De Codex Sinaiticus

Het einde van het Evangelie van Johannes in de Codex Sinaiticus (© Wikimedia Commons)

Iedereen die zich met de Oudheid bezighoudt, al is het nog zo oppervlakkig, weet dat we vrijwel geen boeken hebben uit die tijd. De antieke literatuur is grotendeels overgeleverd in de vorm van middeleeuwse kopieën van kopieën van kopieën. Al in de zestiende eeuw hadden geleerden in de gaten dat zo’n 80% van de manuscripten dateerde van na 800 na Chr. Dat is verre van ideaal. Weliswaar zijn er papyri, die wel komen uit de Oudheid, maar die hebben slechts zelden de lengte van een volledig werk.

Het is zoals het is, maar je zou zo graag echt oude boeken willen hebben. En dat geldt zeker voor de Bijbel, die nou eenmaal normatief is voor joden en christenen. Voor gelovige mensen was de onduidelijke tekstoverlevering zo nu en dan problematisch. Zo zijn er manuscripten met en zonder het zinnetje dat er drie zijn “die getuigen in de hemel: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest”.noot 1 Johannes 5.7-8. Dit zogeheten Comma Johanneum heeft nogal wat theologische implicaties.

Codex Sinaiticus

Een oud handschrift is niet per se beter dan jongere teksten. Het kan immers tjokvol fouten zitten terwijl jonge, zorgvuldig gemaakte kopieën van een ander, wél zorgvuldig gemaakt oud manuscript dichterbij het origineel blijven. Desondanks trekt een oud handschrift natuurlijk wel de aandacht en een van de mooiste voorbeelden is het in 1844 door Konstantin von Tischendorf ontdekte manuscript dat hierboven is afgebeeld. Het is een manuscript van een Bijbel, het is ontdekt in het Catharinaklooster in de Sinaïwoestijn, en het staat bekend als Codex Sinaiticus.

Het Catharinaklooster

Op ruim 400 bladzijden lezen we het volledige Nieuwe Testament, grote delen van de Griekse vertaling van de joodse Bijbel (de Septuaginta) alsmede de teksten die bekendstaan als de Brief van Barnabas en de Herder van Hermas. De volgorde van de diverse nieuwtestamentische geschriften is anders dan we gewend zijn. Deze gegevens bewijzen dat de codex is samengesteld toen de canon van de Bijbel nog niet helemaal vastlag. Tegelijk is het herkenbaar de Bijbel die wij kennen, dus de canonisatie was al wel een flink eind op gang. Een datering tussen 325 en 350 is plausibel; ook de vorm van de letters duidt daarop.

De Codex Sinaiticus is een uitzonderlijk document. Het perkament is zeer zorgvuldig bewerkt en ook de grote omvang (38 centimeter hoog) duidt op een opdrachtgever die een echt mooi boek wilde gebruiken. De tekst is geschreven in heldere letters, bedoeld om te worden voorgelezen, en is heel nauwkeurig gecorrigeerd. Het is misschien wel een van de vijftig standaard-bijbels die keizer Constantijn de Grote heeft laten maken, al is deze hypothese onbewijsbaar.

Betekenis

De Codex Sinaiticus is om diverse redenen interessant. Eén reden is dat oudheidkundigen leerden dat zo’n boek gemaakt kon worden door meer dan één kopiist: er zijn vier “handen” te herkennen. Een tweede reden is dat de Codex Sinaiticus dezelfde tekst bevat als de zogeheten Codex Vaticanus en de Codex Ephraemi Rescriptus: deze drie documenteren dezelfde, belangrijke familie van manuscripten. En we kunnen dus constateren dat de tekst in deze familie rond het midden van de vierde eeuw vastlag, want anders waren de overeenkomsten tussen deze manuscripten niet zo groot.

We zouden graag nóg ouder materiaal hebben. Lange tijd hebben geleerden gedacht dat er papyri waren die ze paleografisch konden dateren in de tweede eeuw. Die documenteerden dan dat de tekst zoals wij die kennen en zoals we die lezen in de Codex Sinaiticus, al eerder bestond. Dat kan best waar zijn, maar er is momenteel twijfel aan de kwaliteit van paleografische dateringen. Overigens bewijst de overlevering van de joodse religieuze literatuur, zoals we die kennen uit de Dode Zee-rollen, dat kopiisten heel erg zorgvuldig waren. Het verschil tussen de “Grote Jesaja-rol” en de normatieve Codex Leningrad is duizend jaar en (ik meen) tweeëntwintig letters. Ik voor mij denk dat we alle vertrouwen mogen hebben in moderne Bijbeledities.

Diefstal?

Nog even terug naar Tischendorf. Hij vond het handschrift, zoals gezegd, in 1844, en kreeg toen enkele bladen mee, die de monniken toch weg wilden gooien. Bij een derde bezoek, in 1859, had hij voldoende het vertrouwen gewonnen van de monniken in het Catharinaklooster om ook de rest van de bladen mee te krijgen. Althans, zo vertelde Tischendorf het zelf. U had vermoedelijk al in de gaten dat het wel wat vreemd is dat de Duitse geleerde het materiaal zomaar mee kreeg. Men denkt wel dat Tischendorf het voorwerp onder valse voorwendselen heeft meegenomen. Een diefstal zoals er vele waren in de negentiende eeuw.

Toch wil ik erop wijzen dat het nog in de jaren zeventig van de twintigste eeuw is voorgekomen dat monniken eeuwenoude manuscripten gebruikten om de kachel mee aan te maken. Dat mag schokkend klinken, maar zo’n monnik streeft naar God en bekreunt zich niet om aardse trivialiteiten als de oudheidkundige wetenschap. Vanuit zijn perspectief heeft zo’n oud boek weinig waarde.

Een bladzijde uit de Codex Sinaiticus in Leipzig

De Codex Sinaiticus is dus terechtgekomen in Europa. Tischendorf liet 347 bladen achter bij zijn financier, de tsaar, en deze zijn na de Russische Revolutie overgedragen aan het British Museum in Londen. Er zijn desondanks nog achttien bladen en veertig fragmenten in Petersburg en het Catharinaklooster. Drieënveertig bladen liggen in de universiteitsbibliotheek in Leipzig, waar Tischendorf overleed.

De Albertina, zoals de Leipziger bibliotheek heet, wijdde er een expositie aan, die ik vrijdag heb bezocht. Ik had gehoopt op zoiets moois als de Dresdense Maya-codex waarover ik gisteren schreef, maar het echte boek werd niet getoond. De expositie bestond uit enorme lichtbakken met afbeeldingen van beroemde boeken, en gedegen toelichtingen. Een beetje teleurstellend, maar ach, het was een fijn wandelingetje en de stad van Leibniz heeft meer dingen die een bezoek de moeite waard maken.

[Dit was het 506e voorwerp in mijn reeks museumstukken. Een overzicht van deze reeks rond het Nieuwe Testament is hier.]

#BriefVanBarnabas #Catharinaklooster #CodexEphraemiRescriptus #CodexSinaiticus #CodexVaticanus #CommaJohanneum #EersteBriefVanJohannes #GottfriedWilhelmLeibniz #HerderVanHermas #KonstantinVonTischendorf #Leipzig #paleografie

If you ask many Protestant Christians how many books are in the Bible, they will likely tell you that there are 66 books in the Bible – 39 in the Old Testament and 27 in the New Testament. However, if you ask other believers in different traditions of the Christian faith, you will likely hear a vastly different number concerning the total number of books. If you ask Catholic believers, they will tell you there are 73 books in total; Greek Orthodox believers will tell you that there are more than 75 books; and Ethiopian believers will tell you there are more than 80. So, why the discrepancy?

https://theliturgicalpentecostal.wordpress.com/2024/10/10/is-the-apocrypha-just-the-bad-books-of-the-bible/

#Apocrypha #ApocryphalBooks #Athanasius #Belief #Bible #BiblicalLiterature #BishopMelito #Christianity #CodexVaticanus #CyrilOfJerusalem #DeuterocanonicalBooks #God #Jesus #MartinLuther #Origen #WesternChristianity

Is The Apocrypha Just the “Bad Books” of the Bible?

If you ask many Protestant Christians how many books are in the Bible, they will likely tell you that there are 66 books in the Bible – 39 in the Old Testament and 27 in the New Testament. However,…

The Liturgical Pentecostal

Is The Apocrypha Just the “Bad Books” of the Bible?

If you ask many Protestant Christians how many books are in the Bible, they will likely tell you that there are 66 books in the Bible – 39 in the Old Testament and 27 in the New Testament. However, if you ask other believers in different traditions of the Christian faith, you will likely hear a vastly different number concerning the total number of books. As a general rule of thumb, if you ask Catholic believers, they will tell you there are 73 books in total; Greek Orthodox believers will tell you that there are more than 75 books in total; and Ethiopian believers will tell you there are more than 80. So, why the discrepancy? The answer is both straightforward and complex. The reality is that there are other books of the Bible that have been in use by various Christian traditions dating back to the early church – modern Protestant Christians label these books as belonging to the Apocrypha. But aren’t the books of the Apocrypha just the “bad books” that shouldn’t be trusted as biblical truth? Not quite.

It may help to understand what Apocrypha means. The word itself simply means “things hidden.” In the ancient world, this word referred to religious writings that were regarded almost as scripture – books that were meant for private study by believers of the day. Today, it means different things to different people. To Protestant Christians, the following books are apocryphal: 1 Esdras, 2 Esdras, Tobit, Judith, Additions to Esther, Wisdom of Solomon, Ecclesiasticus, Baruch, Sirach, Epistle of Jeremiah, Song of the Three Children, Story of Susanna, Bel and the Dragon, Prayer of Manasseh, 1 Maccabees, 2 Maccabees, 3 Maccabees, 4 Maccabees, and Psalm 151. However, many of the early church fathers included some of these books in their lists of canonical works. I’ll give a few examples.

Melito, an early Christian bishop born in 100 AD, included 1-2 Esdras, the Wisdom of Solomon, and the Epistle of Jeremiah. Notably, he excludes Esther, Nehemiah, and Lamentations from his list.

Origen, an early Christian theologian born in 185 AD, included 1-2 Esdras, the Epistle of Jeremiah, and the Maccabees. Interestingly, he includes a book simply called “Paul,” believed to be all of his letters in one gigantic book. Notably, he excludes 2-3 John, James, and 2 Peter as being disputable. 

Cyril of Jerusalem, an early Christian bishop born in 313 AD, included 1-2 Esdras, Baruch, Epistle of Jeremiah, and Daniel combined with the story of Susanna and Bel and the Dragon at the end. Notably, he excludes the book of Revelation, considering its authorship disputable.

The Codex Vaticanus, believed to be the oldest extant copy of what was intended to be a full bible, includes 1 Esdras, Esther with additions, Wisdom, Sirach, Baruch, Epistle of Jeremiah, Daniel combined with the story of Susanna and Bel and the Dragon at the end, Judith, and Tobit. Notably, this codex doesn’t contain 1-2 Timothy, Titus, Philemon, Romans, and Revelation.

These books were often used in early church gatherings until the church councils met to discuss the books and whether they should be included as canon. The theologian Dr. Eben De Jager explains that up until the 19th century “Protestant Bibles included the apocryphal books of the Septuagint … The British and Foreign Bible Society were very influential in the 1800s. They removed the apocryphal section from the Protestant Bible. They did so to save on the cost of printing Bibles.” This decision led to the exclusion of the Apocrypha from many British and American Bibles from then on. So, if the Apocrypha was removed due to costs, why the stigma? From a historical standpoint, there have always been some concerns about the validity of some of the books and their value as spiritual books. The Protestant reformer Martin Luther was the first to publish a version of the Bible that separated the Apocrypha out from the other books of the Bible with the preface stating: “APOCRYPHA, that is, Books which are not to be esteemed like the Holy Scriptures, and yet which are useful and good to read.” 

In saying this, Luther reflected the thoughts of the early church father Athanasius who wrote: “there are other books besides these not indeed included in the Canon, but appointed by the Fathers to be read by those who newly join us, and who wish for instruction in the word of godliness. The Wisdom of Solomon, and the Wisdom of Sirach, and Esther, and Judith, and Tobit, and that which is called the Teaching of the Apostles, and the Shepherd. But the former, my brethren, are included in the Canon, the latter being read.” This said, what should our current stance be as believers? I always encourage believers to be curious and lifelong students. If we claim to know everything, then we’re doomed to fail. I would encourage you to read the books I’ve discussed here. They give us a glimpse into the mindset found into what is often referred to as the intertestamental period – the period of time leading up to the appearance of the Savior!

#Apocrypha #apocryphalBooks #Athanasius #belief #bible #biblicalLiterature #BishopMelito #Christianity #CodexVaticanus #CyrilOfJerusalem #deuterocanonicalBooks #god #jesus #MartinLuther #Origen #westernChristianity

De Septuaginta

Ptolemaios II (Louvre, Parijs)

Op zondag blog ik meestal over het Nieuwe Testament. Die tekst is geschreven in het Grieks door mensen die voortdurend verwijzen naar oudere religieuze literatuur. Een fors deel kennen we uit de joodse Bijbel ofwel de Tenach ofwel het Oude Testament. Onze tekst van dat heilige boek gaat terug op Hebreeuwse originelen, de taal waarin deze literatuur nu eenmaal is geschreven. Het probleem is nu dat de auteurs van het Nieuwe Testament de joodse literatuur lazen in een Griekse vertaling, de Septuaginta. De tekst daarvan wijkt op sommige punten af van de op Hebreeuwse teksten gebaseerde Bijbel zoals wij die kennen.

Verschillen

Eén voorbeeld: Goliat is in de gebruikelijke Hebreeuwse tekst (“de masoretische traditie”) zesenhalve el lang maar in de Griekse versie vierenhalve el.noot 1 Samuel 17.4. In de Hebreeuwse tekst is het een reus van drie meter, in de Griekse tekst meet ’ie net iets meer dan twee meter. Ook de Dode-Zee-Rollen noemen vierenhalve el. Je krijgt de indruk dat de gebruikelijke Hebreeuwse tekst teruggaat op een origineel met een vergissing. Je kunt dus niet zomaar de Hebreeuwse tekst als de meest betrouwbare accepteren.

Er is een tweede complicatie. De oudste handschriften van de gebruikelijke Hebreeuwse tekst zijn middeleeuws, terwijl de manuscripten van de Septuaginta veel ouder zijn. De belangrijkste handschriften, de Codex Sinaiticus en Codex Vaticanus, dateren uit de vierde eeuw. Er zijn bovendien veel meer Griekse handschriften. Cru geformuleerd: de Hebreeuwse handschriftentraditie mag dan de originele taal weergeven, de Griekse handschriftentraditie is ouder. Dankzij de Dode-Zee-Rollen zijn beide tradities al gedocumenteerd voor de twee eeuwen v.Chr., en er blijken nog drie andere tradities te zijn geweest. De vraag “wat is de originele tekst?” was al in de tweede eeuw v.Chr. onbeantwoordbaar.

De legende van de Septuaginta

We weten dat erover is gediscussieerd. We beschikken namelijk over een tekst die bekendstaat als de Brief van Aristeas, waarin we lezen dat de Ptolemaïsche koning Ptolemaios II Filadelfos (r.282-246) voor de Bibliotheek van Alexandrië een vertaling wilde hebben van de Wet van Mozes, dus de Bijbelboeken Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Tweeënzeventig vertalers vertaalden in tweeënzeventig dagen de hele Wet, voegden er later de rest van de joodse Bijbel aan toe en werden beloond met vorstelijke geschenken. De naam Septuaginta is een afkorting van septuaginta interpretes, “zeventig vertalers”. De gangbare afkorting is LXX.

Als er een historische kern in deze legende is, is het dat de joden in de hellenistische metropool Alexandrië in de eerste helft van de derde eeuw v.Chr. een vertaling nodig hadden. Een latere legende vervolgt met de constatering dat de vertalers onafhankelijk van elkaar dezelfde tekst hadden geproduceerd – een duidelijk bewijs dat de vertaling door God was geïnspireerd en dat mensen er geen kritiek op mochten hebben.

Eén vertaling?

Goddelijke inspiratie of niet, de handschriften van de Septuaginta verschillen onderling nogal. Het lijkt erop dat de Wet inderdaad in één keer is vertaald, maar dat al heel erg snel verschillen zijn ontstaan. Dit is een nette manier om te zeggen dat latere kopiisten snel en slordig te werk zijn gegaan, wat weer een aanwijzing is voor een grote behoefte aan manuscripten. De rest van de joodse Bijbel, waarvan ook de legende zegt dat ze niet bij de oorspronkelijke opdracht hoorde, is vermoedelijk later vertaald, in de tweede eeuw v.Chr.

Tot slot: het is makkelijk de verschillen tussen de Griekse en de Hebreeuwse tekst te overdrijven. Een boek als Ester is in het Grieks langer (en vromer) dan in het Hebreeuws, de Griekse Daniël is ook wat langer dan het origineel (dat Hebreeuws en Aramees afwisselt). Maar grosso modo zijn de verschillen niet heel belangrijk. Of de profeet Jona nu drie dagen doorbracht in de buik van de grote vis, zoals de Hebreeuwse tekst wil, of veertig, zoals we lezen in de Septuaginta, dat maakt niet zoveel uit. Ik zoek overigens nog naar de naam van de kerkvader die, geconfronteerd met de discrepantie, grapte dat het slechts drie dagen duurde maar dat het er voor Jona wel veertig leken.

#Alexandrië #bibliotheekVanAlexandrië #BriefVanAristeas #CodexSinaiticus #CodexVaticanus #Daniël #Ester #Goliat #joodseBijbel #NieuweTestament #PtolemaiosIIFiladelfos #Septuaginta #Tora #vertaling