Recensie: Livius.Org
Nee, het is me niet in mijn bol geslagen, dat ik mijn eigen website ga recenseren, Livius.Org. Ik doe het bij wijze van experiment. De achtergrond is dat steeds meer mensen hun informatie halen van het internet, een medium dat veel voordelen biedt. Mijn Amerikaanse vriend Bill Thayer is bijvoorbeeld bezig de tekst van Diogenes Laertius online te plaatsen en daarbij kun je met één muisklik van de Engelse vertaling naar het Griekse origineel springen. Online-pagina’s zijn ook makkelijker doorzoekbaar dan die van een boek. Een ander voordeel van het wereldwijde web is dat je nooit ver verwijderd bent van illustraties, achtergrondinformatie of de abstracts van recente wetenschappelijke publicaties. Geen boek kan daar tegenop.
Ik heb al een paar keer geschreven dat een boek wél iets anders kan: in de ongedifferentieerde nevenschikking van online-informatie (©Kris Peeters) kan een boek orde aanbrengen. Voor ik een boek recenseer, kijk ik dus eerst, zoals ik al eens schreef, of het wel iets toevoegt. Niemand zit te wachten op wéér een biografie van een Romeinse keizer of wéér een vertaling van een Grieks toneelstuk. Allemaal al online aanwezig. Wat we daar niet hebben, zijn overzichtswerken als Holger Gzella’s De eerste wereldtaal.
Uit het enorme belang van het internet vloeit voort dat, als de boekenbijlagen van onze kranten relevant willen blijven, ze ook websites moeten gaan recenseren – al was het maar één website per week. Wat ik me daarbij voorstel, kan ik het beste tonen door mijn eigen site te bespreken. Geen zorgen, ik zal mijn eigen loftrompet niet steken. Nou ja, een beetje dan.
Permanente verbouwing
Voor wie zich bezighoudt met Oudheid, is de encyclopedische website Livius.Org een oude bekende, met alle voor- en nadelen van dien. Het voordeel van een site die in verschillende incarnaties al sinds 1995 “in de lucht” is en die, vóór de opkomst van de Wikipedia, de grootste oudheidkundige site ter wereld was, is dat ze diep geworteld is in het wereldwijde web en makkelijk wordt gevonden. Een ander voordeel is dat de links niet door AI maar ouderwets handmatig zijn aangebracht en dat bijvoorbeeld een verwijzing naar een koningin Arsinoë uitkomt bij de juiste Arsinoë en niet bij een van haar naamgenoten of een stad met die naam. Het nadeel van een oude site is echter dat we ons nog stevig bevinden in Web 1.0: tekst met wat kleine plaatjes, geen interactie met de bezoeker.
Ouderwets is ook de webmaster, Jona Lendering, wiens visie op zijn vak niet is veranderd sinds de jaren tachtig. Zijn website biedt dus de gehele Oudheid aan – Griekenland en Rome enerzijds, het Nabije Oosten anderzijds – en laat geen bewijscategorie onbehandeld. Deze breedte gaat onherroepelijk ten koste van de diepgang en er valt voor studenten aan een universiteit dan ook niets te halen. De breedte betekent bovendien dat Lendering onvermijdelijk nogal wat hooi op zijn vork neemt en het zal nog moeten blijken of dat te veel is of nét het maximaal menselijkerwijs mogelijke.
Ondertussen is wat Lendering in twintig jaar verzamelde in elk geval zonder parallel: hij schreef ruim 600 biografieën en beschreef ruim 500 antieke plaatsen, samen zo’n 2600 webpagina’s. Hij zorgde voor 1300 pagina’s met antieke bronnen, waarvan er sommige alleen op Livius.Org online zijn te vinden (in sterk verouderde HTML). Verder plaatste hij een kleine 8800 foto’s online, wat de komende zomer tot 80.000 zal oplopen. Het is allemaal gratis en de reclame is beperkt tot drie banners.
Hoewel Lendering samenwerkt met Vici en LacusCurtius, is Livius vooral een eenmansproject, wat het voordeel heeft dat er uit de honderden pagina’s een consistent beeld van de oude wereld oprijst. De klassieke cultuur en de twee volken die deze droegen, de Grieken en Romeinen, staan bij Lendering stevig in hun bredere context. Hij heeft bovendien de plekken waarover hij schrijft bezocht en gaat methodische vragen niet uit de weg
Lendering weet kaf en koren meestal redelijk te scheiden. Waar bijvoorbeeld de Wikipedia-lemma’s over de Late Oudheid zijn verschlimmbessert doordat de gebruikers meenden dat citaten van de achttiende-eeuwse auteur Edward Gibbon nuttig zouden zijn, weet Lendering hoe de oudheidkunde de afgelopen twee eeuwen aan kwaliteit heeft gewonnen en negeert hij een Gibbon geheel. Wat Lendering heeft bewogen om Zosimos online te plaatsen in een vertaling uit 1814, is een raadsel.
Tegelijk heeft het geen zin te ontkennen dat er grote nadelen aan Livius.org kleven. Het is onvermijdelijk dat bij een project van deze breedte een deel van de informatie in de afgelopen twintig jaar verouderd is geraakt. Belangrijker is het vaak ontbreken van annotatie, door Lendering achterwege gelaten op verzoek van de universiteiten, die beducht waren dat de pagina’s van Livius.org als werkstukken zouden worden ingeleverd.
Ook technisch valt er nog wat op aan te merken. De menu’s werken niet altijd even goed en de zoekfunctie is traag. Daaraan wordt echter gewerkt. De website lijkt wel permanent in verbouwing. Filmpjes en interactiviteit zijn niet voorzien. Ten opzichte van de Wikipedia is Livius vooral nuttig om het unieke beeldmateriaal, maar het staat te bezien of de website toekomst heeft.
Sterren: 3/5
***
Screenshot, typering van de site, opmerkingen over de kwaliteit van het aanbod, plaatsing ten opzichte van andere sites (Wiki), beoordeling van de techniek en het bedieningsgemak, sterke en zwakke punten: dat soort zaken zouden volgens mij in een bespreking van een website aan de orde moeten komen. En ik denk dat een krant daar best wat plaats voor mag inruimen. Een boekenbijlage moet een bijdrage leveren aan onze maatschappelijke discussies en niet afzinken tot bijlage bij de lifestyle-bijlage.



