𝑵𝒆𝒓𝒐́𝒏: 𝒑𝒐𝒅𝒆𝒓, 𝒊𝒏𝒄𝒆𝒏𝒅𝒊𝒐 𝒚 𝒆𝒔𝒑𝒆𝒄𝒕𝒂́𝒄𝒖𝒍𝒐 𝒆𝒏 𝒍𝒂 𝑹𝒐𝒎𝒂 𝒊𝒎𝒑𝒆𝒓𝒊𝒂𝒍 

Roma, año 41 d.C.
La Guardia Pretoriana asesina a Calígula y coloca en el trono a Claudio.
No es el Senado quien decide.
Es la espada.
La República ya es una fachada elegante para un sistema donde el poder real se impone con violencia.

En ese mundo nace, en el 37 d.C., Lucio Domicio Enobarbo.
Su madre, Agripina la Menor, nieta de Augusto e hija de Germánico, no lo cría como a un niño: lo construye como proyecto político.
Se casa con Claudio, logra que adopte a su hijo y desplaza a Británico.
Cuando Claudio muere —probablemente envenenado— el joven, con apenas 16 años, se convierte en Nerón.

Los primeros años no anuncian catástrofe.
Bajo la influencia de Séneca y del prefecto Sexto Afranio Burro, el gobierno muestra moderación fiscal, cierta clemencia judicial y estabilidad administrativa.
Pero el equilibrio depende de tutores.
Cuando esa contención desaparece, queda el poder absoluto en manos de un joven inseguro y necesitado de aprobación.

La relación con Agripina se deteriora.
Las fuentes antiguas, sobre todo Tácito y Suetonio, transmiten rumores de incesto y manipulación.
No sabemos cuánto hay de propaganda, pero sí sabemos cómo terminó: en el año 59 Nerón intenta matarla con un barco diseñado para hundirse.
Ella sobrevive.
Finalmente envía soldados a ejecutarla.
La escena final —“herid el vientre que engendró a tal monstruo”— pertenece más a la literatura que al acta judicial, pero el matricidio fue real.

Después vendrán las esposas.
Claudia Octavia, hija de Claudio, es repudiada y ejecutada.
Popea Sabina se convierte en emperatriz y muere en circunstancias violentas; la tradición afirma que Nerón la mató de una patada estando embarazada, aunque algunos historiadores modernos dudan de los detalles exactos.
Más tarde aparece Esporo, un joven al que manda castrar y con quien celebra una ceremonia pública de matrimonio.
No es simple extravagancia: es la exhibición de que el emperador está por encima de toda norma.

En el 64 estalla el gran incendio de Roma.
El mito lo pinta tocando la lira mientras la ciudad arde.
Sin embargo, Tácito reconoce que se encontraba en Antium y regresó para organizar ayuda, abrir jardines imperiales y coordinar refugios.
La arqueología sitúa el origen del fuego en la zona comercial cercana al Circo Máximo, un lugar lleno de materiales inflamables.
No hay pruebas concluyentes de un plan deliberado.

Lo que sí es indiscutible es que después levantó la Domus Aurea, un complejo palaciego inmenso, con lagos artificiales y un comedor giratorio.
Fue una afirmación obscena de poder en una ciudad devastada.
También impulsó reformas urbanísticas: limitó alturas, prohibió muros medianeros continuos y promovió materiales más resistentes al fuego.
Roma se reconstruyó, pero el resentimiento creció.

Para desviar la ira popular, culpó a la pequeña comunidad cristiana.
Las ejecuciones fueron crueles y ejemplarizantes.
No era aún una persecución sistemática del Imperio, sino una maniobra política en medio del caos.

Su vida cotidiana estaba marcada por excesos.
Banquetes interminables, vino endulzado con compuestos de plomo —lo que algunos asocian con posibles síntomas de saturnismo—, necesidad constante de espectáculo.
Nerón quería ser artista.
Cantaba, actuaba, competía en Grecia.
Obligaba a la élite a aplaudir.
Para la mentalidad tradicional romana, aquello era degradante.
Para él, era su identidad más auténtica.

En el 68, las legiones se rebelan.
El Senado lo declara enemigo público.
La Guardia Pretoriana lo abandona.
Huye a una villa suburbana y, incapaz de suicidarse solo, pide ayuda a su secretario Epafrodito.
Muere pronunciando: “Qualis artifex pereo” —“Qué artista muere conmigo”—.
Tenía treinta años.

¿Fue un monstruo?
Ordenó ejecuciones, practicó la represión y ejerció el poder sin límites.
Eso es real.
Pero también fue el producto extremo de un sistema que concentraba autoridad absoluta bajo una máscara republicana.
La dinastía Julio-Claudia no cayó solo por su carácter; cayó por la tensión estructural entre tradición y autocracia.

Nerón no fue solo el incendiario de Roma.
Fue el síntoma visible de una maquinaria política que ya estaba oxidada por dentro.

▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣▣

#neron #imperioromano #historiaromana #agripinalamenor #dinastiajulioclaudia #incendioderoma #domusaurea #seneca #tacito #suetonio #romaimperial #historiareal #poderabsoluto #colapsopolitico #ecosdelpasado

De Palatijn

De Domus Augustana op de Palatijn

Ik heb me zelden in mijn leven zó in mijn oudheidkundige waanwijsheid betrapt gevoeld als op een grijze decemberdag, nu een jaar of twintig geleden, in Rome. Ik was met twee studenten op het Forum Romanum en we wandelden naar de Palatijn, de heuvel waar ooit de keizerlijke paleizen stonden en waar Romulus de stad zou hebben gesticht. Uiteraard moest ik alles uitleggen en stond ik al in de doceerstand toen een van de studenten (de Lauren van Zoonen die hier ook weleens leuke blogs schrijft) zei dat dit toch wel een magische plek was.

Bam. Dat was ik even vergeten. Maar Rome is natuurlijk niet slechts een plaats waar allerlei oudheidkundig interessants is te zien. Het is ook een plek die je moet ervaren. Er is niets mis met Ruinenlust. Zeker op de Palatijn, waar de overblijfselen van de oude gebouwen zijn opgenomen in een prachtig park, dat zelfs op een grijze decemberdag magisch is.

De IJzertijd

Niet dat er vanuit de doceerstand niets over de Palatijn te vertellen valt. Volgens de Romeinse traditie was de heuvel al in de oudste tijden bewoond. In de keizertijd wees men de vermeende hut van Romulus nog altijd aan. Archeologen hebben inderdaad de resten van eenvoudige boerderijen – geen herdershutten – gevonden. Dat bevestigt overigens niet de traditie dat Rome is gesticht op de Palatijn, want soortgelijke boerderijen stonden ook op andere heuveltoppen.

Maquette van een IJzertijddorpje op de Palatijn (Antiquarium v/d Palatijn, Rome)

In elk geval lag in de IJzertijd een kleine nederzetting op het westelijk deel van de Palatijn, de zogeheten Germalus. Of de heuvel destijds al was omgeven door een muur met drie poorten, zoals de antieke auteurs en Italiaanse archeologen beweren, valt niet uit te maken. Feit is wel dat de Palatijnse nederzetting ook zonder omwalling nagenoeg onneembaar was, aangezien de heuvel aan vrijwel alle zijden was omgeven door diepe, drassige dalen. Pas in de vroege zesde eeuw v.Chr. zou een begin worden gemaakt met de drainage.

Republiek

In voorindustriële samenlevingen, zo vervolgt uw docent, waren de hygiënische omstandigheden slecht. Rijke stedelingen vestigden zich het liefst op heuveltoppen, omdat ze daar minder last hadden van de stank van afval en uitwerpselen. Zo ook in Rome.

Huis van Augustus

Uit geschreven bronnen is bekend dat in de republikeinse periode op de Palatijn vooraanstaande Romeinse politici woonden, op loopafstand van het Senaatsgebouw. Hun huizen moeten groot zijn geweest, maar vooralsnog ontbreken archeologische sporen van vóór 90 v.Chr. Uit de daaropvolgende tijd stammen het Huis van Livia (Augustus’ echtgenote) en het Huis van de Griffioenen. Archeologen hebben ook tempels uit de republikeinse periode geïdentificeerd, zoals die van Victoria en Kybele.

Paleisbouw

Keizer Augustus was de eerste die hier grootschalig bouwde, maar een echt paleis was zijn woning op de Germalus niet. Dan zou het immers lijken alsof hij koning was, en dat was uit den boze. Al ten tijde van Tiberius (r.14-37) bleek het Huis van Augustus echter te klein voor alle representatieve functies. Het werd daarom uitgebreid, maar het 150 bij 120 meter grote complex dat tegenwoordig bekendstaat als Domus Tiberiana en waarvan de ruïnes liggen onder de lieflijke Farnesetuinen, is jonger.

Maquette van de Palatijn (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Keizer Caligula (r.37-41) verbond de huizen van Augustus, Livia en Tiberius met het Forum en gebruikte, volgens een archeologische bevestigde anekdote, de tempel van Castor en Pollux als entree. Daarna bouwde Nero eerst de Domus Transitoria, een verzameling gebouwen die de diverse paleisachtige constructies moest verbinden. Na de beruchte brand van Rome werden alle gebouwen geïntegreerd in het Gouden Huis. De Domus Tiberiana maakte hier deel van uit.

De diverse bouwfasen zijn door archeologen geïdentificeerd, en uw docent wil er best wel over praten, maar veel is nog onduidelijk. Alle gebouwen zijn namelijk aan het eind van de eerste eeuw na Chr. weer geïntegreerd in de paleizen die architect Rabirius ontwierp voor keizer Domitianus (r.81-96): de representatieve Domus Flavia en de residentiële Domus Augustana. (De namen zijn bedacht door moderne geleerden.) Deze residentie werd voltooid in 92. Met een oppervlak van ruim een vierkante kilometer domineren deze gebouwen – of beter: de ruïnes ervan – de heuvel tot op de huidige dag.

Reconstructie van Domitianus’ troonzaal in Rome

Magische plek

In de tweede eeuw liet keizer Hadrianus (r.117-138) op verschillende plaatsen werkzaamheden uitvoeren, en een ruime halve eeuw later begonnen de Severische keizers weer nieuwe gebouwen toe te voegen. Keizer Septimius Severus (r.193-211) bouwde in de zuidhoek onder meer een badhuis en het zogeheten Septizodium. Dat was een sierlijke muur die vooral diende om de lelijke onderbouw van het badhuis aan het zicht te onttrekken voor wie over de Via Appia de stad binnen kwam.

Wat bomen geven aan waar het Septizodium stond

Keizer Heliogabalus – over hem binnenkort meer op deze blog – sierde de heuvel met een tempel voor zijn god, de Syrische Elagabal. De volgende keizer, Severus Alexander (r.222-235), wilde een imposante toegang toevoegen in de buurt van het Septizodium, maar de voortekens waren steeds ongunstig, zodat het project nooit werd voltooid. Daarmee kwam een einde aan de keizerlijke bouwactiviteit op de Palatijn. De keizers waren steeds minder vaak in Rome. Zeker na de Crisis van de Derde Eeuw dienden andere steden als residentie.

Maar het was een magische plek, met belangrijke tempels, met Domitianus’ goed gebouwde paleis, en met herinneringen aan het oudste Rome en Romes eerste keizer. In de vijfde eeuw keerden de keizers terug en waren er reparaties. Ook Theodorik, die rond 500 regeerde over Italië, liet de gebouwen opknappen. Een magische plek dus, waarvan de naam voortleeft in ons woord “paleis”.

#Augustus #Caligula #Domitianus #DomusAugustana #DomusAurea #DomusFlavia #DomusTiberiana #DomusTransitoria #Germalus #GoudenHuis #Hadrianus #Heliogabalus #Kybele #LaurenVanZoonen #Livia #Nero #Palatijn #Rabirius #Rome #Romulus #Ruinenlust #SeptimiusSeverus #Septizodium #SeverusAlexander #TheodorikDeGrote #Tiberius #Victoria

Nero’s Gouden Huis (1)

Interieur van de vleugel van het Gouden Huis op de Oppius

In juli 64 na Chr. werd Rome getroffen door een catastrofe. Ik heb op deze blog de beroemde beschrijving door Tacitus weleens geciteerd. Grote branden waren niet ongewoon – elke voorindustriële stad werd er van tijd tot tijd door getroffen – en er waren voorzorgsmaatregelen genomen. Zo stonden her en der brandmuren, waarvan die achter het Forum van Augustus tegenwoordig nog het meest herkenbaar is.

Maar tegen een brand zo groot als die van 64 waren alle menselijke maatregelen vergeefs. De brand woedde dagenlang en legde hele wijken in de as. Keizer Nero nam meteen maatregelen voor de getroffen bevolking. Hij liet barakken bouwen in zijn tuinen aan de andere zijde van de Tiber, voerde levensmiddelen aan, liet toezien op woekerprijzen. Allemaal voorbeeldig, maar het gerucht dat hij de lier ter hand had genomen om de brand van Troje te bezingen, liet zich niet onderdrukken. De oplossing was, zoals bekend, dat hij de stedelijke Joden, die woonden tegenover de plek waar de brand was begonnen, de schuld gaf. Omdat dat er nogal veel waren, selecteerde hij een kleine, toch al omstreden groep: de messiasbelijdende joden die in het Grieks christenen heetten, vereerders van een gekruisigde rebel.

Het Gouden Huis

Na dit crisismanagement was het tijd voor de wederopbouw. Nero bepaalde dat voortaan alleen nog vuurvaste materialen mochten worden gebruikt. Beton werd in deze tijd erg populair.

Nero maakte zich de verwoesting van zijn vaderstad ten nutte en hij bouwde een paleis dat niet zozeer bewondering afdwong door zijn edelstenen en goud – dat was allang gewoon en in een tijd van algehele overdaad iets wat in brede kring ingang had gevonden – als wel door de groenvoorzieningen en de vijvers: aan de ene kant bospartijen die eenzaamheid moesten suggereren, aan de andere kant uitgestrekte ruimtes met vergezichten. Planning en uitvoering van het project berustten bij Severus en Celer: zij hadden het vernuft en de vermetelheid om met menselijke middelen iets te verwezenlijken dat de natuur onmogelijk had gemaakt, en om de middelen van de vorst er op een roekeloze manier door te jagen.  (Tacitus, Annalen 15.21.1; vert. M.A. Wes)

Het Gouden Huis van Nero waarop Tacitus in het bovenstaande fragment doelt, was een immens complex, vergelijkbaar met de villa die keizer Hadrianus later zou aanleggen te Tivoli en groter dan het huidige Vaticaan. De verschillende gebouwen lagen op de heuvels Velia, Palatijn, Caelius en Oppius en zagen uit over een vierkante vijver in het dal tussen die heuvels. (Op de plaats van dat kunstmatige meer verrees later het Colosseum.)

De gebouwen van het Gouden Huis (klik=groot_

Onteigeningen

De onteigeningen moeten veel kwaad bloed hebben gezet. Suetonius geeft een beschrijving van het paleis van Nero:

Het vestibulum was zo groot dat daarin een kolossaal beeld van hemzelf kon staan van veertig meter hoog. Het paleis was zo immens dat het een driedubbele galerij bevatte van een mijl lengte, verder een vijver die wel een zee leek, omgeven door gebouwen die voor steden konden doorgaan. Er waren ook landelijke gedeelten met een afwisseling van akkers, wijngaarden, weilanden en bossen met allerlei tamme en wilde dieren. In de overige gedeelten was alles met bladgoud bedekt en versierd met edelstenen en parelmoer. De eetzalen hadden zolderingen met ivoren vakken die draaibaar waren, zodat er bloemen doorheen gestrooid konden worden, en van gaten voorzien, zodat van bovenaf reukwerk kon worden gesprenkeld. De belangrijkste eetzaal was rond en draaide onafgebroken dag en nacht in het rond net als het hemelgewelf. (Nero 31.2-3; vert. Daan den Hengst)

Reconstructie

De fundamenten van die ronde, draaiende eetzaal, de Cenatio Rotunda, zijn tussen 2009 en 2014 op de Palatijn teruggevonden. Omdat een deel van de opbouw was opgenomen in de latere paleisbouw van Domitianus, was het mogelijk monument te reconstrueren. Hieronder is foto van de maquette die ik een paar maanden geleden zag op de expositie Machinenraum der Götter. Het water in het aquaduct rechtsonder drijft de raderen aan. De reconstructie van de eigenlijke koepel is overigens hypothetisch.

De roterende eetzaal in het Gouden Huis (Liebieghaus, Frankfurt)

Het uitzicht vanaf dit punt over de vierkante vijver moet weergaloos zijn geweest en Nero had alle reden tot tevredenheid. Suetonius citeert de woorden die men een halve eeuw later aan de keizer-bouwheer toeschreef. Ik laat in het midden of hij ze bij de opening werkelijk heeft gesproken of dat ze zijn verzonnen:

Zo zag het paleis eruit waarvoor hij, toen hij het na de voltooiing inwijdde, niet meer waardering over had dan dat hij zei nu eindelijk een  menswaardig verblijf te hebben gekregen. (Nero 31.3)

[Wordt vervolgd]

#Caelius #CenatioRotunda #Colosseum #DomusAurea #GoudenHuis #Italië #Nero #Oppius #Palatijn #PubliusCorneliusTacitus #Rome #Suetonius #Velia #villa

🏛 El descubrimiento aporta nuevas claves sobre los procesos decorativos en la Domus Aurea y el simbolismo visual en la arquitectura del poder imperial.

📸 Un raro fragmento de pigmento azul egipcio encontrado en el palacio Domus Aurea de Nerón, en Roma / Parque Arqueológico del Coliseo / Foto de Simona Murrone

#️⃣ #Arqueología #RomaAntigua #DomusAurea #Nerón #PigmentoEgipcio #ArteRomano #HistoriaDelArte

The extraordinary #ancient ceiling #mosaic showing #Odysseus and Polyphemus in the nymphaeum of the palace of the #roman emperor the Domus Aurea. #archaeology #ancientrome #romanhistory #romanempire #ancientart #domusaurea
La primera en la que me he fijado ha sido en «La marica en un árbol», porque me ha recordado a las pinturas murales de #Pompeya y la #domusAurea : https://www.museodelprado.es/coleccion/obra-de-arte/la-marica-en-un-arbol/8e0f4b2e-9249-4423-94c2-090a8652da3a?searchid=2bf91138-c176-a912-5e3d-4fe76a06128e
La marica en un árbol - Colección

Una urraca o marica posada sobre una rama y varios pájaros más volando, en un paisaje montañoso.El tapiz resultante de este cartón formaba parte de lo...

Museo Nacional del Prado