Jacques Bank: De Bijlmer Opera

Twintig jaar geleden stortte een vliegtuig neer op een flat in de Bijlmermeer, wat we uitvoerig herdenken. Maar wat een gemiste kans dat bij deze gelegenheid niet de Bijlmer Opera van Jaques Bank wordt heruitgevoerd! Deze verscheen in 2002 op cd. Hierbij de tekst die ik destijds schreef voor het begeleidende boekje. Helaas is de cd niet meer leverbaar, wel is hij nog te bestellen via Muziekweb 

‘Geen paal gaf mij groter voldoening!’ Met deze woorden sloeg burgemeester Van Hall in 1966 de eerste paal voor de Amsterdamse nieuwbouwwijk de Bijlmermeer. Deze zou een paradijs op aarde worden, omdat volgens de principes van de Functionele Stad zaken als wonen, werken en recreëren strikt gescheiden werden. Componist Jacques Bank (1943) woonde er ruim twintig jaar en zag hoe de werkelijkheid de idealen inhaalde. Toen Willem van Manen hem vroeg een opera voor Orkest de Volharding te schrijven, aarzelde hij geen moment: de Bijlmer was zijn onderwerp.

Dat was in 1996. De criminaliteit had schrikbarende vormen aangenomen, een vliegtuig was neergestort op de wijk en men was begonnen de anonieme hoogbouw te vervangen door eengezinswoningen, die haaks stonden op de ooit geformuleerde idealen. Bank zag de tragiek van deze ontwikkelingen en vroeg zijn broer Fer (1944) een libretto te schrijven. Deze gebruikte hiervoor uitsluitend bestaande teksten – van architecten, plannenmakers, politici, woningcorporaties, kranten, maar ook van Vergilius en Aeschylos. Hieruit smeedde hij een aangrijpend verhaal, met de boodschap dat wat mensen in hun enthousiasme bedenken, in de praktijk vaak gedoemd is te mislukken. Toch is de opera niet bedoeld als aanklacht: ‘De Bijlmer staat symbool voor het noodlot en het failliet van de maakbaarheidgedachte’, zei Jacques Bank hierover.

Maar een opera over de Bijlmer, levert dat wat op? Ja, zo bewezen Jacques en Fer Bank tijdens de première van De Bijlmer Opera op 18 januari 2000: het schijnbaar gortdroge thema bleek wel degelijk groots en meeslepend muziektheater op te kunnen leveren. Opera gedijt nu eenmaal bij een goedlopend verhaal, een navolgbare regie en zinderende muziek, en hierin voorziet De Bijlmer Opera  ruimschoots. Een interessante vondst van de gebroeders Bank – met dank aan Les Troyens van Berlioz – is de rol van de onheilsprofetes Kassandra, in dit geval belichaamd door een zwerfster. Tegen een fond van akelig joelende flexatones opent zij de opera met een door merg en been snijdend ‘Ai, de Dood zweeft door de lucht!’. Niemand luistert, ook al worden haar waarschuwingen voor het naderend onheil steeds indringender. Als het noodlot uiteindelijk letterlijk, in de vorm van een neerstortend vliegtuig, toeslaat, zwijgt Kassandra en loopt weg over de rokende puinhopen; in haar hand een draagbaar tv-tje met beelden van de ramp.

Een tweede trouvaille waardoor De Bijlmer Opera het anekdotische overstijgt, is de rol van een acteur, die nu eens optreedt als pedante architect, dan weer als diens verontruste tegenstrever, of als de huisarts Boy Edgar die de eenzaamheid van huisvrouwen aan de orde stelt. Hartverscheurend is hij als mevrouw Ramperzad, die met een Surinaams accent vertelt hoe haar man naar Nederland verhuisde, maar nog geen werk heeft gevonden: ‘Ze nemen zeker geen mensen die niet kunnen schrijven. Ja, hij kan zijn naam wel schrijven, maar niet zo goed.’ Een zanger belichaamt de opeenvolgende burgemeesters. Hij begint met opgewekte triolen, maar naarmate hij het falen van de Bijlmer inziet klinkt hij steeds wanhopiger. Net als in een Griekse tragedie speelt het koor een belangrijke rol: het ene moment vertegenwoordigt het de bewoners, het volgende de plannenmakers, of de architect die in de arm wordt genomen wanneer de problemen zich opstapelen. Nadat het vliegtuig is neergestort, zingt het koor een requiem, bestaande uit een uitspraak van architect Le Corbusier ‘C’est toujours la vie qui a raison, l’architecte qui a tort’. De tekst wordt aanvankelijk boos gescandeerd, maar transformeert geleidelijk in een troostrijke klaagzang.

De inventieve enscenering van Peter de Baan en Siet Zuyderland zorgde in 2000 voor een indringende ervaring, maar De Bijlmer Opera herbergt ook zonder beeld een universeel aansprekende dramatiek. De zeggingskracht wordt nog versterkt doordat de opnames voor de cd werden gemaakt na afloop van de voorstellingen, zodat het live gevoel behouden bleef en je als luisteraar een nabijheid voelt die studio-opnames vaak ontberen. Op een aansprekende manier maakt de muziek invoelbaar hoe toekomstvisioenen vaak door de praktijk worden ingehaald. We ervaren bijna lijfelijk de wanhoop van Kassandra als zij niet gehoord wordt; de woede van de bewoners over hoge huren en slechte voorzieningen; de potsierlijke borstklopperij van de ontwerpers en het amechtige gestuntel van beleidsmakers – dergelijke zaken zijn van alle tijden.

Bank, die studeerde bij Ton de Leeuw, streeft naar eigen zeggen niet naar vernieuwing als doel op zich, maar wil ‘het publiek muzikaal bij de lurven wil grijpen’ en dat is precies wat hij doet. De Bijlmer Opera is een dynamische partituur, die zonder ook maar ergens plat te worden het verhaal op de voet volgt. Ronkende koperakkoorden, duister roffelende pauken en apocalyptische gongs zorgen voor beklemmende momenten; licht tinkelende belletjes en zwierige marimbapartijen begeleiden passages van milde ironie. Swingende patronen van de blazers herinneren aan de muziek van minimalisten als Glass of Reich, terwijl de warme samenklanken van het koor bij wijlen zwemen naar Berlioz. De muziek ontroert, zonder sentimenteel te zijn, doordat Bank zijn partituur nergens ‘dichtsmeert’ met volvette akkoorden of overvolle partijen, maar altijd ruimte laat voor de zangers en de spreker. Deze werkwijze reflecteert het open stratenplan van de Bijlmer. Bijkomend voordeel is dat de teksten goed verstaanbaar zijn.

Met De Bijlmer Opera bewijst Bank opnieuw zijn enorme talent om alledaagse prozateksten muzikaal tot leven te wekken. Zo zette hij in A very bad Character een justitieel rapport voor solo mannenstem (1989), gebruikte hij in Gebroken sprookjes voor bas en ensemble opstellen van allochtone kinderen (1991) en baseerde hij zijn opera-oratorium Episodes de la vie d’un artiste op brieven van Harriet Smithson en teksten uit een biografie over Hector Berlioz (1992-93). Vocale composities zijn toch al in de meerderheid in zijn oeuvre, maar opvallend is dat hij hiervoor zelden literaire teksten gebruikt. In een interview zei Bank hierover: ‘Literatuur is al zo gelaagd dat je daar als componist nauwelijks iets aan toe kunt voegen. Een verhaaltje uit een buurtkrant heeft maar een betekenislaag, waar je zelf andere tegenaan kunt zetten. Want juist in de alledaagsheid van de teksten ligt de menselijke tragiek verborgen. Door zulke koude, zakelijke woorden in een bad met kokende noten te gooien, wil ik de onderliggende emoties blootleggen.’ – Compassie met het menselijk onvermogen, zoals die ook uit De Bijlmer Opera spreekt, loopt als een rode draad door Banks oeuvre, getuigend van een tegenwoordig niet meer vanzelfsprekend engagement.

Thea Derks, Amsterdam, 9-10-2002
Voor cd-boekje De Bijlmer Opera Muziekgroep Nederland

Jacques Bank: De Bijlmer Opera; libretto Fer Bank; Orkest de Volharding en Nederlands Zangtheater o.l.v. Ernst van Tiel; Marjanne Kweksilber, sopraan; Charles van Tassel, bariton; Frans van Deursen, spreekstem; Composers’ Voice CV 110 

#Bijlmer #BijlmerOpera #Bijlmermeer #BoyEdgar #BurgemeesterVanHall #CharlesVanTassel #EpisodesDeLaVieDUnArtiste #ErnstVanTiel #FerBank #FransVanDeursen #HarrietSmithson #HectorBerlioz #JacquesBank #MarjanneKweksilber #MuziekgroepNederland #NederlandsZangtheater #nieuweMuziek #opera #OrkestDeVolharding #PeterDeBaan #SietZuyderland #TheaDerks #TonDeLeeuw

Jacques Bank Composer

Jacques Bank - Composer

Derde programma over Reinbert de Leeuw bij VPRO op Radio 4

Hilversum, 22-5-2013 – Morgenavond van 20.00 – 23.00 uur zendt de VPRO op Radio 4 het derde en laatste programma uit met live opnames van Reinbert de Leeuw, die later dit jaar 75 hoopt te worden. Ik maakte het programma samen met Aad van Nieuwkerk, die mijn gesprekken opnam en op YouTube plaatste. Morgen aandacht voor componisten Alban Berg, Ton de Leeuw, Galina Oestvolskaja, Mauricio Kagel en Jörg Widmann. In september hoop ik ook mijn biografie over De Leeuw te kunnen publiceren.

Lees meer in mijn artikel voor Cultuurpers.

Hieronder mijn gesprek met De Leeuw over Alban Berg en Ton de Leeuw – geen familie.

#AlbanBerg #GalinaOestvolskaja #JörgWidmann #MauricioKagel #radio4 #ReinbertDeLeeuw #TheaDerks #TonDeLeeuw #VPRO

Reinbert de Leeuw over Galina Ustvolskaya

YouTube

Geslaagde #Reinbertlezing in Drachten

Donderdag 21 mei gaf ik een inleiding bij het concert ‘Ton de Leeuw met de Franse slag’ van Cappella Amsterdam, in de donderdagavondserie van het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Ik sprak met Daan Manneke, die studeerde bij De Leeuw en van wie ook twee Franstalige psalmen op het programma stonden. Ik sprak ook met de jonge Franse componist Laurent Durupt, wiens Souffler sur quelques lueurs zijn Nederlandse première beleefde. Bijzonder was, dat de weduwe van De Leeuw en bijna al zijn kinderen aanwezig waren.

Minou de Leeuw, Thea Derks, Arlette + Isabelle de Leeuw, Ina en Daan Manneke MGIJ 21-5-2015

Precies een week later, op donderdag 28 mei was ik bij Boekhandel Van der Velde in Drachten voor een lezing over mijn biografie Reinbert de Leeuw, mens of melodie. Hierin kon ik mooi aansluiten bij de expositie over drie generaties Werkman in Museum Drachten. De componist en pianist Daniel Ruyneman, een belangrijke wegbereider van De Leeuw, was namelijk gerelateerd aan de kunstenaarsvereniging De Ploeg waaraan Hendrik verbonden was. Eerder die middag kreeg ik een rondleiding van curator Annemieke Keizer.

De lezing trok een klein, maar zeer aandachtig publiek, dat na afloop interessante vragen stelde. Een bezoeker was zelfs helemaal uit Emmeloord gekomen om erbij te zijn, die had de biografie al bijna uit. Mijn uitgever Dolf Weverink was ook van de partij, en maakte bovenstaande foto van de signeersessie na afloop. Twee dagen later publiceerde het Friesch Dagblad een groot essay van mij over Reinberts Friese wortels.

Friesch Dagblad 30 mei 2015 Derks

Vrijdag 29 mei was ik bij de wereldpremière van Traurig wie der Tod van Theo Verbey in de omroepserie De Vrijdag van Vredenburg, weer veilig terug in de gerestaureerde Grote Zaal van TivoliVredenburg. Ik had Verbey uitvoerig geïnterviewd en hij vertelde dat zijn stuk een persoonlijke achtergrond had. Hij koos voor de herdichtingen van Chinese poëzie van Hans Bethge, die hij zette voor het Groot Omroepkoor en het Radio Filharmonisch Orkest. Het stuk was bijzonder welluidend en kreeg een ovationeel applaus van de goed gevulde zaal.

Thea Derks signeert Reinbertbio, Boekhandel Van der Velde Drachten 28-5-2015

Twee dagen later verzorgde ik in TivoliVredenburg alweer de inleiding bij het concert ‘De magie van Blechacz’ van Amsterdam Sinfonietta. Het programma was geheel Scandinavisch, met één Oostenrijkse eend in de bijt. Naast werken van Grieg, Sibelius en Rautavaara, klonk het Pianoconcert nr. 23 van Mozart, met als solist de jonge Pool Rafal Blechacz .

Ik sprak voorafgaand over het programma met Willem de Bordes, artistiek coördinator van Amsterdam Sinfonietta. Het werd een memorabele avond: Blechacz heeft een prachtig toucher en de musici speelden onder leiding van concertmeester en artistiek leider Candida Thompson zeer alert, vol energie en spatgelijk. Hartverwarmend is de enorme speelvreugde die zij zonder uitzondering uitstralen.

Op maandag 1 juni was het tijd voor een nieuwe productie van de opera Lulu van Alban Berg van De Nationale Opera & Ballet in het kader van het Holland Festival. Wekenlang gonsde de pers van opwinding, omdat de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge tekende voor de regie. De superlatieven over diens fantastische inzichten vlogen je om de oren, dus de verwachtingen waren zeer hooggespannen.

Helaas liet Kentridge de opera verdrinken in een overdaad aan beelden. Die zijn weliswaar mooi en vindingrijk, maar het toch al problematische libretto ontbeerde elke diepgang en zeggingskracht. Temeer daar ook zijn personenregie te wensen over liet: je begrijpt geen moment wat al die mensen op  het podium drijft, Lulu incluis. Zo werd de voorstelling een deceptie van niet ingeloste beloftes – zoals de Chinese keizer wiens onnoemlijk prachtige nieuwe gewaden onzichtbaar bleken. Ik noemde mijn bespreking dan ook Lulu en de kleren van Kentridge.

Woensdagavond 3 juni klonk bij de Concertzender aflevering IX van Panorama de Leeuw, waarin ik dit keer inzoomde op de controverses rond ‘soniek’ versus ‘muziek’ en de opera Reconstructie. Zoals gebruikelijk, liet ik ook nu weer enkele historische stukken horen: een opname van het Vioolconcert van Henkemans met Theo Olof uit 1951 en een half uur uit de enige bestaande opname van Reconstructie, gemaakt in 1969. Overstuurd, maar vol energie en nooit te horen op de Nederlandse radio. Het programma is hier terug te luisteren.

Inleiding MGIJ op Dorsen Yesterday Tomorrow Holland Festival 4-6-2015

Gisteravond, 4 juni, gaf ik een inleiding bij de wereldpremière van Yesterday Tomorrow van de Amerikaanse regisseur Annie Dorsen. Zij maakt ‘algoritmisch theater’, door met behulp van computers bestaande teksten en muziek te ontrafelen en weer in elkaar te zetten. Dit keer volgden drie zangers een traject waarin het Beatles lied Yesterday transformeert naar de musical song Tomorrow. De algoritmes van de computer bepalen ter plekke welke noten en woorden ze moeten zingen, en zelfs welke bewegingen ze daarbij moeten maken. Helaas bleef het geheel toch ietwat te veel concept om een uur lang echt te blijven boeien. Maar interessant was het zeker!

#AlbanBerg #AmsterdamSinfonietta #AnnemiekeKeizer #CandidaThompson #CappellaAmsterdam #Concertzender #Cultuurpers #DaanManneke #DaniëlRuyneman #DeNationaleOpera #DePloeg #FrieschDagblad #GrootOmroepkoor #HansHenkemans #HendrikWerkman #HollandFestival #LaurentDurupt #Lulu #MensOfMelodie #MuseumDrachten #MuziekgebouwAanTIJ #PanoramaDeLeeuw #RadioFilharmonischOrkest #RafalBlechacz #Reconstructie #ReinbertDeLeeuw #TheaDerks #TheoOlof #TheoVerbey #TivoliVredenburg #TonDeLeeuw #TraurigWieDerTod #VanDerVeldeBoeken #VrijdagVanVredenburg #WillemDeBordes #WilliamKentridge

Van Baerle Trio speelt ‘Tombeau pour Ton de Leeuw’

Van Baerle Trio: Hannes Minnaar; Gideon den Herder, Maria Milstein, foto Marco Borggreve

Zijn composities zijn het resultaat van een fusie van twee in hem levende, tegengestelde krachten. Enerzijds de wil om de in hem levende creatieve energie om te zetten en te kanaliseren in strakke, abstracte klankstructuren, anderzijds de neiging tot directe actie, het omzetten van de creatieve impulsen in een onmiddellijk, emotioneel geladen gebaar.’

Aldus Ton de Leeuw (1926-1996) over zijn student en vriend Daan Manneke (1939), die zijn leermeester eerde in verschillende composities. Zo droeg hij zowel het orkestwerk Sine nomine als Symphonies of Winds voor blaasorkest of orgel aan hem op. In 1998 componeerde hij Tombeau pour Ton de Leeuw voor vier mannenstemmen, waarvan hij later ook versies maakte voor o.a. gamba solo, cello en piano, en zelfs harp, cello en vijfstemmig koor.

Ton de Leeuw (c) Muziekencyclopedie

Voor het Van Baerle Trio realiseerde hij een nieuwe bewerking voor piano, viool en cello, die op vrijdag 6 januari zijn wereldpremière beleeft in het AVROTROS Vrijdagconcert in TivoliVredenburg. Ik sprak Daan Manneke in 2015 naar aanleiding van een hommage-concert voor Ton de Leeuw.

Waarom wilde je bij Ton de Leeuw studeren?

‘Ton de Leeuw was een internationaal gezochte en gewaardeerde docent: vanuit de hele wereld stroomde men naar Amsterdam om compositie bij hem te studeren. Ik had in 1968 een cursus muziekesthetiek bij Olivier Messiaen gevolgd, en herkende bij De Leeuw dezelfde ondogmatische en open houding ten aanzien van het componeren. Het stond voor mij vast dat hij mijn nieuwe leraar moest worden. In ons land gold hij als eigenzinnig en onorthodox, omdat hij zich onttrok aan gangbare stijlen. Hij ontwikkelde een eigen stem, meer gericht op belichting dan op ontwikkeling.’

‘Zelf vergeleek hij zijn compositiemethode met de werking van een caleidoscoop. Het patroon lijkt dynamisch omdat het kleurenpalet voortdurend verandert, maar er komt geen enkele kleur bij, evenmin gaat er eentje af. Het is een in zichzelf ronddraaiend geheel, dat de illusie van beweging wekt. Zo schiep hij een circulaire tijdsbeleving, als een soort ‘eeuwigheid’ in een spiralen muziektrappenhuis.’

Daan Manneke (c) Manneke.nl

Heeft je eigen muziek raakvlakken met die van De Leeuw?

‘Ik denk het wel. Dat zit hem bijvoorbeeld in het gebruik van modaliteit in plaats van een rigide atonale systematiek. We hebben ook allebei een feeling voor vocaal, lineair denken en een ‘romaanse’ sonoriteit met lange, cantando lijnen. Ook delen we een voorliefde voor de Franse taal, die een zekere verhevenheid en monumentaliteit genereert. Ton is me zeer dierbaar, ik schreef als eerbetoon mijn Tombeau pour Ton de Leeuw 1926-1996, waarnaar in 2015 ook een cd vernoemd is met een versie voor cello en piano.’

Een muziekjournalist schreef hierover: ‘Daan Mannekes Tombeau pour Ton de Leeuw sluit naadloos aan bij de impressionistische klanken van Ravel. In slechts enkele minuten roept hij een wereld vol licht melancholieke herinneringen en droombeelden op, opgetekend in zachte, warme kleuren.’

Ik ben benieuwd hoe de versie voor piano, viool en cello gaat klinken in de uitvoering door het Van Baerle Trio van Hannes Minnaar, Maria Milstein en Gideon den Herder. Zij plaatsen Tombeau pour Ton de Leeuw naast pianotrio’s van Beethoven, Ravel en Tristan Keuris.

 Het concert wordt live uitgezonden op Radio 4.
Foto Van Baerle Trio: Marco Borggreve

#AVROTROSVrijdagconcert #DaanManneke #TombeauPourTonDeLeeuw #TonDeLeeuw #VanBaerleTrio

Fonds Podiumkunsten handhaaft subsidiestop Cappella Amsterdam

Utterly mesmerizing and enchanting’, schreef de New York Times over de cd met Kanon Pokajanen van Arvo Pärt die Cappella Amsterdam onlangs uitbracht. De gezaghebbende krant plaatste deze in de top 20 van beste klassieke cd’s wereldwijd van 2016. Toch blijft het Nederlandse Fonds Podiumkunsten bij zijn besluit dit internationaal vermaarde topkoor geen subsidie te geven. Volstrekt onbegrijpelijk.

Koor van wereldformaat

Onder dirigent Daniel Reuss is Cappella Amsterdam namelijk uitgegroeid tot een koor van wereldformaat. In november 2016 werd de dirigent vanwege zijn enorme verdiensten geridderd. Het koor trekt de aandacht met avontuurlijke concerten en gaat dwarsverbanden aan met andere ensembles. Het is tevens een van de initiatiefnemers van het gerenommeerde korenfestival Tenso Days. Jonge componisten krijgen ruim baan, maar ook Nederlandse grootmeesters als Ton de Leeuw en Daan Manneke worden gekoesterd. Opheffing zou een grote aderlating voor het Nederlandse muziekleven betekenen.

Het koor onderzoekt de mogelijkheid van juridische stappen.

Uit het persbericht:

‘Bestuur en directie onderzoeken op dit moment de mogelijkheden tot verdere (juridische) stappen. Tegelijkertijd zet het koor met ondersteuning van particulieren, publieke en private fondsen de activiteiten voort. Gezien het aanzien van Cappella Amsterdam in de Nederlandse en internationale muziekwereld, de (inter)nationale samenwerkingsverbanden en de betekenis van het koor voor de ontwikkeling van en talentontwikkeling in de internationale koormuziek, is het ondenkbaar het koor op te heffen. Cappella Amsterdam wil blijven zingen en zijn toekomstplannen doorzetten!’

Surf voor meer informatie naar Cappella Amsterdam.

#CappellaAmsterdam #DaanManneke #DanielReuss #FondsPodiumkunsten #TonDeLeeuw

Cecilie Ore: ‘I did not choose composition, composition chose me!

While studying piano in Paris, Cecilie Ore realised that she was more of a creator than a performer. She switched to composition and moved to Amsterdam to study with Ton de Leeuw. This autumn her H2O-Trilogy for string quartet will premiere, and her choral composition Speak Louder! will be recorded for CD.

‘I come from a family of scientists’, says Cecilie Ore (Oslo, 1954), ‘but my mother was very interested in music, opera and modern art. In addition to the importance of natural sciences, I was also imbued with the value of artistic expression. I discovered contemporary music on my own, however.’

Cecilie Ore (c) Ketil Born

There was no piano at home, but the instrument nevertheless exerted a great attraction on her: ‘Wherever I was, I would always find a piano. I really wanted to learn how to play, but it was not until I was eight years old that I got my first piano lessons.’

This proved to be decisive for her development: ‘By playing the piano, I learned to understand music on a deeper level and realised that while composing you must always bear in mind the importance of interpretation.’ She studied the piano with Liv Glaser at the Norwegian Academy of Music and continued her studies in Paris with Suzanne Roche. ‘That was my own idea, but Liv Glaser supported it wholeheartedly.’

Golden move

It was a bit of a culture shock: ‘As a teacher, Roche was the total opposite of Glaser. She was one of Vlado Perlemuter’s assistants and I remember her as being strict and very focused on technique. In any case, education in France was much more authoritarian than in Norway and, in my opinion, more conservative as well.’

Yet it turned out to be a golden move: ‘I learned a lot from Roche, who organised fantastic meetings and concerts in her home in Montmartre. During that period I realised that I was not really a stage personality. I did not feel comfortable in the limelight and discovered that my inner need was rather to be creative.’

‘In hindsight, a career as a concert pianist had never much appealed to me, I think I am more of a back-stage person. My piano playing led me to composing, and I’m very grateful for this! These days I hardly ever touch the instrument anymore, though; the compositional process takes place inside my head.’

Ore now also understands better why she was so keen on going to Paris after graduating: ‘It was largely subconscious, and only much later the penny dropped as to where this urge came from. Once I had written my first composition, there was no looking back; it felt like coming home at last. It is not as if at a certain moment I changed my mind. I did not choose composing, it chose me!’

Literature

Besides her studies in Paris, literature also gave her a firm push towards composition. In several interviews, Ore mentioned she needs literature in order to compose. Does this refer to specific writers or books? ‘No, it is more general. I have always been a reader, so it was only natural that my first compositions were triggered by literature and language. On the one hand, a text can evoke mental images and trigger extra-musical ideas.

On the other hand, music and literature have many aspects in common, such as timbre, rhythm, pitch and form. For me, working with text is like working with a sparring partner; it offers both resilience and ideas. Literature was a vehicle that helped me find my way into composing.’

Cecilie Ore: ‘Literature helped me find my way into composing. Working with text is like working with a sparring partner; it offers both resilience and ideas.’

In 1984 she wrote Calliope for solo soprano, after The Making of Americans by Gertrude Stein. As in her later vocal music, Ore employs fragmented texts and countless repetitions, in a wide range of vocal variations. ‘This was still during my studies, when I was reading books about the functioning of our brains.’

‘I wanted to create a sound picture of how our mind freely generates associations, roaming around, forking in and out of new thoughts. Calliope was an attempt to create an inner polyphony of thoughts and a musical heterophony with only one voice: whispering, speaking, singing, shouting and otherwise. It is a piece that raises questions: For whom are we writing? Ourselves? Strangers? Or…?’

Ton de Leeuw

Ton de Leeuw (c) Muziekencyclopedie

Heterophony, the repetition and variation of motifs in alternating sequences in different voices, often occurs in Early and Asian music. As an ethnomusicologist, Ton de Leeuw studied non-Western traditional music extensively, and he regularly used heterophony in his own work. Did De Leeuw perhaps spark off her love for this technique?

‘Certainly, that aspect of his teaching has been important to me. As a student, I had a period when I mainly listened to Indonesian, Chinese and Japanese ritual music, especially gagaku (Japanese court music, TD) and kecak (Balinese temple music, TD). It was a shock to hear how modern it sounded!’

There are more similarities with De Leeuw, who in connection with his own output often spoke of ‘music of being’, a concept he borrowed from Asian music. He contrasted this with Western developmental thinking and the tonality associated with it. In this ‘music of becoming’, a composition rushes from climax to climax, building up ever more tension that is finally resolved in the fundamental. This feels like a safe ‘homecoming’. Eastern music, on the other hand, is generally built from variations on similar motifs and rhythms. In essence, it is always the same, though it constantly changes colour, like a kaleidoscope. This gives the listener room for reflection, and to discern new patterns each time.

Time

However different in style, a feeling of timelessness also characterises Ore’s work, and she readily admits being interested in the phenomenon of time. Between 1988 and 1992, she dedicated the tetralogy Codex Temporum to it, and in 1999 she completed yet another four-part cycle, Tempora mutantur. Both have been released on CD.

‘Fascinated by Asian music, I looked for ways to connect the Eastern way of thinking with Western musical ideas’, says Ore. ‘I wanted to create an open landscape but at the same time music that has flux and direction. This idea underlies most of my work.’

Cecilie Ore: ‘Ton de Leeuw was a very open and tolerant teacher. He did not try to force his ideas on me, but let me find my own way.’

Being Norwegian, how did Ore end up studying with Ton de Leeuw? ‘Two important role models for me in Norway were the composers Lasse Thoresen and Olav Anton Thommessen. They had both studied at the Institute of Sonology in Utrecht, and advised me to study with Ton de Leeuw.’ As with her previous studies in Paris, this choice worked out well: ‘Ton de Leeuw was an attentive listener! His way of teaching was very open and tolerant. He did not try to force his ideas on me, but let me find my own way. This required a great deal of independence, which not all students found easy to cope with.’

Ore appreciated it, though: ‘Ton de Leeuw held up a mirror and forced you to look at your strengths and weaknesses. His approach was hard at times, but in the long run it was really valuable. He did not wish to create epigones, but instead focused on discovering the uniqueness in his students. Thanks to him I learned to develop my own expressiveness instead of imitating others.’

https://www.youtube.com/watch?v=87Cm6bgN2fM&list=OLAK5uy_n2g4yt3B9ndNmtadgaFRQeGYrDECn4I1k&index=3

She never mentally asks him for advice, though: ‘The core of his teaching was to make his students independent, and inspire us to view current musical trends with a critical eye, in order to look beyond them. Exactly what true teaching is all about.’

Cycles

In perusing her list of works it strikes one that Ore seems to have a penchant for thematic, multi-movement works. In addition to the aforementioned cycles on the concept of time, she also devoted a three-part series to cloud formations under the overall title Cirrus. Coming autumn her H2O-Trilogy for string quartet will premiere.

‘Composing cycles is attractive’, explains Ore. ‘You can formulate ideas and reformulate them again and again, penetrating ever deeper into the musical material. In my H2O-Trilogy, for example, all the scales and harmonic structures are derived from the 2:1 ratio of hydrogen to oxygen. Which incited an abundance of major and minor seconds.’

Cecilie Ore: ‘In my H2O-Trilogy all the scales and harmonic structures are derived from the 2:1 ratio of hydrogen to oxygen. This incited an abundance of major and minor seconds.’

The trilogy is a ‘homage to and celebration of nature’, says Ore. ‘The first string quartet, WaterWorks, pictures the movement of water, starting from the high mountains, flowing through rivers, lakes and waterfalls and eventually ending up in the sea via the fjords, where it evaporates and returns as rain. Then the circle starts all over again. The next movement, Glacier Song, is an ode to ice and glaciers . The strings quote fragments from Purcell’s Cold Song, as a reminder of the little ice age in Europe. Morning Mist, the third and final movement, is about moisture and fog.’

Ore uses various musical means to make these concepts palpable. ‘It has long been taboo to write programmatically’, she says, ‘but with this cycle I wanted to challenge the modernist concept that music must be abstract. I want the audience to hear the water running, so I use dramatic scale- and trill-movements. With the use of extreme ponticelli I hope to make them experience the chill of ice, while rapid figurations molto sul tasto, and fingers that barely touch the strings evoke the feeling of being enveloped by the vague consistency of mist.’

Political and social themes

Another constant in her work is the engagement with social and political themes, which manifests itself ever more strongly. It began in 2001 with A. – a shadow opera, a chilling inner monologue by Agamemnon. This constitutes a long and fierce indictment of war, violence, and abuse of power. Six different voices – accompanied only by sparse gongs – speak, groan, shout or whisper fragmented verses by the Norwegian poet Paal-Helge Haugen. Gradually, we recognise the well-known Nazi excuse of ‘Ich habe es nicht gewusst’, recited in an array of voice inflections that send shivers down your spine.

https://open.spotify.com/album/1BBrOKsHBci1xYySlW3AoD

The libretto was partly written in collaboration with Iannis Xenakis. ‘Xenakis was originally supposed to compose the music’, recalls Ore. ‘But when he fell ill, I was asked to take over. That assignment heralded my return to vocal music. It pulled me from the safe but narrow confines of contemporary instrumental music and threw me straight back into society. For all my subsequent vocal pieces I asked myself: What does it mean to be human? What does it mean to be civilised? From here it seemed natural to explore topics such as the death penalty, freedom of speech, misogyny, criticism of religion, superstition and the like.’

This led to impressive compositions such as the opera Dead Beat Escapement, about the inhumanity of the death penalty (2008); the choral piece Come to the Edge!, inspired by the mock trial against Pussy Riot in 2012, in which statements by the two accused women are quoted (2013), and Who do you think you are?, in which a solo soprano recites a chilling litany of (death) threats against women who dare voice their opinions (2014). In the at times hilarious Vatican Trilogy, Ore zooms in on issues such as a dead pope on trial, the gruesome murder of a pregnant pope and the fig leaf campaign that led to a secret closet filled with severed penises (2015-2017).

Man versus Nature

In 2019 she composed Speak Louder! for mixed choir, which will be recorded for CD by Ensemble 96 in September. The fourteen-minute composition targets overpopulation. Ore: ‘An important mantra repeated by almost every politician in the world today is growth. But where has this got us? Europe and many other countries are overpopulated. We use natural resources as if they were infinite.’

‘We exploit and steal the habitat of animals, birds and insects. We behave as if the world were created only for mankind and fail to recognise that our survival depends on the subsistence of other species. – And then we act surprised when Covid-19 comes along! We should really stop exploiting and overpopulating the world, and start treating nature with more kindness, understanding and respect.’

Cecilie Ore: ‘We must stop exploiting and overpopulating the world and treat nature with more kindness and respect. The dragonfly on my website symbolizes my concern about this.’

Her love of nature is immediately apparent on visiting her website, which opens with a larger-than-life photograph of a colourful dragonfly. Ore: ‘The image indeed symbolizes my concern for nature, but it is twofold. Years ago, someone said that my first string quartet, Praesens Subitus, was reminiscent of the movements of a dragonfly: standing still in mid-air, suddenly moving and then just as unexpectedly standing still again, and so on. In that piece, I investigate the relationship between horizontal and vertical events, between movement and stasis. ‘Indirectly, the dragonfly embodies the question: how do you create music in which Eastern and Western ideas are incorporated on an equal footing?’

Which brings us back to Ton de Leeuw: ‘His approach to Eastern music and its underlying philosophy remains a constant source of inspiration for me.’

This interview originally appeared in the August/September 2021 issue of the Dutch music magazine De Nieuwe Muze. I translated it at the request of Norsk Musikkforlag, publisher of Ore’s scores.

#CecilieOre #H2OTrilogy #LivGlaser #SpeakLouder #SuzanneRoche #TonDeLeeuw

Piano Concertos from the Netherlands

YouTube

Been meaning to upload this for ages, as it wasn't previously available on YouTube.

It's one of my favourite pieces ever, a duet(?!) for bass clarinet and tape machine and it's really worth 18 minutes of yr time.

#moderncomposers #bassclarinet #tondeleeuw
https://www.youtube.com/watch?v=gCSN9SUEihk

Mountains - Ton de Lieuw (1977) performed by Harry Sparnaay

YouTube
Badings: Concerto for Viola & String Orchestra, de Leeuw: Concerto Grosso | TivoliVredenburg (2021)

YouTube