Numidië

Timgad, een van de voornaamste Romeinse steden in Numidië

De Numidiërs waren de mensen die woonden in het gebied ten westen van Karthago. Er waren twee regio’s, bewoond door de Massyliërs in het noordoosten van het huidige Algerije en de Masaeisyliërs in het noordwesten. Ik weet er vrijwel niets van. Daarom zit ik, tegen de tijd dat u dit leest, in het vliegtuig naar Tunis, van waaruit ik Karthago wil bezoeken om daarna richting Algiers te reizen. Daar hoop ik ten tijde van de verkiezingen te zijn, dus wie weet wat we gaan beleven.

Om de waarheid te zeggen heeft mijn reis iets van een vlucht. Ik heb twee krankzinnig drukke maanden achter de rug. Ik werk aan een boek. Mijn vorige boek is donderdag gepresenteerd. Mijn huis wordt verbouwd – ze zijn er al anderhalf jaar mee bezig – en de rust die ik zoek, wordt me juist daar waar je denkt jezelf te kunnen zijn, het luidruchtigst ontnomen. Afgelopen woensdag, nadat ik ook onverwacht een nieuwe computer had moeten kopen en installeren, bedacht ik dat ik behoefte had aan vakantie; dat heb ik niet vaak en komt schokkend snel nadat ik verfrist terug was gekomen van mijn schrijfzomer in Gemmenich. Kortom, ik ga op reis om, door iets nieuws te leren, de accu op te laden.

Het land

Het Numidische landschap bestaat, zo begrijp ik, uit een kuststrook met daarin de havens van Caesarea (het moderne Cherchell), Tipasa, Icosium (Algiers) en Hippo Regius (Annaba). Daarachter beginnen de hooglanden van Numidië. Wie vanuit de havensteden het land intrekt, steekt eerst een oostelijke uitloper van de Tell Atlas over, bereikt daarna de golvende, steppeachtige vlakte die nu de “Hautes Plaines” wordt genoemd, en steekt vervolgens de Sahara-Atlas over om te eindigen bij de zandwoestijn, de Grand Erg. In het oosten sluiten de twee uitlopers van de Atlas zich in het berglandschap dat Aurès heet. Net ten oosten van de Tunesische grens werd bij Chimtou het beroemde giallo antico gewonnen dat je in alle delen van de oude wereld wel vindt.

Numidische goden, Chimtou

Ik heb begrepen dat het gebied vrij vruchtbaar is. Dat de Numidiërs voornamelijk zwervende herders zouden zijn geweest, is een misverstand gebaseerd op het feit dat hun naam lijkt op het Griekse woord νομάδες, dat verwijst naar herdersstammen. Die waren er zeker. Ze hadden hutten op wielen die ze mapalia noemden. Maar de meeste mensen waren sedentair, zoals Herodotos al correct vermeldt.

De Numidische kusten werden voor het eerst verkend door de Feniciërs, die hier verschillende kolonies stichtten, zoals Iol en Hippo Regius. Hier handelden ze met de mensen in het binnenland.

Numidisch koningsgraf te Médracen, niet ver van Batna

De vorsten van Numidië

De twee genoemde politieke eenheden, de Massyliërs in het oosten en de Masaeisyliërs richting Marokko, zijn gedocumenteerd vanaf de derde eeuw v.Chr. Beide groepen leverden cavalerie, die bijvoorbeeld tijdens de Tweede Punische Oorlog meevocht in het leger van Hannibal (218-202). De Karthaagse bondgenoot Syfax was in die tijd leider van de Masaeisyliërs; zijn rivaal was de Romeinse bondgenoot Massinissa van de Massyliërs. Deze profiteerde van zijn bondgenootschap met Rome en veroverde na de Tweede Punische oorlog de steden SabrathaOea en Lepcis Magna in het huidige Libië.

Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Massinissa stierf in 148 v.Chr., kort voordat de Romeinen Karthago veroverden en het huidige Tunesië annexeerden. De Massylische koning werd opgevolgd door zijn zonen Mikipsa, Gulussa en Mastanabal en later door Jugurtha (r.118-104). De laatste werd verslagen door de Romeinse generaal Marius, waarna delen van zijn koninkrijk werden toegevoegd aan het Romeinse rijk. In 46 v.Chr. voegde Julius Caesar meer Massyliaans gebied toe aan het Romeinse Rijk. De Masaeisylische Numidiërs verloren hun onafhankelijkheid pas later en werden opgenomen in de provincie Mauretanië.

Romeinse provincie

Het Derde Legioen Augusta, aanvankelijk gevestigd in Tebessa (tegenwoordig Theveste), zou de grens verdedigen. Het werd later overgeplaatst naar Lambaesis (bij Batna). Even verderop lag de nieuwe stad Thamugadi (Timgad). Ik hoor dat dit een schitterende plak is om te bezoeken, werelderfgoed zelfs, dus ik kijk ernaar uit.

Hoewel we niet beschikken over antieke Numidische literatuur, kennen we de namen van verschillende goden. In Cirta (het huidige Constantine) is bijvoorbeeld een heiligdom opgegraven van Baal-Hammon, de heer van de Onderwereld. Ik blogde er al over. Onder de Numidische goden waren ook Aulisua, Iocolon en Motmanius, bekend van inscripties maar wel wat schimmig.

Lambaesis, Romeinse legioenbasis

De Romeinse auteur Cassius Dio verwijst naar religieuze bezweringen en betoveringen, waardoor de Numidiërs regen zouden hebben laten vallen. Soortgelijke bezweringen worden genoemd door Herodotos. Dit was de wereld waarin de christelijke auteur Augustinus leefde (354-430). Hij is geboren in Thagaste en eindigde als bisschop van Hippo Regius. Ik ben erg benieuwd wat we de komende twee weken zullen meemaken.

#Algiers #Annaba #Augustinus #Cherchell #Chimtou #ChristianJongeneel #Cirta #Constantine #GaiusMarius #Gulussa #Hannibal #HerodotosVanHalikarnassos #HippoRegius #Icosium #IIIAugusta #IolCaesarea #Jugurtha #JuliusCaesar #Lambaesis #LepcisMagna #Masaeisyliërs #Massinissa #Massyliërs #Mastanabal #MauretaniaCaesariensis #Medracen #Mikipsa #Sabratha #Syfax #Thagaste #Thamugadi #Timgad #Tipasa

De Grote Rotterdamse Roman

Ik hou van havensteden: Palermo, Iskenderun, Hamburg, Istanbul, Napels, Antwerpen, Thessaloniki, Pula, Sidon… de hele wereld spoelt er aan. Zeg “havenstad” en je hebt het over kosmopolitisme, met alle mooie en lelijke kanten. Dat geldt ook voor Rotterdam: een stad vol mooie moderne architectuur (om een droevige reden), multicultureel, met de grootstedelijke problematiek én de grootstedelijke vrijheid van een wereldhaven. Een stad met humor ook: het is waar ik ooit, kort na de beruchte uitspraak van Geert Wilders, een Marokkaanse marktkoopman hoorde roepen “Marokkaanse sinaasappels, willen jullie meer of minder?!”

Rotterdam treft me steeds opnieuw als de stad waar in Nederland de tegenstellingen het scherpst zijn. Dat maakt het boeiend. Christian Jongeneel, met wie ik aan het Weena weleens een biertje heb gedronken, moet hebben geweten dat hij goud in handen had toen hij zijn stad maakte tot hoofdpersonage van zijn debuutroman Magda is overal. Voeg toe dat Jongeneel als journalist een geroutineerd schrijver is – dit pamflet is viral gegaan – en u weet dat Magda is overal niet mislukken kon.

Het boek begint in Rotterdam, maar met een gebeurtenis in New York: de terroristische aanval op het World Trade Center. De twaalf voorafgaande jaren was het Westen ongebreideld optimistisch geweest: ik herinner me The Lexus and the Olive Tree van Thomas Friedman, waarin globalisering en vrede hand in hand gingen. Een wereld waarin je kon zijn wie je wilde, je eigen identiteit kon vormen: de Imaginary Homelands van Salman Rushdie. De familie Singh die in Magda is overal centraal staat, is er letterlijk de belichaming van: alle verenigde naties zijn vertegenwoordigd.

Hij was een Fries, een Sikh, een Surinamer, een immigrant, een journalist, een natuurkundige, wat maar in hem opkwam. Dat deed ik ook. Ik was een joodse moslim, of een islamitische Jood, of gewoon een Rotterdammer met een grote neus.

Dit is de stad waar supermodel Magda carrière begint te maken. Ze heeft al snel de wereld aan haar voeten en weet uit iedereen het beste boven te halen omdat iedereen zijn of haar verlangens in haar ziet belichaamd. Haar avonturen kwamen op mij wat overdreven over en ik meende aanvankelijk dat Magda een allegorie was voor de liberale droom, waarin immers ook iedereen het zijne zag. In het derde deel van het boek bleek Magda geen allegorie te zijn, maar een groot deel van de roman gaat wel degelijk over de bevrijdende kant van de globalisering.

Dat blijkt ook in het tweede deel, waarin we een eeuw terug gaan, naar een Rotterdam waarin de multiculturele samenleving begint te ontstaan: een gelovige, net iets te naïeve Fries uit Bolsward trouwt met een Chinese uit Surakarta. Ze zijn een van de gezinnen waardoor in de twintigste eeuw de middenklasse begon te groeien en in die zin heel normaal, maar tegelijk is een gemengd huwelijk dan nog ongebruikelijk: ze zijn echter “simpelweg de eersten die de nieuwe tijd verwelkomen.”

Niet dat de culturele verschillen geen problemen veroorzaakten, maar je kon dromen dat die verschillen weg zouden gaan. Zeker als de Fries-Chinese dochter in Suriname komt en op haar beurt een cultuuroverstijgend huwelijk sluit met een Hindoestaan (overigens Jongeneels enige personage dat niet uit de verf komt). Het is het paradijs niet, maar het geschetste dorpje is een inclusieve samenleving, waarin de roomse priester niet te beroerd is een protestantse dienst te leiden met hindoestaanse en islamitische elementen. Want waarom ook niet?

Zoals bekend sloeg de gebeurtenis in New York de illusie van een bevrijdend kosmopolitisme aan duigen: traditionele ideeën bleken, op een nogal onaangename manier, vitaler dan de globalisten hadden gedacht. Dat geldt ook voor onze Rotterdamse familie, waarin hoofdpersoon Dede Singh begint te sympathiseren met het islamitische fundamentalisme. Radicalisering, zoals dat tegenwoordig heet. Niet dat hij veel weet van die islam: als hij agressief is, is het niet om dat geloof te verbreiden of de Grote dan wel Kleine Satan te bestrijden, maar omdat mensen verkeerd naar zijn zuster Magda hebben gekeken. Dede representeert minder het moslimfundamentalisme dan een ontspoorde tweede generatie. Eigenlijk heel Nederlands.

Zo is de wereld in feite één groot Rotterdam, met zijn scherpe tegenstellingen. Het is een beetje zoals Schrödingers Kat, die in Magda is overal verschillende keren voorbij komt: de multicultureel wordende wereld kan twee kanten op groeien – bevrijdend of in permanente crisis – en we weten nog niet wat het zal worden. “Wat als de hele wereld uit vreemdelingen bestaat?”, zoals een van Jongeneels personages overdenkt.

Ik zou Magda is overal tekortdoen als ik het typeerde als ideeënroman.  Jongeneel heeft althans meer willen doen, heeft zijn personages met veel liefde uitgewerkt en heeft de diverse steden mooi beschreven. Ook schrijft hij heel poëtisch (“De winter legde aan.”), zonder dat het krullendraaierij wordt. Ik heb in tijden niet zo’n fijn boek gelezen: over Rotterdam, over de Nederlandse koloniën, over de wereld, over onzekerheid, over religie, maar vooral over mensen, met al hun mooie en lelijke kanten. Aanrader.

#ChristianJongeneel #MagdaIsOveral #roman #Rotterdam