De werken van Barmhartigheid

Adam Elsheimer, Philemon en Baucis

Afgelopen week ging ik naar Gent om het gerestaureerde Lam Gods te bekijken. Tijdens de uitleg die men gaf, viel me op hoe men uitlegde wat het christendom was. Die vraag houdt me eerlijk gezegd nogal bezig, aangezien in mijn omgeving, seculier als die is, kinderen opgroeien en ik eigenlijk wel zou willen weten hoe je hun iets kunt vertellen over oude kunstwerken. Zo’n kruisiging kan nog zo mooi geschilderd zijn, het blijft een naar gezicht, zo’n verminkt menselijk lichaam. Kun je niet-christelijke mensen uitleggen wat dat is? Trouwens, wat is überhaupt een god?

De Sint-Baafs-kathedraal koos ervoor het christendom niet uitsluitend te presenteren met zijn wonderlijke verhaal over zondeval, kruisdood en het verzoenend bloed van het Lam Gods, maar benadrukte dat het christendom ook stond voor concrete sociale actie: vluchtelingen herbergen en hongerigen voeden. We zijn hier op het terrein van de werken van barmhartigheid.

Eerst even het Bijbelcitaat waar het om te doen is: Matteüs 25, een toespraak waarin de evangelist het heeft over de wereld die zal komen. De scène is het Laatste Oordeel – hoe leg je dát uit aan kinderen? – en de Mensenzoon beloont de rechtvaardige mensen. Hij zegt:

Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe. (Matteüs 25.34-36; Nieuwe Bijbelvertaling)

De rechtvaardige mensen blijken het zó vanzelfsprekend te hebben gevonden, dat ze zich niet eens herinneren dat ze dit hebben gedaan. Dat past goed bij de antieke opvatting dat de goden – of, in een joodse context: de engelen – weleens op aarde rondwandelden om te zien hoe de mensen zich gedroegen. “Sommigen hebben zonder het te weten engelen ontvangen”, zoals de auteur van de Brief aan de Hebreeën het formuleert. Uit de Grieks-Romeinse wereld kunt u het verhaal van Filemon en Baukis toevoegen: twee oude mensen die Hermes en Zeus verwelkomen.

Het idee van concrete zorg voor degenen die het minder hebben getroffen, kwam niet uit de lucht vallen. In de zesde eeuw v.Chr. definieerde Ezechiël rechtvaardigheid al als je houden aan de geboden van de Wet van Mozes, waaraan hij het delen van je brood en het verstrekken van kleding toevoegt (Ezechiël 18.7). Een eeuw later geeft de auteur die bekendstaat als Trito-Jesaja hetzelfde advies en hij voegt toe dat je ook arme mensen in je huis kunt opnemen (Jesaja 58.7). Weer iets later vermeldt de auteur van de hellenistische tekst Tobit het uitdelen van voedsel en kleren (Tobit 4.16) terwijl zijn tijdgenoot Jezus Sirach vrijgevigheid, grafgiften en ziekenbezoek adviseert (Sirach 7.32-35). Hij voegt toe: klaag met degenen die klagen. Wij zouden het empathie noemen. Overigens zijn het bij Sirach nogal utilitaire deugden, want hij wijst erop dat je je zo populair maakt.

Weer een andere parallel vinden we in de al genoemde Brief aan de Hebreeën 13.3, die ook licht werpt op de martelingen in de Romeinse gevangenissen.

Bekommer u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangenzat, en om de mishandelden als om mensen die net zo’n lichaam hebben als u.

Kortom, nieuw is het idee van de werken van barmhartigheid niet. Matteüs noemt er zes: hongerigen spijzen, dorstigen laven, naakten kleden, vreemdelingen herbergen, zieken verzorgen, gevangenen bezoeken. Voor die dorstigen zie ik zo snel geen parallel. De middeleeuwse kerk heeft een extra advies toegevoegd, namelijk het begraven van de doden. Daarmee kwam het aantal werken van barmhartigheid op zeven. En nogmaals: zoals het verhaal van Filemon en Baukis toont, is dit alles niet specifiek voor de joods-christelijke traditie.

Er is echter wel een stevig verschil tussen de adviezen uit Ezechiël, Jesaja, Tobit en Sirach enerzijds en Matteüs 25 anderzijds: de verwachting van de Eindtijd. Bij het eerste viertal is er geen sprake van een Laatste Oordeel, terwijl dat bij Matteüs de crux is. Daarmee is het, geloof ik, overigens niet heel erg anders dan diverse Dode-Zee-rollen en de Henochitische literatuur.

En een ander punt: als Filemon en Baukis twee vreemdelingen herbergen, laven en spijzen, doen ze dat om de doodeenvoudige reden dat het zo hoort. In de joodse wereld, waar ook de auteur van het Matteüs-evangelie bij hoort, ligt dat iets anders: een Jood behoort tot het uitverkoren volk en reageert op die genade door zich te houden aan de Wet. Je kunt het beschouwen als een vorm van noblesse oblige.

In elk geval: de Werken van Barmhartigheid behoren tot de joods-christelijke traditie en het staat de Sint-Baafs-kathedraal vrij het christendom hiermee te typeren. Maar ik hecht eraan op te merken dat het bepaald niet specifiek is voor het christendom.

[Een overzicht van deze reeks is hier.]

#EvangelieVanMatteüs #FilemonEnBaukis #LamGods #Matteüs #NieuweTestament #verzoeningTheologie_ #werkenVanBarmhartigheid

De Zeven Wonderen van België

Doopvont van Reinier van Hoei (Sint-Lambertuskerk, Luik)

Ik houd van fietstochtjes en eigenlijk interesseert het me niet zoveel waar ik begin en eindig. Ik ben weleens langs alle hunebedden gefietst; aan die ouwe stenen valt weinig te ontdekken, maar het is prettig fietsen in Drenthe en Groningen. Ook ben ik weleens om Vlaanderen gereden, doelloos maar tevreden. Mijn fietstocht rond Nederland is bijna voltooid. Het klassieke kwartet AalstPeutieZwevezeleGenoelselderen heb ik al binnen. En zoals het gaat: onderweg ontdek je links een mooi kasteel en rechts een smakelijk streekgerecht.

Een ander reisdoel-dat-geen-doel-is-maar-tussenstop-in-een-tochtje: de Zeven Wonderen van België. Ik begrijp dat het lijstje een halve eeuw geleden is gemaakt als een publiciteitscampagne om toeristen te lokken. Die zullen zich zeker niet bekocht hebben gevoeld: het is een mooi lijstje, waarin Vlaanderen en Wallonië elk met drie kunstwerken zijn vertegenwoordigd en Brussel met één. Ook chronologisch is het mooi verdeeld.

Zeven kunstvoorwerpen

Het oudste wonder van België is het rond 1110 door Reinier van Hoei gemaakte doopvont, dat heeft gestaan in de Sint-Lambertuskerk van Luik. Het is de afbeelding hierboven. Toen de bewoners van de Vurige Stede deze kerk als symbool van feodale onderdrukking sloopten, werd het doopvont overgebracht naar de Sint-Bartolomeüskerk. Die staat op een steenwerp, letterlijk, van het Musée Grand Curtius, dus tel uit je winst.

Reliekschrijn van Nicolas de Verdun (Doornik)

Een eeuw jonger is de reliekschrijn van Onze-Lieve-Vrouw in Doornik, gemaakt door Nicolas de Verdun. Hij is ook de kunstenaar die de schrijn van de Drie Koningen in Keulen maakte. In Doornik rustten ooit enkele relikwieën van – u raadt het al – Maria (uiteraard van dubieuze authenticiteit) die verloren zijn gegaan in de jaren waarin België deel uitmaakte van het revolutionaire Frankrijk. De schrijn van Onze-Lieve-Vrouw maakt nu deel uit van de kerkschat van de kathedraal, en alleen al hiervoor moet u naar Doornik.

Een kelk uit de schat van Oignies (Musée des Arts anciens, Namen)

De schat van Oignies dateert uit pakweg 1235: vervaardigd door Hugo, edelsmid in de priorij van Sint-Nikolaas. Het gaat om prachtige voorwerpen, waarvoor u een bezoek moet brengen aan het Musée des Arts anciens in Namen. Ons bezoek werd versjteerd door een luidkeels sprekend manspersoon dat ons liet meegenieten van zijn inzichten. Net als bovengenoemde twee voorwerpen dreigde schade tijdens de antifeodale jaren aan het einde van de achttiende eeuw, maar de laatste prior heeft de voorwerpen in veiligheid gebracht door ze te laten inmetselen in de muur van een boerderij.

Lam Gods (Sint-Baafskathedraal, Gent)

Het vierde wonder van België vind ik zelf het mooiste: het Lam Gods in Gent, vervaardigd door de gebroeders Jan en Hubert van Eyck en voltooid in 1432. Alles hieraan is wonderbaarlijk, en dat geldt ook voor de wijze waarop de Sint-Baafskathedraal het kunstvoorwerp toont. Ik houd niet zo van museale presentaties waarbij je een koptelefoon op moet of zelfs een bril, maar hier is het een meerwaarde die ervoor zorgt dat je optimaal geniet. En uiteraard moeten de Rechtvaardige Rechters terug worden gegeven.

Detail van de Ursulaschrijn (Sint-Janshospitaal, Brugge)

Mijn vader nam ons ooit mee naar Brugge, naar het Sint-Janshospitaal, om de schilderijen van Hans Memling te bekijken. Hij was zo teleurgesteld dat er die dag filmopnames waren en hij niets kon zien, dat hij alle mensen in de rij vertelde dat ze vermoedelijk voor niets waren gekomen. Dat vond een museummedewerker weer niet leuk, die mijn vader boos aansprak, en vervolgens werd geconfronteerd met een nog bozere groep toeristen en snel terugliep. Ik denk dat het museum zich niet werkelijk zal hebben bekreund om het verlies van een paar honderd frank: de toeristen komen toch wel, en terecht natuurlijk, want de Ursulaschrijn is geweldig. Gemaakt in 1489 overigens.

Museum voor Schone Kunsten, Brussel

We gaan naar Brussel voor het zesde wonder van België: de schilderijen van Pieter Breugel en dan met name het Landschap met de val van Ikaros, vervaardigd in 1558 en te zien in het Museum van Schone Kunsten. Over de hypocrisie van het museum heb ik al eens geblogd en ook het beroemde gedicht van Auden heb ik al eens geciteerd, en ik heb ook al eens verteld dat het doek in kwestie een kopie is van het origineel, dus we gaan – na een Brusselse wafel te hebben gegeten, want dat is toch de voornaamste attractie in de Belgische hoofdstad – snel verder naar het zevende wonder.

Doorkijkje naar Rubens’ Kruisafname (OLV-kathedraal, Antwerpen)

Daarvoor moet u naar Antwerpen, waar u in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal verschillende kolossale doeken van Rubens ziet hangen, waaronder een triptiek met de Kruisafname, geschilderd in 1611. Laat ik er dit van zeggen: het is niet mijn smaak. (Dat heeft natuurlijk niets te maken met het voor mij nogal confronterende feit dat ik er twee weken geleden korting kreeg op een toegangskaartje omdat ik alweer zestig ben.)

Bonus

Tot slot: bovenstaande zeven wonderen dateren van 1110 tot 1611. Ik geef u nog zeven wonderen, allemaal van recenter datum:

  • het Maison Hannon in Brussel (1904)
  • de Boerentoren in Antwerpen (1931)
  • het Atomium in Brussel (1958)
  • het CBR-gebouw in Brussel (1970)
  • de scheepslift van Strépy-Thieu (1976)
  • het spoorwegstation van Luik-Guillemins (2009)
  • de stadsbibliotheek van Gent (2017)
  • Over deze selectie valt niet te corresponderen, althans niet met mij.

    #Antwerpen #Atomium #België #Boerentoren #Brugge #Brussel #CBRGebouw #Doornik #GebroedersVanEyck #Gent #HansMemling #HugoVanOignies #LamGods #LandschapMetDeValVanIcarus #Luik #LuikGuillemins #MaisonHannon #Namen #NicolasDeVerdun #Oignies #PeterPaulRubens #PieterBruegel #ReinierVanHoei #schatVanOignies #scheepsliftVanStrépyThieu #Vlaanderen #Wallonië #ZevenWonderenVanBelgië

    Het Lam Gods in Gent

    Het Lam Gods van Hubert en Jan van Eyck

    Afgelopen voorjaar had ik naar Gent zullen gaan, waar toen een mooie expositie was rond het Lam Gods, het enorme altaarstuk dat Jan van Eyck in 1432 voltooide. Sindsdien staat het (twee Beeldenstormen en één Franse en twee Duitse bezettingen daargelaten) in de Sint-Baafskathedraal. Het kunstwerk is in de afgelopen jaren schoongemaakt, gerestaureerd en ontdaan van allerlei aanslibsels. Vooral het gezicht van het Lam bleek heel anders dan we het kenden. Omdat ik dit altijd een prachtig kunstwerk heb gevonden, wilde ik graag naar die speciale expositie en ik had alles ook geregeld – reservering en hotel, the whole shebang – toen er reisbeperkingen kwamen. Een mooie TV-documentaire was schrale troost.

    Afgelopen zaterdag heb ik de schade ingehaald. Ik had ook wat andere afspraken in Gent en mijn vriendin reisde mee, zodat ik het aangename met het aangename met het aangename kon combineren. En het moet gezegd: het gerestaureerde Lam Gods was het wachten waard.

    Dat je om een model van een kerk heenloopt die er niet is

    Augmented reality

    We hadden ervoor gekozen om voor het eigenlijke bezoek een augmented reality-tour te doen, wat een gouden keuze bleek. Met een bril op liepen we door de crypte onder de basiliek, waar niet alleen de bouwgeschiedenis werd uitgelegd, maar we ook veel informatie kregen over het altaarstuk. Ik had zoiets nog nooit eerder gedaan en ik moest er eigenlijk wel om lachen dat je op een gegeven moment verder wandelt en met een grote boog om een model van de basiliek in 1430 loopt – terwijl er in feite helemaal niets is.

    Tot de uitleg behoorde ook de complexe symboliek van het schilderwerk. Sommige vragen bleven onbeantwoord – is de centrale figuur bovenaan God de Vader of de verheerlijkte Christus? vertegenwoordigen de mannen linksvoor de mensheid of de Joden? – maar gegeven de betrekkelijk korte tijd die er was, vond ik het erg goed gedaan.

    Christendom

    Het leek me bovendien moeilijk om een goed script te schrijven. Hoe leg je het christendom immers uit in en aan een seculiere wereld? Welbeschouwd is de thematiek immers gruwelijk: een God die na de Zondeval de offerdood van zijn Zoon nodig had om zich weer met de mensheid te verzoenen, terwijl voor een barmhartige god een kindertraan toch eigenlijk voldoende zou moeten wezen. (Ik meen dat de tijdgenoten van Van Eijck de vraag over de lacrima infantis ook al stelden. Ik weet er niet voldoende vanaf.)

    Het bloed van het lam

    In elk geval: ook al vormt dat bloed de centrale scène van het Gentse altaarstuk, de makers van de augmented reality-tour benadrukten de werken van barmhartigheid (vluchtelingen herbergen, hongerigen voeden…) en dat leek me wel zo verantwoord. Toen het christendom ontstond, was het bepaald niet vanzelfsprekend de hongerigen te spijzen, de zieken te genezen of de doden te begraven. Dus dit mag je wel opvatten als een van de wezenlijke punten.

    Het Lam Gods

    Het Lam Gods staat niet langer in de Vijdkapel maar in een ruimte waar je met een trap naartoe klimt. En het is prachtig. Ik had het altaarstuk twee of drie keer eerder gezien maar dit keer vielen me vooral de kleuren op.

    Je ziet het met de panelen open. De buitenzijde van het kunstwerk, met daarop de  Annunciatie en de portretten van de donoren, is dus niet meteen te zien. Je moet er even voor omlopen en daar is weinig ruimte, zodat de Annunciatie niet goed is te zien.

    De Annunciatie

    Maar de binnenkant is dus echt prachtig. Om twee redenen ga ik het niet beschrijven. De eerste is: anderen doen dat beter. Er zijn prachtige documentaires, boeken en websites die beter dan ik uiteenzetten hoe Van Eyck de olieverf verbeterde, hoe gedetailleerd zijn flora is, hoe knap zijn spel is met het licht (ergens is in een edelsteen de reflectie te zien van het gebrandschilderde raam van de Vijdkapel) en dat Gent en de dom van Utrecht zijn te zien.

    De tweede reden: ga gewoon kijken. Kunst is namelijk niet in de eerste plaats om uit te leggen, maar om te ervaren. Het is vooral een esthetische en geen intellectuele sensatie. Uitleg kan die esthetische sensatie blokkeren.

    Dus ga naar Gent. Het heeft ook een stadsmuseum, een museum voor schone kunsten, een vernieuwd universiteitsmuseum, een Gravensteen, een industriemuseum, een nieuwe bibliotheek en fijne restaurants, trouwens.

    De victoriaanse “aangeklede” Adam en Eva

    Het graf van Hubert van Eyck

    De aanbidding van het Lam: zijn dit alleen Joden of alle volken ter wereld?

    Een moderne reconstructie van het vermiste paneel met de Rechtvaardige Rechters

    #Annunciatie #België #GebroedersVanEyck #Gent #LamGods #verzoeningTheologie_