Spartacus (1)

Gladiatoren op een Italiaans reliëf uit de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr. (Glyptotheek, München)

[Tweede van vier stukjes over de slavenopstand van Spartacus. Het eerste was hier.]

We hebben twee bronnen over de opstand van Spartacus. Ploutarchos (46-c.122) beschrijft de oorlog in zijn Leven van Crassus, en een generatie later vertelt Appianus het verhaal in zijn Geschiedenis van de Burgeroorlogen. Omdat beiden min of meer dezelfde gebeurtenissen in dezelfde volgorde beschrijven, is het verleidelijk om een gedeelde bron achter hun verhalen aan te nemen, waarschijnlijk de (grotendeels verloren) Historiën van Sallustius of (iets minder waarschijnlijk) de verloren boeken 95, 96 en 97 van het geschiedwerk van Titus Livius. Het lijkt er daarbij op dat Appianus zijn verslag wat heeft ingekort, terwijl Ploutarchos verschillende verhalen over Spartacus’ wreedheid heeft weggelaten.

In 73 v.Chr. wisten achtenzeventig gladiatoren te ontsnappen uit de school van een zekere Gnaeus Lentulus Batiatus te Capua. Volgens Ploutarchos waren ze bewapend met niet meer dan keukengerei, maar al snel bemachtigden ze echte wapens. Van nu af aan waren ze zwaar bewapend en ze trokken zich in eerste instantie terug op een berg. Appianus vertelt ons dat dit de Vesuvius was.

Spartacus, Oinomaos en Krixos

Hij voegt toe dat de gladiatoren drie leiders kozen: Spartacus, Oinomaos en Krixos. Waarschijnlijk vertegenwoordigden zij etnische groepen: Thraciërs, Grieken en Germaan of Kelten. Volgens Ploutarchos

was Spartacus een Thraciër uit een nomadische stam. Hij was niet alleen dapper en sterk, maar was ook veel intelligenter en beschaafder dan je op grond van zijn lot zou hebben verwacht. Eigenlijk leek hij meer op een Griek dan op een Thraciër.

Twee kanttekeningen. Eén, “een Thraciër uit een nomadische stam”: ἀνὴρ Θρᾷξ τοῦ Νομαδικοῦ γένους. Plausibeler is τοῦ Μαιδικοῦ γένους, “een Thraciër uit de Maidische stam”. Een stam in het zuidwesten van het huidige Bulgarije, veertien jaar eerder door de Romeinen onderworpen. Twee, de intelligente barbaar is een gekend klassiek cliché. Van elke niet-Griek of Romein die iets bijzonders had gedaan, zei men dat hij intelligent was – voor een barbaar dan. Andere bronnen zeggen dat Spartacus zoveel succes had omdat hij ooit had gevochten in de Romeinse hulptroepen.

Al vroeg moeten weggelopen slaven en herders zich bij de gladiatorenbende hebben aangesloten. Weliswaar vermelden onze bronnen dit pas in een later stadium, maar alleen door een eerdere groei van de schare aan te nemen, valt te verklaren hoe de gladiatoren de militie konden overwinnen die de autoriteiten in Capua uitstuurden om af te rekenen met de weglopers. Het voornaamste resultaat van die operatie was dat de gladiatoren nu over nog meer echte wapens beschikten. Hun aantal groeide snel, omdat, zoals Appianus ons vertelt, Spartacus de buit eerlijk verdeelde.

Glabers expeditie

Rome moest nu ingrijpen, met grotere middelen dan waarover Capua kon beschikken. De Senaat stuurde propraetor Gaius Claudius Glaber met een leger van 3.000 pas gerekruteerde en slecht getrainde soldaten. Wellicht onderschatte men de gladiatoren op de Vesuvius, maar het is ook denkbaar dat Rome geen sterkere troepenmacht sturen kon. De Republiek was namelijk verwikkeld in twee grote oorlogen: generaal Pompeius streed in Hispania tegen Sertorius en generaal Lucullus was verwikkeld in een oorlog tegen koning Mithridates VI Eupator van Pontus, ver in het oosten. In de stad zelf was het bovendien onrustig doordat, mede door deze oorlogen, het graan schaars was geworden.

Hoewel hij een klein en ongetraind leger had, kwam Claudius Glaber dicht bij succes. Hij isoleerde de gladiatoren op een met wijnranken begroeide heuveltop, waar het leek alsof de belegerden kansloos waren. Ze maakten echter ladders van de wijnranken, daalden ’s nachts van de heuvel af en slaagden erin achter de vijandelijke linies te komen. De Romeinse soldaten raakten in paniek en vluchtten, waarna de gladiatoren het verlaten kamp plunderden. Wéér hadden ze wapens in handen gekregen, die ze konden uitdelen aan de weggelopen slaven die zich bij hen hadden gevoegd.

Varinius’ expeditie

Nu organiseerde Rome een tweede expeditie tegen de gladiatoren, ditmaal onder bevel van praetor Publius Varinius. Om onbekende redenen verdeelde hij zijn troepen, die gemakkelijk konden worden verslagen door gladiatorenleger. Het was vernederend. Varinius verloor het paard waarop hij reed, zijn lijfwachten werden gevangen genomen en Spartacus toonde hun fasces in zijn kamp.

De Romeinse auteur Publius Annius Florus, die een Samenvatting van Livius’ grote geschiedwerk publiceerde, vermeldt dat het leger van gladiatoren en slaven tekeer ging in Nola, Nuceria, Thourioi en Metapontion. De twee eerste steden liggen aan de voet van de Vesuvius, de andere twee in zuidelijk Italië. De herders uit deze streek, echte cowboys, sloten zich aan bij het leger van Spartacus. Van nu af aan kon hij ook cavalerie inzetten.

[Het bloedvergieten gaat morgenmiddag verder.]

#Appianus #Capua #GaiusClaudiusGlaber #gladiator #GnaeusLentulusBatiatus #GnaeusPompeiusMagnus #Krixos #MithridatesVIEupator #Periochae #Ploutarchos #PubliusAnniusFlorus #PubliusVarinius #slavernij #Spartacus #Thourioi #Vesuvius

Spartacus (2)

Re-enactors in de uitrusting van soldaten uit de eerste eeuw v.Chr.

[Derde van vier stukjes over de slavenopstand van Spartacus. Het eerste was hier.]

Twee consuls in actie

Het volgende jaar begreep de Senaat hoe ernstig deze oorlog was. Volgens Appianus voerde Spartacus nu het bevel over zo’n 70.000 man, en hoewel we niet weten waarop de Grieks-Romeinse geschiedschrijver dit cijfer baseert, kunnen we er zeker van zijn dat de rijke landeigenaren in de Senaat zich realiseerden dat ook hun slaven konden vluchten. Daarom gaven de senatoren de beide consuls, Lucius Gellius Publicola en Gnaeus Cornelius Lentulus Clodianus, opdracht op te treden tegen de bendes van Spartacus.

Volgens Appianus had Spartacus de winter gebruikt om wapens te vervaardigen. Zijn leger moet het platteland van Campanië hebben beheerst. Het was zijn plan om de Apennijnen over te steken en naar het noorden te trekken, zodat zijn mensen konden terugkeren naar Gallië, Germanië of de Balkan. Het zou moeilijk zijn 70.000 mensen uit Italië weg te leiden. Het was noodzakelijk om in gescheiden colonnes op te trekken.

Dit bood de Romeinen een kans. In de lente van 72 viel consul Publicola onverwacht een divisie aan die bij Ploutarchos “het Germaanse contingent” heet en die Appianus “de troepenmacht van Krixos” noemt. De naam Krixsós is overigens niet Germaans maar Keltisch en betekent “krullenbol”.

Volgens Appianus verloor Krixos Flin een veldslag bij het huidige Foggia twee derde van zijn 3000 manschappen. Tegelijkertijd onderschepte consul Lentulus de hoofdmacht van Spartacus’ leger ergens in de Apennijnen. Het was zijn taak zijn collega op te wachten, zodat ze hun vijand van twee kanten konden aanvallen. Spartacus versloeg beide legers echter afzonderlijk, nam de uitrusting van de verslagen soldaten mee en vervolgde zijn mars naar de Adriatische Zee.

Spartacus’ wreedheid

Op dit punt is er een verschil tussen de verslagen van Ploutarchos en Appianus. Ploutarchos vertelt hoe Spartacus “verder trok naar de Alpen”, Appianus voegt een detail toe.

Nu offerde Spartacus driehonderd Romeinse krijgsgevangenen als laatste eer voor Krixos, en haastte zich met 120.000 man infanterie op Rome af, nadat hij alle overbodige bagage verbrand, alle krijgsgevangenen gedood en de lastdieren geslacht had om niet gehinderd te worden. (Appianus, Burgeroorlogen 1.117; vert. John Nagelkerken)

Het is waarschijnlijk dat Ploutarchos dit wrede verhaal negeerde omdat het niet paste in zijn beschrijving van Spartacus als “intelligent en beschaafd” en “eigenlijk meer een Griek dan een Thraciër”. Het verhaal is ook te lezen bij Florus:

Hij herdacht zijn in de strijd omgekomen officieren met begrafenissen zoals die van Romeinse generaals, en beval gevangenen om te vechten bij de brandstapels, alsof hij al zijn eigen schande wilde uitwissen door zich niet meer als gladiator te presenteren maar als de sponsor van gladiatorenvoorstellingen.

De twee consuls waren verslagen maar niet uitgeschakeld. Ze volgden Spartacus naar de Adriatische Zee. Er waren verschillende wegen, zodat ze als eersten aankwamen. Ergens ten zuiden van Ancona vielen ze Spartacus aan, die opnieuw zegevierde.

Geen ontsnapping

De gladiatoren en slaven konden nu over de Alpen kunnen ontsnappen, maar er was nog een laatste obstakel: het leger van Gallia Cisalpina, de Romeinse provincie langs de rivier de Po. Bij Modena versloeg Spartacus ook gouverneur Gaius Cassius Longinus.

En toen gebeurde er iets vreemds. Spartacus had zijn doel bereikt: zijn mensen konden de Alpen oversteken en terugkeren naar Gallië, Germanië en de Balkan. Maar dat is niet wat gebeurde. In plaats daarvan trok het enorme leger naar het zuiden. Ploutarchos biedt een weinig overtuigende verklaring:

Spartacus’ was van mening dat ze de bergen moesten oversteken en zich dan verspreiden naar hun eigen woonplaatsen … maar zijn mannen wilden niet naar hem luisteren. Ze waren talrijk en vol vertrouwen en daarom trokken ze weer naar Italië en verwoestten alles wat ze op hun weg tegenkwamen.

Dit is niet onmogelijk. In deze tijd waren de Romeinse legioenen weinig anders dan plunderende legers: de Bondgenotenoorlog, Sulla’s eerste mars op Rome, de Eerste Mithridatische Oorlog, de eerste Burgeroorlog en de conflicten na de dood van Sulla hadden allemaal geleid tot vreselijke plunderingen. De slaven deden gewoon wat de Romeinen deden. Het is echter aannemelijk dat sommige ontsnapte slaven en gladiatoren zich niet bij de mars door Italië aansloten. Zij kunnen wel degelijk de Alpen zijn overgestoken en naar hun land van herkomst zijn teruggekeerd.

[Wordt morgen afgerond]

#AdriatischeZee #Apennijnen #Appianus #Campanië #EersteMithridatischeOorlog #GaiusCassiusLonginus #gladiator #GnaeusCorneliusLentulusClodianus #Krixos #LuciusGelliusPublicola #Ploutarchos #PubliusAnniusFlorus #slavernij #Spartacus