Vragen rond de jaarwisseling (3)

De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)

Een kleine drie weken geleden nodigde ik u uit om de inmiddels traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik ontving er vrij veel en zal vandaag de vragen beantwoorden over de joodse wereld. Dat waren er opvallend veel.

Het verhaal van de “zondvloed” komt in uiteenlopende versies voor in zowat elke cultuur. Is er ooit een universele ramp gebeurd en wanneer zouden we deze kunnen situeren ?

Voor zover ik weet zijn de meeste verhalen over een grote overstroming en een kleine groep mensen die de beschaving (plus veestapel) redt, te herleiden tot een beperkt aantal originelen. De bekendste stamt uit Mesopotamië, met als varianten het Bijbelverhaal en een versie uit India en Perzië. De “Noach” in deze verhalen verneemt van de godheid waaronder de oerwateren ressorteren over de naderende ramp en bouwt een schip. Een ander origineel is dat van de vroege bewoners van de Amerika’s. Hierin dankt de mensheid haar redding aan een bergtop. Een derde verhaal komt uit China, waar archeologen op zoek zijn naar een historische gebeurtenis.

Zoals de vragensteller al aangeeft, zijn de verhalen bekend uit “zowat” alle culturen. Uit bijvoorbeeld Japan en Egypte, waar toch ook oude beschavingen waren, kennen we zo’n verhaal niet. Afrikaanse verhalen schijnen ook te ontbreken of zijn via de monotheïstische godsdiensten geïnspireerd door Mesopotamië.

Is er een universele ramp geweest? Nee. Voor Mesopotamië is wel gewezen op de door dikke kleipakketten gedocumenteerde watersnoodrampen uit het vroege derde millennium v.Chr. In de stad Ur ligt zo’n kleilaag rond 3100 v.Chr.; dit is een van de beroemdste archeologische vondsten aller tijden. In Uruk en Kish ligt zo’n laag rond 2900 v.Chr.,  in Šuruppak rond 2750 en uit Kish dateert een tweede kleilaag van rond 2500. Dit is zo inconsistent dat je mag aannemen dat de mythe wél verwijst naar traumatische gebeurtenissen maar niet naar één universele traumatische gebeurtenis.

Kanaänitische stele (Israel Museum, Jeruzalem)

Wat weten we over het voor-Bijbelse Israël?

De kwestie is de definitie van Israël. Als is bedoeld: wat gebeurde in het gebied van het latere koninkrijk van David en Salomo, dan valt te wijzen op een aantal stadstaten, die deels bekend zijn uit opgravingen en deels uit bijvoorbeeld de Amarna-brieven. Die steden waren niet heel anders dan die in Syrië. In de Late Bronstijd zijn ze sterk verkleind, waarna we in de Vroege IJzertijd allerlei dorpjes vinden in het hoogland.

Als is bedoeld of er al iets heeft bestaan dat de naam “Israël” droeg, dan is het antwoord dat een inscriptie uit Thebe vermeldt dat de Egyptische koning Merenptah in Kanaän de legers van de steden Ashkelon, Gezer en Yanoam heeft verslagen en dat Israël niet langer bestaat (“zijn zaad is niet langer”). De naam is geschreven met een teken dat duidt op een nomadisch volk, wat wel is opgevat als verwijzing naar de jaren waarin de Hebreeën door de woestijn zwierven.

Ik wijs verder op de Apiru. Dit waren mensen die de belastingen niet meer konden betalen, hun land verlieten en zonder veel bestaanszekerheid leefden in afgelegen gebieden. Ze legden zich toe op banditisme en verhuurden zich als soldaten of dagloners. De mensen die woonden in de dorpjes in het hoogland zullen door de laatste bewoners van de leeglopende steden wel als Apiru zijn beschouwd, net als nomaden zoals “Israël” die naar Kanaän trokken. In elk geval waren de mensen uit de bergdorpjes de voorouders van de groepen die zich in de tiende eeuw onder koning David verenigden. Maar veel is onzeker.

Grafsteen van een zwaardsmid (Nationaal Museum, Beiroet)

Iedereen kent de uitdrukking “zwaarden omsmeden tot ploegscharen”, maar de profeet Joël noemt ook ploegscharen die tot zwaarden worden omgesmeed.noot Joël 4.10. Kan het zijn dat ijzer zo schaars was dat het werd gerecycled?

Ja, want ijzer was kostbaar. Op een slagveld werden de gesneuvelden beroofd van hun wapenrustingen en een verslagen aanvoerder kon alleen de naakte lichamen van zijn manschappen terugvragen. Ik meen te weten dat er ook chemisch onderzoek is gedaan waaruit blijkt dat ijzer herhaaldelijk werd omgesmolten: van zwaarden naar ploegscharen en weer terug. We moeten opmerkingen over het omsmeden van zwaarden tot ploegscharen en vice versa dus serieus nemen, hoewel ze natuurlijk tegelijk symbolisch zijn.

In de christelijke uitleg verwijst het meervoud Elohim naar de Drie-eenheid (OLV van Qannoubine)

Was/is Elohim een meervoudsvorm of een uiting van eerbied en machtserkenning?

Elohim, een van de namen van God, is van oorsprong inderdaad een meervoud en betekent zoiets als “de goden”, maar wordt consequent verbonden met werkwoorden in het enkelvoud. Deftig gezegd: morfologisch meervoud, syntactisch enkelvoud. Of mensen destijds het meervoud hebben herkend, is maar de vraag; ons woord “schoen” was ook ooit een meervoud maar niemand herkent dat nog.

Is het meervoud een uiting van eerbied? Ik vroeg het Gert Knepper, die weleens schrijft voor deze blog.

Dichter in de buurt komen als we ook kijken naar andere oude Semitische talen, zoals het Phoenicisch en het Akkadisch. Net als in het Hebreeuws kun je daar een meervoud gebruiken om abstractie uit te drukken. Zo drukt het Hebreeuws het abstracte begrip ‘vaderschap’ uit door het meervoud ‘vaders’. En zowel het Phoenicisch, het Akkadisch als het Hebreeuws kunnen het meervoudige ‘goden’ gebruiken om naar één persoon te verwijzen, waarbij de abstractie die het meervoud uitdrukte (‘goddelijkheid’) waarschijnlijk de functie had om uitnemendheid weer te geven: ‘de god par excellence’. ‘Elohim’ is dus Semitisch idioom, het meervoud heeft in eerste instantie een abstraherende functie (‘god[delijk]heid)’, en die functie dient om aan te geven dat het gaat om een ‘godheid bij uitstek

Kleitablet met een Mesopotamische scheppingsmythe (Louvre, Parijs)

Hoe kwam het scheppingsverhaal in de Bijbel terecht?

De Bijbel bevat diverse verhalen over het ontstaan van de wereld. In Psalm 102 lezen we dat God vóór het ontstaan van de tijd – hoe dit mogelijk is, weet ik niet – de hemel schiep en de fundamenten legde van de aarde. In Job 26 heeft God de aardschijf opgehangen boven het niets.

Het bekendst zijn de verhalen uit Genesis. In Genesis 2 schept Jahweh de mens en geeft hem een tuin in Eden. Dit verhaal moet vrij oud zijn, al weet niemand precies hoe oud. Tot slot is er het scheppingsverhaal uit Genesis 1-2.4, waarin Elohim de wereld schept in zes dagen en de sabbat als kroon plaatst op het werk. Hier wordt het voorgelezen:

[youtube https://www.youtube.com/watch?v=njpWalYduU4?feature=oembed&w=640&h=480]

Al deze verhalen bevatten beelden en ideeën die gangbaar waren in de oude wereld. Eigenlijk hebben alle volken wel een verhaal over de twee eerste mensen en over een paradijselijke oertoestand die om een of andere reden ten einde is gekomen. Het feit dat de Bijbelse beelden elkaar tegenspreken, bewijst dat de Joden geen behoefte hadden aan één bindend verhaal.

Er is echter wel iets bijzonders aan de hand in Genesis 1.2-4. Antieke scheppingsverhalen eindigden nogal eens met de schepping van het koningschap. Je zou in het zevendagenverhaal verwachten dat God na de schepping van de mens ook de monarchie zou hebben geschapen – maar daar doorbreekt de auteur de verwachting: zoals gezegd is de sabbat het summum. Meer daarover hier.

Christus (in een Romeinse catacombe, ik weet niet meer welke)

Ik las eens dat Jezus mogelijk ooit in India is geweest. Zou dat waar kunnen zijn?

Nee.

[morgen meer]

#AmarnaBrieven #Apiru #Elohim #Genesis #ijzer #IJzertijd #IsraëlEnJuda #Jahweh #LateBronstijd #Merenptah #Scheppingsverhaal #vragenRondDeJaarwisseling #Zondvloed

𝗗𝗶𝗲𝗱𝗲𝗿𝗶𝗸 𝗝𝗲𝗸𝗲𝗹 𝘃𝗲𝗿𝘁𝗲𝗹𝘁 𝘀𝗰𝗵𝗲𝗽𝗽𝗶𝗻𝗴𝘀𝘃𝗲𝗿𝗵𝗮𝗮𝗹 𝘃𝗮𝗻 𝗔𝗜 𝗶𝗻 𝗻𝗶𝗲𝘂𝘄𝗲 𝘀𝗵𝗼𝘄

Diederik Jekel trekt vanaf januari 2025 langs de theaters met zijn nieuwe voorstelling De Kunst van Kunstmatige Intelligentie, waarin de zelfverklaarde "wetenschapsnerd" het scheppingsverhaal van AI en het toekomstbeeld van de technologie uitdiept. Kaarten voor de shows zijn te koop via zijn...

https://www.rtl.nl/boulevard/artikel/5480059/diederik-jekel-vertelt-scheppingsverhaal-van-ai-nieuwe-show

#DiederikJekel #scheppingsverhaal #AI

Diederik Jekel vertelt scheppingsverhaal van AI in nieuwe show

Diederik Jekel trekt vanaf januari 2025 langs de theaters met zijn nieuwe voorstelling De Kunst van Kunstmatige Intelligentie, waarin de zelfverklaarde "wetenschapsnerd" het scheppingsverhaal van AI en het toekomstbeeld van de technologie uitdiept. Kaarten voor de shows zijn te koop via zijn website.

RTL Boulevard

Ecokritiek is een stroming uit de #literatuurwetenschap die zich richt op de wijze waarop een tekst het fysisch milieu presenteert. De conclusies zijn vaak wat voorspelbaar, maar een recent artikel van Matthijs de Jong biedt echt inzicht in het #Scheppingsverhaal. En dat is toch geweldig, dat je een van de beroemdste teksten aller tijden toch weer met nieuwe ogen kunt gaan lezen.

https://wp.me/p1HkCZ-kSX

Ecokritiek - Mainzer Beobachter

Ecokritiek is een stroming in de literatuurwetenschap die zich concentreert op de wijze waarop een tekst het fysisch milieu presenteert.

Mainzer Beobachter

Ecokritiek

Ecokritiek is de naam van een literatuurwetenschappelijke stroming die zich concentreert op de wijze waarop een tekst het fysisch milieu presenteert. “Kritiek” slaat hier niet op activisme, maar op kritisch lezen. Kritisch lezen dus waarbij je speciaal let op de wijze waarop de natuur aan de orde komt. Een simpel voorbeeld is de wildernis, die in oude teksten een plek is vol gevaren, terwijl die in de hedendaagse literatuur juist positief wordt getypeerd. Die verandering komt uiteraard voort uit een veranderende appreciatie van de natuur.

Business as usual

Ik vertelde al eens over twee korte lezingen die ik in Gent bijwoonde. Marco Formisano toonde toen hoe de dichter Claudianus in De schaking van Proserpina de schrik evoceerde van de waaghalzen die als eersten de zee bevoeren – en dus ingrepen in de natuur. Leila Williamson vertelde bij die gelegenheid dat Venantius Fortunatus in zijn gedicht over De rivier de Gers bevreemding bewerkstelligde: vissen die in de zomer op het droge kwamen te liggen en de oogst die bij hoog water was omspoeld door golven.

Het is interessant zo eens naar een tekst te kijken, maar niet echt een innovatie. Immers, we stellen aan antieke teksten noodzakelijkerwijs altijd eigentijdse vragen en deze permanente aanpassing van perspectief is business as usual. Dat wil niet zeggen dat de ecokritiek geen boeiende interpretaties kan opleveren. Een voorbeeld is het artikel “Heersen als beeld van god” van Matthijs de Jong in het oktobernummer van Met andere woorden, het vaktijdschrift van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap. (De redactie noemt ecokritiek “groene exegese” maar lijkt hetzelfde te bedoelen.)

Scheppingsverhalen

De Jong biedt een interpretatie van het Scheppingsverhaal die in elk geval voor mij nieuw was. U weet wel: op zondag schiep God het licht, op maandag een hemels uitspansel, op dinsdag land en zee en groen, op woensdag de zon en maan en sterren, op donderdag vissen en vogels, op vrijdag de landdieren en de mensen. Met de opdracht dat de mens moet heersen over flora en fauna, eindigt Genesis 1. Het verhaal gaat nog even verder in Genesis 2: God schept de sabbat.

Wij concluderen al makkelijk dat de mens de kroon op de schepping is, met als opdracht over de schepping te heersen. De sabbat is dan een terloopse toevoeging.

Het is echter een beruchte onhebbelijkheid van antieke auteurs dat ze niet schreven voor ons. Om te beginnen bestond de scheiding tussen Genesis 1 en 2 niet. Tekens in oude manuscripten bewijzen dat men oorspronkelijk de eerste regels van wat wij Genesis 2 noemen, opvatte als eenheid met Genesis 1. Een tweede constatering is dat een antieke luisteraar na de schepping van de mens iets anders verwachtte. Hier is een Perzisch scheppingsverhaal:

Een grote god is Ahuramazda, die deze aarde schiep, die de hemel hierboven schiep, die de mens schiep, die het geluk voor de mensen schiep, die Xerxes koning maakte, één koning voor allen, één heerser voor velen. (XPh)

De koningsnaam kan een andere zijn maar het punt is duidelijk: een oosters scheppingsverhaal eindigt met de instelling van de koninklijke heerschappij. De Jong verwijst naar het Babylonische scheppingsepos Enuma Elisj, maar er zijn dus meer voorbeelden. Genesis doorbreekt die verwachting. Op de plek waar de koninklijke heerschappij had moeten staan, staat de sabbat.

Priesterlijke redactie

Dat roept de vraag op wat het betekent dat de sabbat de kroon is op de schepping. Om die te beantwoorden, moeten we ons verdiepen in een van de meest heikele vragen uit de oudheidkunde: het ontstaan van de Wet van Mozes. Het is evident dat de eerste vijf boeken van de Bijbel zijn samengesteld uit oudere teksten, maar het is totaal onduidelijk in welke volgorde die zijn ontstaan. Dat laat gelukkig onverlet dat er zogeheten “priesterlijk materiaal” valt aan te wijzen, dat stilistisch afwijkt van de rest van de Wet. Uit het Scheppingsverhaal, dat ook tot het priesterlijke materiaal behoort, kent u de kenmerkende herhalingen:

  • “En God zag dat het goed was.”
  • “God zei: ‘…’.”
  • “Dat was de Nde dag,”

Thematisch is dit materiaal herkenbaar aan de belangstelling voor rituelen, heiligdommen en andere priesterlijke dingen.

Als we het Scheppingsverhaal willen duiden, vormt het priesterlijke materiaal de relevante context. Dat beschrijft hoe aan de sabbatsorde de hele natuur deelneemt. Teksten als Leviticus 25 beschrijven bijvoorbeeld dat het land in het zevende jaar mocht rusten. Zelfs aan wilde dieren is gedacht. Anders gezegd, ook de landbouw volgde een sabbatsritme. (Dit was geen vrome fictie. De Romeinen pasten hun belastingheffing aan het sabbatsjaar aan. Het bestond dus echt.)

Het zou te ver gaan de priesterlijke visie op de sabbatsorde in de schepping verder samen te vatten. U kunt De Jongs artikel hier lezen. De crux is dat de mens niet, zoals wij zouden denken, het hoogste wezen is in de schepping. De menselijke heerschappij is in feite de opdracht een heilige orde op te leggen aan flora en fauna. Deze heerschappij is niet die van een heerser die anderen onderwerpt, zoals we in de antieke wereld gewend zijn, maar die van een beheerder.

Relevantie

Een joodse of christelijke lezer die de Bijbel aanvaardt als normatieve tekst, kan met het priesterlijke materiaal een groene theologie ontwerpen. De taak van de mens is de natuur te beheren, niet beheersen. We zien hier een manier om de Oudheid relevantie toe te kennen.

Als historicus ga ik daar niet over. Ik wil eerst vaststellen wat er is gebeurd en wat de mensen hebben gedacht om vervolgens te verklaren waarom dat dan zo was. Hoewel het bloed vanzelfsprekend kruipt waar het niet gaan kan, hoef ik aan het verleden geen inspiratie te ontlenen en er evenmin een oordeel over te vellen. Voor de historicus is de constatering voldoende dat de samensteller van het priesterlijke materiaal de heiliging van het leven nastreefde en daarbij ook dacht aan dieren, planten en het land. Dat vind ik interessant want ik ken zo snel geen werkelijke parallel. (Misschien kwamen de Perzen in de buurt: die hadden een ideaal van een roi-jardinier naast hun gewelddadige koningschapsideologie. Of de koning-tuinman werkelijk een populair thema was, is echter onderwerp van debat.)

In elk geval toont het artikel van De Jong dat ecokritiek tot echt nieuwe inzichten kan leiden, die verder gaan dan de twee Gentse voorbeelden die ik noemde. Het zou leuk zijn als de andere oudheidkundige publiekstijdschriften – Hermeneus, Archeologie Magazine en Phoenix – de handschoen opnamen en ook een themanummer wijdden aan ecokritiek.

Literatuur

 [De oudheidkundige wetenschappen zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van vergelijkbare stukjes is daar.]

Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal. In september organiseer ik een reis Algerije en waarom die de moeite waard is leest u hier.

Zelfde tijdvak


Archeologie, voor wie doen we dat ook alweer? (4)

oktober 3, 2017
Museum Dorestad heropend (1)

december 22, 2025
De technocratie ingerommeld

augustus 15, 2013 Deel dit: #Claudianus #ecokritiek #fauna #flora #Genesis #literatuurwetenschap #MatthijsDeJong #oogst #sabbat #Scheppingsmythe #Scheppingsverhaal #VenantiusFortunatus #zondag #zondagsrust