𝗙𝗹𝗼𝗿𝗲𝗻𝗰𝗲 𝗪𝗲𝗹𝗰𝗵 𝗱𝗮𝗰𝗵𝘁 𝗱𝗮𝘁 𝘇𝗲 𝘇𝗼𝘂 𝘀𝘁𝗲𝗿𝘃𝗲𝗻 𝗻𝗮 𝗺𝗶𝘀𝗸𝗿𝗮𝗮𝗺 𝘃𝗼𝗿𝗶𝗴 𝗷𝗮𝗮𝗿
Zangeres Florence Welch van Florence + the Machine dacht dat ze zou sterven na een miskraam vorig jaar. Dat vertelt ze in een interview met de Britse krant The Guardian.
𝗙𝗹𝗼𝗿𝗲𝗻𝗰𝗲 𝗪𝗲𝗹𝗰𝗵 𝗱𝗮𝗰𝗵𝘁 𝗱𝗮𝘁 𝘇𝗲 𝘇𝗼𝘂 𝘀𝘁𝗲𝗿𝘃𝗲𝗻 𝗻𝗮 𝗺𝗶𝘀𝗸𝗿𝗮𝗮𝗺 𝘃𝗼𝗿𝗶𝗴 𝗷𝗮𝗮𝗿
Zangeres Florence Welch van Florence + the Machine dacht dat ze zou sterven na een miskraam vorig jaar. Dat vertelt ze in een interview met de Britse krant The Guardian.
Tegengehouden
Gestommel. Zachtjes gaat de deur van zijn kamer open.
“Slaap je al?” fluistert moeder.
Even overweegt Menno daar niet op te reageren, maar al snel wint zijn nieuwsgierigheid het. Hij bromt een beetje en ziet vervolgens zijn ouders tegen de achtergrond van de deuropening als donkere gedaanten naar zijn bed toekomen. Moeder gaat op de rand van zijn bed zitten. Vader pakt de stoel vanachter zijn bureautje. Menno wacht af.
“Wat ben je aan het doen?” vraagt moeder, alsof ze denkt dat hij begrijpt waar ze op doelt.
“Niets,” antwoord hij oprecht verbaasd. “Ik probeer te slapen.”
“Je moet opa laten gaan.” Er klinkt onzekerheid door in vaders stem. “Opa zegt dat hij wordt tegengehouden door kinderhandjes…,” voegt hij er met iets meer overtuiging aan toe, “en wij denken dat jij begrijpt wat hij daarmee bedoelt.”
“Waarom?” vraagt Menno.
“Daarom,” antwoordt vader zacht. “Alleen al dat je nu vraagt waarom. Je weet waar wij het over hebben.”
“Waarom?”
“Menno .” Moeders stem kan soms scherp zijn, en nu weer snijdt ze hem door de ziel. “Menno,” vervolgt ze milder van toon, “opa noemt jouw naam.”
“Ik mag toch niet bij hem op bezoek komen? Waarom moet ik hem dan laten gaan? Hoe kan ik hem tegenhouden?”
Het kan niet anders of zijn ouders horen hoe allerlei gevoelens hem de adem benemen en hem de strot dichtknijpen. Hij is ongelooflijk blij dat opa hem moet hebben gevoeld en gehoord, zoals Aya haar vader voelde en hoorde in haar slaap. Maar hij is ook boos op zijn grootvader, omdat hij hem heeft verraden aan zijn ouders, door zijn naam te noemen. Hij voelt een intens verdriet opkomen om wat er staat te gebeuren.
“Opa wil graag naar de hemel toe, maar dat kan niet, omdat jij het niet wilt.” Door de nadruk die moeder legt op het woordje ‘jij’, krimpt Menno ineen.
“Jezus wil het.” bijt hij haar toe. “Anders gebeurt er niets. Je moet als je bidt altijd zeggen dat Jezus het zo wil.”
“Dat is onzin,” antwoordt moeder fel. “Jezus is hier niet.”
“Jezus is hier wél.”
Verontwaardigt komt Menno overeind. Hij kruipt over zijn bed naar het kastje aan de muur, pakt het doosje met de hostie eruit, opent het, en neemt de hostie tussen de duim en wijsvinger van zijn rechterhand en houdt het voor haar ogen zodat ze zich ervan kan overtuigen dat het echt is: “Dit is Jezus.”
“Dat is een ouweltje,” schampert moeder. “Een dingetje van meel. Wie heeft je wijs gemaakt dat dat Jezus is?”
“Dat heeft een man gezegd. In Egmond. Ze hebben het daar zelf in de mist geconstateerd.”
“Egmond? In de mist?” Pappa kan een lachje niet onderdrukken, en doordat hij zich van zijn stuk gebracht voelt, weet Menno even niets te zeggen. Daarop trekt moeder plotseling de hostie uit zijn vingers, wrijft het stuk en schreeuwt: “Meel. Je moet niet alles geloven wat anderen zeggen.”
Vol ongeloof staart Menno naar de vallende kruimels. Dat zij dit zomaar doet. Het voelt bijna alsof zij zojuist zijn lijf tussen haar vingers fijn heeft gewreven en hij zoekt naar woorden die er niet zijn. Gekwetst kermt hij: “Toch is het zo. Als je heel erg graag wilt dat er iets gebeurt, moet je altijd bidden en tegen God zeggen dat Jezus het zo wil. En dan is hij hier, en dan gebeurt het echt.”
“Maar jij bent het, die wil dat Jezus het wil,” stoot moeder door. Geschrokken van haar eigen reactie, laat zij direct een stroom sussende woorden over haar zoon heen komen waarvan er geen één goed bij hem terecht komt. Hoelang zij daarna op hem in blijft praten interesseert hem niet. Hij luistert niet meer naar haar. Als zij eindelijk haar mond houdt, blijft het lange tijd stil.
Uiteindelijk breekt zijn vader door de stilte en Menno ’s weerstand heen. “Ik weet dat je veel van opa houdt. En ik begrijp heel goed dat je hem niet kwijt wilt en hem graag bij je wilt houden. Maar als je echt van iemand houdt, en dan bedoel ik: écht, dan laat je die iemand vrij om verder te gaan. Waarheen dan ook. Zelfs als dat betekent dat je elkaar nooit meer ziet.
Dat is houden van, Menno. Dat is liefde: dat je de ander niet voor jezelf wilt houden, maar vrijlaat.”
‘Aya…’ denkt Menno. ‘Opa zit net als Aya in een gevangenis. En ik houd hem gevangen.’ “Dan moet opa maar doodgaan, als iedereen dat zo graag wil.” schreeuwt hij.
Hij stopt zijn hoofd weer onder het kussen, zoals hij altijd doet wanneer hij zich voor alles en iedereen wil verbergen, en niets meer wil zien of horen. Huilend wacht hij tot hij voelt dat zijn ouders zijn kamer uit zijn, en gaat dan op zijn rug liggen. Uitgeput valt hij zo in een droomloze slaap. Het eerste dat zijn moeder de volgende morgen tegen hem zegt is: “Opa is overleden. Het ziekenhuis belde gisteravond laat, nog geen half uur nadat pappa en ik weer beneden waren.” Haar stem klinkt emotieloos. Zakelijk. Menno haalt zijn schouders op. Het zal wel. Hij wil het er niet meer over hebben.
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 9789465128023. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
Het kan niet anders of zijn ouders horen hoe allerlei gevoelens hem de adem benemen en hem de strot dichtknijpen. Hij is ongelooflijk blij dat opa hem moet hebben gevoeld en gehoord, zoals Aya haar vader voelde en hoorde in haar slaap. Maar hij is ook boos op zijn grootvader, omdat hij hem heeft verraden aan zijn ouders, door zijn naam te noemen. Hij voelt een intens verdriet opkomen om wat er staat te gebeuren.
Uitgetreden
Zes keer in de week fietst Menno naar zijn school in de Oranje Nassaulaan, deels door het bos. ‘Van een beetje fietsen word je alleen maar sterker,’ hebben zijn ouders gezegd. Vandaag lijkt het fietspad door het bos steeds breder en eindelozer te worden alsof er geen einde aan komt. De bomen links en rechts wijken terug, worden hoger en bovendien bijna doorschijnend. Menno stapt af, laat zijn fiets in de berm vallen en gaat ernaast zitten. Op de weg – een meter of vier verderop parallel aan het fietspad – rijden auto’s voorbij, steeds langzamer, steeds langzamer, tot ze stilstaan als vage schaduwen tussen stralende bomen.
Er hangt een onbeschrijfelijke sfeer om hem heen, die hem meer verwondert dan beangstigt. Het is stil, maar de stilte klinkt als tere muziek zonder begin of einde. Menno ervaart dat zijn lichaam vreemd en zwaar aanvoelt, en hij geeft een poging om op te staan al spoedig op wanneer hij merkt dat zelfs het verzetten van een voet zijn krachten te boven gaat. Alle gevoel in zijn lijf verzamelt zich in zijn nek en achterhoofd tot het zich tintelend van zijn kruin losmaakt. Hij ziet zichzelf zitten , en kan om zich heen kijken, zonder zijn te hoofd te bewegen. Hij kan zelfs van zijn lichaam wegzweven, tussen de bomen door en omhoog als een ademwolkje. Verwonderd ziet hij niet alleen dat de auto’s op de weg stil staan, maar ook de fietsers verderop, zonder om te vallen. Hun voeten staan nog op de pedalen. Zelfs vogels hangen roerloos in de windstille lucht.
Met een lichte schok realiseert Menno zich dat hij uit zijn lichaam is gestapt, en om zich ervan te overtuigen dat hij niet dood is, werpt hij een blik op zijn lichaam dat als een standbeeld in het gras naast zijn fiets zit. Intuïtief voelt hij aan dat hij onmiddellijk in de zittende figuur terug kan keren, als hij dat wil. Maar nu nog niet. Nu wil hij op bezoek bij opa.
Blijkbaar is het voldoende om alleen maar aan opa Prins te denken, om op hetzelfde moment bij hem te komen. Alles en iedereen in de ziekenhuiskamer staat stil, als op een foto. Alles is transparant en de mensen geven licht alsof zij met ontelbare twinkelende vonkjes gevuld zijn. Menno ziet drie mensen. Naast zijn opa staat een man met een witte jas aan. Hij trekt een ernstig gezicht en houdt de pols van opa vast. Aan de andere kant van opa staat een vrouw in een blauwe jurk met een wit schort voor. Ze draagt een raar wit mutsje op haar hoofd, waar een grijs plukje haar onder vandaan krult. De man en de vrouw glimlachen naar opa. Enigszins verbaasd maar gerustgesteld stelt Menno vast dat niemand hem ziet.
Zal opa hem horen, als hij iets in zijn oor fluistert? Zal opa het merken wanneer hij hem een kus op zijn voorhoofd geeft?
“Ik hou van u,” fluistert Menno. “Ik hou van u.” schreeuwt hij, zonder dat iemand hem hoort.
Maar dan ontdekt hij dat zijn woorden als ijle rimpelingen richting opa gaan en dwars door zijn nu transparante lichaam, om daar héél even aan twinkellichtjes een extra flikkering te ontlokken.
“Ik hou van u, ik hou van u, ik hou van u.”
Opnieuw en opnieuw flikkeren de lichtjes, flauw, kort, maar onmiskenbaar.
“U mag niet doodgaan,” bezweert Menno nu. “Hoort u mij? U mag niet doodgaan.”.
Ineens voelt Menno een schok. Hij is weer terug in zijn lichaam, in Zeist, naast het fietspad op het gras. Hij heeft er geen idee van hoe lang hij daar al zit. Bang om te laat op school te komen grijpt hij zijn fiets, springt erop, en racet weg, om te ontdekken dat hij ruimschoots op tijd is. Heeft hij dan alles gedroomd? Hij besluit met niemand over deze ervaring te spreken. Waarschijnlijk gelooft toch niemand hem.
De volledige biografie is op 24 december 2024 als e-book uitgebracht met ISBN nummer 9789465128023. De fysieke uitgave volgt waarschijnlijk eind 2025.Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
Met een lichte schok realiseert Menno zich dat hij uit zijn lichaam is gestapt, en om zich ervan te overtuigen dat hij niet dood is, werpt hij een blik op zijn lichaam dat als een standbeeld in het gras naast zijn fiets zit. Intuïtief voelt hij aan dat hij onmiddellijk in de zittende figuur terug kan keren, als hij dat wil. Maar nu nog niet. Nu wil hij op bezoek bij opa.
Nasleep Corona
https://www.morpurgomedia.nl/columns-blogs/2025/2025-03/nasleep-corona
#corona #pandemie #verlies #overleiden #dood #sterven #ziek #medisch #cohort #Amsterdam #medewerkerd #opvang #protocol #bescherming #pakken #handschoenen #gezichtsmasker #familie #afscheid #coma #verdriet #woede #frustratie #virus #glaswand #arts #uitputting #huilen #ptss #herbeleving #medicatie #slapen #longcovind #hulpverlener @mijnAmstelveennieuws
Nathan – Het einde van de wereld
Het einde van de wereld: op het moment dat je in staat bent je er volledig los van te maken, zoals binnen de advaita vedanta: neti neti. Je bent niet dit en dat. Je kunt namelijk niet zeggen wat je wel bent maar wel wat je niet bent.
Tekst Nathan RozenhartAdvaitisten geloven dat ze niet hun gedachten zijn, niet hun gevoelens en het lichaam. Dat het gehele bestaan slechts een manifestatie is in het oneindige eeuwige bewustzijn (Brahman). Kun jij volledig nee zeggen? Dan betekent dat het einde van de wereld, nietwaar?
Maar dan zit je wel nog vast aan de gedachte van atman, het zogenaamde ware zelf. De druppel (atman) die een is met de oceaan (Brahman). Boeddha sprak niet van een waar zelf, in geen enkele hoedanigheid.
Mensen die geloven in een denker en het denken als twee zaken, houden dus ook nog vast aan een bepaald zelf: de denker ten opzichte van het denken. Ik en het andere. Ik zeg je dat de denker en het denken volledig een zijn, een en hetzelfde. Je bent de wereld die je waarneemt. Er is dan geen sprake van een apart zelf.
Maar advaitisten zitten vast in het beeld van Brahman. Vergeet niet dat advaita een Indiase filosofie is. En dat zij geloven in schepping. Boeddha sprak niet over een schepper. Brahman staat boven de wereld, het tijdelijke. Alles is slechts een manifestatie in Brahman. En de wereld, het gemanifesteerde is een illusie.
En heel veel mensen geloven in een schepper, in Dat wat boven alles uitgaat. Ik spreek ook over Dat maar voor mij is Dat gelijk zijn inhoud. Denk maar aan de oceaan met al het leven erin. Dat zijn geen twee verschillende zaken: dat is namelijk niet de praktijk. En de praktijk volg ik.
Als iemand beweert slechts liefde te zijn, omdat liefde de enige werkelijkheid is, zal deze persoon geen normaal emotioneel leven hebben. Ik omarm mijn lichaam – zonder me eraan te hechten. Ik omarm gedachten en gevoelens – maar ik wens me er niet aan te hechten. Ja, ik ben de wereld die ik waarneem. Maar er is geen sprake van een constant onveranderlijk zelf. Ik ben alles en niets. Het leven is mij en ik ben het leven.
En de wereld (aarde)? Die zal zeker vergaan. Door onze inzet als mens met al zijn zelfdestructie of simpelweg door de natuur zelf. De afstand tussen de zon en de aarde zal steeds minder worden.
Ik geef op dit moment de voorkeur aan het feit dat je niets bent. Dat je op dit moment kan sterven. Maar het niets omvat ook alles. En ik zeg je: het sterfelijke is in geen enkel opzicht minderwaardig aan het onsterfelijke, want dat geloof creëert slechts een innerlijk conflict (waarvan de samenleving een afspiegeling is!). De bloem is niet minderwaardig aan God.
Voor mij is Brahman gelijk zijn inhoud. God niet als iets afstandelijks maar als een oneindig bewustzijn dat alles in zichzelf omarmt. Want is God dan geen liefde? En kent liefde dan van nature afgescheidenheid? Een spiegel weerkaatst alles zonder zich aan alles te hechten.
En Brahman als een filmdoek zien is prachtig maar is zonder enige betekenis zonder een film, een goed drama. En jezelf hypnotiseren tijdens de film, dat je slechts het filmdoek bent maakt van jou de slechtste bezoeker.
Liefde maakt ons goddelijk en emoties maken ons menselijk. En ik zeg je: het eeuwige en het sterfelijke behoren elkaar voor de volle 100% toe, zijn niet-twee. O ja, wacht niet op de Maitreya of Christus of Madhi of Kalki of de Messiah.
Er is werk aan de winkel. Nu. Daar waar jij bent. Overschat maar onderschat ook niet jezelf. Wees een licht voor jezelf. Een licht in deze wereld.
Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.
Maar advaitisten zitten vast in het beeld van Brahman. Vergeet niet dat advaita een Indiase filosofie is. En dat zij geloven in schepping. Boeddha sprak niet over een schepper. Brahman staat boven de wereld, het tijdelijke. Alles is slechts een manifestatie in Brahman. En de wereld, het gemanifesteerde is een illusie.