Eilisen junamatkan Tekoäly-pohdinnat nyt blogissa. Kiitos fediversen keskustelukumppaneille!
#Tekoäly #Historia #KatteettomatLupaukset #Pitchaus #Aisopos #Sudet
https://anulah.wordpress.com/2026/02/17/jouluksi-kotiin-skynet/
Eilisen junamatkan Tekoäly-pohdinnat nyt blogissa. Kiitos fediversen keskustelukumppaneille!
#Tekoäly #Historia #KatteettomatLupaukset #Pitchaus #Aisopos #Sudet
https://anulah.wordpress.com/2026/02/17/jouluksi-kotiin-skynet/
Kuten tuossa aiemmin todettiin, jo monen vuoden ajan tekoälyn valtakausi on ollut 6-18 kk päässä tulevaisuudessa. Joka on muuttunut menneisyydeksi. Tämä jatkuvasti juuri nyt peruuttamattomasti mullistuvassa nykyhetkessä kohkaaminen on yleinen puhetapa ja sopii varmaankin mm. teknologian markkinointiin.
Kun luen näitä "työpaikat häviää ja tekoäly ottaa vallan" -uutisia, ajattelen kummityttöjäni Ugandassa ja Keniassa, ajattelen lähipäiväkodin työntekijöitä ja musiikkiopistojen rehtoreita, ajattelen eduskunta-avustajia ja museotyöntekijöitä ja vaikka ketä ja mietin, että ei nyt ehkä ihan vielä.
Tulee myös sama uskottavuushaaste kuin avaruusseikkailuelokuvissa, kun intergalaktiset sota-alukset posahtelevat: kun laitteet vanhenevat ja tuhoutuvat pikavauhtia, kuka oikeasti haalii raaka-aineet ja käyttöenergian?
HS 15.2.2026 Niclas Storås kiteyttää ongelman: Tekoälystä eniten intoilevat työskentelevät alalla. Se rajoittaa näkökantaa. "Putkiasentajakin tietää paljon putkista, mutta ei hän osaa suunnitella kerrostaloa saati valtion verojärjestelmää."
Jatkuvasta "Susi, Susi!" -huutelusta varoittava satu on parituhatta vuotta vanhanakin osuva. Voi se susi tullakin, mutta koska, ja syökö se lampaat vai pojan vai molemmat, riippuu sadun variaatiosta.
https://fi.wikipedia.org/wiki/Poika_ja_susi
Bijbelse en Griekse insecten
Zelfportret van de Meester van Frankfurt en zijn vrouw, detail (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen)Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd: ik blog vandaag dus eens over iets kleins, namelijk insecten. Nu zitten er op het eerste gezicht niet bijster veel vliegen, muggen en vlooien in het Nieuwe Testament, waarover ik op zondag graag blog, maar er zijn er wel een paar verstopt. Als Jezus een bezetene heeft genezen, vragen mensen zich bijvoorbeeld af of hij een door God gezonden verlosser kan zijn, en werpen anderen tegen dat hij alleen demonen kon uitdrijven “dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen”.noot Marcus 3.22.
Heer der vliegen
Hier gebeurt weer eens een hoop tegelijk. Eeuwen eerder was er vrijwel zeker een Kanaänitische godheid die Baäl-Zebul heette, wat de auteur van het Deuteronomistische Geschiedwerk, die niets wilde weten van andere goden dan zijn eigen godheid, “verbeterde”: hij duidde deze godheid aan als Baäl-Zebub, ofwel de “heer der vliegen”.noot 2 Koningen 1.2. De nieuwtestamentische weergave blijft dus iets dichter bij het Kanaänitische origineel, maar heeft een even negatieve associatie. In de latere, christelijke traditie zou Beëlzebul de naam van de duivel zelf zijn, wat niet helemaal hetzelfde is als de vorst der demonen.
De grens tussen vliegen en muggen en vlooien is in oude teksten niet altijd even duidelijk, dus ik vervolg met ander vliegend ongedierte. Een van de tien plagen van Egypte bestond uit vliegen of muggennoot Exodus 8.12. en de auteur van Prediker weet dat een beetje dwaasheid de beste wijsheid ranzig maakt, “zoals één dode vlieg een kostbare zalf bederft”.noot Prediker 10.1.
Aisopos en Aristoteles
De Joden waren niet de enigen met een hekel aan insecten. De Griekse fabeldichter Aisopos voelde er ook weinig sympathie voor. Nu zijn de fabels van Aisopos wat verdacht: er is nogal wat op zijn naam overgeleverd dat niet hijzelf heeft bedacht en classici hebben weinig illusies over de authenticiteit van het corpus. Maar als zo’n vertelsel is overgeleverd door Aristoteles, hebben we in elk geval te maken met een Griekse anekdote die behoorlijk oud is.
Aisopos, die voor de volksvergadering van Samos een alleenheerser verdedigde die ter dood veroordeeld was, vertelde dit verhaal:
“Een vos die een rivier overstak, werd meegevoerd door de stroming en kwam terecht in een hol in de rotsen. Omdat hij er niet uit kon komen, leed hij lange tijd onder een zwerm muggen die zich aan hem vastklampte. Een egel die daar ook rondzwierf, zag de vos en kreeg medelijden. Hij vroeg of hij de muggen mocht verwijderen. De vos wees het aanbod echter af. Toen de egel vroeg waarom, antwoordde hij: ‘Deze muggen zitten inmiddels vol met mijn bloed en zuigen niet veel meer. Als je ze weghaalt, komen er andere met een frisse eetlust die al mijn bloed zullen opdrinken.’
“En zo,” rondde Aisopos af, “zal mijn cliënt jullie geen kwaad meer doen. Hij is al rijk. Maar als jullie hem ter dood brengen, zullen er anderen komen die niet rijk zijn, en hun verduisteringen zullen jullie schatkist volledig leegmaken.” noot Aristoteles, Rhetorika 1393b-1394a.
Kortom
De overlast van de muggen wordt door Aisopos niet uitgelegd maar simpelweg verondersteld, en Aristoteles spreekt het niet tegen. Ook Grieken hadden dus een hekel aan muggen. Kortom, als u behoort tot degenen die de Oudheid om een of andere reden normatief vinden, dan heeft u dus zowel klassieke als bijbelse toestemming om een vlieg of een mug dood te meppen. Maar u kunt natuurlijk ook wat minder bloeddorstig zijn, zoals de dame op het plaatje hierboven, die er vrede lijkt te hebben met wat anderen ongedierte noemen.
[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
#Aisopos #Aristoteles #Beëlzebul #DeuteronomistischGeschiedwerk #duivel #egel #insect #mug #NieuweTestament #vlieg #vosEen slavenleven
Aisopos (Louvre, Parijs)Of het nu de Arabische profeet Mohammed was, of de profeet Jesaja, of de Ierse bard Caedmon: er zijn nogal wat verhalen over mensen die er eigenlijk niet geschikt voor waren maar die dankzij een goddelijke ingreep ineens virtuoos konden spreken of zingen. De anonieme auteur van het leven van Aisopos – of Aesopus, zoals vertaler Christian Laes de naam liever weergeeft – varieert op dit overbekende motief. De hoofdpersoon is niet zomaar een stomme slaaf die het vermogen tot spreken verwerft, maar gaat door datzelfde vermogen ten onder. Precies halverwege de tekst (nou ja, bijna dan) vinden we dan ook een lofrede én een smaadrede op tong & spraakvermogen.
Het leven van Aisopos
Opkomst en ondergang van een spreker: een mooi thema. Laes noemt in het commentaar bij zijn onlangs verschenen vertaling, Aesopus. Op de slavenmarkt in de Oudheid, echter ook andere mogelijkheden om de tekst te lezen. Daarmee noem ik meteen een van de kwaliteiten van dit boek: Laes toont dat er diverse interpretatiemogelijkheden zijn. Dat is een geluid dat we in de voorlichting over de Oudheid iets te weinig horen.
Maar goed, de biografie van Aisopos behoort niet tot de allerberoemdste teksten uit de oude wereld, dus ik moet misschien even vertellen waar ze over gaat. Over Aisopos dus, de legendarische fabelverteller. Omdat fabels en gelijkenissen golden als een wat volks genre, meenden de Grieken en Romeinen dat de fabelverteller ook wel een volks personage zou zijn geweest, lelijk en stom bovendien, en een slaaf, levend in de marges van de samenleving. Dankzij een interventie van hogerhand krijgt Aisopos het spraakvermogen, waarna hij zich maatschappelijk weet op te werken: van plattelandsslaaf wordt hij slaaf in de huishouding, adviseur van een Griekse stadsstaat, raadgever van de koning van Babylon en ambassadeur naar Egypte. Tegen het einde van het verhaal keert Aisopos terug naar Griekenland, waar hij zich met tactloze snelle praatjes in de nesten werkt en uiteindelijk wordt gedood. Opkomst en ondergang van een spreker. Hybris en nemesis.
Slaven dienen het eten op (Louvre, Parijs)Dagelijks leven
De hele tekst is, in de Nederlandse vertaling, zesenzestig pagina’s lang. Daarop volgen ruim tachtig pagina’s waarin Laes het verhaal gebruikt om aspecten van de antieke samenleving te illustreren. De tekst begint met de avonturen van een slaaf en Laes wijst erop dat de antieke auteur de wezenlijke kenmerken behandelt: het geweld en de vernederingen die slaven moesten ondergaan, en vooral de onzekerheid. Maar ook het stilzwijgende verzet komt aan bod. Net als de brave soldaat Švejk neemt Aisopos nogal wat opdrachten letterlijk, waardoor zijn meester zelden krijgt wat hij werkelijk wil. De vernedering van de meester is een van de vele omkeringen in dit boek.
Laes behandelt ook de fysiognomie (de antieke “wetenschap” dat je iemands karakter van zijn uiterlijk kon aflezen), het eten en de opvattingen over seksualiteit. Het is interessant dat alle verwijzingen naar deze toch vrij algemeen menselijke activiteit zich beperken tot de tijd waarin Aisopos onvrij is. Eenmaal eigen meester, hoeft hij in bed niets meer te presteren, zoekt hij er ook niet naar, en hebben ook de andere personages er weinig behoefte aan. De lagere driften behoren in de antieke wereld blijkbaar bij de lagere standen. De elite beheerst zich.
Een lelijke slaaf (Archeologisch museum, Córdoba)De auteur
Laes vertelt ook hoe de tekst tot stand moet zijn gekomen. Er was al een kern van vertelsels over de slimme fabelverteller (slavernij, adviseurschappen, dood…), en de auteur heeft die samengevoegd met de Aramese tekst over de wijze Ahiqar.noot Er is een vertaling opgenomen in Ancient Near Eastern Texts 1 [1969], waarvan de pocketversie antiquarisch nog volop leverbaar is. Het eindresultaat is niet alleen een goed doordachte tekst, maar tevens een tekst die gevestigde ideeën omkeert. De antieke fysiognomie leerde dat lelijke mensen ook een naar karakter hadden, maar dat is bij Aisopos niet het geval. Deze omkering was overigens geen innovatie; van Sokrates werd al hetzelfde gezegd. Ook wordt lang niet alles omgekeerd. Dat de slaaf slimmer is dan zijn meester, was al in de Oudheid een antiek cliché.
En dan is er natuurlijk de kwestie van het genre. Laes rekent zijn tekst tot de antieke romans, en daarin staat hij niet alleen. In dit geval zou ik de typering ook voor mijn rekening nemen, maar het moet me van het hart dat classici wel heel makkelijk elke lange prozatekst aanduiden met dit etiket.
In elk geval: de auteur moet een geletterd man zijn geweest, die verrekte goed wist wat hij deed. Hij kende de verwachtingen van de lezer en was niet te beroerd om daarmee te spelen; hij kende de Griekse én de (vertaalde?) Aramese literatuur; hij kende het leven van rijk en arm, vrij en onvrij. Een mooie illustratie van het leven in het Romeinse Rijk.
Verplicht gemopper
Op de ruim tachtig pagina’s waarmee Laes zijn tekst gebruikt om de lezer iets over het dagelijks leven in de Oudheid te tonen, volgen nog dik zeventig pagina’s noten, die werkelijk interessant zijn. Al met al is dit een vertaling zoals ook Schepels Enuma Elisj en De Vries’ Pogrom in Alexandrië: niet alleen wordt de tekst omgezet van de ene naar de andere taal, er is tevens uitleg van de antieke cultuur. En inzicht in die cultuur, dat is toch waartoe we vertalingen maken.
Er is toch een minpuntje, één maar. Aesopus. Op de slavenmarkt in de Oudheid eindigt met een vierentwintig bladzijden lange lijst van onbetaalbaar dure boeken die u nooit in de openbare bibliotheek vindt en artikelen achter academische betaalmuren die u nooit raadplegen kunt. We moeten toch eens ergens aanplakken dat de literatuurlijst van wetenschappelijk proza een verantwoording dient te zijn en dat de literatuurlijst van een populariserende publicatie een ladder is naar moeilijkere literatuur. Persoonlijk zou ik drie of vier toegankelijke titels hebben genoemd, wat meer dan genoeg is voor de gewone lezer. Een langere literatuurlijst voegt niets toe aan de bruikbaarheid van het boek, hooguit voegt het toe aan de prijs.
Ik noem dit laatste om twee redenen. In de eerste plaats omdat academici, als ze schrijven voor het grote publiek, te vaak meer omkijken naar hun collega’s dan denken aan de behoeften en mogelijkheden van de eigenlijke doelgroep. De tweede reden is dat dit gemopper verplicht is, om te tonen dat ik niet al mijn kritische instincten heb laten varen bij het lezen van Aesopus. Op de slavenmarkt in de Oudheid. Het is immers een schitterend boek. Ik heb het op onlangs in één ruk uitgelezen: ik begon op Schiphol, ik las verder in het vliegtuig, ik las het uit in de metro naar Madrid. Kortom: een aanrader, een absolute aanrader.
#Ahiqar #Aisopos #antiekeRoman #boek #ChristianLaes #fabel #fysiognomie #slavernij
Tehlike anında seni yalnız bırakanlarla sakın dost olma..
Tehlike anında seni yalnız bırakanlarla sakın dost olma...