Çatalhöyük

Reconstructie van een huis uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Ik ben er twee keer in de buurt geweest, maar steeds op weg naar iets anders: Çatalhöyük, een van de beroemdste archeologische opgravingen ter wereld. Het is een tell: een plek waar mensen lange tijd hebben gewoond, steeds op de resten van een eerdere nederzetting. Het klassieke voorbeeld is Troje, waar archeologen vele tientallen bewoningslagen boven elkaar hebben gevonden. Steeds als zo’n nederzetting was verwoest, keerden mensen terug om er nieuwe woningen te bouwen. Aangezien niemand voor z’n plezier op ’n ruïne of tussen de geblakerde resten van een oude boerderij gaat wonen, moet er een reden zijn, en inderdaad liggen de meeste tells op vruchtbare gronden, bij een handelsweg of allebei. En als die heuvel maar hoog genoeg was, was ze om een extra reden interessant: zo’n plek was veilig.

Çatalhöyük

De tell van Çatalhöyük, bewoond tussen pakweg 7100 en 5700 v.Chr., was uiteindelijk tweeëntwintig meter hoog. In zijn boek Dageraad, waarover ik het al had, schrijft Johan Hendriks: zeventien meter, en wellicht is dat waar, ik weet het niet, ik ben er immers niet geweest. Feit is: er zijn achttien bewoningslagen, en in de oudste fase bestond de nederzetting uit zo’n tweehonderd woonhuizen. Men had 9000 jaar geleden de deur nog niet uitgevonden, dus je moest vanaf het dak met een ladder in je woonst afdalen. Hierboven ziet u zo’n huis: een haard, wat lage banken langs de beschilderde muren, soms een opslagkamertje, en een decoratie van dierenschedels en -klauwen.

Moedergodin? (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Men verbouwde gerst en tarwe, en men maakte, zoals ik al eens beschreef, een vroege vorm van brood. Ook kenden de bewoners van Çatalhöyük de teelt van erwten, amandelen en pistache, alsmede diverse soorten fruit. De van everzwijnentanden vervaardigde vishaakjes documenteren zowel jacht als visserij. Het schaap was al gedomesticeerd, schelpen bewijzen handelscontacten met de kust en – heel interessant – er zijn zegels van klei: het was in Çatalhöyük blijkbaar noodzakelijk het bezit van individuen of groepen af te bakenen. De deur kenden ze nog niet, maar het eigendom was uitgevonden.

Religie?

In een volgende fase, die zo rond 6400 v.Chr. begint en samenvalt met het begin van het tijdvak dat klimatologen Greenlandiaan noemen, vinden we beeldjes, zoals het beroemde sculptuurtje van een vrouw op een troon. Omdat ze wordt geflankeerd door wilde dieren, is een verband gelegd met de latere Anatolische moedergodinnen, zoals Kybele, die eveneens zo wordt afgebeeld. Van Neolithicum naar IJzertijd is echter nogal een sprong, dus ik voor mij zou zo’n millennia overspannende continuïteit niet zomaar aannemen. Misschien is zo’n beeldje inderdaad religieus te duiden, maar Hendriks wijst er terecht op dat er geen aanwijzingen zijn voor een cultus met priesters.

Toch: in ruwweg dezelfde tijd vinden we ook in Ain Ghazal (niet ver van Amman in Jordanië) aanwijzingen voor ideeën die wij als religieus zouden bestempelen. Men maakte gipsen beelden, waarover ik al eens eerder schreef, die mogelijk overleden voorouders voorstelden.

Muurschildering uit Çatalhöyük (Museum voor Anatolische Beschavingen, Ankara)

Was die vrouw op die troon, waren die gipsen beelden uitingen van religie? Dat is een kwestie van definitie. Het probleem is feitelijk dat er geen antiek equivalent is voor wat wij religie noemen; er was geen scherpe grens tussen natuurlijk en bovennatuurlijk, om de doodeenvoudige reden dat men geen natuurwetten kende, en dus niet kon aangeven wat de natuurlijke gang van zaken was en wat bovennatuurlijk was. Er was feitelijk geen aspect van het leven dat niet religieus was, en dat betekent dat we voorzichtig moeten zijn als we bijvoorbeeld een muurschildering of beeldje interpreteren als religieus. Daarmee introduceren we onze notie dat zoiets anders was dan het alledaagse, terwijl het dat nou net niet was.

Çatalhöyük en Ain Ghazal raakten overigens tegelijkertijd in verval, zo rond 6000, met daarna nog een diminuendo. Archeologen houden het er in beide gevallen op dat de bodem uitgeput was.

Sculptuur uit Çatalhöyük en Ain Ghazal.

Tot slot

Nog twee afrondende opmerkingen. Çatalhöyük is werelderfgoed, maar ook al is deze prehistorische site inderdaad heel belangrijk, de term is inmiddels wel heel erg gedevalueerd. Met plaatsen als de Notre-Dame in Parijs en de moskee van Córdoba behoudt elke bezoeker een levenslange, vertrouwelijke band; iedereen die de Notre-Dame ooit bezocht, was geschokt door de brand. Zulke monumenten mogen met recht wereldwijd erfgoed heten. Later op de werelderfgoedlijst geplaatste zaken roepen echter minder sterke sentimenten op, en in die zin is wat ooit een goed idee was, zijn doel overschoten.

Tweede opmerking: ik ken Johan Hendriks helemaal niet, dus ik schrijf over zijn boek omdat ik het de moeite waard vind, en niet (zoals iemand insinueerde) omdat ik een vriend een zetje in de rug wil geven. Maar hij is vanmiddag tussen 12:45 en 13:00 uur even te beluisteren op Radio 1 in een programma dat De Nieuws BV heet.

#AinGhazal #akkerbouw #Çatalhöyük #brood #handel #jacht #JohanHendriks #Kybele #moedergodin #Neolithicum #tell #Turkije #visserij #werelderfgoed

De beelden uit Ain Ghazal

Gezicht van een beeld uit Ain Ghazal

Wie Amman, de hoofdstad van Jordanië, over de grote weg vanuit het noordoosten binnenrijdt, rijdt dwars door de Neolithische vindplaats Ain Ghazal (“de bron van de gazelle”). Deze site is dan ook ontdekt bij het aanleggen van die weg. De bouwers hadden al aanzienlijke schade aangericht toen ze begrepen dat ze boven een archeologische vindplaats aan het werk waren, en onderbraken hun werkzaamheden. Vanaf 1974 is de site gedurende een kwart eeuw onderzocht.

Neolithisering

Dat er dus al met zwaar materieel gewerkt was, had één voordeel: de stratigrafie was van begin af aan duidelijk. Eén van de eerste constateringen was dat de oudste lagen behoorden tot het zogeheten Prekeramisch Neolithicum.

Achter deze jargonterm gaat een belangrijk inzicht schuil. Aanvankelijk dachten prehistorici dat het Neolithicum begon met drie samenhangende uitvindingen: landbouw, sedentair leven en aardewerk. Later bleek die samenhang niet zó noodzakelijk: zo waren in Egypte de eerste landbouwers niet sedentair – boeren zonder boerderijen. Elders in de Levant, zoals in Jericho, documenteerden allerlei opgravingen landbouw zonder aardewerk: een Prekeramisch Neolithicum dus. De tijd van neolithisering (om er nog eens een andere jargonterm tegenaan te gooien) duurde vanaf pakweg 9.700 v.Chr., het einde van de laatste ijstijd, tot een klimaatcrisis ongeveer 6300 v.Chr. Geologen noemen deze periode het Greenlandiaan – ik schreef er al eens over.

Ain Ghazal

Ain Ghazal

Dankzij betere dateringsmethoden kunnen archeologen inmiddels allerlei subfasen onderscheiden. Die hebben fantasierijke namen als Midden-Prekeramisch Neolithicum B. In die tijd, tussen 7200 en 6600 v.Chr., ontstond ook Ain Ghazal, waar men dus al deed aan akkerbouw. Ten tijde van de klimaatcrisis was de nederzetting uitgegroeid tot een stadje van ruim 2000 inwoners.

Door de klimaatomslag en uitputting van de bodem raakt Ain Ghazal echter in verval, zodat men, ongeveer tegelijk met de introductie van het aardewerk, overschakelde op veeteelt. De plek werd zo rond 5200 v.Chr. eigenlijk alleen nog bezocht door nomaden. Het stadje had twee millennia bestaan.

Oeroude sculptuur

In de jaren tachtig zijn in Ain Ghazal in twee putten een stuk of dertig standbeelden gevonden, waarvoor ik zo snel geen parallellen ken. Ze dateren uit het millennium tussen 7200 en 6200 v.Chr., zijn ongeveer half zo groot als echte mensen en zijn nogal plat – ik denk zo’n tien tot vijftien centimeter dik. Het zijn mannen en vrouwen, en eigenlijk zijn alleen de gezichten een beetje gedetailleerd weergegeven. Met bitumen zijn de ogen getekend; bovenop lijken deze beelden een pruik te hebben gedragen.

Een van de beelden uit Ain Ghazal (Louvre, Parijs)

De beelden zijn gevormd door eerst een skelet te maken van riet en dat vervolgens met gips te bestrijken. Deze methode is niet heel gangbaar, want het resultaat is een beeld dat weliswaar waterafstotend is maar erg kwetsbaar. Vermoedelijk zijn de beelden dan ook niet gemaakt om te worden opgericht, maar om meteen te worden begraven. Zoiets heet een depositie.

Waarom deed men zoiets? Wie een stuk of wat beelden vervaardigt en begraaft, zal daar redenen voor hebben die we – de Eerste Hoofdwet van de Archeologie zijnde de Eerste Hoofdwet van de Archeologie – gemakshalve maar religieus zullen noemen. Dat moet iets eenmaligs zijn geweest, want anders vonden archeologen wel meer putten waarin dit soort beelden waren bijgezet.

Vragen te over

Twee eeuwen later werd het ritueel herhaald. Wat ik niet snap, is hoe de bewoners van Ain Ghazal zich hebben herinnerd wat men zeven, acht generaties eerder had gedaan. Waren er depositie-specialisten die wisten hoe zo’n beeldenput moest worden gemaakt, en deden ze dat vaker? Waar zijn dan de andere putten? Of gaf men mondeling door hoe het moest en realiseerde men zich na twee eeuwen dat het moment was aangebroken om het oude ritueel te herhalen? Of kloppen de dateringen niet en zijn de twee putten ruwweg gelijktijdig, binnen één generatie?

Tweehoofdig beeld uit Ain Ghazal (Jordan Museum, Amman)

En dan is er nog iets. De meeste beelden tonen het hele lichaam, maar er zijn ook losse hoofden gevonden. Zoals gezegd: het deel van het lichaam dat het meest was uitgewerkt. Het is echter ook het deel van het lichaam dat de bewoners van Ain Ghazal bij een uitvaart nogal eens los sneden en apart begroeven. Dit gebruik kennen we ook uit andere plaatsen, zoals Jericho. Het hoofd had – en heel onbegrijpelijk is dat niet – blijkbaar een speciale status. Is er een verband met de beelden die twee hoofden hebben? Ook die heb ik elders gezien, overigens. Informed guess: dit kan te maken hebben met de verering van voorouders. Maar het blijft een gok.

Tot slot: de gipssculptuur uit Ain Ghazal golden als de oudst bekende standbeelden, tot in Sanli Urfa dat wonderlijke stenen beeld van een masturberende man opdook.

[Dit was het 489e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#aardewerk #AinGhazal #akkerbouw #Amman #depositie #EersteHoofdwetVanDeArcheologie #Jordanië #neolithisering #PrekeramischNeolithicum #sculptuur #veeteelt

#PrePotteryNeolithic hunters likely were aware of these properties - they did experiment with related materials, as numerous figurines (e.g. from #NevaliCori), sculptures (e.g. from #AinGhazal), even a few small vessels made of gypsum plaster (e.g. from #Karahantepe) demonstrate.
Jordanien 1: chic, cool, hip. Boomtown Amman | ReiseFreak's ReiseMagazin und ReiseBlog

Schön, dass Du hier bist. INTRO Ahlan Wa Sahlan - Als Angehörige und nicht als Fremde seid ihr gekommen und leicht sollt ihr es haben. Grundverständnis Naher Osten In einer von Konflikten zerrütteten Region gilt das Haschemitische Königreich Jordanien als überaus stabil. Mich interessiert dieser geografische Raum (Naher Osten, Arabien, Jemen, "Morgenland") schon seit langem,

Jordanien 1: chique, cool, hip. Boomtown Amman | ReiseFreak's ReiseMagazin und ReiseBlog

Schön, dass Du hier bist. INTRO Ahlan Wa Sahlan - Als Angehörige und nicht als Fremde seid ihr gekommen und leicht sollt ihr es haben. Grundverständnis Naher Osten In einer von Konflikten zerrütteten Region gilt das Haschemitische Königreich Jordanien als überaus stabil. Mich interessiert dieser geografische Raum (Naher Osten, Arabien, Jemen, "Morgenland") schon seit langem,