Bovendien, we waren het alweer bijna vergeten, stikstof is een kwestie van cumulatie: het telt op, zoals in deze grafiek. Natuurkwaliteit loopt ook nog eens achter. Toen de #depositie piekte, vlogen er nog moerasparelmoervlinders in Nieuwkoop. Die zijn nu verdwenen. Onder andere door #stikstof.

De beelden uit Ain Ghazal

Gezicht van een beeld uit Ain Ghazal

Wie Amman, de hoofdstad van Jordanië, over de grote weg vanuit het noordoosten binnenrijdt, rijdt dwars door de Neolithische vindplaats Ain Ghazal (“de bron van de gazelle”). Deze site is dan ook ontdekt bij het aanleggen van die weg. De bouwers hadden al aanzienlijke schade aangericht toen ze begrepen dat ze boven een archeologische vindplaats aan het werk waren, en onderbraken hun werkzaamheden. Vanaf 1974 is de site gedurende een kwart eeuw onderzocht.

Neolithisering

Dat er dus al met zwaar materieel gewerkt was, had één voordeel: de stratigrafie was van begin af aan duidelijk. Eén van de eerste constateringen was dat de oudste lagen behoorden tot het zogeheten Prekeramisch Neolithicum.

Achter deze jargonterm gaat een belangrijk inzicht schuil. Aanvankelijk dachten prehistorici dat het Neolithicum begon met drie samenhangende uitvindingen: landbouw, sedentair leven en aardewerk. Later bleek die samenhang niet zó noodzakelijk: zo waren in Egypte de eerste landbouwers niet sedentair – boeren zonder boerderijen. Elders in de Levant, zoals in Jericho, documenteerden allerlei opgravingen landbouw zonder aardewerk: een Prekeramisch Neolithicum dus. De tijd van neolithisering (om er nog eens een andere jargonterm tegenaan te gooien) duurde vanaf pakweg 9.700 v.Chr., het einde van de laatste ijstijd, tot een klimaatcrisis ongeveer 6300 v.Chr. Geologen noemen deze periode het Greenlandiaan – ik schreef er al eens over.

Ain Ghazal

Ain Ghazal

Dankzij betere dateringsmethoden kunnen archeologen inmiddels allerlei subfasen onderscheiden. Die hebben fantasierijke namen als Midden-Prekeramisch Neolithicum B. In die tijd, tussen 7200 en 6600 v.Chr., ontstond ook Ain Ghazal, waar men dus al deed aan akkerbouw. Ten tijde van de klimaatcrisis was de nederzetting uitgegroeid tot een stadje van ruim 2000 inwoners.

Door de klimaatomslag en uitputting van de bodem raakt Ain Ghazal echter in verval, zodat men, ongeveer tegelijk met de introductie van het aardewerk, overschakelde op veeteelt. De plek werd zo rond 5200 v.Chr. eigenlijk alleen nog bezocht door nomaden. Het stadje had twee millennia bestaan.

Oeroude sculptuur

In de jaren tachtig zijn in Ain Ghazal in twee putten een stuk of dertig standbeelden gevonden, waarvoor ik zo snel geen parallellen ken. Ze dateren uit het millennium tussen 7200 en 6200 v.Chr., zijn ongeveer half zo groot als echte mensen en zijn nogal plat – ik denk zo’n tien tot vijftien centimeter dik. Het zijn mannen en vrouwen, en eigenlijk zijn alleen de gezichten een beetje gedetailleerd weergegeven. Met bitumen zijn de ogen getekend; bovenop lijken deze beelden een pruik te hebben gedragen.

Een van de beelden uit Ain Ghazal (Louvre, Parijs)

De beelden zijn gevormd door eerst een skelet te maken van riet en dat vervolgens met gips te bestrijken. Deze methode is niet heel gangbaar, want het resultaat is een beeld dat weliswaar waterafstotend is maar erg kwetsbaar. Vermoedelijk zijn de beelden dan ook niet gemaakt om te worden opgericht, maar om meteen te worden begraven. Zoiets heet een depositie.

Waarom deed men zoiets? Wie een stuk of wat beelden vervaardigt en begraaft, zal daar redenen voor hebben die we – de Eerste Hoofdwet van de Archeologie zijnde de Eerste Hoofdwet van de Archeologie – gemakshalve maar religieus zullen noemen. Dat moet iets eenmaligs zijn geweest, want anders vonden archeologen wel meer putten waarin dit soort beelden waren bijgezet.

Vragen te over

Twee eeuwen later werd het ritueel herhaald. Wat ik niet snap, is hoe de bewoners van Ain Ghazal zich hebben herinnerd wat men zeven, acht generaties eerder had gedaan. Waren er depositie-specialisten die wisten hoe zo’n beeldenput moest worden gemaakt, en deden ze dat vaker? Waar zijn dan de andere putten? Of gaf men mondeling door hoe het moest en realiseerde men zich na twee eeuwen dat het moment was aangebroken om het oude ritueel te herhalen? Of kloppen de dateringen niet en zijn de twee putten ruwweg gelijktijdig, binnen één generatie?

Tweehoofdig beeld uit Ain Ghazal (Jordan Museum, Amman)

En dan is er nog iets. De meeste beelden tonen het hele lichaam, maar er zijn ook losse hoofden gevonden. Zoals gezegd: het deel van het lichaam dat het meest was uitgewerkt. Het is echter ook het deel van het lichaam dat de bewoners van Ain Ghazal bij een uitvaart nogal eens los sneden en apart begroeven. Dit gebruik kennen we ook uit andere plaatsen, zoals Jericho. Het hoofd had – en heel onbegrijpelijk is dat niet – blijkbaar een speciale status. Is er een verband met de beelden die twee hoofden hebben? Ook die heb ik elders gezien, overigens. Informed guess: dit kan te maken hebben met de verering van voorouders. Maar het blijft een gok.

Tot slot: de gipssculptuur uit Ain Ghazal golden als de oudst bekende standbeelden, tot in Sanli Urfa dat wonderlijke stenen beeld van een masturberende man opdook.

[Dit was het 489e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#aardewerk #AinGhazal #akkerbouw #Amman #depositie #EersteHoofdwetVanDeArcheologie #Jordanië #neolithisering #PrekeramischNeolithicum #sculptuur #veeteelt

Een depositie uit Bronstijd-Drenthe

Depositie uit de Bronstijd uit Roswinkel (Drents Museum, Assen)

Ik was al een paar weken niet in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden geweest. Vandaag was ik er weer eens. Het was druk maar prettig. De vernieuwde afdeling over het antieke Nabije Oosten is mooi geworden, heel helder, met opvallend veel kleitabletten. Ik blijf hopen dat ’ie nog eens wordt vergroot. Er is ook een kleine en véél te brave expositie in de reeks Collectie|Reflectie, gewijd aan verzamelaars die voorwerpen hebben nagelaten aan het museum zonder te weten waar ze zijn gevonden. De vorige expositie was ook al zoutloos; de uitleg dit keer is zelfs zó braaf dat het gênant is.

Maar daar kwam ik niet voor. Ik was er voor de Bronstijdexpositie, die ik pas één keer had bezocht. Hierboven een stukje turf met daarop een snoertje met kralen van barnsteen, een kam van hoorn en een stukje brons, dat een fragment van een bijl kan zijn. Het verzamelinkje is gevonden in de buurt van Ter Apel, in de richting van Emmen, bij Roswinkel. Iemand heeft het gebonden in een lapje leer en in het veen achtergelaten, ergens tussen 1800 en 1500 v.Chr., en een turfsteker heeft het vele eeuwen later teruggevonden. Het behoort nu bij de collectie van het Drents Museum in Assen.

Van dit soort vondsten gaan er dertien en wellicht zelfs veertien in een dozijn. De toelichting verraste en boeide me echter. Archeologen turfstekers treffen dit soort verzamelingen vooral aan in het veen, meestal op plekken waar vroeger een ven is geweest. Juist in deze fase van de Bronstijd groeide in Drenthe het veen sterk aan, een proces waar de mensen zich bewust van moeten zijn geweest, zó snel ging het. Dit klinkt misschien wat ongeloofwaardig, maar mensen realiseerden zich ook als het veen inklonk, dus waarom zouden ze zich niet bewust zijn geweest van de groei van de veenkussens? Bovendien verdwenen zo weiden en akkers. En om die reden, zo opperen de archeologen, liet men verzamelingen kostbaarheden achter.

Een depositie, in vaktermen. Een offer voor de goden, misschien om het veen op afstand te houden en de velden te beschermen. Of om een andere, niet meer te achterhalen reden.

Wat ik maar zeggen wilde: de Bronstijdexpositie is de moeite en een tweede bezoek waard. U moet wel opschieten, want zondag is de laatste dag.

[Dit was het 485e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Bronstijd #depositie #Drenthe #hoogveen #RijksmuseumVanOudheden #veen

Faits divers (29): ontdekkingen

Decius (Capitolijnse Musea, Rome)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer zomaar wat oudheidkundige ontdekkingen.

***

Wapenoffer

Eerst maar eens een gewone ontdekking: een Germaanse wapenvondst bij Hedensted, dat u aan de oostkant van Jutland moet zoeken, iets ten noordwesten van Funen. De Germanen hadden in de eerste eeuwen van onze jaartelling de gewoonte zo nu en dan enorme aantallen militaire objecten in moerassen te werpen. Ze zijn vooral bekend uit Denemarken en het zuiden van Zweden. Archeologen nemen aan dat het krijgsbuit was, omdat ook de menselijke resten weleens worden gevonden. Bij de depositie die bij Hedensted is gevonden, behoort een kostbaar pantserhemd.

Ik heb niet de indruk dat we nu ons beeld van de Germaanse samenleving moeten veranderen. De geschiedenisboekjes hoeven niet herschreven te worden. Het is geen unieke vondst. En Hedensted is ook het Pompeii van Jutland niet. Het is gewoon een vondst, niet meer, niet minder. Maar wel een vondst uit categorie waar ik niet al te veel over schrijf. Dus vandaar.

Damnatio memoriae

Dan: een ontdekking van lang, lang geleden. Uit 1990, om precies te zijn. Het gaat om een Latijnse inscriptie die is aangetroffen in het badhuis van het Romeinse fort te Cherson op de Krim. De tekst, die bekendstaat als EDCS-03000793, is gedateerd in het tweede consulaat van keizer Decius (berucht van een christenvervolging die niet was wat ze lijkt) ofwel het jaar 250 na Chr. Het grappige is nu dat er sprake is van een damnatio memoriae, terwijl deze keizer nu net onder de goden is opgenomen. De ontdekkers opperen dat de steenhouwer die de inscriptie vervaardigde, zelf alvast maar de naam doorkraste, omdat dit bij de meeste van Decius’ voorgangers ook was gebeurd. Een proactieve damnatio dus. Meer informatie hier.

Straalstroom

Dan is er nog een ontdekking die nog niet is gedaan, maar binnen handbereik komt. De Belgische dendroklimatologe Valerie Trouet, over wie ik het eerder heb gehad, is erin geslaagd om voor de afgelopen zeven eeuwen te documenteren hoe de straalstroom verschoof. Simpel samengevat: als de straalstroom zich op hoge breedten bevindt, is het nat en koel op de Britse eilanden en is het droog en warm in zuidelijk en oostelijk Europa. Zoiets kan Trouet afleiden uit jaarringen. Dit correspondeert met bosbranden, mislukte oogsten en hogere graanprijzen in het zuiden, en met ziektes in Britannië. Bevond de straalstroom zich zuidelijker, dan verspreidden ziektes zich op het Continent. Meer informatie hier.

Onderzoekers hebben nu dus de dendroklimatologische signatuur te pakken voor een reeks maatschappelijke verschijnselen. Het is gewoon wachten tot soortgelijke conclusies gaan komen over de Volle Middeleeuwen, de Late Oudheid, de Romeinse tijd en nog dieper naar het verleden.

Koning Salomo

Dan een ontdekking die ik niet snap. In Turkije is een laatantiek Romeins amulet gevonden met een afbeelding van een drakendoder. Daarvan gaan er dertien in een dozijn en meestal zeggen archeologen dan dat het bijvoorbeeld Sint-Theodoros is. Nu noemen ze het koning Salomo. De webpagina noemt voor die identificatie geen argumenten; de onderliggende Turkse pagina evenmin. Wel worden op het amulet aartsengelen genoemd, maar dat zegt nog niet dat de afgebeelde drakendoder koning Salomo is. Ook de mensen met wie ik erover sprak op Facebook, weten het niet.

Ik sluit niet uit dat het gewoon Sint-Theodoros is. Anders gezegd: een gevalletje oudheidkundige standaardoverdrijving. Zie ook dit bericht, met een paar tekens op een zegeltje, die meteen worden gehypet alsof de geschiedenis van ons schrift heel anders is dan gedacht. Misschien waar. Misschien ook niet. Wat ik maar zeggen wil: niet alle oudheidkundige ontdekkingen zijn ontdekkingen.

#Cherson #damnatioMemoriae #Decius #dendroklimatologie #Denemarken #depositie #drakendoder #FaitsDivers #Hedensted #inscriptie #koningSalomo #Krim #SintTheodoros #straalstroom #ValerieTrouet

The Weapon Sacrifice at Løsning Søndermark - vejlemuseerne.dk

At the same time as the weapon offering from Løsning Søndermark was included on the Danish Agency for Culture and Palaces’ list of this year’s finds, we can now reveal that the discovery is even more sensational than first assumed: Alongside the many weapons and the unique chainmail, parts of a Roman helmet have also been found.

vejlemuseerne.dk

Herkomst #verzurende #depositie (neerslag) over 2022
publicatie datum: 16 februari 2024
Verzuring en vermesting in Nederland

Ongeveer 68% van de verzurende depositie in Nederland is afkomstig van #Nederlandse #bronnen. De Nederlandse landbouw levert daarbij een bijdrage van 48% en 32% van verzurende depositie uit bekende bronnen komt uit het buitenland.

#betrouwbarebron #officielecijfers

https://www.clo.nl/indicatoren/nl017918-herkomst-verzurende-depositie-2022

Herkomst verzurende depositie, 2022

Ongeveer 68% van de verzurende depositie in Nederland is afkomstig van Nederlandse bronnen. De Nederlandse landbouw levert daarbij een bijdrage van 48% en 32% van verzurende depositie uit bekende bronnen komt uit het buitenland.

Compendium voor de Leefomgeving