Romulus en Remus & co

Romulus en Remus op een munt uit Pisidië (onbekend museum)

Al ruim eenentwintig eeuwen geldt de eenentwintigste april als de stichtingsdag van Rome. Volgens de traditie waren Romulus en Remus, zoals de stichters heetten, eigenlijk herders, en dat is wat raar, aangezien in de meeste verhalen over stadstichtingen de klus in handen is van koningszonen of aristocraten. Waar komt het Romeinse verhaal vandaan?

Verzonnen dateringen

Eerst iets over de datum. Op 21 april vierden de Romeinen de Parilia. Het was een herdersfeest, waarbij mensen sprongen over vuurtjes van stro en olijftakken. Omdat de Romeinen meenden dat de oudste kern van hun stad iets primitiefs moest zijn geweest, en omdat ze niets primitievers kenden dan herders, redeneerden ze dat de eerste Romeinen ook wel herders zouden zijn geweest. Je zou het een sociologische theorie kunnen noemen. In elk geval heeft het niets van doen met de historische waarheid, want die is dat de eerste bewoners van Rome boeren waren. Niks herders, het archeologisch bewijs is zonneklaar. Maar goed. Als je aanneemt dat de eerste Romeinen herders waren, dan houd je herdersfeesten in ere, en vanaf de eerste eeuw v.Chr. meende men dat Rome was gesticht op 21 april.

Ook van het stichtingsjaar, dat wij 753 v.Chr. noemen, weten we hoe het is verzonnen. De eerste Romeinse geschiedschrijvers kenden voldoende magistraten om de stichting van de republiek te dateren in 505 v.Chr., en daar voegden ze voor elk van de zeven koningen vijfendertig jaar aan toe, plus één jaar voor een zogeheten interrex. Het oudste berekende stichtingsjaar was dus 751. Volgens een andere berekening 749. Toen Julius Caesar en Augustus de monarchie stichtten, lasten stroopsmeerders jaren in waarin Rome door volkomen fictieve alleenheersers zou zijn bestuurd. Zo verzon men het stichtingsjaar 753. Antieke geschiedschrijvers als Titus Livius en Velleius Paterculus waren professioneel genoeg om aan deze flauwekul niet mee te doen: volgens deze auteurs is Rome gesticht in 751.

Niet dat dat jaartal accuraat is, overigens. Vanzelfsprekend is er noch één dag noch één jaar aan te wijzen voor het aaneengroeien van enkele op heuveltoppen gelegen boerendorpjes. Rome is niet op één dag gebouwd. Het verhaal over de stadstichting is pas ontstaan toen de Romeinen zelf steden stichtten en zich begonnen af te vragen wie hun eigen stad had gesticht. Het is dus een vrij jong, bewust in elkaar geflanst verhaal.

Romulus en Remus

De hoofdpersonen Romulus en Remus zijn ook al niet heel speciaal. Om te beginnen zijn ze de kinderen van de god Mars. Dit is een standaardmotief in de Indo-Europese literatuur: zie de helden die zijn verwekt door de Griekse oppergod Zeus (Herakles, Perseus…). Uit het Indische gedicht Mahabharata vernemen we hoe de zonnegod Surya bij Kunti de vijf Pandava’s verwekte. In de Ierse mythologie was de held Cú Chulainn de zoon van de god Lugh. De Griekse oorlogsgod Ares is de vader van Parrhasios en Leukastos, over wie zo meteen meer.

De moeder van Romulus en Remus, Rhea Silvia, is zo’n meisje dat geen man mag hebben omdat er een of andere onheilsvoorspelling is, en die dus door haar vader wordt opgesloten. Voor de goden uit de vorige alinea is dat doorgaans geen werkelijk beletsel – de verkrachting van een gevangen vrouw was in de oude wereld, of althans in het mythische deel daarvan, blijkbaar geen onoverkomelijk probleem. De Griekse Danaë en de al genoemde Indische Kunti zijn lotgenoten van Rhea Silvia. Een bijzonder nauwe parallel is die met de gevangen Germaanse prinses Hiltburg, dochter van koning Waldigund, die de moeder wordt van Wolfdietrich.

Vervolgens belanden Romulus en Remus in een mandje in de rivier. Perseus en dat meisje op de Kinderdijk bedienden zich van hetzelfde transportmiddel. Dit motief is overigens vanuit het oosten gekomen, waar de Mesopotamische koning Sargon van Akkad en de joodse leider Mozes in biezen mandjes de rivier bevoeren. Ook een van de kinderen van de Indische Kunti, Karna, drijft in een mandje weg.

Tot slot wordt de Romeinse tweeling gevoed door een wolvin. Wolfdietrich dankt zijn naam aan zijn dierlijke min, de Ierse koning Cormac mac Airt is een ander wolfskind. Wolvinnen dragen ook zorg voor de Griekse tweeling Parrhasios en Leukastos en de Poolse tweeling Waligóra en Wyrwidab.

Over the top

Kortom, de Romeinen waren niet bijster origineel toen ze Romulus en Remus verzonnen. Het verhaal is een mix van traditionele Indo-Europese elementen. Als er al iets bijzonders aan is, is het dat het zo véél elementen combineert. Het is alsof de Romeinen dachten: “we hebben geen stichtingsverhaal, we moeten iets verzinnen, laten we maar alle bestaande verhalen combineren en iets maken dat volkomen over the top is”.

#Ares #CúChulainn #CormacMacAirt #Herakles #herders #IndoEuropeanistiek #Kinderdijk #Lugh #Mahabharata #MarcusVelleiusPaterculus #Mozes #mythologie #Parilia #Perseus #RheaSilvia #Rome #RomulusEnRemus #SargonVanAkkad #TitusLivius #Wolfdietrich
ja hoor, ze staan er nog 😄
#fietstochtje #molens #kinderdijk

Klein stukje Kinderdijk zichtbaar met drie draaiende molens.

#DailyRiver #Rhein #Alblasserdam #Kinderdijk

Foto's van een zonnig weekend bij Kinderdijk

Niederlande Teil 2: Dampflok in Hoorn, Gouda, Windmühlen und Sperrwerke

https://clip.place/w/9Zo2PEfRwcF5Bz7MLTJS3i

Niederlande Teil 2: Dampflok in Hoorn, Gouda, Windmühlen und Sperrwerke

PeerTube

Wie was Mozes? (1)

Mozes gered uit de Nijl (muurschildering uit de synagoge van Doura Europos)

Heeft Mozes bestaan? Hoe zit het met de Uittocht uit Egypte? Die vragen kwamen vorige week binnen. Niet voor het eerst overigens, maar de problematiek is interessant genoeg om opnieuw te behandelen. Ook omdat ik nu wat anders denk over de diverse problemen.

De bronnen

Om te beginnen is er de kwestie van het bewijs. Dat is vooral het Bijbelboek Exodus, dat het verhaal vertelt van de Uittocht. De Bijbel vervolgt, na wat uitleg van de Wet, met het Deuteronomistisch Geschiedwerk (zeg maar Jozua tot en met Koningen), dat zo nu en dan terugblikt op wat we al weten uit Exodus en daaraan inhoudelijk weinig toevoegt. Als deze materie de enige bron zou zijn, zou een historicus zeggen “één bron is geen bron” en concluderen dat de informatie niet heel sterk is. Nu wordt Mozes ook op andere plaatsen in de Bijbel genoemd, waarvan Micha vrij oud lijkt. We mogen daarom minimaal concluderen dat Mozes een bekende figuur is geweest en dat over hem diverse verhalen circuleerden. Die verhalen klinken weliswaar fantastisch, maar de geloofwaardigheid is een andere kwestie, waarop ik terugkom.

We zouden meer willen weten over de wijze waarop die verhalen circuleerden. Micha leefde in de late achtste eeuw v.Chr., al is het betreffende vers wellicht een jongere toevoeging. Exodus lijkt nog jonger, al is hierover een eindeloze discussie. Het staat verder vast dat er weliswaar een schrijfcultuur was in Juda en Israël, maar dat die niet heel breed was. De meeste informatie werd destijds mondeling doorgegeven, en daarmee verschuift onze vraag: wat circuleerde mondeling? Nogmaals, de geloofwaardigheid is een andere kwestie.

De mondelinge traditie

Mondelinge literatuur kán een historische kern hebben, maar de waarheid gebiedt te zeggen dat motieven makkelijk van de ene naar de andere held overspringen. Het verhaal van Mozes’ biezen mandje is bijvoorbeeld eveneens gedocumenteerd in Mesopotamië, waar het werd verteld over koning Sargon, en het is tevens bekend van de Griekse baby Perseus, van de Romeinse Romulus en Remus, van de Indische Karna en van het Nederlandse verhaal over het wiegje dat aanspoelde op de Kinderdijk. “Baby ontkomt in mandje aan dreiging” is dus een standaardmotief uit de mondelinge literatuur.noot Dit is een subvariant van het thema van de bedreigde jeugd van de held. Ik heb vergeefs geprobeerd het ATU-nummer te vinden. Dat Mozes’ zus het mandje waterdicht maakt met pek en teer suggereert overigens dat de auteur van Exodus het verhaal heeft opgepikt in Mesopotamië, waar pek en teer, anders dan in Egypte, wel voorkomen.

Mondelinge tradities lijken ook ten grondslag te liggen aan andere delen van Exodus. De route van de Uittocht lijkt twee reisverhalen te combineren, en er zijn bovendien verhalen die elkaar tegenspreken. Voor sceptici die tot elke prijs normale literaire kritiek vermijden om de Bijbel te kunnen typeren als sprookjesboek, zijn die tegenspraken prijsschieten, maar voor oudheidkundigen bewijzen ze vooral dat er eerdere tradities zijn geweest. Immers, wie een verhaal vol tegenspraken maakt, bewijst dat hij niet alles verzonnen heeft; er waren al verhalen, die hij niet overtuigend harmoniseert. Er zal dus weleens iemand genaamd Mozes hebben geleefd (de Traditionskern), maar diens leven ligt besloten in de mist der mondelinge overlevering.

Chronologie

De verhalen over Mozes en de Uittocht zijn op schrift gesteld en de auteur van 1 Koningen, een deel van het Deuteronomistische Geschiedwerk, biedt een intrigerende opmerking: volgens hem bouwde koning Salomo de tempel van Jeruzalem 480 jaar na de Uittocht uit Egypte. Deze tempel wordt rond 930 gedateerd, dus we plaatsen Mozes rond 1410 v.Chr. Dat zou zijn geweest ten tijde van koning Amenhotep II, of eventueel zijn voorganger Toetmoses III, want de chronologie is veel minder zeker dan vaak wordt aangenomen. In elk geval: de Uittocht vond, volgens de bijbelse chronologie, plaats ten tijde van de goed gedocumenteerde Achttiende Dynastie, en een deel van het probleem is dat geen enkele Egyptische bron het vertrek van Hebreeuwse slaven vermeldt.

Er zijn wetenschappelijke en minder wetenschappelijke pogingen gedaan om te sleutelen aan de tekst. De aanname is dan bijvoorbeeld dat het niet ging om het vertrek van honderdduizenden slaven, die een krach zonder weerga zou hebben veroorzaakt, maar om kleinere aantallen. Of men neemt aan dat de datering niet klopt. Zo is wel geopperd dat de naamloze farao van de Uittocht Ramses II was of zijn zoon Merenptah, twee eeuwen na de bijbelse datering. Deze herdatering creëert een nieuw probleem, want in die tijd viel Kanaän onder Egyptisch gezag, terwijl we in het verhaal over de Intocht niets lezen over Egyptische garnizoenen. Dus hebben geleerden de datering van de Intocht verschoven naar het moment waarop er geen garnizoenen meer waren. Maar naarmate er meer archeologisch bewijs kwam, bleek de Egyptische aanwezigheid langer te hebben geduurd. Nu kunnen we de Intocht nog verder verschuiven, maar dan zijn we dus feitelijk begonnen de gebeurtenissen te verplaatsen naar een moment waarop er geen informatie meer is om het tegen te spreken. Tja.

Los daarvan: het is wat raar om een en dezelfde bron, in dit geval Exodus, te gebruiken om én de historiciteit van zekere gebeurtenissen en personen te bewijzen, én te beweren dat die bron niet klopt. Historici doen dat wel vaker, zoals wanneer ze de Dode-Zee-rollen toeschrijven aan de essenen, maar het moge duidelijk zijn dat er risico’s aan zijn verbonden.

[Wordt vervolgd]

#1Koningen #AchttiendeDynastie #AmenhotepII #bronkritiek #chronologie #DeuteronomistischGeschiedwerk #DouraEuropos #Exodus #Intocht #Karna #Kinderdijk #koningSalomo #Merenptah #Micha #mondelingeLiteratuur #mondelingeTradities #RamsesII #RomulusEnRemus #SargonVanAkkad #ToetmosesIII #Traditionskern #Uittocht