Jaloerse goden te slim af – de geschiedenis de baas…?

Wellicht was het Stephanus die 35 A.D. de eerste steen in de vijver van antisemitisme gooide. Had hij de ‘hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oor’ niet van de moord op zijn Messias beticht? Kajafas – hogepriester van de tempel en voorzitter van het sanhedrin dat volgens de overlevering twee jaar daarvóór verraad aan Jezus had gepleegd – laat het niet zitten bij die aantijging. Hij veroordeelt Stephanus ter dood, door steniging. Daar doen de vroege christenen vervolgens nog een onderscheidend schepje bovenop, door de ter dood gebrachte niet alleen heilig te verklaren, maar ook tot allereerste martelaar.

De door Stephanus in de vijver veroorzaakte rimpels zwellen allengs aan tot golven en worden door de eeuwen heen opgestuwd tot verslindende tsunami van hetzes, vervolgingen, verwoestingen, massacres en pogroms: in het Andalusië van de 15de eeuw worden naast Joden ook Moren met zijn tienduizenden tegelijk door Katholieke Koningen verdreven casu quo geslachtofferd. En in 1506 worden in Lissabon dan nog eens ruim duizend Sefardim – Iberische Joden – over de kling gejaagd.

Maar die aantallen vallen in het niet bij de lijdensweg van de Asjkenazim – Oost-Europese Joden – tijdens vroege Russische, Poolse en latere Odessa- en Kyiv-pogroms, en bovenal bij de vernietiging van leven op industriële schaal onder de beulen van het meedogenloze NS-regime. Geen god die een uitverkoren volk nijpender in de steek heeft gelaten dan JHWH.

Achtervolgd door wanstaltige narratieven – in de 15de eeuw mede aangezwengeld door ras-antisemiet Martin Luther –, met het sediment van eeuwen aan brute vervolging in de aderen en met gestigmatiseerd en tot in het merg gehavend DNA keren na de Holocaust drommen ontheemden, vervuld van grootse maatschappelijke, deels zelfs sociaal-anarchistische dromen, terug naar Bijbelse geboortegrond. Velen van hun hebben de verschrikkingen in kampen ternauwernood overleefd. In tal van nederzettingen en koloniën op Palestijnse bodem vinden diep getraumatiseerde zielen en hun niet minder getormenteerde kinderen en kindskinderen enige houvast om, zo goed en zo kwaad als het gaat, een nieuw leven op te bouwen. Geïnspireerd door de eind 19e-eeuwse Zion-fictie van de Oostenrijker Birnbaum en de Hongaar Herzl stichten die, met Britse zegen, een eigen land, vanaf 1949 de staat Israël, na als volk sinds eeuwen om volstrekt arbitraire religieuze, politiek-sociale en raciale redenen te zijn achtervolgd, geïsoleerd, gekleineerd, ontmenselijkt en uitgemoord. Oceanen van afgrijselijk verdriet en onnoemelijk, sinds talloze generaties opgestapeld trauma.

Het Calimero-syndroom

Als een rode draad loopt de geschiedenis van welhaast bovennatuurlijke zelfwording van een klein, verstrooid volk door zijn oudste geschriften. Daarin roept dat volk zichzelf in het etnisch versplinterd, geocultureel patchwork-landschap van toentertijd, temidden van honkvaste en aanzienlijk krachtigere, technologisch hoogstaandere culturen uit tot de door JHWH uitverkorenen. Bij de wisseling van de wacht binnen de evolutie van de godsdienstige geestesgeschiedenis wint die Éne het van die andere berggoden en regeert tot in onze contreien en tot op de dag van vandaag, jaloers als hij is in zijn strijd om spirituele hegemonie, sinds 666 A.D. naast die andere Enige, eveneens uit het rijk der jaloerse goden, die geen andere naast zich duldt.

Dat geeft een klein, lijdend volk zegevierende kracht: als Moshe – met magische steun van door die Éne gezonde plagen – de uittocht der tot slaaf gemaakte Israëlieten van een getergde farao afdwingt, en als een veel kleinere, edoch sluwe koning de Filistijnse reus Goliath velt, of wanneer JHWH een imposante toren laat imploderen, waarover men aan Joodse kampvuren in de Babylonische diaspora van die dagen slechts kan gniffelen. Deze door die Éne geschraagde mythologie speelt een niet onaanzienlijke rol in de wording van een volk dat van meet af aan nomadische verspreiding over het halve Midden-Oosten en, later dan, de volstrekte willekeur van geweld kent als geen ander.

Kibboetsromantiek

In 1971, na mijn eindexamen aan het Konrad-Adenauer-gymnasium in Bonn-Bad Godesberg (mijn vader is sinds 1958 als correspondent in de toenmalige Duitse hoofdstad geaccrediteerd), stap ik de Israëlische ambassade binnen. Gedreven door idealistische hippieromantiek wil ik me opgeven voor vrijwilligerswerk in een kibboets. Verder dan de receptie van de ambassade kom ik echter niet, en ik voel al meteen dat aandringen zinloos is. Achteraf besef ik dat ik die waakzame receptioniste had moeten melden dat ik géén Duitser ben. Enfin, dan maar naar mijn Toverberg in de Zwitserse Alpen, alwaar ik onder leiding van een Indiase goeroe de volgende jaren in hemelse stilte aan de ontplooiing van mijn geest werk.

Na 2023 rest van mijn kibboetsidealisme vrijwel niks meer: met een buitengewoon assertieve agressie van dik twee millennia aan pogroms delen ultraconservatieven in de Knesset inmiddels de lakens uit. Vervolgens voert een handjevol sinds jaren getergde, geradicaliseerde Palestijnen in de periferie van de Gazastrook in oktober 2023 een afgrijselijke terreurdaad uit: Operatie Al-Aqsa-storm. Aloude wonden worden schrijnend opengehaald: kernreactie van ontketende boosheid, van de wet van causaliteit, van tegen anderen beraamd geweld dat als een boemerang op de vergelders zal terugslaan, van boosheid die ooit op het eigen hoofd zal gaan neerkomen (Psalmen 7:17). Dat het Hamas-bewind overigens het bestaan van het eigen volk op het spel heeft gezet, is in mijn ogen een roekeloze daad van ignorantie.

Gaza-Riviera

‘Sinds 1948 verdrijven Joden op systematische en agressieve wijze de Palestijnen van hun geboortegrond om Lebensraum.’ Aan het woord is mijn beste vriend. (Wij kennen elkaar van de middelbare school, sinds 1965.) ‘Volgens de Hebreeuwse Bijbel is Israël het beloofde land dat JHWH aan Abraham en zijn nakomelingen heeft gegeven. De Hebreeën pakken hun vermeende geboortegrond vanuit een oudtestamentische Blut-und-Boden-gedachte terug.’ Mijn vriend aarzelt even: ‘En niet te vergeten: de tactiek van de Verbrannte Erde, die het Israëlische leger niet alleen toepast in Gaza, maar inmiddels ook op de Westelijke Jordaanoever, waar het wegdek van complete wijken met machinaal geweld wordt opengereten. En dat Israëlische soldaten passief toekijken, terwijl Joods-orthodoxe kolonisten Palestijnse boeren aftuigen, doet mij denken aan de Duitse politie die niet ingrijpt terwijl horden SA’ers in burger winkelruiten ingooien en Joden aan hun haren de straat op slepen.’

Warschau

Israël concentreert volgens hem de oorspronkelijke bevolking van meer dan twee miljoen mensen op een hermetisch van de buitenwereld afgesloten gebied. ‘Mensen die gericht uitgehongerd worden, leven er hutje op mutje. Herinner je je de beelden van het getto van Warschau?’ – ‘Natuurlijk ken ik die beelden. Afschuwelijk! Bedelende, uitgemergelde kinderen. Mensen, met sterk vermagerde en vervuilde gezichten en diepliggende, uitvergrote ogen. De verschrikkelijkste ziekten die er welig tieren. Verwoeste woningen. Overal puinhopen en afvalbergen. Schimmen die op karren lijken afvoeren.’ Mijn vriend kijkt mij even diep in de ogen. En van de ene seconde op de andere realiseer ik mij dat ik in feite die beelden heb opgetekend, die ik vrijwel dagelijks op het 8-uur-journaal zie. Uit Gaza!

Gaza

‘Israël schept met zijn agressieve en inhumane beleid in Gaza één grote kweekvijver voor nieuwe, nog slimmere, onverzoenlijkere en hardere Hamas-generaties. Netanyahu zegt pas te zullen stoppen wanneer Hamas volledig vernietigd is. Maar is dat niet een volstrekte illusie? En komen zijn woorden er dan feitelijk niet op neer dat alle Palestijnen of uitgeroeid of verdreven moeten worden?’

Godsdienstig vervloekte aarde

Hongersnood in een hermetisch afgesloten kuststrook die onwillekeurig aan de vernietigingskampen van weleer doet denken, besmet met meer dan een zweem van genocide… Regeert Adolf Hitler over zijn graf heen? Want bestaat Israël niet bij diens gratie? Zou zonder die bittere nazi-erfenis Palestina als land van drie monotheïstische religies niet nog gewoon zo heten? Is de grond er niet vervloekt, juist door godsdiensten die, gevoed vanuit één fictieve bron, vervolgens als protestbeweging steeds in chronologische volgorde aan haar voorgangster ontspruiten, waarmee de kiem voor een eeuwigdurende vete om de absolute waarheid is gelegd? En claimt niet elk van deze broeder- of zusterstromingen dat stuk met hun aller bloed doordrenkte aarde, aanvankelijk voor de JHWH van Abraham, vervolgens voor Jezus’ Hemelse Vader en ten slotte voor Allah – drie godheden die, in verbitterde onderlinge jaloezie verwikkeld, strijden niet alleen om religieuze hegemonie, maar ook om de profane en politieke macht?

Als de explosieve kluwen daar niet ontwart kan worden, zullen de geopolitieke naweeën aanzienlijk ernstiger zijn dan die van een voor Europa ongunstige afloop van de Russische oorlog in Oekraïne. ‘[…] dit gebied (Palestina) is verscheurd door spanning en twist en vormt een mogelijke bedreiging voor de wereldvrede’, aldus een studie van de Verenigde Naties uit 1981. Sindsdien is er door politieke leiders met tactisch-strategisch sterk gepolariseerde agenda’s alleen maar meer olie op het vuur gegooid.

De galopperende uitbarsting van geweld en wraak en geweld en vergelding is – hoewel het een ander aanschijn heeft – géén onhandelbare natuurkracht, maar mensgemaakt en de oplossing ligt dus, hoe dan ook, in mensenhanden. En hoe je het wendt of keert: geweld veroorzaakt geweld. Zolang wandaden en verwijten ieder gesprek in de weg staan, zal het vuur van de causaliteit, van vergelding op vergelding tot in lengte van dagen alleen maar verder om zich heen grijpen.

Tot slot

Niemand zal ooit nog onze waarden aantasten of één van ons volk leed toebrengen, ontvoeren of afslachten, moeten de kinderen van de Holocaust hebben gedacht. Want gemaakt en gevormd door de geschiedenis, zullen wij van nu af aan elke wandaad tegen een van ons begaan, meedogenloos vergelden en duizendvoudig wreken. Maar is het belangrijk om te willen begrijpen hoe het mogelijk is dat een door kwelling bovenmatig cynisch geworden volk zijn broedervolk met alle gruwelijkheden en verschrikkingen overstelpt, die hem ooit zelf zijn aangedaan?

‘Wie anderen pijn doet, zoekt zijn eigen pijn. Wie anderen kwaad doet, vindt kwaad in zichzelf.’ Deze vijfentwintighonderd jaar geleden gesproken woorden staan nog steeds als een dijk – voor wie ze wil horen, voelen en contempleren. Je zou dus ook op een rustige plek kunnen gaan zitten en je openstellen en ontspannen, om vervolgens te visualiseren wat er aan vreselijke dingen in de wereld gebeuren. Visualiseer bijvoorbeeld een actuele hongersnood of hoe kinderen lijden in een oorlog en hoe mensen sterven onder betonpuin. Laat die vreselijke beelden op je inwerken. Kwel jezelf echter niet extreem met deze beelden, maar leer ze, na enige oefening, toe te laten. Bij de volgende inademing neem je het duister en het kwellende, de pijn en het lijden – de beelden van alle vreselijke dingen die gebeuren – allemaal in longen op. Je staat toe dat het gebeurt. Je oefent dit gedurende een paar ademhalingen. Je moet het donkere en pijnlijke zo goed mogelijk voelen. Ga daar maar eens aanstaan, tot neusgaten en longen dichtslibben van het grijze, droge, brandende puinstof, van opgedroogd bloed en ziltig traanvocht!

Na een paar ademhalingen lang de duisternis, het grauw, het lijden en de pijn met je inademing te hebben uitgenodigd, begin je met elke uitademing licht, vrede en zachtheid uit te zenden, en wel in de richtingen van waaruit de duisternis en verschrikking kwamen. Leg nadruk op de uitademing, de uitstorting van licht, liefde en goedheid. Blijf op deze wijze een minuut of tien nemen en geven.

Over de auteur

Rolf Wennekes (Nijmegen 1951) is schrijver en publicist. Hij studeerde aan de universiteiten van Bonn en Leiden, waar hij in 1987 summa cum laude afstudeerde in de letterkunde. Van zijn hand zijn o.a. Tussen wetenschap en mystiek – TM, een fictie van verlichting (1987), In de ban van de goeroe – De zoete verleiding van Transcendente Meditatie (2022) en Onder de Zwarte Zon – De verleiding van de nazi-mystiek (2024). Thans werkt hij aan Aziatische filosofie en spiritualiteit – Een hedendaags handboek over boeddhisme en hindoeïsme. [email protected].

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#AdolfHitler #beloofdeLand #gettoVanWarschau #Hamas #holocaust #JHWH #KajafasHogepriesterVanDeTempel #Kibboetsromantiek #Knesset #MartinLuther #massacresEnPogroms #Netanyahu #OperatieAlAqsaStorm #Palestina #RolfWennekes #Stephanus #verslindendeTsunamiVanHetzes #vervolgingen #verwoestingen

Jaloerse goden te slim af - de geschiedenis de baas…? - Boeddhistisch Dagblad

Hongersnood in een hermetisch afgesloten kuststrook die onwillekeurig aan de vernietigingskampen van weleer doet denken, besmet met meer dan een zweem van genocide… Regeert Adolf Hitler over zijn graf heen? Want bestaat Israël niet bij diens gratie? Zou zonder die bittere nazi-erfenis Palestina als land van drie monotheïstische religies niet nog gewoon zo heten? Is de grond er niet vervloekt, juist door godsdiensten die, gevoed vanuit één fictieve bron, vervolgens als protestbeweging steeds in chronologische volgorde aan haar voorgangster ontspruiten, waarmee de kiem voor een eeuwigdurende vete om de absolute waarheid is gelegd? En claimt niet elk van deze broeder- of zusterstromingen dat stuk met hun aller bloed doordrenkte aarde, aanvankelijk voor Abrahams JHWH, vervolgens voor Jezus’ Vader en ten slotte voor Allah – drie godheden die, in verbitterde onderlinge jaloezie verwikkeld, strijden niet alleen om religieuze hegemonie, maar ook om de profane en politieke macht?

Boeddhistisch Dagblad

Ronald – Een ster in Bethlehem

Het werd je afgeraden, je kon er maar beter niet heengaan. Je was er niet welkom. Bijzonder, hoe een plaats waar tweeduizend jaar geleden geen plaats was voor een zwangere vrouw op een ezeltje, nu na zo’n lange tijd nog steeds geen plaats was voor een deel van de bevolking van dit land. Een plaats waar zelfs toeristen beter niet heen konden gaan.

Ze waren in Israël, ze hadden deze reis gekozen om eens met eigen ogen te zien wat er nog overgebleven was aan tastbare dingen uit de verhalen die ze als kind op de lagere school voorgelezen hadden gekregen. Verhalen over dit beloofde land. De verhalen waren groots, als kind kon je je fantasie gebruiken en er beelden bij bedenken. In het echt was de Olijfberg maar een heuvel, zo was gebleken en Goliath zou ook wel niet zo groot geweest zijn als in de fantasie.

Het was erg heet in het zomerse Israël maar vandaag wilden ze desondanks naar Bethlehem, toch een plaats die tot de verbeelding sprak. De plaats van de bekende ster. Waar de herdertjes bij nacht in het veld lagen en de plaats waar de kerststal had gestaan. Tegenwoordig woonden er voornamelijk Arabieren in Bethlehem en een grote betonnen muur scheidde deze heilige plaats van Jeruzalem. Deze muur was opgetrokken om zelfmoordaanslagen te beperken en het scheen inderdaad te werken. Het aantal aanslagen was inderdaad fors afgenomen. De prijs van veiligheid werd hier hoog betaald. Uiteindelijk kon het scheiden van bevolkingsgroepen natuurlijk nooit leiden tot een constructieve oplossing maar onder de gegeven omstandigheden was dit voor dit moment misschien de enige oplossing. Waarom konden deze bevolkingsgroepen niet samenleven in zo’n prachtig land?

Het land van melk en honing was veranderd in het land van machinegeweren en handgranaten. Fanatieke leiders dreven de bevolking steeds verder uit elkaar. In plaats van toenadering zoeken werden de verschillen alleen maar uitvergroot. De kerstgedachte was hier vergeten, zo leek het.
Ondanks de verhalen en negatieve adviezen wilden ze toch naar Bethlehem. Ze namen vanuit het hotel een groene Egged bus naar het centrale busstation van Jeruzalem. De rit duurde een klein half uur en ging door Arabische nederzettingen zoals Abu Gosh. In de bus zaten Israëlische soldaten, Arabische mannen en schoolkinderen, Orthodoxe Joden en westers geklede Joden door elkaar. Het kon dus toch! Dit gaf hoop voor de toekomst van dit verscheurde land.

Bij het station aangekomen stapten ze uit en kwamen ze terecht in een menigte van mensen die door elkaar liepen op zoek naar de juiste bus. De straten waren smal en voor de ingangen van het station stonden rijen mensen te wachten totdat ze gecontroleerd werden door zwaar bewapende Israëlische soldaten en ze door detectiepoorten naar binnen konden gaan. Dit was ook Jeruzalem, de harde werkelijkheid van een stad die constant op de hoede was voor terreuraanslagen. Ze zochten een bus die naar Bethlehem ging, maar dat viel niet mee. Navraag leerde dat de bussen van Egged niet naar Bethlehem reden. Je kon een bus nemen die je tot de rand van de stad bracht. Vandaar moest je een taxi nemen of lopen richting een controlepost om Bethlehem in te kunnen. Ze konden het beste lijn 60 nemen.

Nadat ze ingestapt waren in een bus vol met voornamelijk orthodoxe Joden reden ze richting het zuiden. Onderweg stapten steeds meer mensen uit en er kwamen geen nieuwe passagiers bij. Uiteindelijk zaten ze nog samen in de bus en stopte de bus op een kruising. “You have to walk from here”, gaf de chauffeur aan. Ze stapten uit en daar stonden ze dan. Ze vroegen een oude man die langs liep hoe ze bij Bethlehem kwamen. Ze moesten over de heuvel gaan, vertelde de man. Aan de achterkant van de heuvel doemde ineens een reusachtige hoge betonnen muur op. Prikkeldraad, slagbomen, zandzakken, camera’s en wachtposten hoog op de muur. Verder zagen ze veel zwaarbewapende Israëlische soldaten die controles uitvoerden. Iedere auto werd gecontroleerd en paspoorten werden gecheckt.
Ze vroegen een soldaat of ze Bethlehem in mochten en wat de procedure was. Dit was een checkpoint dat alleen voor auto’s bestemd was. Ze mochten er hier niet in. De ingang voor voetgangers was een paar kilometer verderop.

Het was bloedheet en het idee om dat eind te lopen sprak hen niet aan. De soldaat vroeg waar ze vandaan kwamen en wat ze wilden doen in Bethlehem. Ze vertelden over de geboortekerk en verder dat ze gewoon wat rond wilden kijken. De soldaat had een briljante ingeving; ‘Vraag iemand hier om een lift, dan kunnen jullie in een auto door dit checkpoint’. Hoe eenvoudig kon het zijn. Ze keken langs de rij wachtende auto’s. In de derde auto zaten twee vrouwen en aan de binnenspiegel van hun auto hing een rozenkrans met kruisje. Ze liepen met de soldaat naar deze auto en hij vroeg of de dames deze toeristen wilden meenemen. De dames vonden dit prima en voordat ze het wisten zaten ze achterin de auto te kletsen met deze dames die Armeense christenen bleken te zijn.

De soldaat controleerde hun paspoorten. Speedgates gingen open en slagbomen omhoog. Ze waren in Bethlehem! De dames vroegen waar ze heen gingen en op hun antwoord stelden ze voor dat zij ze voor de ingang van de kerk zouden brengen. Dat was mooi geregeld. Tien minuten later stapten ze uit en bedankten de dames. Op deze plek konden ze als ze terug wilden voor 500 shekel een gele Palestijnse taxi nemen die ze naar het checkpoint terug kon brengen. Met deze tip op zak liepen ze richting geboortekerk. Tegenover de kerk wapperde een Palestijnse vlag.
De kerk zelf leek net een lampenwinkel. Werkelijk overal hingen olielampen en de hele kerk was bekleed met marmer en fluwelen doeken. Niets herinnerde meer aan de kerststal van weleer. De kerk was destijds gebouwd op de plek van de kerststal- die eigenlijk een grot was volgens de overlevering, en werd beheerd door een viertal stromingen van het christelijk geloof. Iedere stroming had een deel van de kerk in beheer. Je moest er eigenlijk niet te veel bij nadenken. Op de plek waar de geboorte had plaats gevonden was in een dikke marmeren plaat een zilveren ster gezet.
Deze ster was symbolisch de schaduw van de ster die ooit aan het firmament stond boven deze stad.  Deze ster  herinnerde aan één van de belangrijkste gebeurtenissen uit de geschiedenis. Van de stal en kribbe was niets meer over en deze heilige plaats was veranderd in een kerk vol kitsch.
Wat een deceptie. De fantasiebeelden uit de voorgelezen kerstverhalen waren in één keer verdwenen door deze schijnvertoning. De plek was er eerder door ontheiligd dan dat het zijn grootsheid had laten zien.
Ze keken nog even rond in de kerk en verlieten deze toen om tegenover de kerk langs de moskee de Arabische markt in te gaan. Een smal straatje leidde hen tussen valkjes en kippen in kooitjes, zwart/wit geblokte sjaals, fruitstalletjes en antiekwinkeltjes door verder het stadje in. Ze waren de enige toeristen hier en werden nieuwsgierig aangekeken door lachende Arabieren.

Na ruim een uur hadden ze de winkeltjes wel bekeken en waren ze tot de conclusie gekomen dat Bethlehem haar naam niet waar kon maken. Een beetje gedesillusioneerd spraken ze de taxichauffeurs die in een lange rij stonden te wachten aan om een ritje terug naar het checkpoint te krijgen. De vraagprijs was steevast te hoog en bij de vierde poging besloten ze maar om een stukje terug te lopen en een rijdende taxi aan te houden. Dit werkte en voor vierhonderd shekel stonden ze even later voor de uitgang van het checkpoint. Een kleine Palestijnse jongen van een jaar of zeven liep met hen mee en probeerde hen een poster te verkopen. Na iedere tien meter lopen daalde zijn vraagprijs ook met tien shekel. Uiteindelijk kwamen ze in een grote hal aan. Er was een verlaagd plafond van metalen roosters waarop gewapende soldaten liepen. Een looproute tussen hekken door bracht hen op het laatst bij controle posten, hier ook weer detectiepoorten en paspoortcontrole, hier werd ook gefouilleerd. Palestijnen hadden een eigen uitgang en werden nog scherper gecontroleerd dan de mensen bij de uitgang voor niet-Palestijnen. Even later stonden ze buiten de metershoge muur.

Na tweeduizend jaar had de ster van Bethlehem opnieuw indruk gemaakt, maar niet de indruk die destijds de herders en de drie wijzen uit het Oosten in vervoering had gebracht. Hopelijk zouden er ooit nog eens drie wijzen komen die een einde konden maken aan de problemen in deze regio en zou Bethlehem weer een plaats worden waar ieder graag heenging en waar ieder welkom was.

Deze tekst werd eerder in het BD geplaatst.

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#beloofdeLand #Betlehem #detectiepoortenEnPaspoortcontrole #Israel #machinegewerenEnHandgranaten #Palestijnen
#beloofdeLand #Betlehem #detectiepoortenEnPaspoortcontrole #Israel #machinegewerenEnHandgranaten #Palestijnen

Ronald - Een ster in Bethlehem - Boeddhistisch Dagblad

Het werd je afgeraden, je kon er maar beter niet heengaan. Je was er niet welkom. Bijzonder, hoe een plaats waar tweeduizend jaar geleden geen plaats was voor een zwangere vrouw op een ezeltje, nu na zo’n lange tijd nog steeds geen plaats was voor een deel van de bevolking van dit land. Een plaats […]

Boeddhistisch Dagblad
Lees #JamalOuariachi : Schokkend hè, die column van #Brusselmans. Het wordt tijd dat wij allen grondig het #OudeTestament in duiken om te zien hoe #Jaweh genoot van het afslachten van #Filistijnen en vele anderen zodat de #Israeliers ongehinderd hun #beloofdeland konden innemen.
RIVALEN IN HET BELOOFDE LAND, EEN VUISTDIK GESCHIEDENISBOEK

Wat is dat toch met die Joden en Palestijnen, dat ze elkaar maar niet kunnen uitstaan. De een en de ander niet kunnen dulden op elkaars en eigen grondgebied. Die ongeschreven vete duurt eigenlijk al…

Tumblr