Jules – Mijmeren in mijn bodhisattvabedje

Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van Jules Prast die we eerder, op 3 maart 2014, in het BD plaatsten.

Je eigen, diepste overtuiging ter discussie stellen als een mogelijkheid tussen andere, vergt een bovengemiddelde portie moed.

Ik sprak een goede vriend die al vele jaren aan zelfonderzoek doet, ook via meditatie. Hij vertelde over zijn ervaring van een geïncarneerde ziel, individuatie en een Hoger Zelf.

Ai, atman! Een moment stond ik met een mond vol tanden. Of eigenlijk lag ik met mijn mond vol tanden, in mijn vertrouwde bodhisattvabedje, waarin ik noodgedwongen zo vele uurtjes doorbreng, mijn nembutsus zeg en soms mijn stukjes schrijf. Mijn vriend en ik spraken aan de telefoon.

Moet je als boeddhist nu opmerken dat de notie van een geïncarneerde ziel een illusie is en de moeder van alle lijden? Ik luisterde aandachtig. Ergens in de achtergrond knarste ondanks de aandacht toch mijn brein.

Zinvolle uitwisseling

Eigenlijk, bedacht in de loop van het gesprek iets in mij, is dit ‘Thomas Merton in actie’. De ooit beroemde auteur organiseerde als rooms-katholieke monnik ontmoetingen met vertegenwoordigers van andere religies, ook van het boeddhisme. Niet de leer, maar de ervaring stond daarbij centraal. Dit bleek een invalshoek waardoor een zinvolle uitwisseling mogelijk werd.

Zo ontspon ons telefoongesprek zich ook. Ik zei niet “dit is zo”, maar “zo ervaar ik het”. Is boeddhisme in staat tot een fenomenologie van zichzelf? Buitenstaanders kunnen dit. Simon Vestdijk deed het in zijn boek De toekomst der religie (1947); zijn analyse bracht hem tot de uitroep – wie weet dit nog? – “Ben ik niet eigenlijk een boeddhist?” Carl Gustav Jung deed het, en vele anderen ook. Maar kun je dit ook als je zelf boeddhist bent?

Je eigen, diepste overtuiging ter discussie stellen als een mogelijkheid tussen andere, vergt een bovengemiddelde portie moed. Als ik het Opperlandse neo-calvinistische boeddhisme in ogenschouw neem, dan mis ik zulke openheid in het publieke domein node. Hier wordt graag gekift over de BUN en de BOS en gemillimeterd over autorisatie van zenleraren.

Benepen

Het lijkt bijna alsof je voor de ware Verlichting moet uitwijken naar het buitenland, naar het Frankrijk van Voltaire bijvoorbeeld. Maar gelukkig bestaat er in de Engelstalige boeddhistische chatrooms op het internet een virtueel Frankrijk, dat aanzienlijk ruimer bemeten van geest is dan het benepen Nederland, waar een onmiskenbaar fundamentalistische ondertoon zich regelmatig meester maakt van het discours.

Linji

Met mijn vriend kan ik praten. Ik legde hem voor wat ik voor mezelf de brahman-atman paradox ben gaan noemen. Boeddhisme is een oefening in het ervaren van anatman, so far so good. Maar op het ogenblik dat je karmische energieën zijn uitgedoofd en je de boeddhistische bevrijding realiseert, wat is dan, op dat ogenblik, het verschil in ervaring met iemand die zijn atman zich ziet versmelten met brahman?

Historisch gezien bestaat er een wereld van verschil tussen het wereldbeeld en de leefwijze van de brahmanen en de boeddhisten, ik weet het. Maar dat is lang geleden en er is sindsdien veel met het boeddhisme gebeurd. Waar het mij om gaat is de vraag of wij anno nu menen dat de gnosis van de Boeddha een unieke ervaring inhield, of eentje die ergens een plaatsje heeft in een vergelijkend model waarvan het topje meer overeenkomsten kent dan verschillen.

Spookbeeld

Steken in de geschiedenis van het boeddhisme brahman en atman af en toe niet toch weer de kop op? Nadat Nagarjuna en consorten hun mentale machtsgreep hadden volbracht (want dat was het), bleef het boeddhisme naar veler idee met lege handen achter. De introductie van de leegte, zo gaat deze redenering, zadelde het boeddhisme niet alleen met een nieuwe doctrine op, maar ook, opnieuw, met het spookbeeld van nihilisme. En zie, daar was de boeddhanatuur, een soort quasi-atman, soms ook als zodanig aan de man gebracht, maar dan alleen om het snel weer af te leren, zeggen velen vergoelijkend. Is boeddhanatuur de appel die gegeten wordt van de boom van goed en kwaad?

Iedereen die wil, mag me verketteren, hoewel dat onboeddhistisch is (nou ja, dat geloven we dan maar). Daar heb je er weer eentje, zo’n zenboeddhist die de bietenbrug opgaat. Hij schijnt ook al iets met Shinrans Anderkracht te hebben, die cryptokatholiek. Die eindigt vast bij Advaita Vedanta.

Zulke suggesties sissen althans regelmatig omhoog uit mijn mailbox wanneer zich daarin weer enige slang naar binnen heeft weten te wurmen. Ik kijk geamuseerd toe en neem in gedachten maar zo’n leuke slang uit een Disneyfilm voor ogen die je met hypnotiserende ogen en verleidelijke praatjes in zijn wurggreep probeert te lokken. Niet dus.

Zelfopgelegde begrenzing

Toch maak ik graag omzwervingen in het land dat begint waar de grenzen van het boeddhisme poreus zijn. Er zijn zo veel anderen die zoeken naar bevrijding. Als -isme kan boeddhisme zo benauwend voelen. Met Linji zeg ik: als je boeddhisme op je weg tegenkomt, dood het dan. Zonder die zelfopgelegde begrenzing valt er niets meer aan doctrines te declameren, kun je in vrijheid vergelijken en hartelijk lachen om de Nagarjuna’s en de andere pausen van het boeddhisme.

Zo ongeveer zat ik na te mijmeren toen het telefoongesprek met mijn vriend ten einde was. Ik dacht eraan hoe een halve eeuw of langer geleden mensen als Sartre schreven over onze cultuur als een leeggehaalde winkel. De dialectiek van de Verlichting van Adorno blijft zo actueel. De mensen scheppen monsters die ze niet weten te beteugelen. Ze hebben de middelen in handen voor hun bevrijding maar slaan liever op de vlucht voor hun verantwoordelijkheid.

Thuiskomen

In die omgewoelde, ontkerkelijkte grond landt het boeddhisme dat wij nu kennen. Hoe velen vluchten in het boeddhisme omdat het een alternatief is dat veilig voelt? Veilig? Ruk die voorhang weg en zoek de poreuze grenzen op. Gaat heen en vermenigvuldigt u in vrijheid! Dat is de uitdaging. En dood de Boeddha wanneer deze op uw weg komt, evenals uw leraar, in de geest van Linji, die maffe, maar wel kraakheldere leraar uit de gouden tijd van het klassieke Chinese zenboeddhisme.

Na zulke omzwervingen is het altijd goed thuiskomen in, ja, wat eigenlijk? Er is welbeschouwd geen thuis en daar is het goed thuiskomen. Thuiskomen in de wetenschap dat je maar wat aanrommelt, net als iedereen die verder op weg is. Je rommelt wat aan met je Satipatthana Sutra en je rommelt wat aan met je Achtvoudig Pad. Wat deert het eigenlijk of je ook wat aanrommelt met brahman en atman? Niets om elkaar hard te vallen. Bevrijding is fluïde, vluchtig, en daarom juist bevrijding. Overal te vinden en nooit op, behalve als je haar probeert te vangen en te bevatten. En God zag dat het goed was. Voor mijn part, ook goed.

De twijfel, de twijfel, zo gezond onveilig… De grondeloze diepte, zonder houvast… Niet-weten… Ja, daar is het goed thuiskomen na zo’n telefoongesprek.

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#Atman #boeddhanatuur #CarlGustavJung #HogerZelf #JulesPrast #SimonVestdijk #ThomasMerton #toekomstReligie

Jules - Mijmeren in mijn bodhisattvabedje - Boeddhistisch Dagblad

Hoe velen vluchten in het boeddhisme omdat het een alternatief is dat veilig voelt? Veilig? Ruk die voorhang weg en zoek de poreuze grenzen op. Gaat heen en vermenigvuldigt u in vrijheid! Dat is de uitdaging. En dood de Boeddha wanneer deze op uw weg komt, evenals uw leraar, in de geest van Linji.

Boeddhistisch Dagblad

Jules – Mijn gedichten zijn geen gedichten

Als je begrijpt dat mijn gedichten in werkelijkheid geen gedichten zijn, dan kunnen we samen praten over poëzie, schrijft zendichter Ryokan Taigu.

Loom trek ik mijn habijt aan
Op deze eerste zomerse dag
Wilgen aan de waterkant
Hebben een diepgroene kleur aangenomen
Op de oever tegenover mij
Verstuift de ochtendbries
De bloesem van peer en pruim
Ik kuier rond, pluk blad van wild gras
En klop in het voorbijgaan op een hek van gesprokkeld riet
Vlinders dartelen in het zuiden in de tuin
Bloemen van knolraap verstikken het hek in het oosten
Hier, in een sfeer van volmaakt gemak
Strekken zomerdagen zich eindeloos uit
Zo afgelegen raakt een plek je van nature
Eenvoudig ontroerd door schoonheid – dat is mijn aard
Ik neem een paar zinnen
En ze worden vanzelf tot gedichten
Wie zegt dat mijn gedichten gedichten zijn?

Mijn gedichten zijn helemaal geen gedichten
Als je begrijpt
Dat mijn gedichten in werkelijkheid geen gedichten zijn
Dan kunnen we samen praten over poëzie

Ryokan Taigu (vertaald door Jules Prast)

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#gedichten #JulesPrast #RyokanTaigu #zendichter

Jules - Mijn gedichten zijn geen gedichten - Boeddhistisch Dagblad

Als je begrijpt dat mijn gedichten in werkelijkheid geen gedichten zijn, dan kunnen we samen praten over poëzie, schrijft zendichter Ryokan Taigu.

Boeddhistisch Dagblad

Jules – Huilen om Dogen

Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst- en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van Jules die eerder, op 27 maart 2014, in het BD geplaatst werd.

Zendichter Ryokan beleefde tijdens zijn monnikstraining een emotionele kennismaking met het werk van Dogen.

Ryokan Taigu en Eihei Dogen behoren beide tot de culturele helden van Japan. Ryokan, de rondreizende zenmonnik en dichter, leefde in de tweede helft van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw. Hij had een bijzondere voorliefde voor het werk van Dogen, de religieuze vernieuwer die zo’n vijfhonderd jaar eerder het zenboeddhisme in Japan een nieuwe impuls had gegeven.

In een prozagedicht doet Ryokan verslag van zijn kennismaking met Dogen tijdens zijn monnikstraining in een Japans zenklooster.* In die tijd was het werk van Dogen alleen bij een handjevol Japanse geleerden bekend. Ryokan betreurde dit zeer omdat hij de betekenis van Dogen als leraar en literator meteen onderkende. Pas in de loop van de twintigste eeuw is de faam van Dogen geleidelijk buiten Japan verspreid geraakt en is zijn werk in het Engels en andere talen beschikbaar gekomen voor een groter publiek.

Hier Ryokans prozagedicht in mijn vertaling uit het Engels:

Een mistroostige voorjaarsavond, rond middernacht;
Sneeuwspatten op het bamboe in de tuin raakten verregend.
Ik wilde mijn eenzaamheid verlichten, maar tevergeefs.
Mijn hand reikte achter me naar de bundel van Eihei Dogen.
Op mijn werktafel onder het open raam
Offerde ik wierook, stak een lamp aan, en ging rustig lezen.
Lichaam en geest vielen weg, gewoon, werkelijk waar.

In duizend standen, in tienduizend verschijningsvormen,
Speelt een draak met het sieraad.
Zijn begrip doorziet de patronen van afhankelijkheid;
Met bestaand bedrog maakt hij korte metten.
In de stijl van de oude meester weerspiegelt zich het beeld van India.

Ik herinner me hoe in mijn dagen in het klooster van Entsu
Wijlen mijn leraar onderricht gaf over het ‘Oog van de Ware Dharma’**.
Het was een kans om in mezelf een omkering teweeg te brengen,
Dus vroeg ik toestemming het boek zelf te lezen
En maakte me er tijdens het bestuderen heel vertrouwd mee.
Ik voelde aan den lijve dat ik tot aan dat moment
Uitsluitend en alleen had gedreven op mijn eigen, beperkte kunnen.
Daarna verliet ik mijn leraar en trok de wijde wereld rond.

Wat is dat voor verhouding die er tussen Dogen en mij bestaat?
Overal waar ik heen ging beoefende ik vol overgave
het Oog van de Ware Dharma.
De diepgang, het voertuig – hoe vaak ben ik er niet bij uitgekomen?
Nooit is er binnen deze leer enige tekortkoming.
Zo heb ik de meester van alle dingen in grondige studie leren kennen.

Zittend bij de lamp wilden op een avond mijn tranen niet stoppen.
De bundel van de oude Boeddha Eihei raakte er doorweekt van.
Mijn oude buurman bezocht me de volgende ochtend in mijn rieten hut.
Hij vroeg me waarom het boek vochtig was.
In mijn verlegenheid slaagde ik er niet in iets te zeggen, al wilde ik het wel;
Het was onmogelijk een verklaring te geven, zozeer was ik geestelijk van slag.
Ik liet mijn hoofd even zakken en vond toen de woorden:
“De regen heeft vannacht gelekt en mijn boekenkast doordrenkt.”


* Het gedicht is opgenomen in het boek Dogen’s Extensive Record. A Translation of the Eihei Koroku door Taigen Dan Leighton & Shohaku Okumura (2010). Dit boek bevat honderden kortere preken, uitspraken en koancommentaren van Dogen.
** Het ‘Oog van de Ware Dharma’ is een verwijzing naar Dogen’s Shobogenzo, een ander verzamelwerk, waarvan de titel voluit vertaald luidt: ‘de schatkamer van de het oog van de ware dharma’. De Shobogenzo is een collectie van langere leerredes en essays van de hand van Dogen.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#Dogen #JulesPrast #ryokan

Jules - Huilen om Dogen - Boeddhistisch Dagblad

In een prozagedicht doet Ryokan verslag van zijn kennismaking met Dogen tijdens zijn monnikstraining in een Japans zenklooster.

Boeddhistisch Dagblad

Jules – Boeddhistische bevrijdingsparadigma’s

Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we beeld en tekst van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een analyse door Jules Prast, eerder in het BD geplaatst op 23 oktober 2013.

Ik vind het soms maar raar dat je mediteert terwijl de wereld crepeert. En dat maar blijft doen. In mijn interpretatie zit er een dwingend soort existentiële logica in het boeddhisme, die al begint met het preken van de Boeddha.

Bij Jacqueline Stone lees ik dat het boeddhisme in het middeleeuwse Japan een nieuw bevrijdingsparadigma ontwikkelde (Original Enlightenment and the Transformation of Medieval Japanese Buddhism, 1999).

Voor persoonlijke bevrijding was geen ingewikkeld spiritueel transformatieproces meer nodig. De macht van karmische obstructie kon in de nieuwe voorstelling van zaken worden gebroken met één enkele conditie, of dit nu was je toevertrouwen aan Amida Boeddha (Shinran), de mantra reciteren van de Lotus Sutra (Nichiren) of je het inzicht eigen maken in je Ware Aard (Dogen).

Ik vraag me af hoe vaak het boeddhisme in zijn geschiedenis nog meer nieuwe bevrijdingsparadigma’s heeft ontwikkeld. En ik vraag me af in welke ‘bevrijdingsmatrix’, in welke kluwen van voorstellingen over manieren om bevrijding te realiseren, wij ons bevinden in een periode waarin het Westerse boeddhisme blootstaat aan modernistische invloeden.

Mindfulness

Over de vraag hoe vaak het boeddhisme nieuwe bevrijdingsparadigma’s heeft ontwikkeld, kun je een heel boek volschrijven. Duidelijk lijkt mij dat het oorspronkelijke boeddhisme (‘Hinayana’) en Mahayana er verschillende voorstellingen van bevrijding op nahielden. Maar hoeveel precies? Het middeleeuwse Japan laat een doorontwikkeling zien van eerdere voorstellingen uit de voorafgaande geschiedenis van Mahayana.

In onze tegenwoordige bevrijdingsmatrix lijken meditatie en mindfulness in ieder geval een centrale plaats in te nemen. Zo centraal, dat mensen er in een discussie soms moeite mee hebben zich voor te stellen wat er hierbuiten nog meer bij boeddhisme kan komen kijken. Of hoe je bevrijding kunt realiseren zonder dat meditatie eraan te pas komt.

Is bevrijding een particuliere aangelegenheid? En wat doe je met je leven nadat je tot een bevrijdend inzicht bent gekomen?

Gigantische frictie

Ik vind het soms maar raar dat je mediteert terwijl de wereld crepeert. En dat maar blijft doen. In mijn interpretatie zit er een dwingend soort existentiële logica in het boeddhisme, die al begint met het preken van de Boeddha. Gautama leert ons hoe we aan de hand van een pragmatische ethiek invulling kunnen geven aan ons handelen. Zen leert ons (al vanaf vijf eeuwen vóór Dogen) dat beoefening en dagelijks leven één zijn, een goede reden om te zorgen dat je met Zen niet in mystiek blijft hangen.

Met de dagelijkse praktijk heeft het boeddhisme vanaf dag één een gigantische frictie gecreëerd. Dit geldt zeker ook voor de dagelijkse praktijk van onze consumentistische wegwerpsamenleving. Hoe gaat dit verhaal verder?

Samsara is nirvana, ja. Vaak echter is er toch meer samsara dan nirvana. De vraag is dus niet alleen tot welk bevrijdingsparadigma je je als boeddhist gevoelsmatig aangetrokken voelt, maar ook wat dit betekent voor de praktijk van je handelen.

Niet dat ik dit allemaal heb opgelost. Ik ben één derde Dogen, één derde Thich Nhat Hanh en één derde Shinran. Kan dat eigenlijk? Zazen en sociaal engagement onder één dak met een persoonlijk toevertrouwen aan een ‘anderkracht’, in het volle bewustzijn van je onvermogen je op eigen kracht te verheffen uit je samsarische gebondenheid?

Ontrafelen

Als ik Jacqueline Stone lees, dan denk ik: ach, wat zou je over het boeddhisme in onze tijd over een paar eeuwen een mooi boek kunnen schrijven. Ontrafelen van factoren en motieven is stukken makkelijker wanneer alle betrokkenen niet meer in leven zijn.

In het nu is er een complete industrie die dagelijks via de drukpers en de social media een kretologie van mindfulness, compassie en Boeddhacitaten over de mensheid uitstrooit. Er is een gestage stroom van spiritueel toerisme van de ene naar de andere locatie, van boeddhisten en belangstellenden op zoek naar een meditatief moment of een woord van wijsheid uit de mond van een rondreizend lerarenkorps.

Ondertussen slaat het boeddhisme nog geen deuk in een pakje boter in het licht van de vraagstukken waarvoor de wereld zich geplaatst ziet. Mijn vragen zijn vragen in de marge van een spiritueel spektakelstuk waarin op het toneel van de openbaarheid de vrijblijvendheid en de ‘zelf-bevrediging’ vaak niet zijn te onderscheiden van de oprechte inspanning om andere levende wezens te bevrijden. Maar al te vaak worden in het moderne boeddhisme kritische geluiden weggepoetst onder onbegrip of een gemakzuchtige gezapigheid. In het dharmakippenhok liever geen onrust: “Hemeltje, dissonantie; dat is zo onboeddhistisch!”

Naïef lief

In dat opzicht is de spoeling te dun, veel te dun. Naar mijn gevoel gaat boeddhisme te gemakkelijk over ‘mij’ en niet over de ‘ander’. En voor zover het op de ander gericht is, gaat het vaak om een naïef ‘lief zijn voor elkaar’ zonder de slag te maken van woorden naar daden, zonder een ketenverantwoordelijkheid te activeren die verder reikt dan ik-en-mijn-directe-omgeving. In het Mahayana van tegenwoordig komt paradoxaal genoeg gedrag voor dat men historisch gezien aan het Hinayana-kamp toeschreef. Velen schuilen binnen het boeddhisme tegen de boze buitenwereld in plaats van de bevrijding de wereld in te brengen.

Het is ondertussen toch echt onze eigen verantwoordelijkheid om in het heden duidelijk te krijgen hoe precies we ons bevrijding voorstellen, in theorie én praktijk. Duidelijkheid! Het is makkelijk om ons vast te houden aan grote namen uit het verleden en ons in groepsbijeenkomsten te buigen over de bronnen van eeuwenoude tradities. De uitdaging is evenwel om één of meer bevrijdingsparadigma’s te ontwikkelen die de belofte inhouden van een betekenisvol antwoord op de vraag hoe individu, samenleving en bevrijding zich in een eigentijds boeddhistisch perspectief tot elkaar verhouden.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#beoefening #Boeddha #Dogen #JacquelineStone #JulesPrast #LotusSutra #nieuweBevrijdingsparadigmaS #nirvana #samsara #Shinran #ThichNhatHanh #wereldCrepeert

Jules - Boeddhistische bevrijdingsparadigma’s - Boeddhistisch Dagblad

Het boeddhisme slaat nog geen deuk in een pakje boter in het licht van de vraagstukken waarvoor de wereld zich geplaatst ziet. Mijn vragen zijn vragen in de marge van een spiritueel spektakelstuk waarin op het toneel van de openbaarheid de vrijblijvendheid en de ‘zelf-bevrediging’ vaak niet zijn te onderscheiden van de oprechte inspanning om andere levende wezens te bevrijden.

Boeddhistisch Dagblad

Jules – Breuklijn door de menselijke conditie

Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een column van Jules Prast, eerder in het BD geplaatst op 14 juli 2013.

In de kakafonie van het boeddhisme heeft iedereen gelijk binnen zijn eigen paradigma.

In een boze droom zit ik in de put, om precies te zijn: in een boeddhistische echoput. Het is hierbinnen leeg, er is op de bodem nauwelijks ruimte om te zitten.

Van bovenaf roepen mensen in de put. Ik hoor ze zich verlustigen in de weerkaatsing van hun mantra’s.

Al die flarden van verhaallijnen brengen mij echter in verwarring. ‘Precies hier en nu, als niets lukt, wat doe je dan?’ Een levensechte koan. Dat is dus waarom ik in de put zit.

Logica

Verhaallijnen, altijd die verhaallijnen, tot vervelens toe herhaald. De prins die vrouw en kind verlaat. Skandha’s. Voorwaardelijk ontstaan. Achtvoudig Pad. Vorm is leegte. Mediteren. Bodhidharma. Sila. Boeddhanatuur. Bodhisattva. Oorspronkelijke verlichting. Nembutsu.

Anderen noemen het verklaringsmodellen, weer anderen mythes. ‘Mythe is de zingeving aan het totaal der werkelijkheid’. Een zinnetje van de universiteit, ik meen van de filosoof Bernard Delfgaauw. Voor mythe kun je ook invullen ‘paradigma’, een eigentijdser woord.

In de kakafonie van het boeddhisme heeft iedereen gelijk binnen zijn eigen paradigma. Geen unieke situatie. Iedere religie bestaat uit een kluwen van tradities, losjes gegroepeerd rond een in de loop der tijd tot bochels vergroeid geraamte van opvattingen. Overal is de innerlijke logica ver te zoeken.

Niets werkt. Dus wat te doen?

Erfzonde

De mythe van de Boeddha: er gaat iets fout, maar dat kan zich herstellen. Wat er fout gaat, is dat mensen zich vereenzelvigen met een gespleten beeld van de werkelijkheid. Het recept: oefening, want oefening baart kunst: de kunst van onbaatzuchtig leven.

Ooit hoop ik nog eens iemand tegen te komen die kan uitleggen waarom precies er in de boeddhistische mythe een breuklijn dwars door de menselijke conditie heen loopt. Wat verklaart toch dat mensen überhaupt in de fout kunnen gaan? Het rad van de karma mag dan van oudsher al draaien, maar waarom zijn mensen van nature verdeeld tegen de harmonie van de kosmische orde als deze een en ongedeeld is?

De boeddhistische erfzonde is van een andere herkomst dan de christelijke, maar de mens lijkt in de mythe van het boeddhisme toch ook voorbestemd tot een soort zondeval. En de Boeddha mag dan geen middelaar zijn van Godswege, maar een middelaar is hij wel, een die eveneens de mensen de weg wijst naar het heil.

Mediteren is ontzelvigen, een oefening die telkens weer een horizon van haalbaarheid verleent aan het pad naar onbaatzuchtigheid. Maar als onheilzaam en heilzaam gegeven zijn in dezelfde kosmische orde, hoe is het dan ooit mogelijk dat alle levende wezens tegelijk het één volledig transformeren tot het ander? Stuiten we hier niet op de grenzen van de mythe? Onthult boeddhistische moraliteit zich dus in de grond niet als utopisch wensdenken?

Verdwaasd

De echo’s weerkaatsen nu in een gekmakende opeenvolging. Ik hoor mezelf op de toppen van mijn longen schreeuwen tegen het geluid van mijn dharma-demonen: “Stil, stil, stil!” Mijn stem vermengd met het koor van mantra’s van boven, het maakt het alleen maar erger.

Waarom toch is mensen de logos gegeven wanneer deze ten onder moet gaan in de wijsheid voorbij alle wijsheid?

Dit is geen zitten zo. Tegen de putwand zak ik weg in een verdwaasd half-bewustzijn, uitgeput door de knagende vertwijfeling.

Waarom, in jezusnaam, in een put en niet ‘gewoon’ als een vlinder in een bronzen klok waar je, wanneer je je laat gaan, tenminste nog uit kunt vallen? Terwijl ik verder afglijd van de roetsjbaan naar ik weet niet welke gemoedstoestand, zie ik in een flits de hoofden van Friedrich Nietzsche en Albert Camus aan me voorbijtrekken. De ondoorgrondelijke wegen van het voorwaardelijk ontstaan brengen hen voor mijn geestesoog samen in het gezelschap van Oom Gautama.

Ontwaken is ver weg. Ik weet niet of ik het wil. Ik weet niet of ik wel kan willen wat ik wil of niet wil. Ik weet het even niet meer, maar dan ook echt: helemaal niet meer.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#breuklijn #echoput #JulesPrast
#breuklijn #echoput #JulesPrast

Jules - Breuklijn door de menselijke conditie - Boeddhistisch Dagblad

In een boze droom zit ik in de put, om precies te zijn: in een boeddhistische echoput. Het is hierbinnen leeg, er is op de bodem nauwelijks ruimte om te zitten.

Boeddhistisch Dagblad

Jules – De farma en de dharma: boeddhisme op de beurs

Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we beeld en tekst van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van Jules Prast, eerder in het BD gepubliceerd op 16 juli 2013.

Hoe verhouden ‘boeddhistisch’ en ‘beursgenoteerd’ zich tegenover elkaar? Wordt een bedrijf ethischer en duurzamer wanneer het meditatie en mindfulness in zijn cultuur integreert?

Met mijn timmermansoog kijk ik naar het omkoopschandaal bij de Britse geneesmiddelengigant GSK. In zes jaar tijd voor bijna een half miljard dollar aan smeergeld uitbetaald aan ziekenhuizen, artsen en ambtenaren in China, zo luidt de aanklacht van de autoriteiten ter plaatse.

Als dat bewezen wordt, dan is het foute boel. Bij bedragen van zulk een omvang moet je je afvragen wat erger is voor de positie van de raad van bestuur, de lokale directie en de accountant: het wel hebben geweten of niet. Het is niet best wanneer je organisatie onopgemerkt zo’n schaduweconomie van systematische corruptie kan herbergen.

Volgens de website van GSK wil het bedrijf op een verantwoorde manier zakendoen, met eerlijke verkoop- en marketingpraktijken. Het staat er letterlijk zo. Het is ook niet de eerste keer dat GSK door de mand valt. Vorig jaar kocht het bij de Amerikaanse justitie voor een recordbedrag van drie miljard dollar strafvervolging af voor onoorbare medicijnpromotie in de Verenigde Staten.

Open brief

De farma en de dharma: is dit een business waarin je als boeddhist kunt werken? Hoe verhouden ‘boeddhistisch’ en ‘beursgenoteerd’ zich eigenlijk tot elkaar? Meer dan vijftien jaar lang werkte ik zelf als leidinggevende in de top van twee multinationals (ABN Amro en Philips). Mijn belangstelling voor het boeddhisme dateert van nadien, maar sinds ik me ermee bezighoud, volg ik het nieuws uit het bedrijfsleven ook vanuit dat perspectief.

Ik moet terugdenken aan een open brief die een Amerikaanse zenleraar vorig jaar schreef aan een captain of industry die publiekelijk verklaard had dat het helpt wanneer je als top-leidinggevende mediteert. Dat was in het artikel in de Financial Times ‘The Mind Business’ in de zomer van 2012.

Dit artikel ging in op de manier waarop mindfulness en yoga binnen de wereld van het grote geld aan een opmerkelijke opmars bezig zijn. Bedrijven ontdekken in technieken afkomstig uit een eeuwenoude wijsheidcultuur een mogelijkheid om medewerkers te midden van de hectiek van alledag geconcentreerder en dus productiever te krijgen.

De captain of industry in kwestie was William George, voormalig bestuursvoorzitter van Medtronic, een bedrijf dat veel goeds gedaan heeft voor hartpatiënten door steeds geavanceerdere pacemakers te ontwikkelen. De schrijver van de open brief was David Loy, behalve zenleraar ook emeritus-hoogleraar.

Bedrijfsmiddel

Boeddhisme is geen bedrijfsmiddel, realiseerde Loy zich bij het lezen van het artikel in de Financial Times. Als je mindfulness reduceert tot money, dan maak je het los uit de context van het spirituele pad waarin het thuishoort.

Moet boeddhisme in de relatie tot het grote, beursgenoteerde bedrijfsleven niet vooral een kritisch geluid laten horen, vroeg Loy zich af. Compassie met het lot van alle levende wezens maakt dat boeddhisten het bedrijfsleven tot diepgaande verandering moeten oproepen in een tijd waarin voortgaande ecologische roofbouw een ramp over de aarde dreigt af te roepen. Dat zei ook Thich Nhat Hanh vorig jaar in een interview met The Guardian.

Aan William George, inmiddels commissaris bij zakenbank Goldman Sachs, farmaceut Novartis en olieconcern Exxon, stelde David Loy in zijn open brief ‘Can Mindfulness Change a Corporation?’ de vraag of hij een paar voorbeelden kon geven hoe bedrijven in zijn ervaring ethischer en duurzamer zijn geworden wanneer ze meditatie en mindfulness in hun cultuur hebben geïntegreerd.

Prestatiedruk

De brief van Loy is voor zover ik weet onbeantwoord gebleven, maar blijft een lezenswaardige verhandeling. Het is een soort monument dat ons ertegen waarschuwt om boeddhisme al te lichtvaardig met het bedrijfsleven te verbinden, zoals je ethisch bevlogen consultants in hun enthousiasme wel eens ziet doen.

Ik wil niemand veroordelen die in het beursgenoteerde bedrijfsleven werkt, farmaceutisch of anderszins. Het is alleen dat ik uit ervaring weet hoe groot in zulke organisaties de prestatiedruk is en hoe groot de uitdaging om daarbij de normen en waarden van verantwoord zakendoen hoog te houden, en dan heb ik het nog niet eens over de normen en waarden van het boeddhisme.

Acht van de tien grootste farmaceutische bedrijven ter wereld hebben aan hun aandeelhouders laten weten dat hen mogelijk aanzienlijke boetes boven het hoofd hangen vanwege oneigenlijke marktpraktijken, zegt Reuters in een analyse. Kun je in zo’n omgeving werken zonder dat je geweten zich in de strijd om brood op de plank afsplitst van je dagelijks handelen?

Want wat voor opties heb je eigenlijk als boeddhist? Leven in afsplitsing is er een: werk is werk en principes zijn privé. Je kunt ook een compleet andere levensweg kiezen en ontslag nemen: de radicale optie. Of kool en geit sparen en hopen dat je spirituele pad je op de lange duur zuivering brengt.

Megastore

Of je kunt geloven in het idee van ‘oorspronkelijke verlichting’ dat je in sommige Japanse boeddhistische tradities tegenkomt. Dan hoeft er helemaal geen probleem te zijn: goed en kwaad zijn een en beide een gelijkwaardige uitdrukking van de Dharma. Wel heeft deze laatste houding het boeddhisme historisch gezien soms een kwade reuk bezorgd; er zijn zelfs mensen die het een vorm van nepboeddhisme vinden.

Kortom, in de megastore van de boeddhistische ethiek zijn verschillende oplossingen uit voorraad leverbaar, de een wat plooibaarder dan de ander. Kijkt u maar rustig rond en kies uit wat van uw gading is. Meerdere tegelijk afnemen mag ook. Voor resellers en franchisenemers gelden aantrekkelijke kortingen: informeer bij uw accountmanager naar de mogelijkheden.

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#beurs #beursgenoteerd #DavidLoy #dharma #farma #GSK #JulesPrast #ThichNhatHanh #WilliamGeorge
#beurs #beursgenoteerd #DavidLoy #dharma #farma #GSK #JulesPrast #ThichNhatHanh #WilliamGeorge

Jules - De farma en de dharma: boeddhisme op de beurs - Boeddhistisch Dagblad

Hoe verhouden ‘boeddhistisch’ en ‘beursgenoteerd’ zich tegenover elkaar? Wordt een bedrijf ethischer en duurzamer wanneer het meditatie en mindfulness in zijn cultuur integreert?

Boeddhistisch Dagblad

Jules – Leve de leegte? Of juist niet?

Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. Hieronder een tekst van Jules Prast, eerder in het BD geplaatst op 24 april 2024.

Voorwaardelijk ontstaan is van de bron van lijden geworden tot de bron van verlossing. Loopt er tussen deze twee uitersten nog een weg van het midden?

Nagarjuna staat binnen het boeddhisme in hoog aanzien, maar ik vind het maar een rare denker. Zijn verzen getuigen van een koud soort logica. Dit kan niet en dat kan niet, en zus en zo evenmin, dus moet alles wel ‘leeg’ zijn. Zijn beroemde negatieve methode komt niet erg positief over. Nagarjuna (India, tweede eeuw na Chr.) legde het filosofisch fundament voor de ‘leegte’ of ‘sunyata’ en wordt wel de tweede Boeddha genoemd. Geef mij de eerste maar.

Je ziet mensen bijna over hun eigen gedachten struikelen wanneer je leest of hoort hoe ze proberen uit te leggen dat alles ‘zonder inherente existentie’ is. Het lijkt wel of ze zichzelf willen overtuigen dat ze recht in de leer zijn, terwijl van al dat dappere pogen ondertussen dikke druppels van kunstmatigheid afdruipen. Het gaat zo tegen iedere intuïtie in. Waarom niet gewoon zeggen: gooi maar in mijn petje?

Ik weet nooit goed of boeddhisme en filosofie wel een gelukkige combinatie vormen. Het begint al met de Abhidharma, een nogal schematisch uitgevallen proeve tot het systematiseren van de leer van de Boeddha. De volgende in de lijn, Nagarjuna, was misschien ook niet een geslaagd hoofdstuk.

Sommigen zullen tegenwerpen: daar gaat de hele onderbouwing van Mahayana in een keer het raam uit, maar daar ben ik nog niet zo zeker van. Er is meer onder hemel en aarde dan de afwezigheid van inherente existentie. We hebben bovendien onze ervaring als basis voor eigen, kritisch onderzoek.

Filters

Zelf vergelijk ik de Boeddha wel eens met de Duitse filosoof Immanuel Kant (1724-1804). Aan hem wordt de ontdekking toegeschreven dat het menselijk verstand alle ervaring filtert. Tijd (verandering) en ruimte (vorm) zitten als het ware voorgeprogrammeerd in ons besturingssysteem, zei Kant. Wat wij kunnen kennen is ons verstand, niet de werkelijkheid ‘daarbuiten’. Het ‘Ding an sich’ ligt buiten ons bereik.

Ook de Boeddha kwam tot het inzicht dat de menselijke ervaring gefilterd wordt. Hij noemde zijn filters ‘skandha’s’. Als je lichaam en geest samen ontleedt in factoren, dan houd je alleen die skandha’s over. Samen maken deze uit wat je in de taal van onze tijd zou kunnen noemen: willen, waarnemen en bewustzijn.

In de visie van de Boeddha conditioneren deze factoren alle ervaring totdat je je ervan weet te bevrijden. Evenals veel later Kant met een compleet andere insteek, onderkende de Boeddha dat ‘de’ werkelijkheid een geconstrueerde werkelijkheid is.

Lang vóór onze geboorte begint de keten al waarin de vormkrachten huizen die ons leven in belangrijke mate zullen beheersen. We danken ons bestaan aan onze voorouders die ons een fonds van genetisch bepaalde mogelijkheden meegeven. Al in de baarmoeder wordt de basis gelegd voor het fysieke substraat dat ons later in staat zal stellen een begrippenapparaat te ontwikkelen waarmee we ons een eigen werkelijkheid gaan voorstellen.

We komen op deze aarde te midden van het geaccumuleerde karma van anderen. We hebben een zekere vrijheid om onszelf te ontwikkelen, maar geen absolute vrijheid. Onze vrijheid wordt ingeperkt door de vormkrachten die we met ons meedragen en door onze onwetendheid, aldus de Boeddha. Welkom in de wereld van het voorwaardelijke ontstaan.

Voorstelling

Met een geconstrueerde werkelijkheid wordt niet bedoeld ‘perceptie’ zoals in ‘jouw perceptie is een andere dan de mijne’. Nee, wat de Boeddha zich realiseerde is dat dat maar een uitloper is van een veel dieper liggend probleem, namelijk dat mensen zich niet kunnen voorstellen dat datgene wat ze zich voorstellen maar een voorstelling is, en niet de werkelijkheid. En dat die onwetendheid een dimensie is van een menselijk bestaan dat zelf broos en wel meedeint op de golven van een zee van lijden.

De Boeddha overzag heel het systeem van ‘periodieke elementen’ dat voorwaardelijk ontstaan is gaan heten. Voorwaardelijk ontstaan gaat zowel over het systeem, de keten van wedergeboortes, als over de zelf-ervaring van de mens.

Helaas echter houden mensen er niet van wanneer hun hun werkelijkheid wordt afgepakt. De werkelijkheid is ‘wat voor jou werkt’: het schept orde in een chaos van data, scheidt signaal van ruis en lijkt een zeker houvast te geven om onheil af te weren.

“Fijn dat die werkelijkheid volgens u lijden is, mijnheer de Boeddha, maar wij doen het er toch maar graag mee,” zegt de mensheid in meerderheid nu al vijfentwintig eeuwen lang. En ook al vloek ik misschien in de kerk, ik voeg daaraan toe dat ik betwijfel of leegte en (het gebrek aan) inherente existentie veel zullen bijdragen aan de overtuigingskracht van het boeddhisme.

Reikwijdte

In de ogen van een sceptische buitenwereld heeft de school van de Leegte niet het ‘nihilistische’ imago kunnen verhelpen dat de leer van de Boeddha al als stigma met zich meedroeg. Er is echter nog iets anders wat je kunt inbrengen tegen leegte als concept. Als je opschuift van ‘onze ervaring is niet zelf’ via ‘de mens heeft geen zelf’ naar ‘geen enkel verschijnsel heeft een zelf’, dan kun je met de meest oprechte bedoelingen om een brug te slaan naar de oude Boeddha, steeds verder van hem af komen te staan.

De Boeddha zei: “Onze ervaring is niet zelf.” Maar naarmate je meer de leegte van alle verschijnselen gaat benadrukken, effen je ook de weg om de reikwijdte van het zelf steeds verder op te rekken. “De ander is even leeg als ik, dus ik ben daarin verbonden met de ander, wat zeg ik, met al het andere!”

Deze beweging heeft zich in de geschiedenis van het boeddhisme voltrokken. Voorwaardelijk ontstaan is van de bron van lijden geworden tot de bron van verlossing. Loopt er tussen deze twee uitersten nog een weg van het midden?

Dit is het tweede deel in de serie ‘Bronnen van het boeddhisme’ waarin Jules Prast de Dharma op een eigentijdse manier bevraagt, op zoek naar verbinding tussen traditie en de ervaring van vandaag.

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#JulesPrast #Kant #karma #leegte #lijden #logica #mahayana #middenweg #Nagarjuna #ontwikkeling #verlossing #voorwaardelijkOntstaan #vrijheid
#JulesPrast #Kant #karma #leegte #lijden #logica #mahayana #middenweg #Nagarjuna #ontwikkeling #verlossing #voorwaardelijkOntstaan #vrijheid

Jules - Leve de leegte? Of juist niet? - Boeddhistisch Dagblad

De Boeddha zei: “Onze ervaring is niet zelf.” Maar naarmate je meer de leegte van alle verschijnselen gaat benadrukken, effen je ook de weg om de reikwijdte van het zelf steeds verder op te rekken. “De ander is even leeg als ik, dus ik ben daarin verbonden met de ander, wat zeg ik, met al het andere!”

Boeddhistisch Dagblad

De herberg van geborgenheid: kanttekeningen bij de Avatamsaka-commentaren van Edel Maex

Gedurende de laatste weken van het jaar 2024 her-publiceerden we tekst en beeld van auteurs. In 2025 gaan we daar mee door. In onderstaande tekst, geplaatst op 17 februari 2013, een analyse van Jules Prast.

In zijn commentaren op de Avatamsaka Sutra benadrukt Edel Maex de waarde van de ontmoeting van zelf en ander in naakte openheid. Dat schept ruimte voor nieuwe verbinding.

Prachtig zoals Edel Maex in deel acht van zijn commentaren op de Avatamsaka Sutra verschillende tijdlijnen samenbrengt: het ideaal van de ‘geïndividueerde’ mens in de wetenschappelijke psychologie in de eerste helft van de twintigste eeuw en de opkomst van het boeddhisme in de tweede helft van die eeuw, in een tijd waarin individuele mensen op zoek gingen naar geluk en zelfbevestiging.

Wat een woordenrijkdom. Wat een beeldenrijkdom. Wat een warme, doorleefde gloed van levenservaring valt je als lezer ten deel. Wat een sfeer ook van geborgenheid. In deze herberg is voor een ieder plaats.

Mythologisch

Ik heb die acht afleveringen vanavond nog eens herlezen. Het thema van geborgenheid loopt als een rode draad door alle acht heen evenals dat van openheid, naakte openheid zelfs, de openheid waarin alleen ‘in het voorbijgaan van het voorbijgaan’ jijzelf en de ander elkaar werkelijk kunnen ontmoeten. Zelf is ander.

De Avatamsaka Sutra is dikker dan de Bijbel en vol wollige mythologische passages die mijzelf wel eens huiverig maken de rest voor vol aan te zien. Maar Edel Maex herinnert aan een uitspraak van Thich Nhat Hanh dat je oog moet hebben voor de poëtische intentie waarmee de hoofdstukken van deze sutra door de generaties heen zijn samengesteld. Dat helpt me dan weer op weg.

Onwillekeurig schiet mij het beeld te binnen van Eihei Dogen’s Shobogenzo. Als je de acht afleveringen tot dusver van Edel Maex achter elkaar legt, dan ontvouwt zich een reeks leerredes die het begin zouden kunnen zijn van een soortgelijk opus magnum, een uitnodiging tot het mee-ervaren van het gedachtengoed van zen in het begin van de eenentwintigste eeuw. Misschien overdrijf ik een beetje. Ik bedoel dit echter niet badinerend, maar als een compliment, een dat de verwachting des te groter maakt naar het ‘wordt vervolgd’ waarmee ieder deel van het feuilleton eindigt.

Interzijn

De Avatamsaka Sutra is een product van het Chinese boeddhisme van de school van het interzijn (Huayen). Hetzelfde interzijn dat Thich Nhat Hanh heeft geïnspireerd tot zijn geëngageerde boeddhisme van tegenwoordig. Dat interzijn is al eeuwenlang een bouwsteen van zen: met één zandkorrel heb je het hele universum in je handen.

Over interzijn las ik eerder vandaag ook Thanissaro Bhikkhu, in zijn e-boek The Shape of Suffering. A Study of Dependent Co-Arising uit 2008 (hier gratis te downloaden). Hij wijst er fijntjes op dat de Boeddha van de Pali Canon, in tegenstelling tot latere boeddhistische leraren, in het interzijn geen verbindende grond zag, maar juist een uitdrukking van het lijden, een die in een analytisch proces van grondige introspectie ontrafeld moet worden wil je als mens tot bevrijding geraken (p. 11).

Dus toch een scheur in de muur van de herberg van de geborgenheid?

“Hier is de plaats van hen, die zittend in meditatie zichzelf tot uitdrukking brengen, en wel op alle wegen van het bestaan.” (Avatamsaka Sutra) Het perspectief van Thanissaro Bhikkhu op wat er in die meditatie dan tot uitdrukking zou moeten komen, lijkt te verschillen van dat van Edel Maex.

Zelf zie ik dat anders. Juist in de historische horizon die Edel Maex hanteert bij zijn eigentijdse interpretatie van de Avatamsaka Sutra zit ook de ontsnappingsroute besloten om te ontkomen aan de ogenschijnlijke tegenstelling tussen het oudere en het jongere boeddhisme.

“History is an unending dialogue between the past and the present,” zei de Britse historicus E.H. Carr (What is History?, 1961). Net zoals het boeddhisme zich in zijn eigen wordingsgeschiedenis ‘for the better or the worse’ heeft gevormd uit verschillende stromingen, zo ligt in de schoot van heden en toekomst de uitdaging verscholen om oud en nieuw te verbinden en te verzoenen.

Asymmetrisch

Verandering komt niet zelden asymmetrisch, uit onverwachte hoek. Dat maakt het vaak des te moeilijker en spannender in de ander jezelf te ontmoeten. Nu speelt het zich niet af binnen je familie, maar tussen families. De globalisering zorgt zo voor haar eigen drukpunten van naakte openheid voor het boeddhistische stamverband dat zich maar al te graag in eigen kerkjes verschuilt nu de verre neven en nichten van weleer binnen gezichtsafstand komen.

Menig boeddhistisch leraar van naam heeft publiekelijk de hoop geuit dat vereniging onder het banier van ‘One Dharma’ in het verschiet ligt. Nu de volgelingen nog.

De geest van openheid die Edel Maex op gezag van de Avatamsaka Sutra vertolkt, zou ik graag zo opvatten: als een uitnodiging om in de onvermijdelijke pijn van de onderlinge verbroedering, in het existiële kraken en schuren van gekoesterde doctrines en heilverwachtingen, een unieke kans te ontwaren om de Dharma verder te brengen en klaar te maken voor komende generaties.

Een nieuwe synthese van zelf en ander als wenkend perspectief voor de boeddhistische wereld? Ik zou in ieder geval graag hopen op iets meer onderlinge handreiking, met behoud van eigenheid. Er moeten mensen opstaan die een pad uitzetten van dialoog. Wellicht dat het initiatief kan komen van de zengemeenschap, van de vertegenwoordigers van een traditie die er als geen andere een track record op nahoudt zichzelf bij herhaling te kunnen ‘revolutioneren’.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#Avatamsakasoetra #EdelMaex #geborgenheid #JulesPrast #oneDharma #soetra
#Avatamsakasoetra #EdelMaex #geborgenheid #JulesPrast #oneDharma #soetra

De herberg van geborgenheid: kanttekeningen bij de Avatamsaka-commentaren van Edel Maex - Boeddhistisch Dagblad

Een nieuwe synthese van zelf en ander als wenkend perspectief voor de boeddhistische wereld? Ik zou in ieder geval graag hopen op iets meer onderlinge handreiking, met behoud van eigenheid. Er moeten mensen opstaan die een pad uitzetten van dialoog. Wellicht dat het initiatief kan komen van de zengemeenschap, van de vertegenwoordigers van een traditie die er als geen andere een track record op nahoudt zichzelf bij herhaling te kunnen ‘revolutioneren’.

Boeddhistisch Dagblad

De boeddhanatuur van Adolf Hitler

Vandaag herpubliceren we in het BD een tekst van Jules Prast die hij in september 2013 schreef onder de naam Taigu. Dit jaar wordt herdacht dat het tachtig jaar geleden is dat de Tweede Wereldoorlog en de verschrikkingen van het nazibewind eindigden.

De ware aard is van oorsprong rein, maar niemand heeft een ware en oprechte aard.

Had Hitler boeddhanatuur? Het is weer eens wat anders dan de vraag van de klassieke mu-koan, of een hond boeddhanatuur heeft.

Taitetsu Unno, auteur van het boek River of Fire, River of Water, geeft een verrassend antwoord op deze vraag. Hij voert een zenmeester op die zei dat zelfs Adolf Hitler boeddhanatuur had, zij het dat deze zich nooit had gemanifesteerd. Maar volgens Unno zou Shinran (1173-1263), de Japanse monnik die het Shinboeddhisme stichtte, het hiermee niet eens zijn geweest.

Shinran is in de geschiedenis van het boeddhisme een interessante figuur omdat hij zo’n scherp oog had voor de beperkingen van mensen en van de condition humaine. Volgens Unno was Shinran ervan overtuigd dat hijzelf hoegenaamd geen boeddhanatuur had. “De ware aard is van oorsprong rein, maar niemand heeft een ware en oprechte aard,” schreef Shinran. Wat een verschil met zijn tijdgenoot Dogen die in zijn beroemde verhandeling Bussho (opgenomen in het verzamelwerk Shobogenzo) verklaart dat alle levende wezens ‘door en door’ boeddhanatuur zíjn.

Moeras

Ik zie Shinran als een ‘reality check’ voor wie in het post-Maslow tijdperk al te optimistisch meent dat je met mindfulness en meditatie jezelf aan je haren kunt optrekken uit het moeras. Mindfulness en meditatie zijn een stap op weg naar het betreden van de stroom, maar in de visie van Shinran is het vrijwel onmogelijk dat mensen zich ermee op eigen kracht kunnen losmaken van de gehechtheden en de illusies die ze binden aan deze wereld.

Shinran ontmaskert het zekerheidsgevoel van de valse heiligheid: in dit leven geen bevrijding. Het snijdt de vluchtroute af voor mindfulness en meditatie als spiritueel escapisme. Het opent de ramen voor een besef van ‘s levens felheid, van de grilligheid waaraan wij, mensen, in ons bestaan blootstaan. Tegenover de eigen kracht waarmee mensen hun verlossing aan zichzelf proberen te voltrekken, stelt Shinran de ‘anderkracht’ van vertrouwen in de compassie van Amida Boeddha.

Wollen deken

Zijn wij onder de zware druk die individualisering en industrialisering mentaal op ons leggen, niet te ver doorgeschoten in onze hunkering naar heil? ‘Geluk is een gewoonte,’ kopte Trouw boven een interview met Thich Nhat Hanh toen deze vorig jaar Nederland bezocht. Je kunt de Vietnamese zenleraar en vredesactivist niet een diep inzicht in de Dharma ontzeggen, maar hij voedt in een onbedoeld effect mogelijk wel ons verlangen om het heil naar ons toe te halen, als een warme, wollen deken waaronder we alles smoren wat zou kunnen dissoneren. Shinran staat echter te allen tijde klaar om die deken weg te rukken.

Het Shinboeddhisme van Shinran is een aftakking van het eeuwenoude Reine Land-boeddhisme. Edel Maex schreef daar in de zomer van 2012 een verhelderend artikel over in het Boeddhistisch Dagblad. Het Reine Land-boeddhisme verschilt in een aantal belangrijke opzichten van andere boeddhistische scholen, maar deelt in het gemeenschappelijke doel van ons te doen ontwaken in de realisatie van ons oorspronkelijk gelaat.


De volledige titel van Taitetsu Unno’s boek is River of Fire, River of Water. An Introduction to the Pure Land Tradition of Shin Buddhism (1998).
Dit is het zevende deel in een serie ‘Bronnen van het boeddhisme’ waarin ik de Dharma op een eigentijdse manier bevraag, op zoek naar verbinding tussen traditie en de ervaring van vandaag.

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#AdolfHitler #boeddhanatuur #JulesPrast #Maslow #mindfulness #Shinran
#AdolfHitler #boeddhanatuur #JulesPrast #Maslow #mindfulness #Shinran

De boeddhanatuur van Adolf Hitler - Boeddhistisch Dagblad

Had Hitler boeddhanatuur? Het is weer eens wat anders dan de vraag van de klassieke mu-koan, of een hond boeddhanatuur heeft.

Boeddhistisch Dagblad

Taigu – Kapot van Shinran

‘Doe je iets goeds, dan komt dat door je karmische erfenis. Doe je iets slechts, dan idem dito. Daar sta je dan, in de eenentwintigste eeuw, met je verwetenschappelijkte visie op ‘de werkelijkheid’ en je geloof dat meditatie iets voor je gaat betekenen.’

Boeddhisme is geen positieve psychologie en ik kan me soms grondig ergeren aan mensen die daar anders over lijken te denken.

Ik kan knorrig worden van de eindeloze verhaalstroom die, vaak impliciet, een zekere persoonlijke spirituele bevrediging suggereert. Van de welhaast messiaanse verwachting van mindfulness. Van het gedachteloze recyclen van doctrinaire alfabetsoep. Van de geur van zelfbedrog of valse heiligheid. Van boeddhisme dat verwordt tot een merk dat iemands identiteit definieert of dat als bedrijfsmiddel wordt verkocht. Zulke dingen.

Af en toe neemt mijn ongedurige geest de hele wereld op de horens, ook alles wat ik het merendeel van de tijd ervaar als het hoogste goed en koester als een kostbaar geschenk dat mij op scharniermomenten in mijn leven als genade ten deel is gevallen.

Zitten met wat we zitten en gadeslaan wat er gebeurt: mag dat écht verlichting heten? Of, nog mooier: Ik adem en kom thuis. Kan het zo gemakkelijk zijn? Vaak weet ik niet of de twijfel gezond is of dat ik bezig ben mijn eigen lijden te creëren. Zucht.

Ik kan er niets aan doen. Zo ben ik. Door de karmische erfenis heen waarmee ik in dit leven ben opgezadeld, loopt een rode draad van een rebelsig knagen aan de roots van iedere narratieve structuur waarin we ons ideële domein afbakenen.

Vooruitgangsgeloof
Is een leven naar de Dharma een Hollywoodfilm waarin de hoofdpersoon na het overwinnen van de nodige hindernissen een happy end wacht vol hartverwarmend heil?

Zien wij eigenlijk wel heen door het verhaal van onze tijd dat ons bijna ongemerkt als een soort vlies omsluit?

Wij zijn allemaal kinderen van Descartes en leven in een wereld van subject en object, waarin sciëntisme, humanisme en vooruitgangsgeloof evenzeer common sense zijn als de notie van oorspronkelijke verlichting dat was in het dertiende eeuwse Japan van Dogen en Shinran.

Boeddhisme in uitvoering. Opname Maarten Barckhof.

In dat klimaat landt de Dharma in onze streken. En evenals het boeddhisme zich in vroeger eeuwen hulde in het eigen van andere lokale culturen, neemt het nu de kleuren aan van onze tijd. Als we af mogen gaan op het verleden, kan daar iets moois uit worden geboren. Dat wil zeggen, mits we ons niet verliezen in loze nabootsing en het aandurven de boeddhistische traditie(s) verder vorm te geven in een kritisch zelfverstaan.

Echtheid vóór escapisme. Dat vergt lef, het soort lef dat Stephen Batchelor opbrengt. Ik ben het lang niet met alles eens met wat hij te berde brengt. Ik zeg ook niet dat hij de Nagarjuna wordt van het nucleaire tijdperk. Maar als de Dharma zich werkelijk als een cultuurmacht nestelt in het Westen, dan zullen naast Thich Nhat Hanh anderen moeten opstaan die de filosofie van het boeddhisme van nu verwoorden in authentieke geschriften die tot de verbeelding spreken van latere generaties, zoals bijvoorbeeld Huineng, Vasubandhu, Chih-i en Tsung-mi ons thans nog kunnen inspireren.

De hele Dharma op de schop, die geweldige constructie van elkaar overlappende bouwwerken, als een historische stad vol archeologische gelaagdheden. Wie heeft de horizon, het doorzicht en het spirituele genie voor een dergelijk project? Wie kan de Dharma als door de tijd gevormde leer terugbrengen tot het inzicht dat Gautama Boeddha zou hebben wanneer hij in ons midden opnieuw tot ontwaken zou komen?

Onwaardig
Mijn geloof in mijn vermogen de toverberg van de verlichting op eigen kracht te trotseren, wordt ondertussen op de proef gesteld door hetgeen er aan geschriften is nagelaten door en over Shinran. (*)

Kapot ben ik van Shinran, werkelijk kapot, maar dan in de zin waarin een Kierkegaard of Nietzsche je kan raken: terwijl je illusies stuk voor stuk verpulverd worden, gaat er ook een venster open dat jouw denkraam onthult als één van de mogelijke geestelijke ruimtes waarin een mens onderdak kan vinden. Hierdoor realiseer je je pas goed hoezeer je eigenlijk rondtolt in een wereldje dat op zijn beurt rondtolt in vele andere, zoals een zonnestelsel in een melkweg deel uitmaakt van een schier oneindig universum.

De Avatamsaka Sutra schijnt hierover te gaan; nog zo’n bergtop waarvan het beklimmen mij tot dusver niet gelukt is.

Maar goed, Shinran. Regelmatig dwarrelt bij het lezen van wat hem bewoog, het zinnetje mij door het hoofd: ‘Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek slechts één woord en ik zal gezond worden.’

Een passage uit de liturgie van de rooms-katholieke mis die teruggaat op de woorden die een Romeinse centurion volgens het bijbelverhaal tot Jezus richtte toen hij hem liet verzoeken zijn huis aan te doen (Lucas 7: 6-7).

Als er ooit iemand heeft geleefd die zich tot op het bot bewust was van zijn eigen onwaardigheid en zijn onvermogen op eigen kracht tot realisatie van zijn oorspronkelijk gelaat te komen, dan was het wel Shinran.

Doe je iets goeds, zegt Shinran, dan komt dat door je karmische erfenis. Doe je iets slechts, dan idem dito. Daar sta je dan, in de eenentwintigste eeuw, met je verwetenschappelijkte visie op ‘de werkelijkheid’ en je geloof dat meditatie iets voor je gaat betekenen. Durven we het ook aan deze boeddhistische traditie verder vorm te geven in een kritisch zelfverstaan?

Piramidespel
Shinran doorgrondt de menselijke aard zonder zichzelf daarbij buiten haakjes te plaatsen. Tegelijkertijd is zijn kijk op de werkelijkheid rauw, zo rauw dat je er bijna voor moet terugvallen op de voorstellingswereld van de existentialisten en marxistische revolutionairen uit de vorige eeuw. Bij Shinran geen burgerlijke gelijkmoedigheid. Hij kookt over van ‘s levens felheid, om met Johan Huizinga te spreken.

Op een enkele uitzondering na, zoals de miltante dierenrechtenactivist en de anti-kapitalistische demonstrant bij een wereldtop, heeft inmiddels een ieder zich geheel of grotendeels geschaard onder de warme wollen deken van Koning Consument. Zijn wij nog in staat werkelijk de stem van het onrecht te horen en persoonlijk een maatschappelijk gevolg te verbinden aan de realiteit van het lijden van zovelen (onszelf incluis)? Paus Franciscus lijkt het in dit opzicht beter te doen dan de gemiddelde boeddhist.

Het hele kaartenhuis van onze obsessieve preoccupatie met mindfulness stort bij Shinran ineen. Meditatie lijkt opeens een piramidespel dat drijft op de collectieve inleg van de deelnemers, op hun door hoop gedreven energie om zichzelf tot een vorm van verlossing te brengen. Maar die verlossing is bij Shinran niet een kwestie van zelf willen, want je overwint de kracht van je karma niet zomaar, tenzij dat het punt is waarop je na de nodige levens in jouw situatie bent aanbeland.

Paradijs
Bij Shinran doet de ervaring van genade haar intrede in het boeddhisme. Die genade komt van Amida Boeddha, evenals Avalokiteshvara (Kanzeon) een verzinnebeelding van de boeddhanatuur, althans zo vat ik dat op.

Binnen het eeuwenoude Reine Land-boeddhisme waarvan Shinran een vertegenwoordiger is, bestaat een opmerkelijke parallellie met de ervaringshorizon van de zentraditie. De prajna (wijsheid) van Zen is de ‘shinjin’ van het Japanse Reine Land-boeddhisme. Het Reine Land zelf, het boeddhistische paradijs waarin je bij je dood, al dan niet tijdelijk, wordt wedergeboren, is je Ware Aard, zou je als zenstudent met een beetje goede wil kunnen zeggen.

Shinran ontmaskert iedere handeling, iedere intentie als een neiging om je vast te klampen aan weer nieuwe luchtkastelen. Ook dat resoneert bij de zenbeoefenaar.

Toevertrouwen
Maar de scheidslijn loopt daar waar de wegen van ‘zelfkracht’ en ‘anderkracht’ zich splitsen. De zenweg is de weg van de zelfkracht, van op eigen kracht het pad van de bodhisattva betreden en zien hoever je komt. Meestal niet ver genoeg, zal Shinran zeggen, want zelfkracht is de wilskracht van het ego, een polsstok die uiteindelijk te kort blijkt om je over de lat te brengen naar de andere oever van de stroom.

Je toevertrouwen aan de anderkracht is onmisbaar om deelgenoot te worden van de genade van Amida Boeddha, ook als je een leven hebt geleid waarin je je van God noch gebod iets hebt aangetrokken.

Weg geloof in zelfverbetering en persoonlijke transformatie. Weg ethiek van goed en kwaad.

Boeddhanatuur als genade, loslaten als voorwaarde om anderkracht binnen te gaan: het worden voor mij, in en buiten meditatie, inmiddels steeds herkenbaarder ervaringen. Juist die genade schept ruimte om de onvoorspelbare conditionaliteit van het voorwaardelijk ontstaan ten volle tot je te laten doordringen.

Shinran laat vanuit een nieuwe invalshoek licht schijnen op de zenweg. Als de vlinder uit de bronzen klok valt, waaraan anders vertrouwt zij zich dan toe dan aan de anderkracht?

Bij Shinran ontmoet ik bovendien begrip en herkenning voor de weerbarstigheid van de realiteit, voor mijn knorrige gebrom tegen mensen die zich op een ander punt in hun spirituele ontwikkeling bevinden. Het gewrik en gewoel, het rusteloze van wil en geest, de cyclus van innerlijke crisis en nieuw inzicht dat toch weer bedriegt: ik kom bij Shinran mezelf tegen, zonder dat ik er mijn zenkussen overigens voor verlaat. Mijn twijfel, die alles verzengt, heeft niets om op te bouwen, ook niet Shinran. Behalve dan misschien, misschien Amida. Of toch niet?

Ruwe bolster
Zen, het huis van gesystematiseerde twijfel en niet-weten, blijft mijn thuis; ik houd van die notenkraker die mijn ego als een harde kastanje in de tang neemt, en houdt. Onlangs stuitte ik tijdens meditatie op een gloed van liefde, voor het eerst. Wat een openbaring! Compassie leek zo lang buiten mijn bereik. Dichtbij en toch zo ver weg. Wordt de ruwe bolster dan toch gepolijst? Hoop!

Maar gelukkig houdt Shinran me scherp. Ik ben ook een brok ellende, een kruispunt van innerlijke machten en krachten die zich manifesteren sinds God weet wanneer. Zal alleen mijn zenbeoefening deze machten en krachten doen uitdoven of temperen? Ik zou het willen, maar is het niet te veel om te hopen?

Historisch gezien is Zen een spons, een amalgaam dat vele invloeden in zich heeft opgezogen. Prajnaparamita, Madhyamika, Yogacara, Tientai, Huayen. Boeddhanatuur en oorspronkelijke verlichting. Op de bagagedrager past ook de nembutsu, het reciteren van de naam van Amida Boeddha, er nog wel bij.

Wie meent dat toevertrouwen aan anderkracht gelijkstaat aan dualisme, zo ongeveer het ultieme vloekwoord in het rechtzinnige boeddhisme, doet er goed aan eens te rade te gaan bij Nagarjuna. In zijn verzen heeft hij reeds de anderkracht van Amida Boeddha bezongen (zie hier in het Engels en hier in het Nederlands) en aanbevolen als weg voor wie het smalle pad van de wijsheid voorbij alle wijsheid om welke reden dan ook niet kan bewandelen. Binnen het Reine Land-boeddhisme geldt Nagarjuna dan ook als ‘founding father’ van de traditie.


(*) Alfred Bloom (ed.), The Essential Shinran. A Buddhist Path of True Entrusting (2007). Een drietal teksten uit dit boek heb ik hier bij elkaar gezet (Engels).

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#Avatamsakasoetra #JulesPrast
#Avatamsakasoetra #JulesPrast

Taigu - Kapot van Shinran - Boeddhistisch Dagblad

'Doe je iets goeds, dan komt dat door je karmische erfenis. Doe je iets slechts, dan idem dito. Daar sta je dan, in de eenentwintigste eeuw, met je verwetenschappelijkte visie op ‘de werkelijkheid’ en je geloof dat meditatie iets voor je gaat betekenen.'

Boeddhistisch Dagblad