De samaritaanse vrouw

Een ontmoeting van een vrouw en een man bij een bron (Istanbul, Archeologische Musea)

Aan het begin van het evangelie van Johannes vinden we het verhaal van Jezus’ ontmoeting met de samaritaanse vrouw. Eerst maar even een misverstand wegruimen: de bewoners van de stad Samaria heten Samarianen en de leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap zijn samaritanen. Die groepen vielen en vallen niet samen en Johannes’ samaritaanse vrouw woont dan ook niet in Samaria maar in het verder niet bekende Sychar.

Het is logisch dat we Sychar niet kennen, want het moet een vlek op de landkaart zijn geweest, waar een vrouw water haalde bij de dorpsput. Daarom is het een verrassing dat Johannes het een polis noemt, wat oorspronkelijk de aanduiding was van een zelfstandige en autonome nederzetting, en in de Romeinse tijd meestal verwijst naar een gemeente met eigen bestuur. Dankzij auteurs als Flavius Josephus kennen we de topografie van de regio vrij goed – maar niet Sychar. Overigens hoefde een polis geen stadsmuur, geen raadsgebouw, geen theater, geen aquaduct, geen gymnasium en zelfs geen markt te hebben om toch een zelfstandige gemeente te zijn,noot Pausanias, Gids voor Griekenland 10.4.1. dus wie weet bestond er een polis Sychar die te klein was voor Josephus’ opmerkzaamheid. In elk geval: het was een onbeduidende plek.

Zo kwam Jezus bij de Samaritaanse stad Sychar … Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: “Geef mij wat te drinken.” Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De vrouw antwoordde: “Hoe kunt U, als jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een samaritaanse!” (Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.) noot Johannes 4.5-9; NBV21.

Hierna ontspringt zich een stichtelijk gesprek waar ik vandaag niet over bloggen wil. Mij gaat het om de scène zelf: een man ontmoet een vrouw bij een bron. Klaas Smelik geeft in De gereedschapskist van de Bijbelschrijvers enkele parallellen uit de joodse Bijbel, zoals de ontmoeting tussen de aartsvader Jakob en de herderin Rachelnoot Genesis 29.2-9. en die tussen Mozes en Sippora.noot Exodus 2.15-16. In dit soort situaties – Smelik noemt dit een type-scène – komt het eigenlijk altijd tot een huwelijk. Jakob trouwde Rachel (en kreeg er haar zus bij cadeau) en Mozes huwde Sippora.

De lezer of toehoorder verwachtte dus iets: Jezus zou trouwen met een samaritaanse. Voor zover ik weet & voor zover gebaseerd op antieke bronnen gebeurde dat niet, maar wie nog eens een Evangelie van de Vrouw van Jezus wil vervalsen, vindt hier een beter aanknopingspunt dan die slaapverwekkend voorspelbare Maria Magdalena. Wie Jezus laat trouwen met de samaritaanse vrouw, baseert zich in elk geval op een literaire vorm die is verankerd in het toenmalige wereldbeeld. De huwelijkse staat van historische protagonisten, of dat nou Jezus is of een andere rabbijn, blijft vanzelfsprekend een volslagen irrelevante kwestie.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#EvangelieVanDeVrouwVanJezus #EvangelieVanJohannes #FlaviusJosephus #KlaasSmelik #polis #samaritaanseGeloofsgemeenschap #samaritaanseVrouw #samaritanen #stad #Sychar #typeScène

Herodes de Grote

De decoratie van het paleis van Herodes in Masada

Het Nieuwe Testament gaat over vissers, tollenaars, huismoeders en timmerlieden: het kopergeld van Romes gouden eeuw, om Arie van Deursen te parafraseren. De groten der aarde blijven echter niet onvermeld: keizer Augustus, keizer Tiberius en een handvol plaatselijke vorsten maken hun opwachting. Uit die laatste categorie is koning Herodes er een. Of beter: Herodes is er vijf, want we hebben Herodes de Grote, Herodes Archelaos, Herodes Antipas en twee keer Herodes Agrippa. En dan is er nog een Herodes die geen Herodes heette maar Filippos. Dus dat maakt zes. Daar wil ik het de komende tijd eens over hebben.

Antipatros

En we beginnen bij de grondlegger van de dynastie: Antipatros. U bent hem, als u een trouwe lezer bent, eerder tegengekomen: hij was commandant van het leger dat Julius Caesar in 47 v.Chr. te hulp schoot tijdens de Alexandrijnse Oorlog. Als dank benoemde Caesar hem tot epitropos – een woord dat we zouden kunnen vertalen als toezichter – voor de zwakke heerser Hyrkanos II.

Later, in de verwarde periode na de moord op de dictator, dwongen Brutus en Cassius hem tot het betalen van een enorm bedrag. De Oudheid zijnde de Oudheid wentelde Antipatros de betaling af op de bevolking. Die keerde zich tegen de machtshebbers en Antipatros werd vermoord. Niet veel later herstelde Marcus Antonius de orde en hij benoemde Antipatros’ veelbelovende zoon Herodes tot koning van Judea.

Herodes de Grote

De nieuwe koning, die weleens de bijnaam “de Grote” kreeg, moest zijn hoofdstad veroveren, want niet iedereen in Jeruzalem zat op hem te wachten. Gelukkig kreeg hij de beschikking over twee Romeinse legioenen (III Gallica en VI Ferrata). Het garnizoen van de bezette stad werd ondergebracht in een fort, dat Herodes naar zijn weldoener noemde: de Antonia-burcht. Die naam bleef gehandhaafd toen Herodes partij wisselde en Marcus Antonius inruilde voor Octavianus.

In de ruim dertig jaar van zijn regering, was hij als koning even succesvol als hij als privépersoon ongelukkig was. Althans, dat is het beeld dat de Joodse historicus Flavius Josephus schetst, en het moet gezegd: de regering eindigde in complete paranoia. Kort voor Herodes’ dood in 5 v.Chr. (misschien begin 4) liet hij nog een zoon executeren. De kindermoord in Betlehem is niet gedocumenteerd buiten Matteüs 2, maar klinkt niet onwaarschijnlijk.

Even goed was zijn beleid effectief. Doordat hij ook de exploitatierechten bezat van de kopermijnen op Cyprus, was hij schatrijk. De Wierookroute vanuit Jemen liep via het Petra van de Nabateeërs naar zijn residentie in Caesarea: nog meer inkomsten. Hoge belastingen ook. Josephus noemt twee belastingen (een van 10,7% en een van 8,6%), wat excessief veel is in een voorindustriële samenleving. De mensen konden het nauwelijks opbrengen, behalve als ze dienst deden op een van zijn bouwprojecten.

De Klaagmuur, ofwel de westelijke muur van het terras van de tempel in Jeruzalem, is het bekendste voorbeeld van Herodes’ bouwactiviteit

Dat zijn er vele. (Tot grote vreugde van de huidige toeristische diensten van Israël.) Herodes’ paleis wordt genoemd in Handelingen 23.35. Andere bouwwerken zijn de Tempel in Jeruzalem, Masada, Machaerus, Herodion en de schitterende hoofdstad Caesarea.

Wrevel

Hoge belastingen en hoge werkdruk: alle reden waarom de Joden hun koning haatten. Maar er was meer. Hij kwam uit een familie met Fenicische voorouders en was de zoon van Antipatros, die een Idumeeër was. Herodes’ moeder was Arabisch, en hoewel er discussie over was, was menigeen van mening dat alleen mensen met een Joodse moeder Joods waren. (In later eeuwen zou dit het dominante standpunt worden.) Kortom, de wrevel over de belastingheffing werd uitgebreid met ergernis over het feit dat hij “niet van hier” was. Dat hij schuldslaven aan het buitenland verkocht, wat verboden was volgens de Wet van Mozes, maakte hem niet geliefder.

De koning had dus een leger nodig, dat hij rekruteerde onder de Samarianen. (Dat zijn dus de bewoners van de stad Samaria en omgeving. Het is iets anders dan de samaritaanse geloofsgemeenschap.) Met niet minder dan tien huwelijken verbond Herodes zich met diverse voorname lokale en regionale families. En in Jeruzalem was er altijd de Antonia-burcht.

Paleis in Masada

Het bittere einde

De regering van Herodes eindigde, zoals gezegd, in paranoia. Toen hij ziek werd, riepen twee populaire schriftgeleerden, Judas en Matthias, hun leerlingen op om de gouden adelaar van de ingang van de Tempel te verwijderen. Wat het pijnpunt was, is onduidelijk, maar de uitkomst van het incident was gruwelijk: Herodes liet leraren en leerlingen levend verbranden.

Binnen de koninklijke familie brak ruzie uit over de opvolging. Herodes liet zijn zonen Aristoboulos en Antipatros II in 7 en 5 v.Chr. executeren. Misschien was dit het moment waarop keizer Augustus grapte dat het veiliger was om Herodes’ varken (hus) te zijn dan zijn zoon (huios).

De keizer bekrachtigde echter het testament van Herodes. Na zijn dood in 4 v.Chr. werd het koninkrijk verdeeld onder zijn zonen. Herodes Antipas zou als tetrarch heersen over Galilea en de oostelijke Jordaanoever; Filippos werd tetrarch van de Golanhoogte in het noordoosten; en Archelaos zou regeren over Judea en Samaria. Dat liep uit op een ramp, maar daarover een andere keer.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

#Antipatros #AntoniaBurcht #ArieVanDeursen #Augustus #CaesareaMaritima #FilipposHerodiaan #Golan #HerodesDeGrote #IIIGallica #Jeruzalem #KindermoordVanBetlehem #MarcusAntonius #Masada #MeerVanGalilea #NieuweTestament #samaritaanseGeloofsgemeenschap #samaritanen #VIFerrata

Barmhartige en andere samaritanen (1)

Altaar uit Sichem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

U kent de samaritanen – met een kleine letter graag – van de gelijkenis over de barmhartige samaritaan. U weet wel: de evangelist Lukas vertelt over een reiziger die op weg van Jericho naar Jeruzalem in de handen van rovers valt. Uitgeschud ligt hij langs de weg. Een leviet en een priester laten hem voor dood liggen maar een passerende samaritaan neemt zijn verantwoordelijkheid wel. Het is een wondermooi verhaal over beschaving: dat je iemand die niet tot je eigen groep behoort, erkent als medemens. Misschien komt het door deze elegantie dat je niet herkent hoe absurd het eigenlijk is. Geen rover kan de weg van Jericho naar Jeruzalem onveilig hebben gemaakt. Het was een van de drukste en best bewaakte straten in Judea.

Joden en samaritanen

Maar daarover wilde ik het niet hebben. Het gaat om de vraag wat de samaritaanse geloofsgemeenschap nu eigenlijk is. Samaritanen lijken op joden, maar er zijn enkele verschillen, waarvan sommige heel oud.

  • Eén: samaritanen denken dat de tempel niet in Jeruzalem zou moeten staan, maar op de berg Gerizim nabij Sichem (het huidig Nablus);
  • Twee: samaritanen geloven dat hun lijn van priesters de legitieme is, in tegenstelling tot de lijn van priesters in Jeruzalem;
  • Drie: samaritanen aanvaarden alleen de wet van Mozes (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium) als gezaghebbend. Van deze boeken hebben ze ook een iets andere tekst.
  • Vier: samaritanen erkennen dus de profeten en de geschriften niet als gezaghebbend.

Zoals de gelijkenis van de barmhartige samaritaan suggereert, was de relatie tussen joden en samaritanen gespannen. Lukas kan immers bekend veronderstellen dat het ongebruikelijk was dat een samaritaan een jood hielp. Een deel van die spanning zal samenhangen met de destijds normale stedelijke rivaliteiten, waarover ik al eens blogde. Dat Jeruzalem en Samaria rivaliseerden om het klatergoud dat de Romeinse overheid te verdelen had, is plausibel. Dat die spanningen vervolgens in religieuze vorm tot uitdrukking kwamen, is in de antieke context ook niet meer dan logisch.

Twee koninkrijken

De religieuze uiting van die spanning gaat in feite terug tot het eerste kwart van het eerste millennium v.Chr. In die tijd was de verering van JHWH in de koninkrijken Israël en Juda al wijdverspreid. Jeruzalem, de hoofdstad van Juda, was toen echter nog niet de enige cultusplaats. In het meer kosmopolitische Samaria, de hoofdstad van Israël, voelde men althans weinig aandrang naar Jeruzalem te gaan om te offeren. Het altaar dat hierboven is afgebeeld documenteert dat de Samarianen hun eigen cultusplekken hadden (hoewel dit altaar niet per se voor JHWH is geweest).

De val van Samaria (724 v.Chr.), de deportatie van een deel van de bevolking en de opkomst van Juda maakten Jeruzalem tot het voornaamste, je enige cultuscentrum. Daar brak ook het monotheïsme door, dat is vastgelegd in de Wet van Mozes, ofwel de eerste vijf boeken van de Bijbel.

De samaritaanse Wet

Deze tekst is overgeleverd in twee versies, de welbekende joodse versie en de samaritaanse versie (“samaritaanse pentateuch”, in jargon). Ook al zijn er verschillen, ze zijn op hoofdlijnen hetzelfde en dat kan alleen betekenen dat ze teruggaan op één origineel. Het heilige boek van de samaritanen is dus samengesteld na de totstandkoming van het joodse origineel – laten we zeggen rond 500 v.Chr.

(Tussen haakjes: je kunt natuurlijk ook redeneren dat de joodse versie tot stand kwam na het samaritaanse origineel. De joodse tekst hangt echter samen met de totstandkoming van het Deuteronomistisch Geschiedwerk, dat bewijsbaar uit Juda stamt. De samaritaanse tekst moet een variant zijn op een joods origineel, niet andersom.)

Dwaalsporen

Dat de samaritanen zijn ontstaan na het ontstaan van de joodse versie van de Wet van Mozes, betekent dat drie theorieën over de oorsprong van de samaritanen onhoudbaar zijn.

  • De samaritanen zelf geloven dat de Ark van het Verbond ooit in een heiligdom heeft gestaan op de berg Gerizim. Later zou de priester Eli die naar Silo hebben gebracht en daarvandaan bracht koning Salomo de heilige voorwerpen naar Jeruzalem. De samaritanen denken dat het schisma tussen de twee geloofsgemeenschappen stamt uit deze vroege tijd.
  • De joodse Bijbel suggereert dat de samaritanen hun oorsprong vinden in het noordelijke koninkrijk Israël. Vanaf het moment waarop de tien noordelijke stammen zich van Juda afscheidden, accepteerden ze onjoodse ideeën. Anders gezegd, het samaritanisme is ontstaan ​​toen de Israëlieten het verbond verlieten.
  • Een andere bijbelse verklaring is dat de samaritanen afstammen van de mensen die zich in Samaria vestigden nadat de Assyriërs Israël hadden veroverd en de oorspronkelijke inwoners hadden gedeporteerd.
  • Deze theorieën hebben met elkaar gemeen dat ze beweren dat één oer-groep in tweeën is gesplitst, op een heel vroeg moment, al voor de Babylonische Ballingschap.

    Ontstaan van de samaritanen

    Het lijkt complexer te zijn. Oorspronkelijk was de cultus van JHWH wijdverbreid, met diverse cultusplaatsen. Jeruzalem begon in de zevende eeuw echter te claimen de enige cultusplaats te zijn van de enige godheid, en codificeerde dit in de Wet. Niet iedereen ging daarin mee. In het voormalige noordelijke rijk bleven oude tradities bestaan, net zoals in Elefantine joden bleven wonen die niet zonder meer het monotheïsme uit Jeruzalem overnamen. Op een bepaald moment (waarover later meer) accepteerden de noordelijke JHWH-vereerders die Wet eveneens, maar brachten daarin enkele wijzigingen in aan.

    Zo moet het zijn begonnen. Met de stad Samaria heeft het, zoals u merkt, betrekkelijk weinig te maken. Samaritanen zijn geen Samarianen.

    [Later meer]

    #barmhartigeSamaritaan #EvangelieVanLukas #Gerizim #Jeruzalem #leviet #Nablus #priesterschap #Samaria #Samarianen #samaritaanseGeloofsgemeenschap #samaritanen #Sichem #Tora