Montanisme (1)

Een christelijke maaltijd op een tweede- of derde-eeuwse wandschildering uit de catacomben van Callixtus, Rome

Hoe je ernaast kunt zitten hè, hoe je er toch naast kunt zitten. Ik noem op deze blog weleens het montanisme. Dat is een vorm van christendom uit de tweede en derde eeuw. “Het” christendom, met een uitgewerkte doctrine, zou pas later ontstaan, toen het nieuwe geloof niet langer werd vervolgd en zich onder keizerlijk toezicht begon te organiseren. Het Eerste Concilie van Nikaia in 325 is hierbij beslissend geweest: toen ontstond iets wat we orthodoxie kunnen noemen. Dat wil overigens niet zeggen dat er voordien niets was dat daarop leek. Het wil wél zeggen dat in de tweede en derde eeuw de proto-orthodoxie (die onder meer behelsde dat wie Christus vereerde niet ook andere goden mocht vereren) nog één stroming onder meerdere was. Veel van die christendommen staan bekend onder de parapluterm gnosis. En er was dus montanisme.

Ik dacht dat ik wist wat het was, want ik had er eens college over gehad. Let wel: dat is dus dik vijfendertig jaar geleden. De docent had uitgelegd dat het ging om een groep uit het huidige Turkije die geloofde dat Christus spoedig zou terugkeren, namelijk wanneer het lijden van de mensheid compleet was. Als iedereen het martelaarschap aanvaardde, zo zouden de montanisten hebben gedacht, was de maat van het menselijk lijden eerder vol en zou de Eindtijd sneller beginnen. Dit gedachtegoed, waarover we zijn geïnformeerd door de Kerkgeschiedenis van Eusebios van Caesarea, beïnvloedde onder meer de christelijke auteur Tertullianus.

Wat montanisme niet is

Ik heb me nooit speciaal verdiept in deze materie en heb voetstoots aangenomen wat destijds werd verteld. Het paste bovendien bij andere informatie, namelijk dat andere christelijke groepen het zelfgekozen martelaarschap afwezen als zelfmoord. Een “erkende” martelaar doet geen pogingen de gewelddadige dood te ontwijken, maar zoekt die ook niet op: dat standpunt leek me een zinvolle reactie op de montanisten. Kortom, ik twijfelde niet aan wat me was verteld.

Tot ik dit blogje begon te schrijven. Ik verifieerde nog eens dat de montanisten geloofden dat er een maat was op het lijden en dat ze Christus’ terugkeer wilden versnellen door het martelaarschap te zoeken. Ik vond echter weinig dat erop wees. Ik herlas Eusebios en vond niets. Montanistische Eindtijdverwachtingen? Ja. Montanistisch martelaarschap? Dat zeker. Maar dat je de terugkeer van Christus kon bespoedigen, daarvoor vond ik niets. Gek genoeg had ik bij eerdere lezing van Eusebios niet herkend dat hij die maat op het lijden niet vermeldde.

Montanus

Wat was het montanisme dan wel? Ik volg de beschrijving van Eusebios. Niet omdat die 101% betrouwbaar is, want ook een bisschop is maar een mens met vooroordelen, maar omdat zijn beschrijving teruggaat op een bron rond het jaar 200, Apollinaris van Hierapolis. Dat is de oudste bron die we hebben. Eusebios is echter vooringenomen en maakt meteen duidelijk dat hij geen enkel respect voor Montanus heeft.

In Asia en Frygië kropen de valse overtuigingen als gifslangen over de aarde. Men beweerde dat Montanus de “Pleitbezorger” was en dat zijn vrouwelijke volgelingen Priscilla en Maximilla zijn profetessen waren.noot Eusebios, Kerkgeschiedenis 5.14.

In het Evangelie van Johannes kondigt Jezus de komst van een Pleitbezorger (“Parakleet”) aan.noot Johannes 14.16-17. De orthodox geworden uitleg betrekt deze passage op de komst van de Heilige Geest, vermeld in de Handelingen van de Apostelen,noot Handelingen 2. maar in de tweede en derde eeuw sprak die gelijkstelling nog niet vanzelf. (Bedenk dat boekbezit zeldzaam was, zodat iemand die een Johannes bezat, niet per se ook Handelingen kende.) Mani, de grondlegger van het manicheïsme, meende in de derde eeuw dat hij de beoogde Pleitbezorger was; en van Montanus werd het rond het midden van de tweede eeuw blijkbaar ook gezegd.

Montanus’ claim bleef niet onweersproken. De “onoverwinnelijke macht der waarheid” zorgde ervoor dat hij tegenstanders kreeg, waarvan Eusebios meldt dat hun verzet in diverse bronnen is gedocumenteerd. Helaas kennen wij die bronnen niet, al weten we dat Eusebios beschikte over een goede bibliotheek. Eusebios citeert dus Apollinaris van Hiërapolis, die vertelt dat hij in Ankara had vernomen van het bestaan van de afvalligen die zichzelf aanduidden als “de nieuwe profetie”. Deze zou teruggaan op Montanus, een recente bekeerling uit het Frygische dorp Ardabau, die veertig jaar vóór Apollinaris in extase allerlei klanken had uitgeslagen die werden uitgelegd als profetie. Dit verschijnsel staat bekend als glossolalie, “spreken in tongen”. De duivel – althans, zo citeert Eusebios de tekst van Apollinaris – stuurde een “verleidende geest”, die ervoor zorgde dat Montanus aanhangers kreeg, waaronder de twee profetessen, die hun echtgenoten verlieten om Montanus te volgen. Op naam van Maximilla werden later profetieën overgeleverd.

[wordt vervolgd]

Het ziet er niet best uit voor Libanon. Als u meer wil weten over dat geteisterde land, lees dan mijn boek. Deze blog kunt u ook volgen via een Whatsapp-kanaal.

Zelfde tijdvak


Hellenistisch Babylon

oktober 20, 2021
Naar de Hades

mei 26, 2018
Hercules Magusanus

juli 17, 2025 Deel dit: #ApollinarisVanHierapolis #EersteConcilieVanNikaia #Eindtijd #EusebiosVanCaesarea #EvangelieVanJohannes #Frygië #glossolalie #gnosis #Kerkgeschiedenis #martelaarschap #montanisme #Montanus #Parakleet #protoOrthodoxie #Tertullianus

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Pleitbezorger (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Dat veranderde echter toen in 273 koning Bahram I aan de macht kwam. Deze stond onder invloed van een zoroastrische hogepriester, Kartir, die meende dat áls er dan zo nodig eenheid moest zijn, die moest uitgaan vanuit het zoroastrisme. De manicheeërs kregen daarna te maken met vervolging en Mani overleed in de gevangenis. Daar zou hij, als een soort Sokrates, in de cel gesprekken hebben gevoerd met zijn leerlingen, waarin hij hun uitlegde dat de dood voor de ware wijze iets nastrevenswaardigs is omdat de ziel dan terugkeert naar het Licht.

Mani zou twaalf apostelen hebben gehad, die het nieuwe geloof verspreidden over de rest van de wereld. Naar het Romeinse Rijk, maar ook naar het oosten. Het hielp natuurlijk dat een religie die zich baseert op eerdere godsdiensten, overal wel iets herkenbaars heeft. Een zekere Mar Ammo (d.w.z., de Aramese vorm van de christelijke naam Immanuel) bereikte al tijdens Mani’s leven het huidige Oezbekistan, dat destijds Sogdië heette. Daarvandaan verspreidde het manicheïsme zich langs de Zijderoute naar het oosten, over de Pamirbergen, naar Xinjiang en richting China. Met name tijdens de Tang-dynastie, die in 618 de macht verwierf, kregen de manicheeërs alle ruimte.

Manichese motieven

De bovenstaande metalen schijf, te zien in het Wereldmuseum in Leiden, toont vooral heel veel druiventrossen: het heilige voedsel van de manicheeërs. In de buitenring zijn deze trossen en ranken aangevuld met vogels, die golden als de brengers van vreugde en huwelijksgeluk. In de binnenring zijn leeuwen te herkennen, die de zon symboliseerden, en fabeldieren die stonden voor het Licht.

Invloed elders

Het manicheïsme heeft twee eeuwen kunnen bestaan, maar werd toen door de Chinese autoriteiten verboden. Iets dergelijks gebeurde in het westen, waar keizer Diocletianus al rond 300 na Chr. maatregelen had genomen tegen wat hij beschouwde als een on-Romeinse cultus. Evengoed waren er eind vierde eeuw nog aanhangers; geen stuk over het manicheïsme is compleet zonder de vermelding dat de christelijke kerkvader Augustinus in Karthago een tijd lang manicheeër is geweest.

Ook is een stukje over manicheïsme incompleet zolang niet is opgemerkt dat het in de zevende eeuw, dus toen het voet aan de grond kreeg in Tang-China, eveneens doorbrak in Armenië, waar de aanhangers van dit geloof bekendstaan als paulicianen, en dat de Byzantijnen hen overplaatsten naar de Balkan, waar ze bogomielen heetten, en dat zij vervolgens weer de Zuid-Franse katharen beïnvloedden. Ik noteer dit maar even, opdat u niet denkt dat ik de genreconventies niet zou kennen, maar ik voeg toe dat we over de paulicianen feitelijk helemaal niets weten en dat de overeenkomsten tussen katharen en manicheeërs weliswaar kunnen hebben bestaan, maar evengoed kunnen zijn geconstrueerd door inquisiteurs die de gelovigen het verhoor afnamen en gericht vroegen naar dualistische ideeën.

Kortom, laten we de nawerking van het manicheïsme maar negeren. Ze is veel te speculatief. Laten we ons liever beperken tot de Late Oudheid. Het toenmalige manicheïsme, dat zich uitstrekte van Karthago tot China, is immers interessant genoeg.

[Dit was het 523e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]

#Augustinus #BahramI #Kartir #Mani #manicheïsme #MarAmmo #Parakleet #Sassaniden #Sogdië #TangDynastie #Zijderoute #zoroastrisme