Prehistorisch China

Laat-Neolithisch aardewerk uit China (Musée Guimet, Parijs)

Deze blog gaat over de antieke wereld, dus de periode tussen pak ’m beet 3000 v.Chr. en 650 na Chr. De chronologische afbakening is simpel: daarvóór hebben we vooral archeologische bewijsmateriaal, daarna hebben we voldoende geschreven bronnen om te komen tot werkelijke geschiedschrijving. In de westelijke periferie ligt de einddatum iets later, maar voor het economisch, stedelijk en cultureel zwaartepunt van de antieke wereld, het oostelijk bekken van de Middellandse Zee, vormt het jaar 650 een mooi eindpunt.

De geografische grens is minder scherp. Daarom besteed ik ook regelmatig aandacht aan de Sao– en de Nok-culturen in subsaharaal Afrika en aan de culturen van Centraal-Eurazië. De Zijderoute is een fijn thema. Zo af en toe komt dus China in beeld, zoals bij de Romeinse beschrijving van het Zijdeland en de Chinese beschrijving van de staat Dà Qín, maar ik heb nooit een echt blogje gewijd aan het Verre Oosten. Een poging dus, met een kritische paragraaf aan het einde.

De Prehistorie van China

Eerst maar dit: het antieke China (“Inner China”) was zes, zeven keer zo groot als het huidige Frankrijk en daarom is het eigenlijk wat raar om het te hebben over “het” antieke China. Feitelijk was het een verzameling antieke culturen, gesitueerd in de oostelijke helft van het huidige China. De regio bestaat uit de bassins van twee naar het oosten stromende rivieren, de Huang Ho ofwel Gele Rivier in het noorden en de Jangtse ofwel Blauwe Rivier in het zuiden. De Gele Rivier stroomt door een gebied dat bestaat uit vruchtbare lössbodems.

Laat-Neolithisch aardewerk (Mariemont, Morlanwelz)

De eerste sporen van landbouw, ergens rond 12.000 v.Chr., lijken te zijn aangetroffen in de regio ten noorden van de Blauwe Rivier. Rijst en gierst werden verbouwd vanaf het negende millennium, varkens en honden werden gedomesticeerd en het eerste beschilderde aardewerk werd zo rond 5000 v.Chr. vervaardigd. In deze periode, het Neolithicum, groeiden de sociale tegenstellingen: de elite is herkenbaar aan de aanwezigheid van jade in de graven. En zijde! Het beroemde product werd vervaardigd vanaf pakweg 4000 v.Chr.

En zoals je zou verwachten: vanaf het moment waarop kapitaal circuleerde, zijn er ook sporen van geweld. Er moeten er vorsten zijn geweest die leiding gaven aan grote groepen arbeiders, waaronder de eerste metaalwerkers. De bronstechniek lijkt ergens rond 3000 v.Chr. te zijn overgenomen van de Centraal-Aziatische nomaden: dat is tegelijk met de opkomst van het brons in de Levant, en dus een mooi voorbeeld van de wijze waarop Centraal-Eurazië ook werkelijk het centrum was van Eurazië.

Bronstijd

Na de klimaatomslag rond 2200 v.Chr., het 4,2 ka BP event waarover ik vaker heb geschreven, begint een periode die weleens wordt aangeduid als die van de Xia-dynastie. De latere Chinese teksten – die ik niet heb gelezen – presenteren de vorsten als een soort halfgoden die de overstromingen van de rivieren leren beheersen en de akkerbouw beschermen. Westerse geleerden typeren de verhalen als mythisch, Chinese geleerden denken weleens aan een reële zondvloed, en associëren de Xia-dynastie met een bronstijdcultuur in de regio Henan, aan de Gele Rivier. Die lijkt een politieke organisatie te hebben gekend die niet onverenigbaar is met de legenden.

Orakelbot (Shang-dynastie; Musée Guimet, Parijs)

De volgende dynastie heet Shang of Yin, en nam de macht over rond 1750 of 1600 v.Chr. (ik lees het allebei). Ze duurde tot 1040 v.Chr. en de negenentwintig met naam bekende vorsten beheersten een groter gebied dan alleen Henan: de hele benedenloop van de Gele Rivier en ook stukken van de Blauwe Rivier. In deze periode brak het schrift echt door, wat de administratie natuurlijk vereenvoudigde. Ik begrijp dat er discussie bestaat over de rol van sjamanisme.

De Zhou-dynastie begon als vazal van de Shang-heersers, maakte zich onafhankelijk en nam rond 1040 de macht over. Om deze machtsovername te rechtvaardigen, riepen ze het “hemels mandaat” in: het idee dat als het slecht gaat, dat komt doordat de vorst niet voldoende deugdzaam is, zijn legitimatie verliest, waarna een andere leider met toestemming van de hemel de macht overneemt, en voorspoed brengt zolang hij deugdzaam is – tot ook de nieuwe dynastie corrumpeert. De geschiedenis is zo een cyclus; in Mesopotamië bestonden soortgelijke opvattingen.

De Zhou-vorsten hadden twee hoofdsteden, Chang’an en Luoyang, en breidden hun macht geleidelijk uit over grote delen van de Chinese wereld. Wie daar buiten woonde, gold als barbaar – een ander nieuw concept.

Hert (Zhou-dynastie; Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

IJzertijd

Inmiddels begon men voorwerpen van ijzer te maken: een nieuwe uit Centraal-Azië afkomstige techniek. Wanneer je de IJzertijd laat beginnen, is een beetje een definitiekwestie. Ga je uit van de eerste ijzeren voorwerpen, dan kom je bij 1000 v.Chr.; gietijzer was gangbaar rond 600 en staal rond 400 v.Chr.

Het wezenlijk nieuwe van ijzer is dat het een democratisch metaal is: het is overal te vinden. Brons veronderstelt koper en tin, en dus langeafstandshandel, en omdat de investeringen aanzienlijk zijn, kan alleen het hof de handel financieren. De opkomst van ijzer betekent het einde van dit monopolie en het ontstaan van kleinere staten. Dat is in China niet anders dan in de Levant, waar rond het midden van de achtste eeuw de centrale Zhou-overheid concurrentie krijgt van ruim 150 kleinere staten. Feitelijk waren de feodale heren net zo machtig als de koning. Deze fase uit de Chinese geschiedenis staat bekend als de Periode van Lente en Herfst, vernoemd naar de Lente- en herfstannalen, een hofkroniek van een van die deelrijken. Het gaat om de jaren 722 tot en met 481.

Bronzen vat (Musée Guimet, Parijs)

Het was een tijd van urbanisatie – alweer een parallel met de Levant en de Mediterrane wereld. Ook de grote Chinese filosofische stelsels wortelen in deze tijd: Confucius leefde rond 500 v.Chr., Lao Zi (Lao Tse), Sun Tzu en  Mo Zi (Micius) leefden iets later.

[wordt vervolgd]

#42KaBPEvent #akkerbouw #BlauweRivier #Bronstijd #ChangAn #Confucius #GeleRivier #HemelsMandaat #IJzertijd #jade #LaoZi #Luoyang #MoZi #Neolithicum #PeriodeVanLenteEnHerfst #ShangDynastie #SunTzu #XiaDynastie #ZhouDynastie #zijde

Gudea van Lagash

Gudea van Lagash (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb weleens geblogd over de klimaatcrisis die bekendstaat als het 4,2 ka BP event: een periode van droogte die in Egypte het einde van het Oude Rijk markeert en in Mesopotamië het einde van het Rijk van Akkad. In Irak was er een periode zonder centraal gezag, tot de Derde Dynastie van Ur het tweestromenland opnieuw verenigde. Uit die tussentijd kennen we één koning vrij goed: Gudea, heerser van de Sumerische stadstaat Lagash. Het is ietwat verwarrend dat de voornaamste nederzetting in zijn koninkrijkje de tempelstad Girsu was. Beide steden liggen in het oosten van Sumerië.

We moeten de regering van Gudea plaatsen tussen 2144 en 2124 v.Chr.noot Dit is volgens de bewezen correcte middenchronologie; de Engelse Wikipedia, die door wetenschappers die de discussie hebben verloren is gevandaliseerd, vermeldt ook de weerlegde korte chronologie. Het lijkt een bloeiperiode te zijn geweest. Er zijn in Lagash, Girsu en elders duizenden inscripties gevonden, waaronder de langst-bekende Sumerische tekst, een cilinder uit Girsu.

Ook zijn er allerlei beelden bekend van koning Gudea. Het bovenstaande hoofd van zo’n beeld, gemaakt van dioriet, behoort tot de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Uit de teksten weten we dat Gudea in zijn zesde regeringsjaar, 2139 v.Chr., dwars door Elam oprukte naar Anšan, een stad die iets ten westen van het huidige Shiraz ligt. Voor deze militaire expeditie moeten Gudea’s mannen zo’n 600 kilometer hebben gemarcheerd, en daarna nog eens 600 kilometer terug. Met buit beladen, dat wel. Heel ongebruikelijk was zo’n veldtocht niet. Eerdere vorsten uit het zuiden van Mesopotamië waren met hun leger naar de Middellandse Zee opgerukt.

De meeste teksten van Gudea gaan echter over de in Mesopotamië onvermijdelijke irrigatiewerkzaamheden en de al even onvermijdelijke constructie van tempels, die in Girsu ook zijn teruggevonden. De teksten vermelden dat de bouwmaterialen kwamen uit alle windstreken, die een voor een worden opgesomd: ceders van de Libanon, koper uit de Sinaï, en zo voort en zo verder. Zulke opsommingen zijn een typisch Mesopotamisch motief, dat doorgaans niet meer wil zeggen dan dat men via-via handel dreef met deze gebieden. In een van zijn teksten claimt Gudea echter dat mensen helemaal uit “Meluhha” naar hem zijn gekomen – en dat is vrijwel zeker India. Een direct contact!

Maar toch: al met al een heel gewone koning. Toevallig iemand waarover we veel teksten hebben en wiens portret vaak is gereproduceerd, maar niet een vorst die heel bijzondere dingen deed of zich heel bijzonder presenteerde. Iemand die zijn public relations piekfijn op orde had, dat is alles. Of zijn regering werkelijk een bloeiperiode was, valt aan de hand van het veelvoud aan vondsten simpelweg niet te zeggen: dat iets of iemand goed is gedocumenteerd, wil niet zeggen dat het ook belangrijk is geweest. Maar die kop in Leiden, die is mooi.

[Dit was het 488e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#42KaBPEvent #Anšan #Girsu #Gudea #Irak #klimaatcrisis #Lagash #RijkVanAkkad #UrIII

Klimaatcrisis, 2200 v.Chr. - Mainzer Beobachter

Het "4.2 kY event" markeert de overgang van de Vroege naar de Midden-Bronstijd in Mesopotamië en Egypte én het begin van het Antropoceen.

Mainzer Beobachter