“Het gaat niet meer om waarom, maar om hoe”
Foto: Olivier MiddendorpDigitale weerbaarheid en autonomie zijn concrete voorwaarden voor een goed functionerende overheid. Volgens Maarten Jonker, voorzitter van het aanjaagteam voor de NDS-prioriteit Versterken digitale weerbaarheid en autonomie van de overheid, raken deze onderwerpen inmiddels vrijwel alle onderdelen van het overheidswerk.
“Digitale systemen zijn onmisbaar voor veel overheidsprocessen. Juist daarom is extra aandacht noodzakelijk voor continuïteit, betrouwbaarheid en het vermogen om verstoringen op te vangen.”
Structurele aandacht en gezamenlijke keuzes
Jonker – CIO van de Dienst Toeslagen bij het ministerie van Financiën – houdt zich al langere tijd met dit onderwerp bezig. In verschillende rollen binnen de overheid werkte hij aan vraagstukken over afhankelijkheden en digitale samenwerking. Daardoor heeft hij van dichtbij gezien hoe het thema zich ontwikkelde van een technisch aandachtspunt tot een brede bestuurlijke opgave.
Digitale weerbaarheid is volgens Jonker dan ook niet langer een onderwerp dat alleen bij de IT-afdeling thuishoort. “Het raakt aan de vraag of de overheid als geheel betrouwbaar kan blijven functioneren. En wat dat betekent voor de continuïteit van dienstverlening en voor mensen die daarvan afhankelijk zijn.”
“Iedereen voelt de druk, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Juist daarom moeten we keuzes maken”Maarten JonkerWeerbaarheid als randvoorwaarde voor dienstverlening
Digitale weerbaarheid wordt vaak geassocieerd met beveiliging, maar Jonker benadrukt dat het begrip breder is. Het gaat niet alleen om het voorkomen dat systemen worden aangevallen, maar ook om het vermogen verstoringen op te vangen en snel te herstellen. “Weerbaarheid betekent voorbereid zijn op het moment dat het misgaat. Dat vraagt om voorbereiding en duidelijke afspraken over wie wat doet als systemen uitvallen.”
Hij vergelijkt het met een verzekering. “Je hoopt die nooit nodig te hebben, maar je moet het wel geregeld hebben. Dat betekent ook dat je bereid bent daar structureel in te investeren, ook als het effect niet direct zichtbaar is.”
Die investering is ‘niet vrijblijvend, maar noodzakelijk’, ook omdat digitale processen steeds meer met elkaar verweven zijn. Overheidsorganisaties werken in ketens en gebruiken gezamenlijke voorzieningen. “Als 1 onderdeel kwetsbaar is, kan dat gevolgen hebben voor andere organisaties. Daarom kun je weerbaarheid niet meer alleen per organisatie bekijken.”
Autonomie betekent keuzes kunnen maken
Naast weerbaarheid maakt digitale autonomie deel uit van deze NDS-prioriteit. Jonker benadrukt dat autonomie niet betekent dat de overheid alles zelf moet ontwikkelen of beheren. “Volledige onafhankelijkheid is niet realistisch en ook niet wenselijk. Het gaat om de voorwaarden waarop we producten afnemen. De markt ontwikkelt zich op veel terreinen sneller, is meer innovatief gericht en kan dit veelal ook tegen lagere kosten dan als we dit als overheid zouden willen doen.”
De kern van autonomie betekent volgens hem iets anders. “Het gaat erom dat je keuzes kunt maken en niet vastzit in afhankelijkheden waar je niet meer uit kunt. Je moet weten waar je afhankelijk van bent, wat dat betekent en welke alternatieven je hebt. Autonomie heeft dan ook een belangrijke relatie met de andere NDS-prioriteiten en interventies, omdat afwegingen over autonomie ook relevant zijn voor bijvoorbeeld AI, Cloud, Data en IT-sourcing.”
Dat vraagt om beter inzicht, meer kennisdeling en om strategische keuzes. “We moeten beter begrijpen welke technologieën cruciaal zijn voor het functioneren van de overheid en hoe we daar grip op houden. Dit betekent dat we samen moeten investeren in kennis of voorzieningen. En dat we afspraken moeten maken over standaarden of contracten.”
Kwetsbaarheden zitten vaak in de keten
Volgens Jonker schuilt een belangrijk deel van de kwetsbaarheid van de overheid niet in individuele organisaties, maar juist in de verbindingen ertussen: de keten is zo sterk als de zwakste schakel. Overheidsorganisaties werken samen in complexe digitale ketens, met veel uitwisseling van gegevens en systemen die op elkaar aansluiten. “Daar ontstaan vaak de risico’s.”
Daarmee vormen digitale weerbaarheid en autonomie per definitie een gezamenlijke opgave. “Je kunt als organisatie je eigen beveiliging op orde hebben, maar als de keten als geheel kwetsbaar blijft, heb je nog steeds een probleem. Daarom moeten we dit overheidsbreed en interbestuurlijk aanpakken.”
Samenwerking onmisbaar, maar niet vanzelfsprekend
Het versterken van weerbaarheid en autonomie vraagt volgens Jonker om intensieve samenwerking tussen overheidsorganisaties. Denk aan gezamenlijke voorzieningen, gedeelde standaarden en het bundelen van expertise. “We hoeven niet allemaal het wiel uit te vinden. Door samen op te trekken, kunnen we sneller en effectiever stappen zetten.”
Tegelijkertijd erkent hij dat samenwerking niet vanzelf gaat. Organisaties hebben verschillende prioriteiten, tempo’s en verantwoordelijkheden. Bovendien is er schaarste aan mensen met de juiste expertise. “Iedereen voelt de druk, maar de middelen zijn niet onbeperkt. Juist daarom moeten we keuzes maken over wat we samen doen en waar we collectief in investeren.”
Jonker stelt dat het helpt om weerbaarheid niet te zien als kostenpost, maar als randvoorwaarde voor continuïteit. “Als systemen uitvallen of kwetsbaar zijn, kost dat uiteindelijk veel meer. Het is dus geen luxe, maar een noodzakelijke investering.”
Impact op dienstverlening en burgers
In zijn dagelijkse werk ziet Jonker al jarenlang hoe belangrijk digitale weerbaarheid in de praktijk is. Verstoringen of kwetsbaarheden in systemen hebben direct impact op dienstverlening en op burgers die afhankelijk zijn van de overheid. “Dat maakt het onderwerp heel tastbaar. Het gaat niet om theoretische risico’s, maar om situaties die echt (kunnen) optreden.”
De praktijk helpt volgens hem om het gesprek over weerbaarheid concreter te maken. “Het helpt als we voorbeelden delen en zichtbaar maken wat er gebeurt als dingen niet goed geregeld zijn. Dan wordt duidelijk waarom dit onderwerp zo belangrijk is.”
Van bewustzijn naar uitvoering
Volgens Jonker is het gesprek over digitale weerbaarheid en autonomie de afgelopen jaren veranderd. De discussie gaat minder over de vraag of het belangrijk is, en meer over wat concreet moet gebeuren. “Het gaat niet meer om waarom, maar om hoe.”
De komende periode, tot aan de zomer, ligt de nadruk daarom op het vertalen van de NDS-prioriteit naar concrete stappen. Dat kan gaan om gezamenlijke initiatieven, het versterken van kennis en capaciteit, of het maken van duidelijke afspraken over standaarden en voorzieningen. “We moeten het tastbaar maken. Niet alleen strategie, maar ook uitvoering.”
Een weerbare overheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid
Uiteindelijk draait deze NDS-prioriteit volgens Jonker om het functioneren van de overheid als geheel. “Digitale weerbaarheid en autonomie zijn voorwaarden om de overheid ook in een steeds digitalere samenleving goed te laten functioneren.”
Dat vraagt volgens hem om gezamenlijke verantwoordelijkheid. “Geen enkele organisatie kan dit alleen. Alleen door samen te werken, kennis te delen en keuzes te maken, kunnen we de overheid digitaal weerbaarder en autonomer maken en houden.”
Dit is een automatisch geplaatst bericht. Vragen of opmerkingen kun je richten aan @[email protected]
#autonomie #digitaleAutonomie #digitaleWeerbaarheid #NDS #overheidsdienstverlening #Standaarden








