Licht
Vier is beter dan één (Wetenschapsmuseum, Valencia)
De bovenstaande foto doet u wellicht denken aan een van de beroemdste kunstwerken uit de afgelopen eeuw, maar dat is helaas in zwartwit, terwijl ik het vandaag wil hebben over kleur. Iets wat natuurlijk feitelijk niet bestaat: het is slechts de visualisering die onze hersenen geven aan de door de kegeltjes in onze ogen geregistreerde elektromagnetische straling. Anders gezegd, onze ogen kunnen straling met een golflengte tussen de 380 en 780 nanometer waarnemen en onze hersenen zetten die waarneming om in violet, blauw, groen, geel, oranje en rood. Kortere golflengtes, die we dus niet kunnen zien, noemen we ultraviolet. Ze zijn energierijker per deeltje (foton), met röntgenstraling als extreem voorbeeld. Golflengtes langer dan 780 nanometer heten infrarood en zijn minder energierijk.
Een kleur is dus niets anders dan onze mentale interpretatie van een golflengte. Een van de doorbraken van de twintigste-eeuwse wetenschap is nu dat we de golflengtes die onze ogen niet kunnen registreren, toch kunnen bestuderen. Dat is, althans in principe, heel simpel: je bouwt een apparaat dat voor het oog niet waarneembare golflengtes kan ontvangen (zoals een radio-ontvanger). Omdat je diverse golflengtes analyseert, heet zo’n apparaat een multispectrale camera.
Vervolgens geef je een computer opdracht om de geregistreerde golflengtes te koppelen aan iets dat wel waarneembaar is voor het menselijk oog. Is het 150 nanometer, dan geven we het weer alsof het 500 nanometer is; is het 300 nanometer, dan maken we er 650 van; is het 400 nanometer, dan wordt het 750. Voilà: we hebben ultraviolet omgezet naar voor mensen zichtbaar licht. Dat zijn dus false colors.
Bovenstaande foto maakte ik in januari in het wetenschapsmuseum in Valencia en toont een Renaissance-schilderij waarvan de naam me even niet te binnen wil schieten. Het doek is op verschillende manieren belicht door de Franse fotograaf Pascal Cotte.
De eerste foto toont wat er zichtbaar is in infrarode straling tussen 850 en 950 nanometer. Het is omgezet in grijstinten; bij de tweede en derde afbeelding is de informatie uit de multispectrale camera omgezet naar gelige en blauwige kleuren. Omdat de golflengte zo groot is, krijg je niet zo veel detail te zien, maar de retouches die tijdens het schilderen zijn aangebracht, kunnen op deze manier wel zichtbaar worden gemaakt. We kijken als het ware door de vernislaag en het eindresultaat heen naar een eerdere fase van het schilderij.
De vierde van de hierboven getoonde weergaves van het Renaissance-schilderij is het leukst. Door alle soorten straling te gebruiken, van röntgen via ultraviolet en zichtbaar naar infrarood, kun je vaststellen welke pigmenten zijn gebruikt. Lapislazuli licht bij andere golflengtes op dan kwiksulfide. Bovendien kun je vaststellen wat het effect is van de vernis. De computer kan die resultaten omzetten naar de kleuren zoals die ooit zichtbaar zijn geweest, en zo krijgen we dus een Mona Lisa zoals ze ooit bedoeld is geweest. De ietwat blauwige bergen zijn dus werkelijk wat Leonardo da Vinci wilde schilderen.
Het is met dit soort analyses dat de gekleurde standbeelden uit de Oudheid zijn gereconstrueerd die u wel zult kennen. Of lees er hier of daar meer over.
Kleurreconstructie van een reliëf van de goden van het antieke Filippopolis (Archeologisch Museum, Plovdiv)Gereconstrueerde beschildering van een sculptuurfragment uit de Afaia-tempel op Aigina (Liebieghaus, Frankfurt a.M.)
[De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]
#infraroodLicht #kleur #LeonardoDaVinci #licht #MonaLisa #PascalCotte #röntgenstraling #ultravioletLicht