Het Rijk van Toledo (3)
Mal om tegels te maken (Archeologisch museum, Córdoba)[Derde van vier blogjes over het Rijk van Toledo. Het eerste was hier en over de voorgeschiedenis leest u daar meer.]
Zoals in de vorige blogjes aangegeven, werden de nieuwe heersers op het Iberische Schiereiland, van wie men zei dat ze afstamden van Germaanse migranten, opgenomen in een laat-Romeinse samenleving. Ze waren al heel lang geromaniseerd, terwijl de Hispano-Romeinse bevolking zeker niet germaniseerde. Ik herhaal dit punt, omdat het misverstand blijft terugkeren dat het Romeinse Rijk na de “grote volksverhuizingen” werd afgelost door de koninkrijken van Germaanse immigranten, zodat zesde-eeuws Iberië een on-Romeins, Visigotisch karakter zou hebben gehad.
Veranderingen
Niet dat de Iberische samenleving rond 600 identiek was aan die rond 400. Processen die in de Laat-Romeinse wereld waren ingezet, zoals denivellering en de trek van de steden naar het platteland, gingen gewoon verder. Ook was een deel van het land opnieuw verdeeld: na 507 had de Hispano-Romeinse elite landerijen moeten afstaan aan de noordelijke nieuwkomers. De oude elite bleef echter belangrijk. Zoals ik al vertelde, betekende hospitalitas (als dit een werkelijk bestaand systeem is geweest) dat 2/3 van de beste landgoederen naar de nieuwkomers gingen, wat betekent dat de traditionele grootgrondbezitters nog altijd 1/3 bezaten plus alle mindere landgoederen.
De landgoederen waren belangrijk. Steeds meer mensen verlieten de steden om in een afhankelijke positie – als een soort horige bijvoorbeeld – te gaan wonen bij een grote villa. In de steden waren minder belastingbetalers, waardoor de aloude monumenten steeds minder goed werden onderhouden of een andere bestemming kregen. Nieuwbouw lijkt zich grotendeels beperkt te hebben tot kerken.
Steeds meer steden kregen zo het karakter van een kleine versterkte nederzetting op een heuveltop rond een kerk; het verschil met een grote, versterkte paleis-villa op het platteland vervaagde steeds verder, want een competente grootgrondbezitter woonde destijds ook op een heuvelnoot Zo kon men de productie verspreiden over twee hellingen en het risico op een misoogst verkleinen. en bouwde een kerk voor zijn boeren.
De noordelijke stadspoort en het afgebroken aquaduct van BarcelonaBarcelona
Een goed gedocumenteerde nederzetting is Barcelona, dat in de Late Oudheid tot bloei kwam. In het laatste kwart van de derde eeuw had het zijn stadsmuren herbouwd, maar de stad was kleiner dan je zou verwachten: net iets meer dan tien hectare. Al in de vierde eeuw begon de bevolking te krimpen, zodat de zuidelijke helft van het ommuurde gedeelte in gebruik werd genomen voor tuinbouw. Enkele bronnetjes binnen de muren waren voldoende om de bevolking van water te voorzien, zodat het aquaduct kon worden opgegeven. Het schaakbord-stratenpatroon begon in dezelfde tijd zijn onverbiddelijkheid te verliezen, want bij de bouw van de huidige kathedraal bouwde men dwars over een antieke hoofdstraat heen.
In deze vorm bleef Barcelona vrijwel onveranderd bestaan tot 1050. Een aanwijzing daarvoor is dat de graaf van de stad na een half millennium nog woonde in een stadsvilla uit de zesde eeuw. Toen de stad in de Volle Middeleeuwen weer begon te groeien, ging dat eerst over de tuinen; later ontstonden er muurhuizen; pas veel later werden de muren uitgelegd.
Zulke steden bleven de officiële bestuurlijke centra, maar vanaf de regering van Leovigild (r.569-586) wees de koning (meest kerkelijke) functionarissen aan om de taken van de oude gemeenteraad (de curia) over te nemen. Dit was een noodmaatregel, want weinig mensen wilden hun landhuizen verlaten om in een stad bestuurswerk te doen. In Barcelona kwam het bestuur toe aan de bewoners van een klooster bij de basiliek.
#Barcelona #belastingen #horigheid #hospitalitas #Leovigild #RijkVanToledo #tuinbouw #villa #Visigoten

