Toerist in Valencia (1)

Iberisch beeldje van een ruiter (Prehistorisch Museum, Valencia)

De hogesnelheidslijn die onlangs zo negatief in het nieuws was, bracht ons in twee uur vanuit Madrid naar Valencia. Ik wist weinig meer over die stad dan dat de Cid er had gewoond, dat de Heilige Graal werd bewaard in de kathedraal, dat er een wetenschapsmuseum was en dat er een paar jaar geleden een beruchte moordzaak was. Ik moest opzoeken dat het ooit de hoofdstad was geweest van een Iberisch volk, de Edetaniërs.

De Iberiërs

Wie meer over hen wil weten, moet absoluut naar het Prehistorisch Museum, dat een weergaloos mooie en grote collectie heeft. Die begint met de eerste mensen en loopt dan door vele millennia en langs diverse soorten homo naar de Romeinse tijd. De informatie is actueel – ik zag de Denisova-mens netjes genoemd – en wordt gepresenteerd in twee talen, in het Spaans en in het Valenciaans. Het was een prachtig museum maar het was uitgestorven. We waren letterlijk de enige bezoekers.

De Iberische cultuur wordt er deels thematisch, deels aan de hand van opgravingen gepresenteerd. Er is dus uitleg van de metaalbewerking en van de handel, maar je ziet ook de vondsten van deze of gene site bij elkaar. Ik heb er echt van genoten, want dit is voor mij redelijk onbekend materiaal, dat ik eigenlijk alleen in het Nationaal Archeologisch Museum in Madrid heb gezien. Het museum in Valencia heeft veel meer.

Iberisch aardewerk uit Tosal de San Miquel (Prehistorisch Museum, Valencia)

Heel speciaal vond ik het aardewerk uit Tosal de San Miquel. Het gaat om grote kruiken die zijn beschilderd met jacht- of krijgersscènes. Er staan ook wel muzikanten op en bloemen en planten. Het oogt eenvoudig en straalt een zekere kracht uit. Ik kom er nog eens op terug. Het is echter wat moeilijk te geloven dat de cultuur die deze ietwat primitieve vazen maakte, ook de Dame van Elche voortbracht.

Almoina

De Romeinen herbouwden de Iberische nederzetting en herbouwden de stad nog eens na een stadsbrand. De resten van een badhuis, straten en een pakhuis zijn te zien in het Centro Arqueológico de l’Almoina, waarvan ik voor onze reis had gehoord dat het wat tegenviel. Maar ik moet zeggen: dat was niet zo. Het was zeker de moeite waard, al maakte het museum gebruik van gesproken uitleg. Het is lastig om een bordje met uitleg te lezen als er voortdurend iemand in je oor zit te tetteren – en dan heb ik het er nog niet over gehad dat het weinig gastvrij is voor mensen met hyperacusis.

In Almoina zijn ook de resten te zien van een Visigotische kapel, gewijd aan de heilige Sint-Vincentius, een martelaar die hier ten tijde van Diocletianus om het leven is gebracht. De kapel is gebouwd op een wat onhandige plek op het oude Romeinse forum, wat suggereert dat deze plek een speciale betekenis had. Misschien herinnerde men de plek waar hij was geëxecuteerd of begraven. Er waren graven in de buurt van de kapel en later kwam er een kerk. Een steenworp verderop is de plek die bekendstaat als Vincentius’ gevangenis, maar het is feitelijk een grafkapel voor de bisschoppen van de stad.

Visigotische kapel van Sint-Vincentius (Almoina)

Nog even iets over de Visigotische periode: toen het Rijk van Toledo in 711 door de Arabieren was onderworpen, behoorde Valencia tot de gebieden die in handen bleven van de laatste machthebber, de Theodomir over wie ik eerder schreef. Zijn paleis lag even ten westen van Valencia, bij Pla de Nadal. Enkele vondsten zijn te zien in het Prehistorisch Museum.

De zogenaamde Graal

De kathedraal van Valencia is minder mooi dan die van Toledo, maar trekt duizenden bezoekers omdat hier de kelk is te zien die Jezus zou hebben gebruikt bij het Laatste Avondmaal. Tijdens de kruisiging zou hierin zijn bloed zijn opgevangen. In de Middeleeuwen kende men verhalen over een mystiek voorwerp, de verder niet gedefinieerde Graal. Er lijken Arabische en Keltische modellen te zijn geweest voor de beroemde verhalen over dolende ridders die op zoek zijn naar dit voorwerp.

Deze Graal werd later gelijkgesteld aan de kelk van het Laatste Avondmaal. Ik benadruk dat dit een latere ontwikkeling is en dat er geen reden is om de Graalromans met Valencia in verband te brengen.

Kapel met de zogenaamde Graal (Kathedraal, Valencia)

Wat natuurlijk niet wil zeggen dat er niet een hoop speculaties zijn, die wat doen denken aan het geneuzel over de Lijkwade van Turijn.noot Die toont een gekruisigde zoals men in de Middeleeuwen dacht dat een kruisiging in z’n werk ging en geen Romeinse kruisiging. Meer bewijs dat de Lijkwade middeleeuws is, is niet nodig, maar voor wie het nodig heeft: de koolstofdatering in de Middeleeuwen is waterdicht. De in Valencia geboden uitleg maakt gewag van archeologische studies, historische documenten, het gewicht van de Traditie (met hoofdletter), recente ontdekkingen inzake het ontwerp, vergelijkend onderzoek naar soortgelijke bekers en verwijzingen in de oude liturgie, en dit alles maakt het geheel plausibel dat dit de beker is van het Laatste Avondmaal. En trouwens, zo lees ik, er is geen bewijs tegen de authenticiteit.

Dit is vanzelfsprekend slechts laut tönendes Nichts. Er wordt van alles aangenomen, zoals dat Petrus het voorwerp had meegenomen na het Laatste Avondmaal en naar Rome had gebracht. (Dat hij daar is geweest, is geen heel oude traditie.) Vervolgens zouden de pausen de kelk hebben gebruikt. (De aanname is dat er zo vroeg al een successie van bisschoppen was.) Vervolgens belandde de beker in Spanje, werd hij tijdens de Arabische tijd verborgen en toevallig weer gevonden. Het moge duidelijk zijn dat een historicus bij zo’n claim begint te gnuiven van ergernis.

En dat doe ik dus ook. Aan het hoofd van de kerk van Valencia staat een aartsbisschop en zo’n kerel is niet dom. Zo iemand is naar de universiteit geweest, begrijpt wat een wetenschappelijk bewijs is en snapt dat een voorwerp ook een cultische  functie kan hebben als het onecht is. Er is geen noodzaak tot pseudowetenschappelijke claims – sterker nog, je maakt je kwetsbaar voor het verwijt dat je iets te verbergen hebt.

Muurschildering in de San Juan del Hospital

Tot slot

Dat moest ik even kwijt. Ik had in dit narcistische winterfeuilleton ook nog kunnen schrijven over de beeldschone kerk van San Juan del Hospital. En ik had kunnen vertellen dat ook in Valencia het standbeeld van Cervantes een man toont met twee armen, ook al had hij er maar één. Maar ik heb nu wel genoeg geschreven voor vandaag. Als ik er tijd voor heb is er morgen meer over Valencia.

#Edetaniërs #graal #LijkwadeVanTurijn #PlaDeNadal #RijkVanToledo #SintVincentius #Theodomir #TosalDeSanMiquel #Valencia #Visigoten

Het proactieve Lijkwade-stukje

De Lijkwade van Turijn

Het voorjaar begon dit jaar al in de winter en de traditionele paashoax is ook veel te vroeg. In de week voor Pasen is er altijd wel een wetenschapper die zichzelf aan exposure en de pers aan bladvulling helpt met een sappig nieuwtje over Jezus. Het zijn doorgaans niet de beste onderzoeksresultaten die zo publiciteit krijgen. Zeg maar gerust dat elk Jezusbericht in de aanloop naar Pasen een hoax is.

Zo werd eens aangekondigd dat “de” wetenschap had geconcludeerd dat Judas Jezus niet kon hebben verraden. Twee jaar geleden was er de claim dat Jezus een hermafrodiet kon zijn geweest. Het jaar ervoor mochten we lezen dat Jezus het Laatste Avondmaal niet op (witte) donderdag zou hebben gevierd maar een dag eerder. Allemaal academici van het tweede echelon, allemaal kul, allemaal slim getimed, allemaal in de media, allemaal schadelijk voor de echte wetenschap.

Elk jaar vliegen de media er weer in. Dit keer waren ze er zelfs vroeg bij met een hoax die toch wel heel herkenbaar was: de Lijkwade van Turijn. Een Italiaans onderzoeksteam heeft namelijk bedacht dat de afbeelding van de gekruisigde op het doek kwam door neutronenstraling.

Voor het goede begrip: ze bieden de oplossing voor een probleem dat niet bestaat. Het is inderdaad onduidelijk hoe de Lijkwade van Turijn precies is vervaardigd, maar verschillende onderzoekers (voorbeeld) hebben gedemonstreerd dat er geen technieken nodig zijn die buiten het bereik van een middeleeuwse vervalser lagen.

De datering is ook niet mysterieus: er is 67% kans dat de lijkwade is geweven tussen 1273 en 1288 en 95% dat het voorwerp stamt uit 1262-1384. Er zijn tegenwerpingen waarom deze datering niet juist is, maar geen daarvan is houdbaar gebleken. Kruisigingen vonden nog plaats – in Andalusië werden geloofsafvalligen soms zo geëxecuteerd – dus aan een anatomisch correct lijk viel ook te komen.

Er is dus geen probleem maar dat weerhoudt de ware lijkwadegelovige er uiteraard niet van het op te lossen. Als u wil, kunt u de nieuwe wetenschappelijke publicatie hier lezen. De onderzoekers opperen dat neutronenstraling twee dingen verklaart: enerzijds hoe de afbeelding tot stand is gekomen en anderzijds waarom de lijkwade jonger is gedateerd dan ze feitelijk is.

De hamvraag is natuurlijk wat de oorzaak van die straling was. De onderzoekers denken aan een aardbeving en vinden die zowaar in de database van de NOAA. Het probleem is dat die als bron opgeeft: het evangelie van Matteüs. Die tekst is echter, om een historische jargonterm te gebruiken, elimineerbaar. Matteüs heeft het evangelie van Marcus overgeschreven en daar informatie aan toegevoegd die, vergeleken met het origineel, van minder historische waarde is. Kort door de bocht: Matteüs’ aardbeving is een verzinsel. Dat de onderzoekers menen als aanvullend bewijs de Goddelijke Komedie van Dante te kunnen aanvoeren, maakt hun zaak niet echt geloofwaardiger.

Maar het is nog erger. Niet alleen zoeken de auteurs een antwoord op een vraag die er niet is en baseren ze zich op bronnen zonder waarde, ze gebruiken ook een techniek die vermoedelijk niet bestaat. Piezonucleaire splijting geldt althans als controversieel.

Dit zou ik niet hebben geweten als het niet had gestaan in de Washington Post. Joel Achenbach lijkt de enige te zijn geweest die de zeepbel doorprikte. Van Fox News of USA Today verbaast de kritiekloosheid me niet, maar van de Huffington Post, Discovery, Phys.org en Eurekalert had ik beter verwacht.

De paashoax. De pers tuint er elke keer weer in. Dit jaar zelfs zó vroeg dat er nog alle gelegenheid is voor een tweede.

[Mijn wekelijkse religiecolumn, afgelopen maandag op Sargasso.]

#Italië #JezusVanNazaret #kruisiging #LijkwadeVanTurijn #paashoax #prebunking #relikwie

Het Ware Kruis (1)

Helena (Capitolijnse Musea, Rome)

In het jaar 326 bezocht Helena, de moeder van Constantijn de Grote, het Heilig Land. Haar zoon had haar kort daarvoor de rang van augusta gegeven, wat je zou kunnen vertalen als “keizerin”, al betekent het niet dat ze beleid kon maken, uitvoeren of controleren. Ze had echter wél toegang tot de keizerlijke schatkist en kon daardoor het initiatief nemen tot bouwprojecten. In Betlehem legde ze de eerste steen voor de Geboortekerk, in Jeruzalem voor een kerk op de Olijfberg. Een van de aanwezigen was bisschop Eusebios van Caesarea, die enkele jaren later in zijn Leven van Constantijn verslag deed van het bezoek en de werkzaamheden.noot Eusebios, Leven van Constantijn 3.41-42.

Kruisvinding

Wat hij daarbij niet vermeldt, is dat Helena bij die gelegenheid het Ware Kruis zou hebben gevonden: het kruis waaraan Jezus dood zou zijn gemarteld. Christenen hebben de vondst eeuwenlang herdacht met het feest van de Kruisvinding.

Een latere legende vertelt dat Helena op de plek van de Grafbasiliek niet minder dan drie kruisen zou hebben gevonden en had vastgesteld welk het echte was, door het houtwerk te gebruiken om een zieke mee aan te raken. Bij het Ware Kruis genas deze in een handomdraai. De keizerin nam dat kruis mee naar Rome, waar het nog eeuwenlang vereerd zou worden in een kerk die was ingericht in een voormalig keizerlijk paleis, de kerk van Santa Croce in Gerusalemme.

De kapel bestaat nog steeds en u vindt er ook het bordje met het opschrift “Jezus van Nazaret, koning der Joden”, de spijkers waarmee Jezus werd vastgenageld aan het hout, doornen van de doornenkroon, een stukje van de paal waaraan Jezus was vastgebonden bij de geseling, de dwarsbalk van het kruis van de goede moordenaar, een vinger van de ongelovige Thomas en – de laatste keer dat ik er was – een bisschoppelijk goedgekeurde expositie die betoogde dat de Lijkwade van Turijn echt authentiek was en dat wetenschappers met hun koolstofdateringen er niks van begrijpen. Getuige het beledigende mailtje dat ik vorige week ontving zijn er nog steeds mensen die niet willen begrijpen wat wetenschap is.

De kapel in de Santa Croce, Rome

Vroege kruisverering

De legende is pas later ontstaan en de vraag dringt zich op waar ze vandaan komt. Eén ding is zeker: Eusebios weet van niets, terwijl hij een ontdekking als deze, als hij er bij was geweest, zeker niet onvermeld zou hebben gelaten. Maar er circuleerden al verhalen over het kruis. Het tweede-eeuwse, apocriefe Evangelie van Petrus bevat bijvoorbeeld een exuberante beschrijving van Jezus’ opstanding, waarbij – ik verzin het ook niet – het kruis sprekend wordt opgevoerd.

Deze tekst illustreert dat er mensen waren die het kruis beschouwden als een belangrijk onderdeel van hun geloof. Een inscriptie uit de omgeving van het Algerijnse Sétif documenteert de verering van “hout van het kruis uit het Beloofde Land” in het jaar 359.noot EDCS-70200001.. Je zou je kunnen voorstellen dat geestelijken die wilden benadrukken dat Christus weliswaar goddelijk was maar ook echt als mens had geleden, lichamelijk dus, als eersten het materiële aspect van de kruisiging hebben benadrukt. Er was in elk geval voldaan aan de voorwaarden om relikwieën van het kruis te gaan vereren.

De eerste zekere vermelding van de verering van het kruishout in Jeruzalem is te vinden bij Egeria, een voorname pelgrim die Jeruzalem bezocht rond het jaar 383. Ze vertelt:

Dan wordt een zetel voor de bisschop neergezet, achter het kruisbeeld dat daar nu staat. De bisschop neemt plaats op de zetel; een tafel met een linnen kleed wordt voor hem neergezet en rondom de tafel staan dia­kens. Dan brengt men een verguld zilveren kistje met daarin het heilige hout van het kruis: het wordt geopend en men haalt het eruit en het wordt op de tafel gezet, zowel het hout van het kruis als het opschrift.

Zodra dat op tafel is gezet, houdt de bisschop met beide handen, zittend, de uiteinden van het heilig hout vast, terwijl de rondom staande diakens het bewaken. De reden van die bewaking is deze: het is gewoonte dat men een voor een naar voren komt, heel het volk, zowel gelovigen als doopleerlin­gen, en voorover buigt naar de tafel, het heilig hout kust en dan verder loopt; maar ooit, ik weet niet wanneer, heeft iemand naar men zegt erin gebeten en een stukje van het heilig hout gestolen. Daarom wordt het nu door de rond­om staande diakens bewaakt, zodat niemand die naar voren komt dat nog eens durft te doen.noot Egeria, Reisverslag 37; vert. Vincent Hunink.

Uit de daarop volgende jaren zijn meer verslagen, waarin we de legende beginnen te herkennen. Misschien is er overigens een vermelding vóór Egeria. Kyrillos, die tussen 350 en 386 bisschop was van Jeruzalem, noemt dat in de Grafbasiliek Golgotha werd vereerd en dat “de hele wereld is gevuld met stukken kruishout”.noot Kyrillos van Jeruzalem, Mystagogische Katechese 4.10 en 13.4. Hoewel hij niet expliciet zegt dat ook in Jeruzalem het kruis werd vereerd, lijkt het er wel op. Het probleem is dat de datering van deze tekst niet helemaal duidelijk is. Steeds meer onderzoekers plaatsen ze tegen het einde van Kyrillos’ leven of nemen aan dat de teksten niet door hemzelf zijn geschreven.

Constantijn en Helena (Madaba)

Dit lijkt zeker: er circuleerden al vroeg verhalen over het kruis; relieken werden al vroeg overal vereerd; na 380 is er documentatie voor verering van het kruis in Jeruzalem. Je zou zeggen: het begon met de verering van crucifixen, waaruit in het derde kwart van de vierde eeuw de verering van het Ware Kruis in Jeruzalem is ontstaan, samen met de kiemen van een legende dat dit stuk hout door Helena was gevonden tijdens de regering van Constantijn.

[Wordt vervolgd]

#ConstantijnDeGrote #Egeria #EusebiosVanCaesarea #EvangelieVanPetrus #Golgotha #Grafbasiliek #HelenaKeizerin_ #Jeruzalem #koolstofdatering #Kruisvinding #KyrillosVanJeruzalem #LijkwadeVanTurijn #Sétif #WareKruis

Paleoproteomics

Karthaagse munt uit Iberië; dankzij paleoproteomics is vast te stellen welke olfantensoort dit is (British Museum)

Ik heb al vaker geblogd over bioarcheologische onderwerpen, zoals het DNA-onderzoek en het isotopenonderzoek. Over antieke eiwitten (proteïnen) heb ik het echter nog niet gehad, maar die zijn wel de moeite waard. Het is bijvoorbeeld mogelijk om in antiek aardewerk na vele eeuwen nog sporen te vinden van bijvoorbeeld zuivel. Zo kunnen onderzoekers uitspraken doen over de toenmalige voeding, wat weer kan leiden tot inzicht in de toenmalige volksgezondheid. Ook zijn uitspraken mogelijk over antieke ziektes. Een team uit Nottingham is er bijvoorbeeld in augustus 2023 in geslaagd om oeroude antistoffen te identificeren in het tandglazuur van iemand die ooit afweer had opgebouwd tegen het virus dat de ziekte van Pfeiffer veroorzaakt.

De monsters zijn niet alleen uit tandglazuur te nemen, maar ook uit botmateriaal, tandsteen, keramiek, textiel, perkament en papyrus. Een van de voordelen van dit type onderzoek, dat wel wordt aangeduid als paleoproteomics, is dat eiwitten opvallend goed bewaard blijven. Eitwitonderzoekers kunnen daardoor dieper het verleden in dan bijvoorbeeld hun collega’s die zich bezighouden met antiek DNA.

Massaspectroscopie

Dit type onderzoek is jong. Om macromoleculen als eiwitten te analyseren is namelijk een betrekkelijk nieuwe techniek verondersteld, die de onderzoekers aanduiden als massaspectroscopie. Die naam is een beetje misleidend. Bij spectroscopie bepalen analisten de samenstelling van een monster door er licht op te werpen; het monster weerkaatst dat licht op verschillende golflengten, die verraden waaruit het monster bestaat. Massaspectroscopie heeft hiermee niets te maken; het gaat niet om golflengtes.

Ik ben nu een beetje buiten mijn veld, maar zal proberen uit te leggen hoe het wel werkt. (Ik houd me aanbevolen voor verbetering.) Bij massaspectroscopie sublimeren analisten een monster – het verandert dus in één klap van een vaste stof in een gas zonder de gebruikelijke tussenstap van vloeistof – en ioniseren het. Doordat elk geïoniseerd atoom in een magnetisch veld een eigen baan volgt, raken ze de detector op verschillende plaatsen, en daarmee hebben we de signatuur van het monster. Dat signatuur is dus niet gebaseerd op golflengte maar op massa en lading.

Een van de eerste oudheidkundige toepassingen van massaspectroscopie was bij koolstofdateringen. Traditioneel werkten analisten met geigertellers en dat kon uren, dagen duren. De waarschijnlijkheidsmarges waren breed. Nu sublimeren ze het monster en hebben ze snel een meting met een smalle marge; de scherpe datering van de Lijkwade van Turijn is het beroemd vroeg voorbeeld.

Eiwitten

Het sublimeren van een monster is redelijk verwoestend. Eind vorige eeuw slaagden scheikundigen er echter in de methode te verfijnen door het monster vloeibaar te maken. Dit heet zachte ionisatie. Bijkomend voordeel was dat de monsters nog kleiner konden zijn. De ontwerpers van deze methode kregen daarvoor in 2002 de Nobelprijs.

Hiermee was de analyse van oer-, oeroude eiwitten binnen handbereik gekomen en verwierven oudheidkundigen een nieuw venster op de wijze waarop mensen in de Prehistorie, Oudheid en Middeleeuwen omgingen met dieren en met hun leefomgeving. Ook paleontologen hebben een schat aan informatie gekregen.

Onlangs heeft het Metropolitan Museum in New York zestien honderden tot duizenden jaren oude ivoren voorwerpen laten onderzoeken door een laboratorium in Bordeaux. Daarbij volstonden superkleine monsters, die hooguit enkele nanogrammen wogen. Evengoed viel een massaspectrogram te maken waarin allerlei aminozuren herkenbaar waren, waarmee viel vast te stellen van welke dieren het ivoor afkomstig was: een laatmiddeleeuws schaakstuk bleek bijvoorbeeld gemaakt te zijn van de tanden van een potvis. Andere voorwerpen waren gemaakt van het gewei van een hertachtige.

achtige: hier zit vooralsnog een probleem. We zouden preciezer willen zijn: er bestaan vele tientallen hertensoorten, die ruwweg dezelfde aminozuursequenties hebben. De uitdaging waarvoor de onderzoekers staan, is het verfijnen van de database.

Paleoproteomics en olifanten

Wat ons brengt bij de Afrikaanse olifanten. Het ivoor van hun slagstanden lijkt sterk op dat van nijlpaarden. Het is met ramanspectroscopie, waarover ik al eerder schreef, uit elkaar te houden, maar inmiddels is de paleoproteomische database verbeterd.

En daarmee komt de oplossing in zicht voor dat grote raadsel der antieke krijgsgeschiedenis, dat uiterst der oudheidkunde: welke olifanten zetten de Ptolemaïsche Egyptenaren en Karthagers in? Zeker geen Indische olifanten, maar welke Afrikaanse soort? De grote savanneolifant, die is uit te rusten met torens, of de kleinere bosolifant, die eerder een groot uitgevallen soort paard is? Ik heb het vraagstuk al eens uitgelegd; het lijkt vervuild te zijn geraakt door een opmerking van de geschiedschrijver Polybios, die ergens opmerkt dat de Egyptische olifanten kleiner waren dan de Indische olifanten van hun tegenstanders. Dat zou duiden op bosolifanten, en er is geopperd dat savanneolifanten moeilijker te trainen zouden zijn. Die hypothese is vervolgens een quasi-zekerheid geworden, door iedereen overgeschreven en naverteld, maar nooit getoetst.

Er is op verschillende plaatsen Karthaags ivoor gevonden, en we zullen de uitkomst binnen een paar jaar wel horen. Ik ben benieuwd. Want het is toch wel opvallend dat de olifanten waarom Hannibal zo beroemd is geworden, in geen enkele veldslag een beslissende rol hebben gespeeld: op de Povlakte schrikten ze de Romeinen niet af en in Zama sloegen ze op hol. Misschien waren het kleine bosolifanten waar de Hannibals tegenstanders niet bang voor waren, wellicht waren het – daarop duidt het eerste DNA-bewijs – grote savanneolifanten en waren ze inderdaad slecht te trainen.

Wie zal het zeggen? Uiteraard is de krijgsgeschiedenis niet zo belangrijk, maar het feit dat oudheidkundigen antiek eiwit kunnen analyseren is dat wél. Zoals gezegd: paleoproteomics openen een nieuw venster op de wijze waarop mensen in de Oudheid omgingen met dieren en met hun leefomgeving.

[Bron. De oudheidkundige wetenschappen bieden meer dan feitjes, wistjedatjes en trivaliteitjes. Het zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van vergelijkbare stukjes is daar.]

#bioarcheologie #DNAOnderzoek #eiwitten #Hannibal #isotopenonderzoek #ivoor #koolstofdatering #krijgsgeschiedenis #LijkwadeVanTurijn #massaspectroscopie #MetropolitanMuseum #nijlpaard #Nobelprijs #olifant #paleoproteomics #potvis #ramanspectroscopie #virus #ziekteVanPfeiffer