De Arabische wereld tot 1970

Cairo

Het is bijna 3000 kilometer van Aden naar Aleppo en ruim 5000 van Casablanca naar Kirkuk. Daar tussen liggen zeeën, steppen, bergen, woestijnen en rivieren. Er is rijk en arm, schatrijk en straatarm. Je hebt soennitische en sjiitische moslims, diverse soorten christenen, sefardische joden, druzen. De havensteden kijken naar de buitenwereld, andere mensen wonen op het platteland; op sommige plekken spreek je alleen gelijkgestemden, andere woonplaatsen zijn heterogeen. De Arabische wereld is heel gevarieerd.

En dat was de enige kanttekening die ik heb bij het mooie boek van historicus Roel Meijer, Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld. Het is wat lastig te zien wat in een zó gevarieerd gebied het verbindende element is dat de gezamenlijke behandeling rechtvaardigt. Meijer erkent het probleem: hij begint zijn boek met het verdelen van de Arabische wereld in drie deelgebieden, namelijk de Maghreb, het Arabische Schiereiland en het Midden-Oosten. Maar wat er méér is dan de standaardtaal en een Ottomaans verleden dat deze gebieden verbindt, heb ik, om eerlijk te zijn, niet ontdekt.

Dat gezegd zijnde: wauw, wát een goed boek! In 335 bladzijden en vijftig pagina’s nawerk praat Meijer je bij over de geschiedenis van (als ik het goed heb geteld) achttien landen waarvan afgelopen week alleen Tunesië en Irak de Nederlandse kranten niet haalden.noot Vooruit, ik heb het alleen gecontroleerd voor de Volkskrant, maar het zal voor andere kranten niet heel anders zijn. De Arabische landen zijn voortdurend in het nieuws, en doorgaans om niet al te prettige redenen; als u de achtergronden bij de actualiteit wil begrijpen, is Een moderne geschiedenis van de Arabische wereld verplichte literatuur.

Elite en middenklasse

Meijers verhaal spitst zich toe op de relatie tussen burger en overheid: het steeds wijzigende sociaal contract. Hij onderscheidt negen fases. De eerste daarvan was het traditionele islamitische sociale contract, zoals dat heeft bestaan in het Ottomaanse Rijk, waarin God een verbond had met de moslims, waarin regels bestonden voor de relaties tussen moslims onderling, en ook afspraken waren voor de relaties met niet-moslims. De negentiende-eeuwse hervormingen veranderden dat, en niet iedereen was daarmee gelukkig, al ontstond wel een klasse van schatrijke grootgrondbezitters die ervan profiteerde.

Het waterleidingsgebouw in Damascus, waar sinds 1918 een Arabische vlag moet wapperen.

Na de Eerste Wereldoorlog trokken westerse mogendheden de grenzen tussen de diverse Arabischsprekende landen. Het opleggen van een statische orde, zo anders dan het flexibele Ottomaanse systeem, was vanzelfsprekend een uiting van Europese macht en een onderdrukking van het Arabisch-eigene, maar Meijer wijst er terecht op dat de koloniale periode niet zomaar valt te typeren als een Europese overheersing. Ze valt beter te begrijpen als een pact tussen de westerse koloniale mogendheden en de Arabische elites. Dit hoofdstuk was in feite centrum-periferie-theorie voor arabisten.

Wat je ook over de koloniale tijd mag denken, er kwam modern onderwijs en de arbeiders konden zich organiseren. Er ontstond een middenklasse, die na de Tweede Wereldoorlog en de Dekolonisatie een nieuw sociaal contract voorstond en fundamentele hervormingen eiste: gelijke rechten, democratische vertegenwoordiging, antisektarisme en een eerlijker verdeling van de welvaart. Hoewel dit sociale contract nergens werkelijk succes heeft gehad, zijn de idealen sindsdien aanwezig gebleven.

Italiaanse koloniale architectuur in Tripoli

Dictatuur

De middenklasse was echter niet sterk genoeg en de stichting van de staat Israël verkleinde de speelruimte voor de politici in de nieuwe, seculiere republieken. Doorgaans was er een staatsgreep die een dictator aan de macht bracht, waarop een uitruil volgde: in ruil voor meer welvaart, gezondheidszorg, onderwijs en werkgelegenheid zag de bevolking af van politieke rechten. Het is dezelfde uitruil van civiele rechten tegen welvaart die eerder in de twintigste eeuw had plaatsgevonden in de Sovjet-Unie en Duitsland. Democratie was dan een façade.

Extra werkgelegenheid betekende in de Arabische wereld overigens vaak uitbreiding van de bureaucratie. “In feite zijn de enige burgers in de nieuwe staten de ambtenaren,” zoals Meijer het samenvat. Een baantje bij de overheid, met alle privileges en bescherming van dien, was de droom van elke Arabier. Ik herinner me een Egyptische beambte die lang op een feest bleef en op de vraag of hij niet eens naar bed moest, serieus antwoordde dat hij wel zou slapen op kantoor.

Mausoleum van de Tunesische leider Habib Bourguiba (Monastir)

De dictaturen verloren de controle toen in de jaren zeventig de globalisering inzette. De bureaucratieën bleken inert; maatschappelijke organisaties vulden de gaten die de overheid liet vallen; de informele economie groeide; de veiligheidsdiensten werden repressief. De overheden waren gedwongen tot liberalisering en moesten ambtenaren ontslaan, waardoor de onvrede groeide, waarop de overheden antwoordden met deelpacten met aparte sociale groepen. Steeds meer mensen vielen buiten de boot. Hier had ik wel een vergelijking met Iran en Turkije willen zien, of Henk Beckers Generaties en hun kansen, dat zo aardig beschrijft hoe de overheid in Nederland een deelpact sloot met de generatie die was geboren tussen 1945 en 1960.

[Wordt vervolgd. Full disclosure: Roel Meijer was een van de meelezers bij mijn boek over Libanon.]

#centrumPeriferie #Dekolonisatie #RoelMeijer #SociaalContract

Driemaal wereldgeschiedenis

Eroten met guirlandes uit Taxila: een puur Romeinse vorm in het huidige Pakistan (Humboldtforum, Berlijn)

De term “wereldgeschiedenis” is vaag. Toen ik haar tijdens mijn studie voor het eerst uitgelegd kreeg, bedoelde mijn docent er duidelijk “synthese” mee. Tegenwoordig lijken we vooral te bedoelen dat we lokale geschiedenis inbedden in een wijdere context. Dat is bepaald geen nieuw perspectief.

Wereldgeschiedenis: eerste fase

In de achttiende eeuw bereikte een enorme hoeveelheid etnografische informatie Europa. Dat dwong de Verlichtingsfilosofen na te denken over een verklaring voor de overeenkomsten en verschillen tussen de diverse culturen. Zo ontstond het idee dat de mensheid van primitief via barbaars naar beschaving was gegroeid. Etnografische data en informatie uit antieke bronnen gingen bij denkers als Turgot en De Condorcet hand in hand.

Eind negentiende eeuw, toen archeologen als Oscar Montelius (1843-1921) het empirisch bewijs voor de vooruitgangsgedachte hadden geleverd, gold deze Stufentheorie of evolutionisme of – zoals het nu heet – deze imperial synthesis als algemeen aanvaard. De Joodse, de Grieks en de Romeinse geschiedenissen lagen in deze wereldgeschiedenis ingebed. Voor sommige denkers, zoals Jacob Burckhardt (1818-1897), was het klassieke erfgoed bovendien de verklaring dat de Renaissance in Europa had plaatsgevonden. Liberale en marxistische denkers zochten de verklaring in handel en weer anderen meenden dat het blanke ras superieur was. Er was dus debat over de vraag wat de motor was achter de evolutie. Er was echter geen of nauwelijks debat over de constatering dat Europa als eerste het stadium der beschaving had bereikt en dus de opdracht had de anderen omhoog te trekken.

Dekolonisatie

Deze visie bleef bestaan tot na de Dekolonisatie. Je zou de naoorlogse jaren kunnen zien als begin van een tweede fase van het wereldgeschiedenisgenre. Eén aspect was de publicatie van bronnen, zoals het Arabische materiaal uit de Middeleeuwen. Dat toonde dat de voornaamste erfenis van de Arabische wereld aan Europa niet lag in het doorgeven van antiek erfgoed (wat natuurlijk ook gebeurde). Veel belangrijker was dat in de islamitische wereld alternatieven werden bedacht voor het klassieke denken en dat die alternatieven in Europa de Renaissance van de Twaalfde Eeuw losmaakten. Denk aan de experimentele wetenschappen en aan de madrasa’s als model voor de westerse universiteit.

Een ander aspect van deze tweede fase van de wereldgeschiedenis is de conceptualisering van de wereld. Een bekend voorbeeld is de Latijns-Amerikaanse dependencia-theorie. Geopperd in de jaren zestig, kwam deze erop neer dat een kern van welvarende, hoogontwikkelde landen meer perifeer gelegen gebieden in onderontwikkeling hield. Het was dus niet zo dat een in Griekenland geboren Europese beschaving iedereen mee naar boven trok. Een bekende toepassing van deze theorie is die van de Amerikaanse historicus Immanuel Wallerstein (1930-2019), die documenteerde hoe de afhankelijkheidsrelaties waren gegroeid vanaf de Late Middeleeuwen.

De tweede fase in oudheidkunde

Ook oudheidkundigen zijn centrum-periferie-theorieën gaan toepassen. Zo opperde de Britse archeoloog Barry Cunliffe in de jaren tachtig dat de Hallstatt- en de La Tène-culturen bemiddelaars waren geweest tussen de centrale Mediterrane culturen en de grondstoffenrijke periferie. De verbondenheid van de verschillende delen van de oude wereld is sindsdien nog meer benadrukt door auteurs als Andre Gunder Frank en (nog radicaler) Christopher Beckwith. Zij stelden dat Centraal-Eurazië, dat traditioneel gold als de periferie van verstedelijkte regio’s als het Romeinse Rijk, Griekenland, Mesopotamië, India en China, het nomadische centrum was van een wereldsysteem met een verstedelijkte periferie.

Het idee dat Griekenland, Rome en de daarop teruggrijpende westerse traditie een speciale plek hadden in de wereldgeschiedenis, werd dus na de Dekolonisatie verlaten. Europa’s unieke plaats werd vervangen door een multipolair wereldbeeld. De Oudheid en Europa lagen voortaan anders in de wereldgeschiedenis ingebed.

Na de Val van de Muur en de globalisering is dit perspectief uitgegroeid tot het dominante. Voor de oudheidkunde relevant is het in de twintigste eeuw gegroeide inzicht dat processen en ideeën die in de Mediterrane wereld zijn gedocumenteerd, hun oorzaak vinden in Centraal-Eurazië (bijv. de diverse migrationele bewegingen) en Voor-Azië (bijv. de Perzische apocalyptiek en het idee van het vervolgen van religieuze minderheden).

Derde fase: DNA

Deze perspectiefwisseling kwam om te beginnen doordat oudheidkundigen steeds meer data ontsloten: eerst Arabisch materiaal, na de Val van de Muur ook teksten en archeologisch materiaal uit Centraal-Eurazië. En verder dus een veranderd hermeneutisch vertrekpunt: eerst reageerden historici op de Dekolonisatie, later op de globalisering. Nieuw heden, nieuwe vragen aan het verleden, nieuwe perspectieven. De dagdagelijkse gang van zaken in de geesteswetenschappen.

Maar nu is er dus de DNA-revolutie. Zoals bekend draait het om een andere verklaring voor de al bekende constatering dat oorzaken geografisch weleens vér van de gevolgen kunnen hebben gelegen. Die interactie wordt niet langer alleen verklaard door handelscontacten, maar ook of vooral door het nieuw ontdekte feit dat mensen verhuisden en hun ideeën meenamen.

Uiteraard is over de uitwisseling van ideeën al eerder nagedacht, maar oudheidkundigen kunnen nu minder terughoudend zijn. Het inzicht groeit dat denkbeelden zich eigenlijk altijd hebben verplaatst. Een mooi voorbeeld voor deze derde fase van de wereldgeschiedenis is het in april ontdekte beeld van Boeddha in de Romeinse havenstad Berenike in Egypte. Het bijzondere is dat het ter plekke is vervaardigd. Dit is dus geen Indiase koopwaar, maar documenteert de export van religieuze en filosofische concepten.

Het inzicht dat ideeën op grotere schaal verhuisden dan aangenomen, verandert alles. De hermeneutische buitengrens is weggevallen. Dat is een onaangename gedachte, want nu lijkt het alsof anything goes. Tegelijk kunnen ideeënhistorici de inzichten uit de bioarcheologie niet negeren. We zullen nieuwe criteria moeten bedenken voor culturele uitleg.

Deze blog, die u ook via het Whatsapp-kanaal kunt volgen, is niet mijn enige activiteit. Ik bied ook cursussen aan.

Zelfde tijdvak


Interview Piet van der Horst

januari 25, 2013
Donderdag 20 juli 1944, 19:30 (Berlijn)

juli 20, 2019
2. Het belang van de Oudheid

juli 14, 2021 Deel dit:

#AndreGunderFrank #AnneRobertTurgot #BarryCunliffe #centrumPeriferie #ChristopherBeckwith #Condorcet #Dekolonisatie #dependencia #evolutionisme #Hallstatt #ImmanuelWallerstein #JacobBurckhardt #OscarMontelius #Stufentheorie #vooruitgang #wereldgeschiedenis