabuleuze volley verschalkte, sprong ik ontbrand in geëxalteerd enthousiasme op van de bank, alsof ik zelf lid van ‘Oranje’ was. Tot ik ontdekte dat voetbal een van de sterkste identiteitsscheppers is – naast de vaderlandse driekleur, ons koningshuis, onze roemruchte historie op kunstzinnig en waterbouwkundig gebied enzovoort. En een eeuwenlange staatsrechtelijke geschiedenis vormt het sluitstuk in mijn identiteit en, niet op de laatste plaats, landsgrenzen. Alles tezamen maakt mij dat tot Nederlander.
Maar hoe arbitrair is deze vaststelling als ik haar tegen het licht van de geschiedenis houd. Dan komt de aap der relativiteit al gauw uit de mouw. Van volksstam met lieden die door geografische nabijheid en gemeenschappelijke uitdagingen aaneen worden gesmeed en een gemeenschappelijke identiteit door gedeelde tradities, mythen en verhalen hebben, bestuurlijke structuren ontwikkelen, via landjepik hun gebied uitbreiden of door naburig landjepik veroverd territorium verliezen, vervolgens politiek zich organiseren en zich nationaal bewust worden als moderne natie… dat is een proces van eeuwen waarbij de geopolitiek zich van geoculturele grenzen niks aantrekt.
Inmiddels vraag ik mij af of dergelijke identiteit scheppende factoren eigenlijk niet onder de noemer ‘fictie’ geplaatst moeten worden. Wordt niet met iedere historische fictielaag mijn identiteit steeds onontkoombaarder, tot ze als een verstart blok beton, werkelijkheid veinzend, voor mij staat, als een eik, iets werkelijks, terwijl ik me mijn identiteit heb laten aanpraten, door mijn ouders, opvoeders, de tijdgeest, door de media en door de maatschappelijke consensus?
Als ik mij de moeder aller existentiële vragen stel – ‘Wie ben ik?’ – kom ik niet veel verder dan dat ik het resultaat van myriaden spermatozoïden en ontelbare ova ben, die mij zijn voorgegaan. Met verbazing constateer ik dat ik er ben! Want wat had er op weg naar mij niet allemaal mis kunnen gaan. Als wijnrank met intelligente voelsprieten hebben de talloze generaties vóór mij vanuit een voortstuwend oerinstinct evenwel altijd wel ergens houvast gevonden in het evolutionaire proces, dwars tegen volksverhuizingen, oorlogen, natuurcatastrofes, epi- en pandemieën in. Als je het al een waardering kan meegeven, is het leven niet absurd. Het leven is toeval! Maar wel één dat je met de tien vingers van je beide handen moet aangrijpen, ook al kom je nooit achter wie je in wezen bent, omdat je je in een voortdurende herbouwing bevindt, niet alleen fysiek maar ook mentaal.
Sinds Sartre weten wij dat existentie (ontstaan) aan essentie (wezen) voorafgaat. Maar met het diepzinnige concept van shunyata was J.P. – ondanks l’être et le néant – niet bekend: alles wat ontstaat, ontstaat in onderlinge afhankelijkheid (Sanskriet: pratitya-samutpada) en aangezien er helemaal niets is, dat niet afhankelijk bestaat, is er helemaal niets, dat niet leeg is. De filosofische stelregel van het ‘ontstaan in afhankelijkheid’ stamt van Nargarjuna en vormt het kernbegrip van de leerschool van de Middenweg (Madhyamaka) evenals van de prajñaparamita: Alle verschijnselen en wezens zijn leeg en omdat verschijnselen leeg zijn van inherente eigenschappen, worden ze geboren noch vernietigd, zijn ze zuiver noch onzuiver, komen noch gaan ze. Omdat alle wezens onderling bestaan, zijn we niet werkelijk gescheiden van elkaar. De gedachte van ontstaan in afhankelijkheid brengt dus het inzicht met zich mee dat alles met elkaar verbonden is: binnen is buiten en vice versa. Dit wérkelijk beseffen, betekent verlichting en bevrijding van lijden. Dat shunyata de westerling die het liefst in hokjes denkt de stuipen op het lijf jaagt, is, gezien deze bevrijdende uitkomst dus eerder een ijdele, desniettemin storende gedachteruis. Trouwens: is, bovendien, de kwantummechanica die de klassieke mechanica aflost omdat zij het gedag en de waarneming van materie en energie niet langer kan voorspellen casu quo verklaren, niet ongeveer op dezelfde leest geschoeid als pratitya-samutpada uit de tweede eeuw van onze jaartelling?
Bouwen aan je identiteit betekent bouwen aan een fictie, aan lijden, en hoe sterker en grover je eraan bouwt, hoe groter het lijden. Denkt, wie in identiteiten denkt, niet ook inherent dualistisch? Ik en de ander? Wij-zij? Oranje en haar Angstgegner? En wie, tenslotte, zijn volstrekt fictieve culturele en politieke identiteit etaleert, die polariseert, verdeelt, schept chaos en uiteindelijk onnoemlijk groot verdriet en lijden. Flood the zone with shit, tot de zogenaamde alternatieve waarheden omslaan in blanke leugens, onder de handen van meesterpolariseerders Poetin en Netanyahu. Dat zal ze evenwel een zorg zijn, want hun slachtoffers lijden en sterven anoniem, vermorzeld onder het betonpuin van instortende gebouwen – en heel ver van hun bed.
Wat deze en alle overige populisten van onze dagen in hun oren zouden moeten knopen is de derde spraak van dharmachakra, volmaakte spraak (Sanskriet: samyag-vāc). Die gaat over communicatie in elke vorm, inclusief gebaren, ritmes, kleuren, vormen, geluiden en andere uitdrukkingsvormen. Daartoe bekwamen wij ons in gepast en op het juiste moment communiceren, waarheidsgetrouw, beleefd en fatsoenlijk en vanuit een liefdevolle houding. Ordelijk en precies spreken vermijdt leugens, ontkenningen, beledigingen en roddel.
Waar polarisatie op basis van de aanscherping van volstrekt fictieve wij-zij-identiteiten toe kan leiden, is in de Weimar Republiek ruimschoots en overtuigend aangetoond. Iedere politicus die, in plaats van bruggen te bouwen polariseert – van Trump, tot Wilders en Erdoğan – moet weten dat z/hij uiteindelijk met vuur, met mensenlevens speelt.
‘De democratie is de voorlopig laatste fase in een lange reeks, waarlangs de mens zich ontwikkelde van egocentrisch en alleen voor het eigen leven vechtend natuurwezen tot een, dat zich vrijwillig onderschikt aan de eisen van een geordende samenleving’, schreef A.M. de Jong in 1939, drie jaar voordat hij door Nederlandse SS’ers om het leven werd gebracht.
Hoe groter het aantal onmondige burgers in een samenleving hoe groter het draagvlak voor cynische heersersnaturen, die het volk verachten, de democratie steeds weer ondermijnen en van binnenuit uithollen en geloven in het recht van de sterkste. Deze autocraten willen heersen, niet dienen. Zij zijn in de meeste gevallen de voorlopers van fascisme – steevast een tijdelijke, in bloedige Apocalyps uitmondende wanstaltigheid totdat beschaving zich herwint.
De glorieuze eeuwige knoop (shrivatsa)Een weerbare democratie bestaat uit mondige burgers, die fundamenteel vrij zijn, zich verzetten tegen elke egomaniakale kudde-identiteit van me first en nepnieuws en elke vorm van propaganda te allen tijde doorzien. Net zo bestaat een barmhartige samenleving uit mensen met empathisch vermogen, die vriendelijk tegenover zichzelf zijn en vriendschap (maitri) met zichzelf hebben gesloten, als voorwaarde en startpunt voor het ontwikkelen van mededogen (karuna) voor anderen. Niets bestaat uit zichzelf waarom alles en iedereen met al het andere verbonden is.
In het boeddhisme representeert de glorieuze knoop (shrivatsa) met zijn lus zonder begin of einde de onderlinge verbondenheid van alle dingen. Vergelijk het met een stoel die je, door één poot vast te pakken, naar je toetrekt: de drie overige volgen onvermijdelijk.
Over de auteur Rolf Wennekes (Nijmegen 1951) is schrijver en publicist. Hij studeerde aan de universiteiten van Bonn en Leiden, waar hij in 1987 summa cum laude afstudeerde in de letterkunde. Van zijn hand zijn o.a. Tussen wetenschap en mystiek – TM, een fictie van verlichting (1987), In de ban van de goeroe – De zoete verleiding van Transcendente Meditatie (2022) en Onder de Zwarte Zon – De verleiding van de nazi-mystiek (2024). Thans werkt hij aan Aziatische filosofie en spiritualiteit – Een hedendaags handboek over boeddhisme en hindoeïsme.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#AMDeJong #derdeSpraakVanDharmachakra #GeertWilders #geopolitiek #identiteit #leegte #MarcoVanBasten #middenweg #Netanyahu #oranje #Poetin #polarisatie #RolfWennekes #shrivatsa #Trump #volmaakteSpraak #WeimarRepubliek #wieBenIk
Bouwen aan je identiteit betekent bouwen aan een fictie, aan lijden, en hoe sterker en grover je eraan bouwt, hoe groter het lijden. Denkt, wie in identiteiten denkt, niet ook inherent dualistisch? Ik en de ander? Wij-zij? Oranje en haar Angstgegner? En wie, tenslotte, zijn volstrekt fictieve culturele en politieke identiteit etaleert, die polariseert, verdeelt, schept chaos en uiteindelijk onnoemlijk groot verdriet en lijden.
Jules – Leve de leegte? Of juist niet?
Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van Jules Prast, eerder in het BD geplaatst op 24 april 2024.Voorwaardelijk ontstaan is van de bron van lijden geworden tot de bron van verlossing. Loopt er tussen deze twee uitersten nog een weg van het midden?
Nagarjuna staat binnen het boeddhisme in hoog aanzien, maar ik vind het maar een rare denker. Zijn verzen getuigen van een koud soort logica. Dit kan niet en dat kan niet, en zus en zo evenmin, dus moet alles wel ‘leeg’ zijn. Zijn beroemde negatieve methode komt niet erg positief over. Nagarjuna (India, tweede eeuw na Chr.) legde het filosofisch fundament voor de ‘leegte’ of ‘sunyata’ en wordt wel de tweede Boeddha genoemd. Geef mij de eerste maar.
Je ziet mensen bijna over hun eigen gedachten struikelen wanneer je leest of hoort hoe ze proberen uit te leggen dat alles ‘zonder inherente existentie’ is. Het lijkt wel of ze zichzelf willen overtuigen dat ze recht in de leer zijn, terwijl van al dat dappere pogen ondertussen dikke druppels van kunstmatigheid afdruipen. Het gaat zo tegen iedere intuïtie in. Waarom niet gewoon zeggen: gooi maar in mijn petje?
Ik weet nooit goed of boeddhisme en filosofie wel een gelukkige combinatie vormen. Het begint al met de Abhidharma, een nogal schematisch uitgevallen proeve tot het systematiseren van de leer van de Boeddha. De volgende in de lijn, Nagarjuna, was misschien ook niet een geslaagd hoofdstuk.
Sommigen zullen tegenwerpen: daar gaat de hele onderbouwing van Mahayana in een keer het raam uit, maar daar ben ik nog niet zo zeker van. Er is meer onder hemel en aarde dan de afwezigheid van inherente existentie. We hebben bovendien onze ervaring als basis voor eigen, kritisch onderzoek.
Filters
Zelf vergelijk ik de Boeddha wel eens met de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804). Aan hem wordt de ontdekking toegeschreven dat het menselijk verstand alle ervaring filtert. Tijd (verandering) en ruimte (vorm) zitten als het ware voorgeprogrammeerd in ons besturingssysteem, zei Kant. Wat wij kunnen kennen is ons verstand, niet de werkelijkheid ‘daarbuiten’. Het ‘Ding an sich’ ligt buiten ons bereik.
Ook de Boeddha kwam tot het inzicht dat de menselijke ervaring gefilterd wordt. Hij noemde zijn filters ‘skandha’s’. Als je lichaam en geest samen ontleedt in factoren, dan houd je alleen die skandha’s over. Samen maken deze uit wat je in de taal van onze tijd zou kunnen noemen: willen, waarnemen en bewustzijn.
In de visie van de Boeddha conditioneren deze factoren alle ervaring totdat je je ervan weet te bevrijden. Evenals veel later Kant met een compleet andere insteek, onderkende de Boeddha dat ‘de’ werkelijkheid een geconstrueerde werkelijkheid is.
Lang vóór onze geboorte begint de keten al waarin de vormkrachten huizen die ons leven in belangrijke mate zullen beheersen. We danken ons bestaan aan onze voorouders die ons een fonds van genetisch bepaalde mogelijkheden meegeven. Al in de baarmoeder wordt de basis gelegd voor het fysieke substraat dat ons later in staat zal stellen een begrippenapparaat te ontwikkelen waarmee we ons een eigen werkelijkheid gaan voorstellen.
We komen op deze aarde te midden van het geaccumuleerde karma van anderen. We hebben een zekere vrijheid om onszelf te ontwikkelen, maar geen absolute vrijheid. Onze vrijheid wordt ingeperkt door de vormkrachten die we met ons meedragen en door onze onwetendheid, aldus de Boeddha. Welkom in de wereld van het voorwaardelijke ontstaan.
Voorstelling
Met een geconstrueerde werkelijkheid wordt niet bedoeld ‘perceptie’ zoals in ‘jouw perceptie is een andere dan de mijne’. Nee, wat de Boeddha zich realiseerde is dat dat maar een uitloper is van een veel dieper liggend probleem, namelijk dat mensen zich niet kunnen voorstellen dat datgene wat ze zich voorstellen maar een voorstelling is, en niet de werkelijkheid. En dat die onwetendheid een dimensie is van een menselijk bestaan dat zelf broos en wel meedeint op de golven van een zee van lijden.
De Boeddha overzag heel het systeem van ‘periodieke elementen’ dat voorwaardelijk ontstaan is gaan heten. Voorwaardelijk ontstaan gaat zowel over het systeem, de keten van wedergeboortes, als over de zelf-ervaring van de mens.
Helaas echter houden mensen er niet van wanneer hun hun werkelijkheid wordt afgepakt. De werkelijkheid is ‘wat voor jou werkt’: het schept orde in een chaos van data, scheidt signaal van ruis en lijkt een zeker houvast te geven om onheil af te weren.
“Fijn dat die werkelijkheid volgens u lijden is, mijnheer de Boeddha, maar wij doen het er toch maar graag mee,” zegt de mensheid in meerderheid nu al vijfentwintig eeuwen lang. En ook al vloek ik misschien in de kerk, ik voeg daaraan toe dat ik betwijfel of leegte en (het gebrek aan) inherente existentie veel zullen bijdragen aan de overtuigingskracht van het boeddhisme.
Reikwijdte
In de ogen van een sceptische buitenwereld heeft de school van de Leegte niet het ‘nihilistische’ imago kunnen verhelpen dat de leer van de Boeddha al als stigma met zich meedroeg. Er is echter nog iets anders wat je kunt inbrengen tegen leegte als concept. Als je opschuift van ‘onze ervaring is niet zelf’ via ‘de mens heeft geen zelf’ naar ‘geen enkel verschijnsel heeft een zelf’, dan kun je met de meest oprechte bedoelingen om een brug te slaan naar de oude Boeddha, steeds verder van hem af komen te staan.
De Boeddha zei: “Onze ervaring is niet zelf.” Maar naarmate je meer de leegte van alle verschijnselen gaat benadrukken, effen je ook de weg om de reikwijdte van het zelf steeds verder op te rekken. “De ander is even leeg als ik, dus ik ben daarin verbonden met de ander, wat zeg ik, met al het andere!”
Deze beweging heeft zich in de geschiedenis van het boeddhisme voltrokken. Voorwaardelijk ontstaan is van de bron van lijden geworden tot de bron van verlossing. Loopt er tussen deze twee uitersten nog een weg van het midden?
Dit is het tweede deel in de serie ‘Bronnen van het boeddhisme’ waarin Jules Prast de Dharma op een eigentijdse manier bevraagt, op zoek naar verbinding tussen traditie en de ervaring van vandaag.
Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#JulesPrast #Kant #karma #leegte #lijden #logica #mahayana #middenweg #Nagarjuna #ontwikkeling #verlossing #voorwaardelijkOntstaan #vrijheid
#JulesPrast #Kant #karma #leegte #lijden #logica #mahayana #middenweg #Nagarjuna #ontwikkeling #verlossing #voorwaardelijkOntstaan #vrijheid
De Boeddha zei: “Onze ervaring is niet zelf.” Maar naarmate je meer de leegte van alle verschijnselen gaat benadrukken, effen je ook de weg om de reikwijdte van het zelf steeds verder op te rekken. “De ander is even leeg als ik, dus ik ben daarin verbonden met de ander, wat zeg ik, met al het andere!”
‘Alle Boeddha’s en alle bewuste wezens zijn niets anders dan de ene geest. Er is geen andere dharma. Deze geest bestaat al sinds het begin der tijden. Hij is nooit geboren of uitgedoofd. Hij is noch groen noch geel. Hij heeft geen vorm of verschijning. Hij behoort niet tot bestaan of niet-bestaan. Hij is niet nieuw of oud. Hij is niet lang, kort, groot of klein. Hij is voorbij alle beperkingen van namen en tekens. Dit is wat het is. Begin erover te redeneren, en je raakt meteen in de war. Het is als een grenzeloze leegte die niet kan worden doorgrond of gemeten.’
Met deze zinnen begint het zenonderricht van Huangbo (China, 9e eeuw). En zo gaat het ook nog bladzijden lang verder. Ik moet toegeven dat ik er geen letter van begreep toen ik dit voor het eerst las. Het is een typische zentekst. Ondertussen ben ik vertrouwd met deze stijl. Maar wat moeten we hiermee?
Toen zen eind 5e eeuw in China binnenkwam, was het boeddhisme er al in volle bloei. De belangrijkste sutra’s en tractaten waren al in het Chinees vertaald. Tempels en stupa’s kleurden het landschap, samen met gigantische, uit de rotsen gehouwen boeddhabeelden. En dan verschijnt Bodhidharma ten tonele. Als de keizer hem vraagt wat de verdienste is van alle tempels en stupa’s die hij had laten bouwen, antwoordt Bodhidharma ’Geen verdienste’ en op de vraag wat dan wel de essentie van de leer is, antwoordt hij ‘Weidse open ruimte, niets is heilig’.
Je zou het het openingssalvo van zen kunnen noemen. Het verhaal is grotendeels legendarisch, maar daarmee niet minder belangrijk. Het is hoe zen zich situeert in het boeddhistische landschap. De zesde zenpatriarch Huineng (7e eeuw) wordt afgebeeld terwijl hij de sutra’s verscheurt. Weer enkele generaties verder heft Huangbo zijn toespraak aan met: ‘Alle Boeddha’s en alle bewuste wezens zijn niets anders dan de ene geest, waarnaast niets bestaat.’
Je kunt dit opvatten als de complete afwijzing van alle andere vormen van boeddhisme. Sommigen gaan zelfs zo ver dat ze stellen dat zen helemaal geen boeddhisme meer is. Dat is een misvatting. Alleen al in de praktijk blijkt dat niet te kloppen. In zenkloosters zingen de monniken ook de sutra’s en offeren ze aan de boeddha’s en bodhisattva’s. We mogen zen niet uit zijn context trekken. Maar wat is dan de plaats van zen in dit landschap?
Het is niet voor niets dat we in de transmissielijn van zen de Indische leraar Nagarjuna terugvinden. In zijn traktaat over de middenweg heeft hij het over twee waarheden, een conventionele waarheid en een uiteindelijke waarheid. De conventionele waarheid is letterlijk conventie: het is de taal, het zijn de betekenissen die we met zijn allen creëren. De uiteindelijke waarheid is die van sunyata, de leegte. Ik vertaal het liever als openheid. Beide kunnen niet los van elkaar begrepen worden, vandaar de middenweg. Dit model van twee waarheden resoneerde met het traditionele Chinese denken, zowel in daoïsme als confucianisme. En het krijgt daarmee een bepalende plaats in het Chinese boeddhisme.
Als we kijken naar de metafoor van de vijf boeddhafamilies zou je kunnen zeggen dat de taal van zen zich radicaal in de witte familie plaatst, in de weidse open ruimte, de openheid. Maar het is altijd een middenweg. We zien dit ook expliciet uitgedrukt in een andere zentekst: ‘De harmonie van eenheid en veelheid’, toegeschreven aan Shitou (8e eeuw). Hij vergelijkt de relatie tussen het conventionele en het uiteindelijke met de relatie tussen de voorste en de achterste voet bij het lopen. Ze gaan voortdurend samen.
Maar hoe kunnen we die ‘grenzeloze leegte die niet kan worden doorgrond of gemeten’ begrijpen? Je kunt er op drie manieren naar kijken.
De eerste is ontologisch. Ontologie gaat over de vraag wat bestaat. Het is de centrale vraag van de Griekse filosofie. Voor Plato was de zichtbare wereld slechts een onvolmaakte afspiegeling van de ideeën. De enige echte wereld was de wereld van de ideeën. Analoog hieraan zou je kunnen denken dat in het boeddhisme alleen de leegte echt bestaat en al het andere illusie is. Het is de filosofische benadering. Nagarjuna waarschuwde hier voor: leegte is het loslaten van alle concepten, maar als je vasthoudt aan het concept leegte, ben je hopeloos verloren.
De tweede manier is mystiek. Het gaat niet om wat is of wat niet is, maar om de mystieke ervaring. Naar analogie met de Christelijke mystiek wordt de ervaring van de ‘grenzeloze leegte die niet kan worden doorgrond of gemeten’ het ultieme doel van het boeddhisme. De leegte is hier het boeddhistische equivalent van de persoonlijke God van het Christendom. Die ervaring kan bereikt worden door intense meditatie.
Ik herinner me, jaren geleden, hoe iemand op een intense zenretraite van zijn leraar de opdracht kreeg om op alles wat in de meditatie opkwam te reageren met ‘ik betwijfel dat’. Na tien dagen sloeg de bliksem in en had hij een diepe ervaring. Hij waande zich verlicht, en zijn leraar bevestigde hem daarin. Hij wenste mij dat ik die ervaring ook zou kunnen meemaken. Ik bedankte. Het voelde niet oké voor mij, ook al kon ik op dat moment dat gevoel niet duiden.
De derde manier is veel pragmatischer. Het gaat er niet over dat alles illusie is, maar dat we de neiging hebben om ons over alles illusies te maken. Bijvoorbeeld, als ik ’s avonds naar huis rijd, dan weet ik waar ik woon, wat mijn huis is, en in welk bed ik die nacht ga slapen. Dat is geen illusie. Als ik dat niet wist, zou ik doelloos en verloren door de stad zwerven en uiteindelijk in de psychiatrie belanden. Maar de illusie is de zekerheid dat ik die nacht in mijn eigen huis, in mijn eigen bed ga slapen. Het ziekenhuis ligt vol met mensen die niet van plan waren daar de nacht door te brengen. Er is geen zekerheid.
Eigenlijk was die instructie van ‘ik betwijfel dat’ zo gek nog niet. Eigenlijk is dat een heel eenvoudige zeninstructie. Onze geest creëert zekerheden, die we nodig hebben om te overleven, maar die er niet zijn. Oké, besef dat, ga zitten en kijk op die manier. Niet in termen van ‘dingen die wel of niet bestaan’.
‘Dit is wat het is’ zegt Huangbo. Gun het jezelf om niets te hebben om je aan vast te houden. Het belangrijke woord hier is gunnen, want uiteindelijk is er ook niets om je aan vast te houden. En onvermijdelijk zie hoe je geest wel van alles wil doen, en duiden en vastleggen. Maar ga ook daar niet tegen in. Dat is wat je geest nu eenmaal doet. Zie ook dat gewoon bezig. Zo eenvoudig is het.
Dat is wat Bodhidharmas ‘weidse open ruimte, niets is heilig’ wil zeggen. Het is geen waarheid, geen ervaring, maar iets wat we doen. We openen onze geest en maken niets heilig, we trekken niets naar voor, we duwen niets naar achter. In die openheid blijven we zitten. ‘Begin erover te redeneren, en je raakt meteen in de war’, zegt Huangbo.
Waarom zouden we dat doen? Waarom gaan zitten in die weidse open ruimte? Omdat we riskeren vast te lopen in zekerheden die niet zeker zijn. Omdat we riskeren te grijpen naar vastheid die er niet is. Omdat we riskeren in de zoektocht naar zekerheden die er niet zijn, ons mededogen te verliezen en onnoemelijk veel lijden te veroorzaken. Maar we blijven niet zitten. ‘Het zien van het ultieme is nog niet de verlichting’ schrijft Shitou. Onze praktijk brengt ons altijd terug in de conventionele werkelijkheid. Het is als de voorste en de achterste voet bij het lopen. Het conventionele en het ultieme zijn onafscheidelijk.
Huangbo noemt, enkele zinnen verder in zijn onderricht, ook de zes paramita’s, de zes volmaakte deugden van de bodhisattva’s. Hij wijst ze niet af. ‘Wanneer de gelegenheid om te geven zich voordoet, geef dan’, zegt hij. (Dana, geven, is de eerste paramita.) Maar als je de paramita’s wil cultiveren met de intentie om de verlichting te bereiken, zit je er glad naast: je bent al perfect. Ontwaken kun je alleen in dit ogenblik.
Hij voegt eraan toe: ‘Of je nu je doel bereikt in dit ogenblik, of na het doorlopen van de tien stadia op het pad van de bodhisattva, het maakt niet uit. Want er zijn geen graden van diepgang, dus deze laatste methode brengt alleen maar eonen van onnodig lijden en zwoegen met zich mee.’
En dat verheldert meteen de laatste woorden van Shitou’s tekst: ‘Verspil geen tijd’.
Kan het duidelijker?
Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
#Huangbo #Huineng #illusie #leegte #mystiek #Nagarjuna #ontologie #Plato #Shitou #zesParamitaS
#Huangbo #Huineng #illusie #leegte #mystiek #Nagarjuna #ontologie #Plato #Shitou #zesParamitaS
Toen zen eind 5e eeuw in China binnenkwam, was het boeddhisme er al in volle bloei. De belangrijkste sutra’s en tractaten waren al in het Chinees vertaald. Tempels en stupa’s kleurden het landschap, samen met gigantische, uit de rotsen gehouwen boeddhabeelden. En dan verschijnt Bodhidharma ten tonele. Als de keizer hem vraagt wat de verdienste is van alle tempels en stupa’s die hij had laten bouwen, antwoordt Bodhidharma ’Geen verdienste’ en op de vraag wat dan wel de essentie van de leer is, antwoordt hij ‘Weidse open ruimte, niets is heilig’.
𝗜𝗻𝘇𝗮𝗺𝗲𝗹𝗶𝗻𝗴𝘀𝗮𝗰𝘁𝗶𝗲 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗼𝘃𝗲𝗿𝗹𝗲𝗱𝗲𝗻 𝗳𝗮𝗺𝗶𝗹𝗶𝗲 𝗗𝗲𝗻 𝗛𝗮𝗮𝗴: '𝗟𝗮𝗮𝘁 𝗼𝗻𝗯𝗲𝘀𝗰𝗵𝗿𝗶𝗷𝗳𝗹𝗶𝗷𝗸𝗲 𝗹𝗲𝗲𝗴𝘁𝗲 𝗮𝗰𝗵𝘁𝗲𝗿'
De Chinese gemeenschap uit Den Haag zamelt geld in voor de overleden familie van de Tarwekamp. De 41-jarige vader, 45-jarige moeder en 17-jarige dochter van het gezin kwamen om het leven bij de explosie afgelopen weekend. "Laten we samen tonen...
De Chinese gemeenschap uit Den Haag zamelt geld in voor de overleden familie van de Tarwekamp. De 41-jarige vader, 45-jarige moeder en 17-jarige dochter van het gezin kwamen om het leven bij de explosie afgelopen weekend. "Laten we samen tonen dat we om hen geven en er voor elkaar zijn in tijden van nood." De familie geeft aan blij te zijn met het initiatief en met alle andere steun vanuit de Chinese gemeenschap.