Een uitkip is geen rare snoeshaan, maar een oud woord voor ‘verwijdering’. Hoe dat zit lees je in Terug in de taal! https://ivdnt.org/actueel/woorden-van-de-week/terug-in-de-taal/uitkip-uitkipping-uitkippen/

#taalkunde #historischnederlands

uitkip

Een uitkip is geen rare snoeshaan.

Instituut voor de Nederlandse Taal

Nu uit: Pleidooi voor nutteloze beschaving https://doi.org/10.1075/nb.00030.din  

Waarin ik een lans breek voor de luxe om niet als een windvaan mee te bewegen met de markt, het fatsoen om fascisten een weerwoord te bieden, en de verfijning om bij te dragen aan fundamenteel inzicht in wat taal voor ons is en met ons doet.

De AVT is natuurlijk klein bier in deze woelige tijden, maar ik was er met trots voorzitter van in de traditie van Stutterheim en Mohrmann

#nederlands #taalkunde

Pleidooi voor nutteloze beschaving | John Benjamins

Abstract In het vijfenzeventigste jaar van het bestaan van de Algemene Vereniging voor Taalwetenschap (AVT) waait er een fascistische wind in Nederland. Universiteiten gehoorzamen bij voorbaat door gedwee te bezuinigen en onderwijsprogramma’s te vernederlandsen. De taalwetenschap blijft “een hoeveelheid nutteloze beschaving waarvoor zo weinig mogelijk geld beschikbaar kan worden gesteld” (zoals voorzitter Stutterheim schreef in 1952). Misschien wel daarom belichaamt ze ook de onafhankelijkheid van denken en doen die we in deze tijd hard nodig hebben. Dit commentaar is een versie van de afscheidsrede van Mark Dingemanse, AVT-voorzitter 2022–2025.

Faits divers (42)

Een plaatje dat niets met onderstaande faits divers heeft te maken, maar goed, morgen begint de slachtmaand (Nieuw Museum, Cherchell)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer slecht nieuws, geen nieuws, gerelateerd nieuws, nieuws over nieuws en niet ter zake nieuws. Voilà.

Slecht nieuws

Zoals bekend wordt er elke twee maanden ergens een oudheidkundige instelling bedreigd. Dat kan een museum zijn of een archeologische opleiding. Deze maand is het een opleiding klassieke talen in Toronto. De petitie vindt u daar – en ik breng in herinnering dat petities effect hebben. Nou ja, af en toe. Dus neem even de moeite.

Geen nieuws

Voortdurend vergroten archeologen het oudheidkundig databestand. Dat is dagelijkse wetenschap en de dagelijkse activiteiten van oudheidkundigen zijn net zo min nieuws als die van machinisten, ambtenaren of IT-specialisten. Nieuws is als er zaken veranderen. Dat gebeurt immers ook.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat er zo nu en doen leuke ontdekkingen worden gedaan, zoals een Egyptisch fort, een Assyrische tekst in Jeruzalem, de grootste tot nu toe bekende lamassu, vondsten in Olympia en Agrigento, een nieuw en compleet afschrift van de tekst die we (incompleet) al kennen van de Steen van Rosetta, een massagraf bij Mursa en de eerste afbeelding van een Alaan op het Iberische Schiereiland.

Lieve archeologen: dit zijn leuke ontdekkingen, maar gebruik ze nou eens als lokkertjes om de aandacht te vestigen op de hypothesen die jullie formuleren en toetsen. Wie de aandacht trekt zonder dat het aandacht is tot iets, is alleen een aandachttrekker. En oninteressant. Maar dat is de oudheidkunde niet. Geef mensen dus inzicht in het wetenschappelijk proces en stop ermee louter trivia toe te werpen. Al waren dit natuurlijk wel leuke trivia.

Gerelateerd nieuws

Als we nog wetenschapsredacties hadden gehad, zouden we andere dingen hebben gelezen, want de oudheidkunde verbetert zich. En het is niet moeilijk om uit te leggen.

Een van de grootste prestaties van de geesteswetenschappen is de ontdekking van de Indo-Europese taalfamilie en de reconstructie van een oertaal. Dit is extreem belangrijk voor de archeologie, want als we weten dat iets heeft bestaan toen mensen eenmaal konden schrijven én in de samenleving van de sprekers van zo’n oertaal, dan kun je die informatie gebruiken voor de tussenliggende periodes. Zo is de archeologie van de Bronstijd voor een groot deel gebaseerd op talige aannames – lees maar hier of daar of daar of daar of daar.

Dat de methode om de vroege talen te reconstrueren correct is, wordt bewezen doordat het resultaat voldoet aan de coherentietheorie van de waarheid: een bewering is correct doordat ze voortvloeit uit eerdere, correct bevonden gegevens. Dat is hoe wiskundigen, taalkundigen en historici denken over waarheid. Maar zo denken archeologen niet. Die hebben een voorkeur voor de correspondentietheorie van de waarheid: iets is waar omdat het te toetsen is aan de hand van andere gegevens.

En nou is het probleem: we kunnen die onafhankelijke bevestiging niet krijgen omdat niemand ooit een Proto-Indo-Europeaan te spreken krijgt. Maar we kunnen de methode van taalreconstructie wel loslaten op bijvoorbeeld moderne romaanse talen, en kijken of we dan het Latijn reconstrueren. Dat is al eens gedaan, met een computer, en de methode blijkt tot correcte conclusies te komen. En onlangs is nog zoiets gedaan: men heeft diverse Midden-Amerikaanse talen gecombineerd om een oertaal te reconstrueren die voor het begin van de jaartelling in Mexico gesproken moet zijn geweest. En vermoedelijk correspondeert die zo gemaakte reconstructie met schrifttekens die al langer bekend zijn.

Het is u vergeven als u, geïnteresseerd in het oude Eurazië, Midden-Amerika wat ver weg vindt. Maar in Mexico worden methodes geijkt die ook voor de rest van de planeet belangrijk zijn. Hadden we nog maar wetenschapsredacties, dan hadden we over deze vooruitgang gelezen, in plaats van dit geneuzel.

Nieuws over nieuws

De oudheidkundige wetenschap komt niet als wetenschap in het nieuws en onbekend maakt onbemind maakt kwetsbaar. Des te belangrijker is een goede wetenschapsvoorlichting. En nu is er goed nieuws, tweemaal zelfs. Het eerste goede nieuws is dat het Nederlands Klassiek Verbond, dat al sinds mensenheugenis het sympathieke tijdschrift Hermeneus uitgeeft, alle nummers van de afgelopen kwart eeuw online ter beschikking stelt. U vindt de schatkamer hier.

Het andere nieuwtje is dat de Radbouduniversiteit een “kenniscentrum” heeft opgericht voor Romeins Nijmegen. Zo te lezen kan iedereen daar terecht met vragen. Omdat er sprake is van een “nationaal kenniscentrum”, dus groter dan Nijmegen alleen, en mits de Radbouduniversiteit die ambitie waar maakt, hebben we eindelijk wat al heel nodig is. En om eerlijk te zijn: het zou mij een hoop frustratie sparen als ik de dertig vragen die ik per dag te beantwoorden krijg, kan doorsturen naar mensen die wél kunnen zien wat de universiteiten de afgelopen kwart eeuw achter betaalmuren hebben verborgen.

Libanon

En nu ik toch persoonlijk ben: ik heb de laatste tijd veel geschreven over Libanon. De opbrengst van mijn korte geschiedenis is onlangs overgemaakt naar Cordaid. Dat geldt ook voor de royalties van de cursus die ik insprak voor Home Academy. Lees het boek (u bestelt dat hier) of beluister de cursus (u bestelt die daar).

En verder: op donderdag 20 november is er een lezing over het antieke Libanon in Boekhandel Van Rossum aan de Beethovenstraat 30-32 in Amsterdam (tramlijn 5, halte Gerrit v/d Veenstraat). Ik sta daar vanaf 20:00 te loeien. Ook aanwezig is de beroemde classicus Hein van Dolen, met wie ik heb mogen samenwerken bij het boek Goden en halfgoden. Hein leest een oude Fenicische mythe voor. Het wordt een leuke bijeenkomst en aanmelden is aangeraden.

#coherentietheorieVanDeWaarheid #correspondentietheorieVanDeWaarheid #digitaleHistorischeTaalkunde #FaitsDivers #HeinVanDolen #IndoEuropeanistiek #Mexico #NederlandsKlassiekVerbond #Nijmegen #taalkunde #wetenschapsjournalistiek

Stelen - steelt - stal - gestolen
Telen - teelt - tal - getolen

Wel consequent blijven graag.

Namens alle nieuwe Nederlanders, bedankt.

#Werkwoorden #Taal #Taalkunde #NT2 #plezier #HoeKomtDieErop

Het Numidisch en het Proto-Berber

Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Een ruim jaar geleden – het was ten tijde van de verkiezingen – reisde ik door Algerije en korte tijd daarna door Tunesië. Je loopt er van de ene naar de andere Romeinse stad; er zijn er uit de Maghreb ongeveer 500 bij naam bekend, wat aanzienlijk meer is dan de 60 uit Gallië. Dit was een van de verstedelijkste gebieden uit de oude wereld.

T-steden

Op een gegeven moment viel me op dat ontzettend veel plaatsnamen, zowel antieke als moderne, beginnen met een t-klank. Systeem kon ik er niet in ontdekken. Het kon gaan om een havenstad als Tipasa, om een heuvelfort als Tiddis en om een bronnenheiligdom als Thubursicum, maar ook om steden als Thugga, Tebessa, Thysdrus, Thuburbo Maius, Thagaste en Thamugadi. De /t/ lijkt wel universeel te zijn.

Deze plaatsnamen zijn dus ouder dan de Romeinse aanwezigheid, wat wijst op een landschap tjokvol dorpen en steden. En de /t/ komt dus uit de taal van de mensen in het binnenland die in de Griekse bronnen de Libiërs heten en in de Latijnse bronnen de Afri, om ze te onderscheiden van de Puniërs, die afstamden – of claimden af te stammen – van Fenicische kolonisten. Hun steden hebben Fenicische namen als Utica en Karthago, ofwel ‘Attiq (“oude stad”) en Qart hadašt (“nieuwe stad”).

Steden en volken

En dit is toch wel opmerkelijk, dat vele tientallen inheemse plaatsnamen door de Romeinen en alle latere overheersers zijn overgenomen. De Romeinen bedachten er niet zelf een naam voor, maar namen iets over dat er al was. Dat betekent dat die plaatsen al redelijk belangrijk waren, en inderdaad kon bijvoorbeeld Thugga in de ogen van een Griekse waarnemer in de vierde eeuw v.Chr. doorgaan voor polis, een zelfstandige stadstaat met eigen staatsinstellingen. Opgravingen tonen dat de regio voor de komst van de Romeinen al allerlei dorpen, heuvelforten en beginnende steden kende.

Iets soortgelijks zien we bij de namen die de Grieken en Romeinen gaven aan de volken die daar in het binnenland woonden. Herodotos weet dat ten westen van Karthago de Maxyen leefden; vanaf de derde eeuw v.Chr. bestond rond het huidige Constantine het koninkrijk van de Massyliërs; achter de moderne havenstad Oran leefden de Masaeisyliërs; en daar achter kwamen de Maurusii ofwel Mauri ofwel Moren. Dat element /ma/ keert terug in de naam waarmee de Berbers zichzelf aanduiden, Imazighen. Het lijkt erop dat /ma/ de aanduiding voor een grote bevolkingsgroep is geweest in de taal die men in de Oudheid sprak in het binnenland.

We zullen die taal gemakshalve “Numidisch” noemen – het is denkbaar dat de tweede lettergreep ook een /ma/ is geweest. De Grieken hoorden er namelijk hun woord voor zwervende herdersvolken in, nomades, waar het misverstand vandaan komt dat de Numidiërs alleen maar veetelers waren. De continuïteit van de plaatsnamen toont echter dat er ook een aanzienlijke sedentaire bevolking was, wat overigens Herodotos al met enige stelligheid benadrukt.

Numidisch en Proto-Berber

Ik vergeleek die Numidische volkennamen – zoals Maxyen, Massyliërs en Masaeisyliërs – zojuist met de Berbernaam Imazighen. Maar is Numidisch wel een oude Berbertaal? Het vervelende is dat we maar weinig woorden uit het Numidisch kennen: plaats- en volksnamen dus, in vergriekste of verlatiniseerde vorm, de namen van een stuk of wat vorsten en officieren.

De huidige Berbertalen, zo veel is zeker, stammen af van een oertaal, die taalkundigen als Maarten Kossmann (Leiden) kunnen reconstrueren en waarvan ze kunnen vaststellen dat die gesproken moet zijn geweest in de eerste helft van het eerste millennium v.Chr. Dat maakt het Proto-Berber oud genoeg om de voorouder te zijn geweest van het Numidisch. Het weinige dat we van het Numidisch begrijpen, oogt desondanks toch wel anders dan het Proto-Berber. De taal van de Numidiërs heeft zich, als ze werkelijk van het Proto-Berber afstamt, wel heel snel ontwikkeld. Daarom overwegen taalkundigen ook dat het Numidisch en het Proto-Berber allebei teruggaan op een gemeenschappelijke voorouder, die enkele eeuwen eerder gesproken moet zijn geweest.

Data, data

De puzzel is alleen op te lossen met meer data. Weliswaar zijn ongeveer 1300 Numidische inscripties bekend, maar de overgrote meerderheid bestaat uit grafschriften van slechts drie woorden (“X, kind van Y”), soms voorzien van een vierde woord dat wel de weergave zal zijn van een ambt of een familienaam. Het wachten is op een flink grote tweetalige inscriptie en het is zeker niet uit te sluiten dat die nog eens zal worden ontdekt.

In Thugga zijn bijvoorbeeld twee Punisch-Numidische inscripties gevonden. Een daarvan biedt de namen van enkele ambten (GLDMCK, “vijftigman”), maar ook de Numidische weergaven van de koningsnamen: ZLLSN, GYY, MSNSN en MKWSN ofwel Zelalsen, Gaïa, Massinissa en Micipsa. De namen van de ambten en de eerste koningsnaam zijn totaal nieuw, de tweede naam is in de Griekse en Romeinse bronnen foutief overgeleverd als Gala. Onze kennis is gegroeid, maar je blijft hopen op een stevige klapper.

#Berbers #Berbertalen #MaartenKossmann #Masaeisyliërs #Massyliërs #Numidië #plaatsnaam #taalkunde
Beïnvloedt taal het denken? - Sargasso

Deel 8 in de serie Wat iedereen moet weten over taal Onlangs verschenen de resultaten van een onderzoek: wat vinden taalwetenschappers dat mensen moeten weten over taal? Dat resulteerde onder andere in een lijst van 25 vragen. Korte antwoorden op die vragen staan hier op een rijtje. ‘Beïnvloedt taal het denken?’ is een grote vraag, […]

Sargasso

De Finno-Oegrische talen

Deze door Cornelis de Bruijn getekende Samojeed sprak een Oeraalse taal.

Even een blogje, in allerijl geschreven. Het nieuwtje is te leuk om te laten liggen, hoewel ik deze vrijdagavond eigenlijk iets anders te doen heb. In haast dus. Hop.

Finno-Oegrische talen

David Reich, een van de bekendste DNA-onderzoekers (Nobelprijs 2028), heeft een artikel gepubliceerd waarin hij aantoont dat de Finno-Oegrische talen heel ver uit het oosten komen. Dit verdient wel even wat toelichting.

Om concreet te beginnen: probeer de Netflix-serie Sorjonen eens te volgen zonder ondertiteling. De gemiddelde Nederlander of Vlaming zal er geen woord van begrijpen, terwijl diezelfde TV-kijker vroeg of laat wel wat woorden herkent in een Franse, Duitse of Italiaanse TV-serie. Dat komt omdat Sorjonen in het Fins is, omdat het Fins (net als het Ests en het Hongaars) een Finno-Oegrische taal is, en wij in Europa gewend zijn aan Indo-Europese talen. Finno-Oegrische talen zijn buitenbeentjes en doet roept de vraag op naar de herkomst.

Het was al bekend dat die in het oosten moet worden gezocht, want de Finno-Oegrische talen behoren tot de grotere familie van de Oeraalse talen. Die worden gesproken in Noord-Rusland. Reich c.s. hebben nu vastgesteld dat de sprekers van de Finno-Oegrische talen niet uit die regio komen, maar uit een veel oostelijker gebied, zeg maar Siberië. Verder lijkt het erop dat de eerste sprekers van Finno-Oegrische proto-taal daar tot 2000 v.Chr. woonden. Toen begon een westwaartse migratie, waarvan de laatste fase de aankomst van de Magyaren in Hongarije was, ergens in de tiende eeuw na Chr..

Wat is nou zo interessant?

Nu worden dit soort claims wel vaker gedaan. Ruim een jaar geleden was er de claim dat het Proto-Indo-Anatolisch, de “moeder” van de Indo-Europese en de Anatolische talen, via DNA-bewijs kon worden geplaatst bezuiden de Kaukasus. Dat was van begin af aan een heel rare claim, omdat het een zeer ongebruikelijke migratieroute (noordwaarts over de Kaukasus) veronderstelde. Bovendien was het DNA-bewijs gebaseerd op veertien mensen, en weerlegden de aanhangers van de nieuwe hypothese de argumenten voor een meer conventioneel “land van herkomst” niet. Een half bewijs dus maar – ik legde het hier uit.

Reichs onderzoek is beter. Het is namelijk gebaseerd op het genetisch materiaal van een kleine 1200 mensen. Minstens even belangrijk is dat de route die de mensen naar het westen hebben gevolgd, een bekende is: we weten al heel lang dat nomaden vrijwel altijd westwaarts trekken door Eurazië, zeg maar van het droge Siberië naar het aantrekkelijker Oekraïne. Er zijn, vergeleken met de wonderlijke claim van vorig jaar, geen gekke zaken verondersteld.

Dit wil niet zeggen dat we Reich nu meteen moeten geloven. De relatie tussen taalkunde, geschiedenis en archeologie is lange tijd wat onhandig geweest en nu komt het DNA erbij. De claim over het Proto-Indo-Anatolisch toont al dat de verschillende soorten bewijsmateriaal nog steeds niet goed op elkaar zijn afgestemd en dat er ook onvoldragen onderzoek wordt gepubliceerd.noot Dat is het immers, als je wel argumenten vóór je stelling aandraagt maar niet ingaat op de argumenten er tegen. En bedenk: een taal kan zich verspreiden zonder migratie. Allemaal complicaties, allemaal zaken waarover vast nog zal worden gesproken. Maar Reichs claim is gebaseerd op redelijk veel data en veronderstelt bovendien geen gekke routes. Dit is een interessante claim.

#AnatolischeTalen #DavidReich #DNAOnderzoek #Estland #Finland #FinnoOegrischeTalen #Hongarije #IndoEuropeseTalen #Magyaren #OeraalseTalen #Rusland #Siberië #taalkunde

Lezen en schrijven zijn betrekkelijk recenter innovaties. Daarom hebben alle talen er andere woorden voor. Gastblogger Gert Knepper weet alles over historische #taalkunde en legt het uit.

https://mainzerbeobachter.com/2025/06/18/antieke-woorden-voor-lezen/

Wat als dieren konden praten. Of, misschien praten ze al lang, en moeten wij ze alleen nog leren verstaan. Maar hoe onderscheid je de ene boe van de andere, of een tik en een tok? Daar houden de twee gasten (Leonie Cornips & Marjolein de Rooij) van vandaag zich mee bezig.

#LeonieCornips #Dieren #Taal #Praten #Communicatie #Koeien #Koe #Kalfje #Taalkunde #MarjoleinDeRooij #VakbondVoorDieren #Kippen #Kip #Eieren #KippenGeluksMeter #Veehouderij #Dierenarts #Boerderij #Boer #Veeboer

⚓ De beste stuurlui staan aan wal
⚓ Português : Falar é fácil, difícil é fazer / Falar é fácil, o difícil é fazer
⚓ Español : Una cosa es predicar y otra dar trigo /Es más fácil decirlo que hacerlo

▪️ English, français, Deutsch, italiano 👉 ALT

#nederlands #portugees #spaans #português #español #spreekwoorden #gezegden #humanities #taalkunde #nederlandsetaal #linguistica #linguistique #dutchidioms #vertaling #tradução #tlanguages #translation #linguistics #stuurlui #staan #wal #learnlanguages