De Joodse Opstand (1)
Nero, wiens belastingen de Joodse Opstand uitlokten (Glyptothek, Munchen)Ik blogde al eens over de brand in Rome. Keizer Nero, die weliswaar liever muzikant was geweest maar als het erop aankwam een competent keizer kon zijn, nam meteen maatregelen. De pyromanen werden al snel geïdentificeerd: het zouden Joden zijn, allochtonen die woonden tegenover de plek waar de brand was uitgebroken. Preciezer nog: het waren Joden die de leer volgden van de charismaticus Jezus de Nazareeër.
De brandstichters werden levend verbrand en anderen werden voor de honden geworpen. Dat was een dramatische reconstructie van de bestraffing van Aktaion, een jager die zich in mythologische tijden had vergrepen aan de moeder van Dionysos, de god die destijds werd beschouwd als de Griekse tegenhanger van de god der Joden. Nero presenteerde zich dus als beschermer van het ware Jodendom tegen verkrachting door de christenen.
De herbouw van de stad was kostbaar, een verhoging van de belastingen onvermijdelijk. Dat leidde weer tot relletjes. In Jeruzalem gingen grappenmakers met de pet rond om aalmoezen op te halen voor hun arme gouverneur. Die kon om deze grap niet lachen en liet willekeurige voorbijgangers aan het kruis slaan – tactloos en wreed, maar het zou niet tot erger hebben hoeven leiden als er niet méér had gespeeld.
De Judese samenleving was sterk verarmd. Ooit had koning Herodes hoge belastingen geheven en die geïnvesteerd in grote bouwprojecten, waar mensen konden bijverdienen. Sinds de Romeinen het gebied hadden geannexeerd, vloeide de opbrengst echter in de schatkist in Rome en waren de Joden nauwelijks in staat het geld te verdienen om hun belastingen te betalen. Gouverneur Antonius Felix (r.52-60) werd door velen beschouwd als extreem gierig, hoewel hij vermoedelijk de gewone, te hoge belastingen inde. De vele verhalen over schuldenaren en schuldeisers in de evangeliën en de Talmoed getuigen van de problematiek.
De voornaamste geschreven bron voor het conflict dat in 66 uitbrak is De Joodse oorlog van de Joodse aristocraat Josef ben Matityahu, ook wel bekend als Flavius Josephus. Hij stamde uit een priesterlijke familie en was bovendien buitengewoon rijk. Zijn dédain voor het gewone volk was huizenhoog en hij had geen goed woord over voor de arme mensen die de Romeinen van hun ellende de schuld gaven, meenden dat alles beter zou worden als de Joden God gaven wat God toekwam, en de opvatting huldigden dat geweld geenszins was uitgesloten.
De afkeer van Rome zat diep. Archeologen hebben erop gewezen dat in de Joodse plattelandshuishoudens Romeins aardewerk ontbreekt, wat veel zegt over de sentimenten. De tempelautoriteiten konden weinig doen om de boeren op andere ideeën te brengen. Ze werden op het platteland beschouwd als corrupt en misten het morele gezag. De boeren waren ook niet de enigen die er zo over dachten. De farizese geleerde Simeon ben Gamaliël protesteerde luidkeels toen tortelduiven, het traditionele reinigingsoffer, in Jeruzalem een goudstuk bleken te kosten, een maandloon.
Tegen deze achtergrond kon het tactloze optreden van de gouverneur niet anders zijn dan de vonk in het kruitvat. Ook de bevolking van Jeruzalem keerde zich nu tegen de Romeinen en op 3 september 66 vielen ze de hulptroepen in de burcht Antonia aan. Die waren totaal niet voorbereid en werden al na twee dagen overmeesterd. De Joodse Opstand was begonnen. Vanaf dit moment was oorlog onvermijdelijk. Rome kon niet anders dan deze opstandigheid smoren in bloed.
Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.
Zelfde tijdvak
Geld, cultuur en welzijn (4)
december 6, 2021
Apollonios van Tyana (1)
oktober 27, 2013
Een fonteinleeuw uit Wallonië
maart 19, 2024 Deel dit:
#aktaion #brandVanRome #jeruzalem #joodseOorlog #joodseOpstand #marcusAntoniusFelix #nero #simeonBenGamaliel
