De islam in Europa (1)
Het is ramadan en het leek me een aardig idee eens te schrijven over de islamitische aanwezigheid in West-Europa, want die is er al eeuwen maar wordt desondanks, zeker aan de rechterzijde van het politieke spectrum, behandeld als Fremdkörper. Een mooi journalistiek portret van een jonge moslima in De Volkskrant bevatte de opmerking dat het was alsof ze steeds haar paspoort moest laten zien om te bewijzen dat ook zij in Nederland hoorde. Dat maakte indruk op me.
Crucible of Light
Dus wilde ik schrijven over Crucible of Light. Islam and the Forging of Europe from the 8th to the 21st Century van Elizabeth Drayson. Veel hoger dan zij kun je als geesteswetenschapper in de wetenschappelijke boom niet zitten: ze is werkzaam geweest aan de universiteit van Cambridge, met haar prachtige bibliotheken en digitale databanken, met ’s werelds slimste collega’s en in een atmosfeer die kritisch denken stimuleert. Een auteur met zo’n achtergrond kan iets moois maken. Crucible of Light had dus een belangrijk boek kunnen zijn. Dat is het niet.
Natuurlijk zijn er geslaagde delen, zoals het hoofdstuk over de mensen die Arabische vertalingen van Griekse teksten omzetten naar het Latijn, waardoor West-Europa meer contact kreeg met de antieke cultuur. Verder friste ik mijn kennis op van de diverse Ottomaanse sultans en leerde ik het een en ander over het ontstaan van de bazaar. Drayson biedt liefdevolle beschrijvingen van de moskee in Córdoba, van de Capella Palatina in Palermo en van de kathedraal van Chartres. Ze biedt scherpe portretten van de Ottomaanse architect Sinan en de Turkse staatsman Atatürk. Er is een goede beschrijving van de Nahda, de Arabische renaissance van de negentiende eeuw, die ik iedereen kan aanraden.
Sinans moskee in EdirneAan het einde spreekt Drayson haar bezorgdheid uit over de Europese toekomst, want door de islamitische aanwezigheid in Europa af te doen als vreemd aan onze cultuur, splitsen rechtse populisten onze samenleving. Ik deel die analyse, maar dat maakt me niet blind voor de tekortkomingen van Crucible of Light. Mijn kritiek betreft de slordige inhoud, de onvolledige bewijsvoering en het negeren van relevante wetenschappelijke literatuur. In combinatie roept dat de vraag op hoe zo’n boek tot stand heeft kunnen komen.
Slordige inhoud
Om te beginnen: het wemelt van de fouten en omdat het boek chronologisch is opgebouwd en ik oudheidkundige ben, was dat het eerste dat mij opviel. Het Romeinse Rijk was niet religieus tolerant (blz.32): de Bacchuscultus werd aan banden gelegd, joden en Isisaanhangers konden zonder proces worden verbannen, manicheeërs werden levend verbrand, het lot van christenen veronderstel ik bekend. Constantijn heeft in 312 na Chr. geen visioen van een lichtend kruis gehad (blz.24); in een geschiedenisboek behoren geen legendes als feit te worden gepresenteerd. De Franken waren niet gescheiden van de Romeinen doordat ze geen Latijn spraken en ariaans waren, integendeel (blz.34). De man die in 637 Jeruzalem overgaf aan de Arabieren, Sofronios, was geen keizer maar patriarch (blz.31). Córdoba ligt niet in de woestijn (blz.93). De wetenschappelijke bestudering van het oude Egypte ontstond niet met Napoleon (blz.410): de Egyptenaren hadden daar zelf al een begin mee gemaakt – zie desgewenst de huidige tentoonstelling in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden.
Er waren in 68 na Chr. geen Abbasidische kaliefen (blz. 284). Die zouden een kleine zeven eeuwen later pas aan de macht komen. De Byzantijnse keizer stuurde geen boeken uit de bibliotheek van Alexandrië naar de kalief van Bagdad (blz.194), want die bibliotheek was al eeuwen eerder ten onder gegaan aan haar eigen omvang. En trouwens, de kalief heerste zelf over Alexandrië, dus hij had eenvoudiger manieren om spullen uit die stad te krijgen. Sprekend over bibliotheken: ik wil geloven dat die van sultan Beyazit 7000 titels telde en die in Córdoba overtrof, maar dan moet Drayson niet ook schrijven dat daar een half miljoen boeken lagen (blz.271 en 97).
Fascinatie voor Turkije: Ottomaanse kleding (Plantin-Moretus, Antwerpen)Als oudhistoricus ben ik minder vertrouwd met de tijd na het jaar 1000, maar ook ik herken dat de Derde Kruistocht nooit Jeruzalem heeft belegerd en dat Drayson zich vergist wanneer ze schrijft dat men verbaasd was toen keizer Frederik II de Zesde Kruistocht organiseerde (blz.175 en 177). Dat de bestudering van Aristoteles banned zou zijn geweest aan de Sorbonne (blz.291), is een misverstand: die ban was tijdelijk. Het is curieus dat Drayson een heel hoofdstuk wijdt aan het Europese gekoketteer met de Ottomaanse cultuur in de zeventiende en achttiende eeuw zonder melding te maken van het keurvorstendom Saksen. Gegeven Draysons thematiek begrijp ik dat ze op blz.445 benadrukt dat het negentiende-eeuwse nationalisme een religieuze component had, maar het is een rare omissie dat ze de rol van de taal geheel onvermeld laat. Kenners van de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd kunnen ongetwijfeld meer onjuistheden aanwijzen.
Je waant je, kortom, in een boek van Fik Meijer: een academicus die beschikt over alle denkbare wetenschappelijke middelen maar desondanks iets produceert tjokvol voor iedereen zichtbare fouten. Een betere uitgever zou een factchecker hebben gezet op Draysons manuscript.
[Deze bespreking, eerder gepubliceerd op VersTwee, wordt vervolgd]
#boek #CrucibleOfLight #ElizabethDrayson #Nahda

