#Lachgas (#BBB) heeft graag minder zetels in de Eerste Kamer! #NPOradio1 #Griffioen

De Skythen (1)

Een Skythische boogschutter op een Griekse vaasschildering (Louvre, Parijs)

Het is pas op blz.311 in zijn vorig jaar verschenen boek The Scythians. Nomad Warriors of the Steppe dat de door mij bewonderde Britse oudheidkundige Barry Cunliffe het punt maakt waar ik op zat te wachten. Het is wat lyrisch geformuleerd maar belangrijk:

The wide expanse of steppe flowing through Eurasia, with its grey-green horizons receding in the distance and its shimmer as the wind rustles the grass, challenges everyone to be on the move. Like the sea, it is a world where nothing can stay still and, like the sea, it sweeps everything onward. For millennia people have progressed through the steppe, sometimes in repeating patterns of transhumance and sometimes with astonishing speed, crossing huge distances to seek out new pastures. The Scythians occupy only one small part of the grand narrative.

Skythen en andere nomaden

De golven van de zee zijn de perfecte metafoor. Ze bewegen op en neer, vormen samen een enorme stroming en verplaatsen grote watermassa’s over enorme afstanden. Steppenomaden bewegen met de jaargetijden van zomer- naar winterweiden, clusteren samen onder leiding van deze of gene charismatische leider – een Attila de Hun, een Djengis Khan, een Timoer Lenk – en vormen een volk, verplaatsen zich van het oosten naar het westen, vallen weer uiteen en herclusteren dan weer als er een nieuwe leider opstaat. Het geldt ook voor de Indo-Europeanen, voor de Kimmeriërs, voor de Skythen, voor de Sarmaten, voor de Kushana’s, voor de Alanen, voor de Hunnen, voor de Avaren, voor de Turken, voor de Bulgaren, voor de Khazaren, voor de Magyaren, voor de Tataren, Mongolen, Kozakken, Oezbeken. Seizoensmigratie van veetelers, krijgers te paard, steeds weer trekkend van de droge steppe van Manchurije naar het wat vochtiger Oekraïne, Roemenië en Hongarije. De Skythen vormden maar één hoofdstuk in het grote verhaal, één golf in een zee van migrerende steppenomaden.

Je verwacht dat Cunliffe er een prachtboek van kan maken. De Oxford-archeoloog heeft in het verleden immers prachtige syntheses geschreven over bijvoorbeeld de Kelten en charmante monografieën als die over Pytheas van Marseille. Maar dit keer werkt het niet. O zeker, het boek is prachtig vorm gegeven. De foto’s tonen talloze voorwerpen en opgravingen uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie die wij anders nooit zouden zien. Alleen al daarom is The Scythians geen miskoop. Ik had echter moeite om het boek uit te lezen. Het boeit niet voldoende.

Skythisch paardenbeslag in de vorm van een vis (Nationaal Museum, Boekarest)

Vaste punten in een nomadenlandschap

Het ligt niet aan de stof. De Skythen, zoals de “golf” heette die de Kimmeriërs vooruit joeg, vormen een fascinerend thema. Ze beheersten het gebied van Oezbekistan tot en met Oekraïne tussen pakweg 750 en 200 v.Chr. en werden ingehaald door de “golf” van de Sarmaten. De meeste mensen waren nomaden, maar dat ze hun kudden verweidden wil niet zeggen dat ze voortdurend onderweg waren. Tot de vaste punten in het landschap behoorden enorme handelsnederzettingen, waar ook ambachtslieden werkten. Ook waren er koninklijke graven, waar rituelen plaatsvonden en waar grote groepen arbeiders doorlopend aan het werk waren. Deze teams van bouwvakkers en grondwerkers waren zo goed als sedentair.

De Skythische koningsgraven zijn vanaf de negentiende eeuw onderzocht en in de twintigste eeuw gebeurde dat ook heel professioneel; de communistische archeologie was lange tijd de geavanceerdste die er was. We beschikken over menselijk materiaal (skeletten maar ook getatoeëerde huid), houten voorwerpen en textiel. Allemaal zaken die in het Mediterrane gebied zeldzaam zijn. De aandacht wordt echter vooral getrokken door het vele goud, dat echt schitterend is bewerkt. Denk aan afbeeldingen van griffioenen, ruiters, herten en krijgers. We weten voldoende van de samenleving om iets van de religie te kunnen reconstrueren, om de krijgskunst te begrijpen, om het nomadische jaarritme te doorgronden en om te weten dat de rollen van man en vrouw vloeiend waren. (De Grieken meenden dat de Amazones leefden bij de Skythen.)

Portret van een krijger (Nationaal Museum, Tasjkent)

Clusteren en herclusteren

Het idee dat er, ondanks golven van seizoensmigratie, hele volksverhuizingen plaatsvonden op de Euraziatische steppe, is sinds kort redelijk onderbouwd: DNA-onderzoek waarop een van de vaste lezers van deze blog me attendeerde, toont dat er in de periode tussen 750 en 200 v.Chr. een toename is van oostelijke haplogroepen. Dat sluit vanzelfsprekend niet uit dat nomaden die al door het gebied zwierven, zich met die immigranten hebben vermengd. Zo zijn de steppenomaden altijd geweest: groepen clusterden, vielen uiteen en herclusterden. Als modieuze onderwerpen als DNA en gender ook belangrijke en relevante onderwerpen zijn, zou een boek over de Skythen eindeloos boeiend moet zijn. Het lukt Cunliffe echter niet werkelijk.

[Wordt vervolgd]

#Alanen #Avaren #BarryCunliffe #gender #griffioen #Hunnen #Kazachstan #Khazaren #Kimmeriërs #Kozakken #Magyaren #Manchurije #Mongolen #nomadisme #Oekraïne #Oezbeken #Oezbekistan #Rusland #Sarmaten #Skythen #Tataren #transhumance #verweiding
Van #kat en #gans tot #griffioen, #doghond en #zeehond (walvis?). Detail van de #centsprent “Voorstellingen uit het dierenrijk”, Turnhout: Glenisson en Zonen [1856-1900]. #aanwinst voor de collectie van #KB @kbnationalebibliothe[email protected]

De gouden helm van Coțofenești

De gouden helm van Coțofenești

Eigenlijk wilde ik al een hele tijd een blogje schrijven over de gouden helm van Coțofenești, die onlangs is gestolen van de Dacië-expositie in het Drents Museum in Assen, samen met enkele armbanden waarover ik al eens blogde. Het kwam echter almaar niet van dat blogje. Maar overmorgen is hier een gastblogger die naar de diefstal zal verwijzen, dus nu kan ik het niet langer uitstellen. Zomaar wat vragen die bij mij opkwamen.

Vragen

Om te beginnen: waar komt het ding nou vandaan, hoe oud is het en is het wel afkomstig uit Dacië? De laatste weken lezen we dat de helm komt uit Coțofenești, maar toen die in 2019/2020 stond opgesteld in de Dacië-expositie in Tongeren, was hij nog afkomstig uit Vărbilău. En terwijl we nu lezen dat het voorwerp stamt uit het midden van de vijfde eeuw v.Chr., dateerde het in Tongeren nog uit 425 tot 375 v.Chr.

De vraag naar de herkomst is simpel te beantwoorden. Coțofenești maakt deel uit van de gemeente Vărbilău, zo’n negentig kilometer benoorden Boekarest. De vraag naar de ouderdom is lastiger. Er is namelijk nauwelijks archeologische context. De helm is door een kind gevonden – in 1926? in 1927? in 1929? – en archeoloog Ioan Andrieșescu heeft op diens aanwijzingen de vindplaats geïdentificeerd, maar vond er alleen aardewerkfragmenten van tegen het einde van de Hallstatt-periode. Als het nou een koningsgraf was geweest, dan lagen er bijvoorbeeld munten of geïmporteerd Grieks aardewerk. Dat zou dateerbaar zijn geweest.

Waarmee we komen bij de vraag of de helm wel Dacisch is. De Assense tentoonstelling heet Dacia. Rijk van goud en zilver, maar dat is een tikje misleidend. De regio was vanouds bewoond door de Thracische groep die we aanduiden als Geten. Daar kwamen vanaf de zesde eeuw v.Chr. Skythen bij en in de vierde eeuw v.Chr. Kelten. De Hallstatt-cultuur kun je opvatten als voor- of vroeg-Keltisch. Dus we hebben een gouden helm uit een cultureel pluriforme regio met voor-Keltische of vroeg-Keltische invloeden. Scherper krijgen we het niet; vandaar de wat wisselende datering. Vandaar de vraag of het wel Dacisch is, want de Daciërs verschijnen pas later op het toneel.

In de vroege tweede eeuw v.Chr. voltrok zich in Centraal-Roemenië een proces van staatsvorming. De Keltische elite verdwijnt en een nieuwe elite ontstaat. Nu duikt ook het woord “Daciërs” op, voor zover ik weet voor het eerst bij Pompeius Trogus, die de Daciërs presenteert als afstammelingen van de Geten.noot Pompeius Trogus, Geschiedenis 32.4. De vraag of je de gouden helm van Coțofenești als Dacisch mag aanduiden, is dus gerechtvaardigd. Het voorwerp behoort bij een eerdere cultuurfase.noot Het museum in Assen gebruikt in de online-uitleg en op het expositiebordje het woord Dacisch dan ook niet.

Wat is het?

De hamvraag is natuurlijk wat het is. Welke Hallstatter heeft z’n gouden helm laten liggen? Of beter: helm van electrum, want het is geen zuiver goud, maar een alliage van goud en zilver.

De afbeeldingen passen in de “animal style”, de gedeelde kunst van zo’n beetje alle antieke volken tussen de Hongaarse poesta en Manchurije. Van de Skythen tot de Avaren hebben edelsmeden roofdieren en dergelijke afgebeeld.

Sfinxen en gevleugelde griffioenen

Dat blijkt het duidelijkst op het achterhoofd van de gouden helm, waar we onderaan drie gevleugelde, paardachtige wezens zien, waarvan er twee een dierenpoot in de bek hebben. Daarboven zitten vier aapachtige, gevleugelde wezens. De onderste drie heten gewoonlijk griffioenen en de apen heten vier sfinxen, maar ik ben er niet zo zeker van of we met die namen de wezens niet te veel beschrijven met een Grieks vocabulaire en daardoor het eigene miskennen.

Het slachten van een ram

Op de wangen zijn twee mannen afgebeeld die op het punt staan met een dolk een ram te doden. Men vergelijkt ze wel met de stierendodersscènes (tauroktonieën) uit de mysteriën van Mithras, maar (a) een stier is geen ram, (b) er zit een half millennium tussen deze soorten afbeeldingen, en (c) wie een ram slacht, doet het sowieso in deze houding. Dat heb ik althans in Iran zo gezien. Kortom, mithraïsche parallellen lijken me vergezocht.

De gouden helm van Coțofenești

Op het voorhoofd van de helm zijn twee ogen afgebeeld. Zoiets geldt in de hele antieke Oudheid als kwaadafwerend: denk aan het oog op de boeg van een Fenicisch of Grieks schip, denk aan de turquoise amuletten van de Assyriërs, denk aan de blauwe kralen die je tegenwoordig in Griekenland en het Midden-Oosten ziet. Het kan natuurlijk ook zijn dat de drager van de helm wilde aangeven dat hij dubbel zo goed zag.

Boven de ogen zitten mooie noppen. De punt van de helm is verloren, zodat we niet weten of er nog iets bovenaan stond. Er zijn verder nog wat rozetten, driehoeken en spiralen: normale vlakvulling.

Eén ding is zeker: wie een kleine kilo goud op z’n hoofd kon dragen, was een voornaam persoon. Verder weten we niks. Het is een intrigerend voorwerp dat we wel kunnen beschrijven maar niet kunnen begrijpen. Was de drager een koning, een priester? Of iemand die als een ram gedood zou worden, waarna zijn ledematen voor de vogels werden geworpen? We hebben weer eens geen idee, het is immers oudheidkunde.

Vergunningen

Tot slot: ik las dat de directeur van het Nationaal Museum in Boekarest was ontslagen, omdat hij een bruikleencontract met het Drents Museum zou hebben gesloten zonder toestemming van de Roemeense regering.

Maar weet je: die helm is al jaren op weg. We hebben de helm van Coțofenești al in 2019/2020 in de Lage Landen gezien, in 2021 was het voorwerp in Madrid en vorig jaar in Rome. Ik sluit allerminst uit dat het Roemeense ministerie van Cultuur toestemming heeft verleend voor de reizende expositie, en dat men, nu het opportuun is een Barbertje op te hangen, vindt dat voor elke expositie apart een vergunning gevraagd had moeten zijn.

Tot hier en niet verder. Overmorgen nog een gestolen helm, en nog meer Balkan.

[Dit was het 482e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#AnimalStyle #Assen #Dacië #diefstal #DrentsMuseum #Geten #goudenHelmVanCoțofenești #griffioen #Hallstatt #helm #IoanAndrieșescu #Skythen #tauroktonie #Tongeren