Reconstructie op Concertzender: één lange aanklacht tegen Amerika

Het Holland Festival is weer achter de rug en ik bezocht aardig wat voorstellingen. Op dinsdag 9 juni ging de opera Koeien van Misha Mengelberg in première in de Stadsschouwburg in Amsterdam. Deze was overigens niet zelf door Mengelberg gemaakt, maar had jarenlang als wensdroom door zijn hoofd gespookt.

Regisseur Cherry Duyns schiep uit bestaande teksten van Mengelberg een libretto, Guus Janssen zocht er passende stukken bij, die hij samen met de door Mengelberg opgerichte Instant Composers Pool uitvoerde. Het werd een prachtig absurdistische voorstelling. Toen de sterk dementerende Mengelberg na afloop het podium werd opgereden in een rolstoel pinkten velen een traantje weg. Ook ik had de tranen in mijn ogen; het was pijnlijk te zien hoe broos mijn vroegere docent geworden was.

Misha Mengelberg, met Cherry Duyns, toegejuicht door Katrien Baerts, Stadsschouwburg Amsterdam, 9-6-2015

Een dag later, op woensdag 10 juni zat ik alweer in de Stadsschouwburg, bij de met veel bombarie aangekondigde productie Der Untergang der Nibelungen van het Berlijnse Gorki Theater. Het bleek een bombastisch wanproduct en als ik er niet voor Cultuurpers over had moeten schrijven, had ik beslist de zaal verlaten, in het kielzog van een groeiend aantal andere bezoekers.

Donderdag 11 juni ging de multimedia-opera As Big as the Sky van Arnoud Noordegraaf in première in het Muziekgebouw aan ‘t IJ. De voorstelling was compleet uitverkocht, net als de twee volgende uitvoeringen op vrijdag en zondag. – Wellicht omdat de Chinese kunstenaar Ai Weiwei tekende voor het decor. Ik deed alle inleidingen, waarbij ik onder anderen sprak met Arnoud Noordegraaf en librettist Adrian Hornsby.

Arnoud Noordegraaf – Thea Derks – Adrian Hornsby – Bart Visser MGIJ 14-6-2015

Het enthousiasme van de makers en het prachtige decor van Ai Weiwei ten spijt, werd ook dit een teleurstelling. De regie (van Noordegraaf zelf) was statisch, het libretto ondoorgrondelijk en de muziek weinig prikkelend. Ook de uitvoering liet te wensen over. Bas Wiegers kreeg het Asko|Schönberg maar niet gelijk en van de zangers wist alleen Zhang Bo als dorpsomroeper zijn rol wat vlees op de botten te geven. De decors en filmbeelden van Ai Weiwei waren prachtig, maar konden de voorstelling niet redden.

Twee dagen na deze ‘Chinese’ opera klonk op dezelfde plek de première van een nieuwe opera van Guo Wenjing, Het innerlijke landschap. Een staaltje ongelukkig programmeren, want het was onvermijdelijk beide producties met elkaar te vergelijken. Het Nieuw Ensemble en een Chinees slagwerkensemble speelden onder leiding van Ed Spanjaard vlekkeloos en de sopraan Shien Timei was zelfs adembenemend. Toch was ook deze voorstelling uiteindelijk onbevredigend, vanwege de gemakzuchtige aanpak van Guo Wenjing. Hier lees je mijn bespreking.

Che Guevara ‘gereconstrueerd’, Theater Carré, juni 1969

Een week later nam ik de tiende aflevering op van mijn programma Panorama De Leeuw bij de Concertzender. Ik had veel reacties gekregen op de uitzending van 3 juni, waarin ik een substantieel deel draaide uit de opera Reconstructie die Reinbert de Leeuw in 1969 maakte met onder anderen Misha Mengelberg.

Op veler verzoek wijdde ik de gehele uitzending van 1 juli aan deze ‘moraliteit’. Het libretto van Harry Mulisch en Hugo Claus volgt de letters van het alfabet en is één lange, rauwe aanklacht tegen het imperialisme van Noord-Amerika. Ik schreef erover voor Cultuurpers. In mijn biografie Reinbert de Leeuw, mens of melodie behandel ik diepgravend de controverse die deze anti-Amerikaanse productie in 1969 opriep; de uitzending is hier terug te horen.

De afgelopen week werkte ik aan de toelichtingen bij zeven composities van Vanessa Lann, die dit najaar zullen verschijnen op de cd moonshadow sunshadow, genoemd naar het gelijknamige stuk voor het vioolduo Liza Ferschtman en Esther Hoppe. Prachtig hoe Lann steeds weer onze verwachtingspatronen bevraagt, met een intrigerend spel tussen voor- en achtergrond. Ik hou u op de hoogte!

Maar nu is het tijd voor vakantie…

#AdrianHornsby #AiWeiwei #ArnoudNoordegraaf #AsBigAsTheSky #AskoSchönberg #BasWiegers #CherryDuyns #Concertzender #Cultuurpers #DerUntergangDerNibelungen #EdSpanjaard #GorkiTheater #GuoWenjing #GuusJanssen #HarryMulisch #HetInnerlijkeLandschap #HollandFestival #HugoClaus #InstantComposersPool #MensOfMelodie #MishaMengelberg #NieuwEnsemble #PanoramaDeLeeuw #Reconstructie #ReinbertDeLeeuw #ShienTimei #TheaDerks #ZhangBo

Erik Satie in Panorama de Leeuw XIII

Hoe ontstond de Satie-rage in de jaren zestig? Die vraag beantwoordde ik gisteren in de dertiende aflevering van Panorama de Leeuw, gebaseerd op mijn biografie Reinbert de Leeuw, mens of melodie. Ik schreef er bovendien over voor Cultuurpers.

Een belangrijk promotor van Erik Satie was de Italiaans-Franse pianist Aldo Ciccolini, maar zodra Reinbert de Leeuw midden jaren zeventig de arena betrad met zijn veel tragere vertolkingen, ontketende hij een ware rage. Al snel was Satie’s vroege pianomuziek niet meer weg te denken uit de publieke ruimte.


In Panorama de Leeuw XIII draaide ik naast bekende stukken ook liederen – met de sopraan Marjanne Kweksilber – en een fragment uit Vexations, een thema van anderhalve minuut dat 840 keer herhaald moet worden. Dit wapenfeit is voor zover bekend door geen enkele pianist ooit (solo) gerealiseerd. U beluistert de uitzending hier.

Vanwege de eindeloze herhalingen die Satie voorschreef in Vexations wordt hij wel beschouwd als een voorloper van minimalisten als Philip Glass en Steve Reich. Een generatie jonger dan deze pioniers van de herhalingsmuziek is John Adams, die echter al snel andere wegen insloeg en inspiratie zocht in de muziektraditie.

Het Koninklijk Concertgebouw Orkest bracht op 15 en 16 oktober de Nederlandse première van Scheherazade.2 voor viool en orkest. Adams schreef dit stuk op het lijf van de Amerikaanse violiste Leila Josefowicz, een ’empowered woman’, die soeverein weet te ontkomen aan haar fundamentalistische belagers.

Ik had Adams over dit stuk geïnterviewd voor het tijdschrift Preludium en verzorgde ook de inleiding bij het concert van 16 oktober. Na afloop ging ik met Adams op de foto.

John Adams + Thea Derks, Concertgebouw 16 oktober 2015 (c) Renske Vrolijk

Scheherazade.2 – geen Vioolconcert maar een ‘dramatische symfonie’ volgens Adams – verwijst uiteraard naar de Vertellingen van 1001 nacht, die de componist naar de actualiteit vertaalde. Het muzikale resultaat viel me niet mee, zoals ik schreef op Cultuurpers.

Ook de enscenering van Verdi’s opera Il trovatore die Àlex Ollé maakte voor De Nationale Opera stelde mij teleur. Dat kwam niet alleen door de matige uitvoering, maar vooral ook door de grauwe enscenering en statische personenregie. Deze stond elke mogelijke identificatie met de hoofdpersonen in de weg; alleen de mezzo Violeta Urmana wist als de zigeunerin Azucena daadwerkelijk emotie over te brengen. Hier lees je mijn recensie.

Wel zeer geslaagd was het portretconcert van Unsuk Chin dat het Nieuw Ensemble op 22 oktober presenteerde in de donderdagavondserie van het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Opnieuw werd ik getroffen door de rijke kleurschakeringen die Chin weet aan te brengen in haar muziek, vooral in het op Koreaanse tradities geïnspireerde Gougalon. Ik sprak met Chin voor Cultuurpers.

Unsuk Chin

Ondertussen ben ik druk bezig met de voorbereidingen voor mijn lezing over Arvo Pärt op dinsdag 24 november in VondelCS. Pärt werd dit jaar tachtig en dit wordt uitbundig gevierd met talloze concerten door ensembles, koren en orkesten. Hij werd vooral bekend vanwege zijn ‘nieuwe spirituele muziek’, maar die ontstond niet zonder slag of stoot.

Het lijkt me een uitdaging de lange ontwikkeling van Pärt op de voet te volgen, met muziekvoorbeelden van zijn vroege klassieke stukken, via heftig modernistische composities tot zijn alom geliefde welluidende ‘tintinnabulistijl’.

Mijn lezing vindt plaats in de zaal waar ook het radioprogramma Opium op 4 wordt uitgezonden. Hoofdgast is die avond het Cello8tet Amsterdam, dat later dit jaar een cd met muziek van Pärt uitbrengt. Ik heb hen bereid gevonden iets te komen vertellen over hun samenwerking met de Estse grootmeester en een stuk van hem te spelen.

Ik zie er erg naar uit en nodig iedereen van harte uit de lezing op 24 november in VondelCS bij te wonen. Hij duurt van 20.30-22.00 uur en daarna kun je bijven zitten voor de uitzending van Opium op 4. De entree voor dit alles is slechts € 10,-  en reserveren doe je via dit mailadres: [email protected]

#AldoCiccolini #AlexOlle #ArvoPärt #Cello8tetAmsterdam #Cultuurpers #DeNationaleOpera #ErikSatie #GiuseppeVerdi #IlTrovatore #JohnAdams #LeilaJosefowicz #MarjanneKweksilber #MensOfMelodie #NieuwEnsemble #PanoramaDeLeeuw #Preludium #ReinbertDeLeeuw #TheaDerks #UnsukChin #VioletaUrmana

Carola Bauckholt und Christina Kubisch erforschen unerhörte Klänge

Für Carola Bauckholt (1959) ist ein rostiges Schild oder ein ins Stocken geratener Benzinmotor genauso musikalisch wie ein Instrument. In ihren Kompositionen stösst eine angenehme Entfremdung auf ein erfrischendes Gespür für Humor.

Kollegin Christina Kubisch (1948) geht noch einen Schritt weiter: mit speziellen Sensoren macht sie die uns umringenden elektromagnetischen Felder hörbar. Muziekgebouw aan ’t IJ bat die beiden zu reagieren auf die Arbeit der Anderen. Das führte zu drei neuen Kompositionen, die vom Nieuw Ensemble uraufgeführt werden am 9. Februar 2017 im Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam.

Bauckholt und Kubisch beantworteten mir ein Paar Fragen.

Was charakterisiert Sie als Komponist?

Bauckholt:

Meine Neugierde ist ein starker Motor. Wenn ich schon weiß wo es hin geht, dann fühle ich mich überflüssig, auch als Hörerin. Deshalb probiere ich Klänge und Zusammenhänge aus, die ich so noch nicht erlebt habe.

Am Anfang steht immer Etwas, was mich fasziniert und was ich nicht begreife. Mich interessiert auch unsere Wahrnehmung, zum Beispiel wenn Menschen das Gleiche hören, aber es ganz verschiedene Gedanken und Assoziationen auslöst. Es ist faszinierend dass sich die Musik nicht fassen lässt. Deshalb versuche ich immer wieder das zu verstehen.

Carola Bauckholt (site MGIJ)

Kubisch:

Ich habe Malerei, Mu­sik und auch zwei Jahre Elektrotechnik studiert. Aus dieser Perspektive realisiere ich nicht nur Mu­sik son­dern auch In­stal­la­tio­nen, Performan­ces, Zeich­nun­gen, Walks und Videos. Mei­ne Ar­bei­ten ha­ben sehr oft ei­nen kon­kre­ten Be­zug und set­zen sich mit bestimmten Or­ten aus­ein­an­der.

Ausgangspunkt ist dabei eine genaue Re­cher­che und Feld­for­schung. Mich interessiert die Integration verschiedener Medien, wobei mich das Verhältnis zu unser zunehmend digitalisierten Welt besonders beschäftigt.

Carola Bauckholt, Ihr neues Werk heißt ‘Point of Presence’. Warum dieser Titel und wie verhält sich das Stück zum Schaffen der Christina Kubisch?

Mich hat die Arbeit von Christina Kubisch sehr begeistert. Zum einen die elektromagnetischen Klänge selbst, die uns ständig umgeben und die sie mit speziellen Mikrofonen hörbar macht. Zum anderen wollte ich aber auch mehr über ihre Musikalität erfahren, wie sie mit diesen Aufnahmen umgeht.

Ich habe mir aus ihrem riesigen Fundus 12 Klänge ausgesucht, die ich für das Nieuw Ensemble instrumentiert habe. Der Titel Point of Presence beschreibt zum einen die starke und immer stärker werdende Präsenz der unsichtbaren und unhörbaren elektromagnetischen Felder, die uns umgeben.

Zum anderen deutet dieser Begriff konkret hin auf einen Knotenpunkt innerhalb eines Kommunikationssystems. An diesem Point of Presence werden die Verbindungen für den Daten- und Sprachverkehr von den verschiedenen Vermittlungsstellen zusammengeführt. Es ist interessant, wo die vielen Ebenen der Gegenwart zu finden sind.

Christina Kubisch (site Certain Sundays)

Christina Kubisch, Sie schrieben gleich zwei neue Stücke: ‘Wien Landstraße’ und ‘Seven Magnetic Places’. Wie reflektieren diese auf die Musik der Bauckholt?

In Carolas Kompositionen treffen oft verschiedene Welten zusammen: die der instrumentalen Musik und die des Geräusches, des field recordings, manchmal auch Sprache oder Video. Dieses Zusammentreffen realisiert sie in ihren Stücken in einer sehr persönlichen musikalischen Sprache, oft mit subtilem Humor, die mich aufgrund ihrer Originalität von Anfang an interessiert und fasziniert hat.

Unsere Grundidee für eine Zusammenarbeit war unsere Klänge auszutauschen und dann zu remixen. Wien Landstraße ist ein Stück für Zuspiel und string ensemble. Von Carola verwende ich kurze, rein instrumentale samples aus verschiedenen ihrer Kompositionen, die in neuen Kombinationen erscheinen. In anderer Besetzung, in neuen Abfolgen, Überlagerungen, als loops, in veränderter Dynamik und Dauer.

Diese Ausschnitte verbinden sich in dem Stück mit den elektromagnetischen Klängen des Untergrundbahnhofs ‘Wien Landstraße’ in Wien. Da habe ich in den letzten beiden Jahren mehrmals die magnetischen Felder mit einem speziellem Induktionskopfhörer aufgenommen.

Die samples sowie die magnetischen Klänge wurden nicht elektronisch bearbeitet. Verschiedene Realitäten treffen aufeinander und verbinden sich zu einer neuen Einheit, bei der man manchmal nicht mehr erkennt, was Instrument und was elektromagnetischer Klang ist.

In Seven Magnetic Places geht es wie in Carolas Point of Presence um Datenströme, ohne die wir heute nicht  mehr auskommen können. Sie begegnen sich und Fließen dann in eine andere Richtung. Sie sind überall gegenwärtig. Die Aufnahmen wurden in verschiedenen Rechenzentren und Server rooms in Europa und den USA gemacht.

Wie seid Ihr vorangegangen?

Bauckholt:

Ich habe viel die Aufnahmen von elektromagnetischen Klängen von Christina gehört und mir dabei vorgestellt, wie sich das instrumentieren lassen könnte. Natürlich ist das unmöglich, aber diese Klangfelder sind so anders als unsere normale Musiksprache. Es ist ungeheuer reizvoll diese Klänge im Konzertsaal zu hören, von normalen Instrumenten gespielt. Erstaunlicherweise sind sie manchmal sehr harmonisch und rhythmisch, als ob sie bereits komponiert worden sind. Ich bin sehr gespannt, wie das live klingen wird.

Kubisch:

Ich habe mir von Carolas Aufnahmen Teile ausgesucht, die eigentlich nicht im Mittelpunkt ihrer Stücke stehen, sozusagen die versteckten Schätze ihrer Kompositionen. Mich interessieren besonders Klangfarben und deren Wahrnehmung. Für mich war es neu, instrumental genau notierte Klänge mit den elektromagnetischen Aufnahmen zu kombinieren, die oft bei der Aufnahme durch intuitive Körperbewegungen strukturiert werden.

Im Grunde geht es uns beiden wohl darum, das Bekannte in einen anderen Kontext zu setzen, der Fragen aufwirft und vielleicht unsere normalen Hörgewohnheiten verändert.

Am Dienstag 7 Februar gibt es eine öffentliche Probe im Muziekgebouw,
davor spreche ich mit den beiden Komponisten.
Anfang 12.30 Uhr, Eintritt frei auf Reservierung.

In 2012 sprach ich Carola Bauckholt bevor ein Porträtkonzert im Muziekgebouw aan ‘t IJ des Ives Ensemble

Interview Carola Bauckholt from Radio4 Eigentijds on Vimeo.

#CarolaBauckholt #ChristinaKubisch #evenMagneticPlaces #MuziekgebouwAanTIJ #NieuwEnsemble #PointOfPresence #WienLandstrasse

Componist Brechtje: ‘Elementen is mijn weggetje naar opa’

‘Dankzij een radiopresentator vond mijn opa een ingang tot klassieke muziek. Met mijn nieuwe stuk baan ik op mijn beurt een weggetje naar hem,’ zegt componist Brechtje (1993).

Donderdag 30 maart beleeft haar nieuwe stuk Elementen zijn wereldpremière in de vijfde aflevering van An Evening of Today in Muziekgebouw aan ‘t IJ. Ik sprak haar over de totstandkoming van haar stuk.

Wat maakt dit project voor jou bijzonder?

De combinatie van onervaren componisten die mogen werken met een ervaren ensemble. Het adagium was: doe alles wat je het allergaafste vindt. Dat wordt ook echt nageleefd, the sky is the limit. Alles mag, zowel vanuit het ensemble als vanuit het Muziekgebouw en het Korzo Theater in Den Haag, waar het concert herhaald wordt. Ik mag alle ruimtes gebruiken, tot aan de garderobe, de balkons en de foyers aan toe. En als er drie pauzes moeten komen dan mag ook dat. Natuurlijk moet het wel een beetje realistisch zijn, maar ik heb me helemaal niet geremd gevoeld. Ik voelde me juist aangespoord.

Wat betekent dat voor je nieuwe stuk?

Voor mij is het een samenkomst van dingen die ik de afgelopen jaren heb gedaan. Zo zet ik het Nieuw Ensemble samen op het toneel met mijn band Jerboah. Ik heb compleet uitgewerkte partijen gecomponeerd voor het ensemble en lead sheets voor mijn eigen club, zoals die in de jazz worden gebruikt. Daarop staan bijvoorbeeld aanwijzingen voor de groove en richtlijnen voor improvisatie. Het wordt een combinatie van heel verschillende muzikale stijlen.

Jerboah

Je stuk heet ‘Elementen’, vanwaar die titel?

Een bron van inspiratie was een gesprek met mijn opa twee jaar geleden. Hij kon nooit zoveel met klassieke muziek, vond die te abstract. Maar hij had net een uitzending gehoord op de radio, waarin de presentator beeldend had verteld over een bepaald muziekstuk. Hoe je aan het slot een zonsondergang hoorde en zelfs de vogels kon horen wegvliegen. Door de woorden van die radiopresentator vond mijn grootvader een ingang in de klassieke muziek. Hij zei dat hij wel een stuk wilde over het ontstaan van het heelal, met name over de evolutie van de elementen. Dat leidde uiteindelijk tot Elementen, waarmee ik dan weer een weggetje naar mijn opa vind.

Hoe heb je dat idee vertaald naar muziek?

Ik heb het ontstaan van de elementen willen weergeven. Het heelal bestaat alleen maar uit elementen. Hoewel, dat is misschien iets te enthousiast uitgedrukt, dat zou opa niet goedkeuren. Er is immers ook veel vacuüm. Maar in ieder geval hebben atomen, ook wel elementen genoemd, een essentiële positie in het heelal. We kennen allemaal wel waterstof, helium, koolstof, zuurstof en stikstof, maar er zijn er nog veel meer.

Het begon echter met nog veel kleinere dingen, zoals quarks en gluonen. Toen het heelal ontstond was het heel klein. Het was bovendien ontzettend heet en zó vol dat het licht er niet in kon bewegen. Er ontstond geleidelijk een nieuwe situatie waardoor grotere elementen een kans kregen. Zo dijde de ruimte steeds verder uit, dat gaat nog altijd door. Ik heb geprobeerd die ontwikkeling muzikaal te illustreren, niet letterlijk te vertalen. Muziek is muziek tenslotte, ze blijft abstract. Ik verwacht echt niet dat mensen zeggen: ha, nu hoor ik waterstof! Dat is ook niet mijn bedoeling.

Was het moeilijk voor deze combinatie te schrijven?

Niet echt. Ik heb de partijen gecomponeerd met de specifieke kwaliteiten van de afzonderlijke musici in gedachten, zoals ik eigenlijk altijd doe. Dat maakt het heel persoonlijk, ik heb zelfs hun namen in de partituur opgenomen. Omdat ik de vrije hand kreeg dacht ik: ik trek alles uit de kast. Het was een grote stap om zoveel grootschaliger te componeren dan ik gewend ben. Elementen gaat 22 minuten duren. De combinatie van mijn artrockband Jerboah met het Nieuw Ensemble is voor mij nieuw. Wij spelen altijd versterkt, met een hoge energie, en combineren uitgeschreven materiaal met improvisatie. Het Nieuw Ensemble speelt van blad en akoestisch.

Nieuw Ensemble met mandolinist Hans Wesseling 2e rij, 2e van links (fotografie Caio Amon)

Vanwege hun bijzondere bezetting, met harp, gitaar en mandoline ben ik extra bewust omgegaan met de balans. Zeker de combinatie drumstel/mandoline is een uitdaging. En het is zo’n veelzijdige club! Veel musici spelen ook in het Atlas Ensemble en hebben ervaring met bijzondere, uitheemse instrumenten Zij kunnen simpelweg alles uitvoeren wat jij bedenkt.

Het mooie is bovendien dat ze actief meedenken. Ik had bijvoorbeeld een bepaalde figuur bedacht voor de mandoline. Na een week belt mandolinist Hans Wesseling: dat ene motiefje, hoe wil je dat hebben? Ik kan het uitvoeren met een Chinees eetstokje onder de snaar, dan klinkt het ongeveer zoals jij het wil, maar zachter. Ik kan het ook een octaaf lager spelen via de hammer-off-techniek, dan klinkt het harder. Weer een week later belde hij: ik heb precies gevonden wat je zoekt: ik doe het met een spijker!

Hoe wist hij welke klank jij in gedachten had?

Ik had hem een opname gestuurd van hoe ik wilde dat het zou klinken. Die had ik gemaakt op een gitaar, maar dat is een heel ander instrument. Gitaar, mandoline en harp zijn sowieso moeilijk, omdat het akkoordinstrumenten zijn. Ze staan redelijk op zichzelf en als je ze niet zelf bespeelt is het als een doolhof waarin je je weg moet vinden. Een melodie-instrument is makkelijker. Voor die tokkelinstrumenten kun je al snel samenklanken bedenken die onmogelijk zijn. Gelukkig lijkt dat nu niet het geval, ik heb nog niets hoeven herschrijven.

Ik vraag veel van de musici en heb ook nog eens een heel lichtplan gemaakt. Dat is technisch een pittige kluif. Er zijn vijftig losse lampjes, bediend door twintig vrijwilligers die rondom de musici staan opgesteld. Ik stel mij namelijk een omgeklapte sterrenhemel voor: de musici worden omgeven door het heelal. Of, beter gezegd ze zijn de kern ervan. Het publiek verhuist naar de balkons en die hele opstelling moeten we in vijftien minuten voor elkaar krijgen. Dat was wel even schrikken voor het Muziekgebouw, want er zijn ook nog vijf andere stukken. Maar ze hebben het goedgekeurd.

Waar kijk je het meest naar uit?

Het te zien gebeuren, te ervaren hoe alle onderdelen in elkaar gaan klikken. Ik kan daar nu alleen maar naar gissen. Tijdens de eerste repetities heb ik nog niet voor grote verrassingen gestaan, maar straks staan er veertig mensen op het podium. Ik ben benieuwd of en hoe die spanningsboog gaat werken.

An Evening of Today:
30 maart Muziekgebouw aan t’ IJ Amsterdam
13 april: Korzo Theater Den Haag

#Brechtje #Jerboah #KorzoTheater #MuziekgebouwAanTIJ #NieuwEnsemble

Unsuk Chin: grinning teeth and false magic in Gougalōn

Unsuk Chin (1961) is one of the most successful composers of our time. She won the Gaudeamus Award in 1985, the prestigious Grawemeyer Award in 2004, and was recently honoured with the Bach Prize 2019 of the city of Hamburg. On Saturday 18 May the German ensemble Musikfabrik will perform her popular piece Gougalōn in NTRZaterdagMatinee in Concertgebouw Amsterdam. The concert will be broadcast live on Radio 4.

Chin was born in Seoul, the capital of South Korea, as the daughter of a minister. When she was two years old her father bought a piano for his church services. She was immediately fascinated, but there was no money for piano lessons. She learnt to play the instrument on her own account and from the age of eight she contributed to the family income as a piano accompanist for wedding ceremonies.

From Tchaikovsky to Ligeti

In high school she got to know music by composers like Brahms and Tchaikovsky and decided to start composing herself. When she heard a piece by György Ligeti at the Seoul Conservatory, she was so impressed that she asked him by letter to teach her. He agreed and in 1985 she moved to Hamburg. The acquaintance was a shock: Ligeti rejected all her previously composed pieces. According to him they were well written but lacked personality.

Ironically, it was precisely in this period that she won the Gaudeamus Music Prize with Spektra for three celli, the piece with which she graduated from Seoul Conservatory. Under Ligeti’s tutorship she developed her own style, in which beauty of sound and humour go hand in hand. In 1991 she composed the witty Akrostichon-Wortspiel for the Dutch Nieuw Ensemble and solo soprano, based on nonsense lyrics. Two years later, this piece marked her international breakthrough.

East meets West

Chin tirelessly searches for unheard sounds and timbres. She writes for common western instruments, but manages to elicit eastern sounding sonorities from them; sometimes she also uses Asian instruments. In this way she organically links her Korean background with her western education. In her frequently performed ensemble piece Gougalōn Chin once again addresses her roots.

The idea arose during a stay in China in 2008-09. In her own words she experienced a ‘Proustian moment’ when visiting cities such as Hong Kong and Guangzhou. The atmosphere of the old and poor residential neighbourhoods with their narrow, winding alleys, ambulatory food vendors, and market places reminded her of her childhood in Seoul. This evoked long forgotten images of travelling amateur musicians and actors trying to foist homemade medicines on the common man/woman by means of street theatre.

Clattering teeth and dancing barracks

The title Gougalōn derives from old High German. The word’s meanings range from ‘tampering’ and ‘fooling people with fake magic’ to ‘making ridiculous movements’ and ‘divination’. Chin emphasizes she does not directly refer to the amateurish street theatre of her youth and that the music is not intended to be illustrative; she describes her piece as ‘imaginary folk music’. Yet it is difficult to avoid associations with the subtitles of the six movements, especially since Chin paints hilarious scenes with special sound effects.

For instance, the solo violin plays seemingly completely out of tune glissandi in ‘Lament of the bald singer’, the percussionists suggestively produce rattling sounds in ‘The grinning fortune teller with the false teeth’, in ‘Dance around the shacks’ long held lines of the strings are supported by swaying brass, while in ‘The hunt for the quack’s plait’ a pandemonium bursts loose that would well suit a pursuit scene in an animated film.

Gougalōn was well received by both audience and press. ‘Vivid, extravagant and technically assured to the point of virtuosity’, opined The Guardian; ‘Chin successfully pairs a typically German love of the grotesque with an Asiatic sound world, to hilarious effect’, wrote Backtrack. 

On the programme, too are world premières by Rozalie Hirs and Sander Germanus, and works by Carola Bauckholt and Rebecca Saunders.

https://youtu.be/Gp-dm9OS10M

#Gougalōn #GyörgyLigeti #Musikfabrik #NieuwEnsemble #NTRZaterdagmatinee #UnsukChin

‘Composing for today’: John Adams wins Erasmus Prize 2019

‘He has made contemporary classical music communicative again’, writes the jury of the Erasmus Prize about John Adams. This year’s theme was ‘Composing for today’, an area in which the American composer has more than earned his spurs. On Thursday 28 November King Willem-Alexander will personally hand him the prize money of €150,000 in Paleis op de Dam (Palace on Dam Square). – Including the accompanying adornments: a harmonica ribbon with memorable words by Erasmus about respect and appreciation for talent.

Various events have been organised around this award ceremony. In the evening, the laureate is central in Spot on John Adams of the Nieuw Ensemble in Muziekgebouw aan het IJ. Alongside music to music by Tan Dun and by Adams himself, the ensemble will play the world premiere of Pavane, corrodance, a tribute by Rick van Veldhuizen. In the following days Adams will work with students at the conservatories of The Hague, Amsterdam and Utrecht. Finally, the Italian feature film Io Sono l’Amore, for which Adams composed the soundtrack, will be screened in Utrecht on 1 December.

All well and good, but who is John Adams?

John Adams (1947) is one of the most performed living composers in the world. He has become a true public favourite, also in the Netherlands. The Rotterdam Philharmonic Orchestra and Leila Josefowicz only recently performed his First Violin Concerto. But despite his international fame, Adams has no starlike airs and is remarkably relaxed. When conducting, he turns out to be a pleasant talker, drawing laughs from the audience with short, ironic explanations.

Before conducting the Royal Concertgebouw Orchestra in the Dutch premiere of Scheherazade.2, he told the audience with a sardonic grin: ‘People thought I had invented a new computer program. Which suits the spirited lady I’m presenting in this violin concerto. – Indeed, the soloist (Scheherazade from A Thousand and One Nights) is besieged by an orchestra of fanatical ‘true believers’, but gloriously overcomes her attackers.

Current themes

Adams composed Scheherazade.2 out of dismay at the way women worldwide are maltreated and even killed. Adams often addresses current themes in his music. In 1987 he composed his opera Nixon in China, about the historical visit  from this American president to Mao and his wife fifteen years earlier. The intimate dance of Mao and his wife became a world hit as the orchestral work The Chairman Dances.

The heavy earthquake that shattered Los Angeles in 1994 led to the ‘Singspiel’ I Was Looking at the Ceiling and Then I Saw the Sky. After the attack on the Twin Towers on 9 September 2001 he composed the oratorio On the Transmigration of Souls, an impressive requiem for the thousands of victims. The development of the atomic bomb in New Mexico during the Second World War led to the opera Dr. Atomic, which had its premiere in 2005.

Controversy

Perhaps his most famous work is The Death of Klinghoffer, which is now part of the standard repertoire of every opera house. Yet its premiere in 1991 caused controversy. The libretto is based on the Palestinian freedom fighters who killed a handicapped Judeo-American cruise passenger in 1985. Although Adams emphatically does not take a stand, Jewish organisations condemned his opera as anti-Semitic. – Several American opera houses cancelled the production.

During a series of performances at the Metropolitan Opera New York in 2014, Jewish demonstrators again took to the streets. That’s how I myself ended up in a fierce discussion with a woman who condemned the opera for being heavily anti-Semitic. Though she had to admit not having seen or heard the production, she remained adamant that she was right. – Curiously enough the opera doesn’t seem to arouse any resentment in Islamic circles.

The Bach of jazz

Adams clearly feels a strong bond with his homeland. He was born in Massachusetts in 1946 and grew up in a village in New Hampshire. His grandfather ran a dance hall on Lake Winnipesaukee, where his parents had met. His father played clarinet in brass bands and jazzy swing bands, in which his mother sang.

During summers the family would holiday with grandpa, in whose establishment Duke Ellington and his orchestra regularly performed. Little John was deeply impressed by his music. Especially on the day he was allowed to sit next to his jazz hero on the piano stool. ‘Ellington is the Bach of jazz’, he would say about this later.

At home, not only jazz records were played on the rickety pickup, but also recordings of Mozart and other classical composers. As a boy John Adams learned to play his father’s instrument and soon became a member of the same orchestras. From the age of ten he started composing himself and four years later already a piece of his was performed by the local orchestra.

John Adams (c) Vern Evans)

Culture shock

Adams got a small culture shock when he started studying composition at Harvard in 1965. His teachers Leon Kirchner and Earl Kim were ardent advocates of Arnold Schoenberg’s atonal music, which was unknown to him. For a short time he also used arithmetical composition techniques, but soon he felt trapped by this. He missed beauty of sound and emotion. At night he listened to records by The Beatles, wondering how he could bring these totally different worlds together.

The answer came when he discovered the minimal music of composers like Steve Reich and Philip Glass. He developed his own style by linking repetitive motifs to the sound world of romantic composers such as Mahler and Sibelius, seasoning all this with a dash of jazz and American popular music. In 1985 he made his breakthrough with his compelling orchestral work Harmonielehre.

Schoenberg meets comics

The title refers to the book of the same name with which Schoenberg said goodbye to the romantic era at the beginning of the twentieth century. In 1992 Adams composed Chamber Symphony, an infectious pastiche of musical styles. This came about when he studied Schoenberg’s groundbreaking Chamber Symphony opus 9 while his son was watching American comics on a television in the adjoining room.

As a composer Adams stopped playing the clarinet. But when he lost his father around the age of fifty, he dusted off his instrument and composed the three-part Gnarly Buttons. In it he forges all the above mentioned influences into a cheerful, musician-like and thoroughly American whole. He carelessly turns a Protestant hymn into jazzy clarinet runs and conjures up the Wild West with banjo music. This exciting piece will form part of the programme of the Nieuw Ensemble on 28 November.

Gradually Adams’ style became more eclectic. In his large-scale opera oratorio El Niño about the birth of Christ (2000) he combines minimalist driving rhythms with tranquil medieval singing, spicy close harmony, references to Bach and an overwhelmingly romantic lyricism. Critics sometimes complain that his later compositions border dangerously on kitsch, but with his euphonious style he manages to reach the heart of the common man.

– Precisely the reason why he was awarded the coveted Erasmus Prize.

King Willem-Alexander congratulating John Adams, 28 November 2019

‘In accepting the honor I acknowledge that the world of artistic creation is as varied as there are artists who inhabit it, and there is no single ideal model of how an artist should or ought to behave.’

Adams spoke memorable words about the importance of the arts in his acceptance speech, showing himself to be a true kindred spirit of Erasmus. 

At the ceremony a short documentary about Adams’ recent opera ‘Girls of the Golden West’ (2019)  was played.

#EarsmusPrize #JohnAdams #MuziekgebouwAanTIJ #NieuwEnsemble

adornments_erasmus_prize-1196×368

Contemporary Classical - Thea Derks