Faits divers (36)

Caligula en Roma (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer onder andere Caligula, de Zijderoute en een nieuwe expositie in Leiden. Maar eerst een huishoudelijke mededeling.

***

Huishoudelijke mededeling

Het gebeurt me elke dag wel – en niet zelden meer dan eens – dat iemand me een filmpje stuurt over een veronderstelde oudheidkundige ontdekking, waarbij ik dan de vraag krijg voorgelegd of het waar is. Uiteraard is het vererend dat mensen erop vertrouwen dat ik het wel weet. En het is fijn dat mensen in de smiezen hebben dat je niet alles moet geloven wat onder het mom van archeologie of klassieken wordt beweerd.

Het is voor mij echter ook behoorlijk tijdrovend om al die filmpjes te bekijken en iedereen netjes te antwoorden. Wat u alvast zelf kunt doen: controleer of er een wetenschappelijke publicatie is. Door het academisch hyperspecialisme is het makkelijker dan ooit een onvoldragen theorie gepubliceerd te krijgen. Als iemand desondanks niet in een wetenschappelijk tijdschrift publiceert, weet hij zelf al dat hij zou struikelen over de laagst denkbare lat, en niets zinvols bijdraagt. Verspil er uw tijd niet aan.

De Zijderoute

De Zijderoute staat steeds meer in de belangstelling. Ergens begin jaren negentig voltrok zich een perspectiefwisseling: waar onderzoekers ooit keken naar de Romeinse, Griekse, Mesopotamische, Iraanse, Indische en Chinese culturen met een nomadische periferie in Centraal-Eurazië, keerde men het om. We begonnen te kijken naar Centraal-Eurazië als centrum van een wereldsysteem, waarin de schrijvende culturen lagen aan de periferie.

Met een beroemd woord van Andre Gunder Frank: the centrality of Central Asia kwam centraal te staan. De DNA-revolutie, waarvan de strekking is dat mensen én ideeën hypermobiel zijn, gaf een extra stimulans aan deze perspectiefwisseling. Voor wie de Zijderoute eens wil verkennen, is er nu deze handige website.

Caligula

In Nijmegen promoveerde onlangs Henri van Nispen op de bestuursstijl van keizer Caligula (r.37-41). De bronnen, meest geschreven door senatoren, typeren zijn beleid als waanzinnig, maar het heeft niet ontbroken aan historici die de vooringenomenheid van de bronnen herkennen en hebben geprobeerd er toch een zekere rationaliteit in te herkennen. Immers, het keizerschap bestond niet werkelijk en Caligula was door adoptie alleen maar hoofd van de Julisch-Claudische familie. Desondanks gaf de Senaat hem absolute macht, ook al was er geen institutionele basis voor het keizerschap. Dat moest wel mislukken.

Van Nispen betoogt dat de onervaren nieuwe keizer zijn tot falen gedoemde positie wilde versterken, en dat dit de relatie met de Senaat, die gewend was te worden gerespecteerd, verder problematiseerde. Dat de keizer zich als goddelijk presenteerde, hielp ook al niet. Caligula was niet gek, maar probeerde een soort leiderschap dat zich aan de veranderende situaties aanpaste (“adhocratie”), en schiep zo onzekerheid. Dat was deels de bedoeling, maar kostte hem uiteindelijk het leven. Het proefschrift is gratis te downloaden.

De archeologie van Nederland

In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is een expositie begonnen met de titel “Boven het maaiveld”. Helaas ontbreekt mij de tijd om er al een kijkje te gaan nemen, en het komend weekend (Koningsdag) vermijd ik alle openbaar vervoer, dus het zal even duren voor ik erover kan schrijven. Het persbericht maakt nieuwsgierig:

Waarom is een archeologische vondst belangrijk of waardevol voor onze samenleving? Wat draagt het bij aan onze kennis over het verleden? Boven het maaiveld gaat daarom ook over onderzoek, kennis, nieuwe perspectieven en persoonlijke betrokkenheid. Mede door nieuwe inzichten over identiteit, gender- en statusverschillen bijvoorbeeld, wordt tegenwoordig anders gekeken naar grafgiften en blijkt DNA-onderzoek verrassende gegevens op te leveren.

Nog wat losse faits divers

Het was Pasen, dus de Bijbel moest weer eens gelijk hebben: er was een tuin bij het graf van Jezus. Los van het negentiende-eeuwse welles/nietes-frame, gaat het om iets dat allang bekend was en nu wordt gepresenteerd als nieuws. Ik noem het omdat het zo mooi illustreert dat oudheidkundigen vinden dat u met opgewarmde kliekjes genoegen moet nemen. De minachting, de minachting.

Wat wel interessant is: misschien is de hoofdstad van het voor-Macedonische koninkrijk Lynkestis gevonden (negeer de opmerkingen over Alexander de Grote) en misschien is een door Marius gegraven kanaal geïdentificeerd in de Provence. Misschien, misschien. Wetenschappelijke publicaties zijn er nog niet maar dat belet oudheidkundigen nooit om alvast naar de pers te stappen. Ik rond er mijn “faits divers” mee af, maar eigenlijk zou ik er geen aandacht aan moeten besteden.

#AndreGunderFrank #Caligula #FaitsDivers #HenriVanNispen #Zijderoute

De Zijderoute (1) - Mainzer Beobachter

Ik ga op reis naar Oezbekistan, het centrale gebied langs de Zijderoute, maar ik begrijp nu nog maar weinig van Centraal-Eurazië.

Mainzer Beobachter

Driemaal wereldgeschiedenis

Eroten met guirlandes uit Taxila: een puur Romeinse vorm in het huidige Pakistan (Humboldtforum, Berlijn)

De term “wereldgeschiedenis” is vaag. Toen ik haar tijdens mijn studie voor het eerst uitgelegd kreeg, bedoelde mijn docent er duidelijk “synthese” mee. Tegenwoordig lijken we vooral te bedoelen dat we lokale geschiedenis inbedden in een wijdere context. Dat is bepaald geen nieuw perspectief.

Wereldgeschiedenis: eerste fase

In de achttiende eeuw bereikte een enorme hoeveelheid etnografische informatie Europa. Dat dwong de Verlichtingsfilosofen na te denken over een verklaring voor de overeenkomsten en verschillen tussen de diverse culturen. Zo ontstond het idee dat de mensheid van primitief via barbaars naar beschaving was gegroeid. Etnografische data en informatie uit antieke bronnen gingen bij denkers als Turgot en De Condorcet hand in hand.

Eind negentiende eeuw, toen archeologen als Oscar Montelius (1843-1921) het empirisch bewijs voor de vooruitgangsgedachte hadden geleverd, gold deze Stufentheorie of evolutionisme of – zoals het nu heet – deze imperial synthesis als algemeen aanvaard. De Joodse, de Grieks en de Romeinse geschiedenissen lagen in deze wereldgeschiedenis ingebed. Voor sommige denkers, zoals Jacob Burckhardt (1818-1897), was het klassieke erfgoed bovendien de verklaring dat de Renaissance in Europa had plaatsgevonden. Liberale en marxistische denkers zochten de verklaring in handel en weer anderen meenden dat het blanke ras superieur was. Er was dus debat over de vraag wat de motor was achter de evolutie. Er was echter geen of nauwelijks debat over de constatering dat Europa als eerste het stadium der beschaving had bereikt en dus de opdracht had de anderen omhoog te trekken.

Dekolonisatie

Deze visie bleef bestaan tot na de Dekolonisatie. Je zou de naoorlogse jaren kunnen zien als begin van een tweede fase van het wereldgeschiedenisgenre. Eén aspect was de publicatie van bronnen, zoals het Arabische materiaal uit de Middeleeuwen. Dat toonde dat de voornaamste erfenis van de Arabische wereld aan Europa niet lag in het doorgeven van antiek erfgoed (wat natuurlijk ook gebeurde). Veel belangrijker was dat in de islamitische wereld alternatieven werden bedacht voor het klassieke denken en dat die alternatieven in Europa de Renaissance van de Twaalfde Eeuw losmaakten. Denk aan de experimentele wetenschappen en aan de madrasa’s als model voor de westerse universiteit.

Een ander aspect van deze tweede fase van de wereldgeschiedenis is de conceptualisering van de wereld. Een bekend voorbeeld is de Latijns-Amerikaanse dependencia-theorie. Geopperd in de jaren zestig, kwam deze erop neer dat een kern van welvarende, hoogontwikkelde landen meer perifeer gelegen gebieden in onderontwikkeling hield. Het was dus niet zo dat een in Griekenland geboren Europese beschaving iedereen mee naar boven trok. Een bekende toepassing van deze theorie is die van de Amerikaanse historicus Immanuel Wallerstein (1930-2019), die documenteerde hoe de afhankelijkheidsrelaties waren gegroeid vanaf de Late Middeleeuwen.

De tweede fase in oudheidkunde

Ook oudheidkundigen zijn centrum-periferie-theorieën gaan toepassen. Zo opperde de Britse archeoloog Barry Cunliffe in de jaren tachtig dat de Hallstatt- en de La Tène-culturen bemiddelaars waren geweest tussen de centrale Mediterrane culturen en de grondstoffenrijke periferie. De verbondenheid van de verschillende delen van de oude wereld is sindsdien nog meer benadrukt door auteurs als Andre Gunder Frank en (nog radicaler) Christopher Beckwith. Zij stelden dat Centraal-Eurazië, dat traditioneel gold als de periferie van verstedelijkte regio’s als het Romeinse Rijk, Griekenland, Mesopotamië, India en China, het nomadische centrum was van een wereldsysteem met een verstedelijkte periferie.

Het idee dat Griekenland, Rome en de daarop teruggrijpende westerse traditie een speciale plek hadden in de wereldgeschiedenis, werd dus na de Dekolonisatie verlaten. Europa’s unieke plaats werd vervangen door een multipolair wereldbeeld. De Oudheid en Europa lagen voortaan anders in de wereldgeschiedenis ingebed.

Na de Val van de Muur en de globalisering is dit perspectief uitgegroeid tot het dominante. Voor de oudheidkunde relevant is het in de twintigste eeuw gegroeide inzicht dat processen en ideeën die in de Mediterrane wereld zijn gedocumenteerd, hun oorzaak vinden in Centraal-Eurazië (bijv. de diverse migrationele bewegingen) en Voor-Azië (bijv. de Perzische apocalyptiek en het idee van het vervolgen van religieuze minderheden).

Derde fase: DNA

Deze perspectiefwisseling kwam om te beginnen doordat oudheidkundigen steeds meer data ontsloten: eerst Arabisch materiaal, na de Val van de Muur ook teksten en archeologisch materiaal uit Centraal-Eurazië. En verder dus een veranderd hermeneutisch vertrekpunt: eerst reageerden historici op de Dekolonisatie, later op de globalisering. Nieuw heden, nieuwe vragen aan het verleden, nieuwe perspectieven. De dagdagelijkse gang van zaken in de geesteswetenschappen.

Maar nu is er dus de DNA-revolutie. Zoals bekend draait het om een andere verklaring voor de al bekende constatering dat oorzaken geografisch weleens vér van de gevolgen kunnen hebben gelegen. Die interactie wordt niet langer alleen verklaard door handelscontacten, maar ook of vooral door het nieuw ontdekte feit dat mensen verhuisden en hun ideeën meenamen.

Uiteraard is over de uitwisseling van ideeën al eerder nagedacht, maar oudheidkundigen kunnen nu minder terughoudend zijn. Het inzicht groeit dat denkbeelden zich eigenlijk altijd hebben verplaatst. Een mooi voorbeeld voor deze derde fase van de wereldgeschiedenis is het in april ontdekte beeld van Boeddha in de Romeinse havenstad Berenike in Egypte. Het bijzondere is dat het ter plekke is vervaardigd. Dit is dus geen Indiase koopwaar, maar documenteert de export van religieuze en filosofische concepten.

Het inzicht dat ideeën op grotere schaal verhuisden dan aangenomen, verandert alles. De hermeneutische buitengrens is weggevallen. Dat is een onaangename gedachte, want nu lijkt het alsof anything goes. Tegelijk kunnen ideeënhistorici de inzichten uit de bioarcheologie niet negeren. We zullen nieuwe criteria moeten bedenken voor culturele uitleg.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Zelfde tijdvak


Interview Piet van der Horst

januari 25, 2013
Donderdag 20 juli 1944, 19:30 (Berlijn)

juli 20, 2019
2. Het belang van de Oudheid

juli 14, 2021 Deel dit:

#AndreGunderFrank #AnneRobertTurgot #BarryCunliffe #centrumPeriferie #ChristopherBeckwith #Condorcet #Dekolonisatie #dependencia #evolutionisme #Hallstatt #ImmanuelWallerstein #JacobBurckhardt #OscarMontelius #Stufentheorie #vooruitgang #wereldgeschiedenis

Galeano talks about #AndreGunderFrank analyzing "#MetropolisSatellite" relations. For Toroku Kazuyuki Kawahara (and for Minamata, Michiko Ishimure) talks about #CenterPeriphery relations: how the urban centers profit at the expense of the rural peripheries. The history of #Bolivia's #Potosi features mercury poisoning too with the nearby #Huancavelica mines. Galeano's book has me thinking of #NaomiKlein on #Nauru in #ThisChangesEverything, #Peru's economy relied on centuries of #BirdPoop too.
Il capitalismo storico, il sistema-mondo e i movimenti antisistemici. Omaggio a Immanuel Wallerstein - di Giorgio Riolo

Riceviamo da Giorgio Riolo questo bel testo in omaggio a Immanuel Wallerstein, recentemente scomparso, che verrà pubblicato su Sinistra sindacale. Lo anticipiamo su Effimera, ringraziando autore e rivista per la disponibilità. Per richiamare alla memoria, insieme alla figura di Wallerstein ovviamente, un modo di approcciare l'analisi della realtà globale, un respiro capace di cogliere la

Effimera
Il capitalismo storico, il sistema-mondo e i movimenti antisistemici. Omaggio a Immanuel Wallerstein - di Giorgio Riolo

Riceviamo da Giorgio Riolo questo bel testo in omaggio a Immanuel Wallerstein, recentemente scomparso, che verrà pubblicato su Sinistra sindacale. Lo anticipiamo su Effimera, ringraziando autore e rivista per la disponibilità. Per richiamare alla memoria, insieme alla figura di Wallerstein ovviamente, un modo di approcciare l'analisi della realtà globale, un respiro capace di cogliere la

Effimera