Wie was Mozes? (2)
“De woestijn waar de kinderen van Abraham veertig jaar zwierven onder leiding van Mozes” (Peutinger-kaart)Wat bij de totstandkoming van de traditie over Mozes lijkt te zijn gebeurd, is dat mondeling doorvertelde verhalen ergens in de Late IJzertijd zijn opgeschreven door iemand die er een datering 480 jaar voor koning Salomo aan toevoegde. Het lijkt mij op dit punt valide om te zeggen: we laten die chronologie wat ze is, want daarmee heeft een auteur ooit een voor hem belangrijk punt willen toevoegen dat losstaat van de voor hem liggende, oudere tradities. En die waren dus mondeling.
Nu is die mondelinge traditie, om eerlijk te zijn, eigenlijk de oudheidkundige jokerkaart. We schuiven er Mozes mee naar de verhalenvertellers, wier vertellingen niet langer reconstrueerbaar en controleerbaar zijn. Je zegt feitelijk iets als “ja, Mozes heeft vermoedelijk bestaan, maar nee, we kunnen er niet dichterbij komen”. Zo kun je ook het bestaan beredeneren van koning Arthur en Siegfried, die vermoedelijk wel hebben bestaan, of van Herakles en Berend Botje, waarvan het bestaan veel dubieuzer is. Eigenlijk is de constatering, hoe waar ook, dat Mozes aan de samenstellers van de Bijbel bekend was uit de mondelinge traditie, een verlegenheidsoplossing.
Toetsing van een sage
Gelukkig is de geloofwaardigheid van de mondelinge tradities wel een beetje toetsbaar, zij het niet via de bronkritiek. Ik begin met de simpele constatering dat er natuurwetten zijn, die grenzen stellen aan de mogelijkheden. Wandelstokken veranderen niet in slangen, water verandert niet in bloed en zeeën splijten niet in tweeën. Zulke verhalen zijn simpelweg onmogelijk en dat wisten de mensen vroeger ook.
Daarmee komen we bij het feitelijke toetsingsinstrument: het formalisme ofwel de vormkritiek. We kennen uit de oude wereld honderden verhalen die strijdig zijn met de natuurwetten, zoals dat over de twee kinderen die geofferd dreigen te worden maar op het moment sûpreme worden opgehaald door een vliegende ram met een gouden vacht. In zo’n verhaal is er altijd een noodsituatie die normaliter niet te verhelpen is, vervolgens is er een wonder en daarna loopt alles goed af. De crux is niet dat men destijds dacht dat dit soort dingen werkelijk waren gebeurd: de crux van dit verhaaltype is een waarschuwing voor het type probleem – in ons voorbeeld een waarschuwing voor het brengen van kinderoffers, wat de goden niet appreciëren.
Zo bezien verandert het verhaal van de Uittocht in een verhaal over onderdrukking en de goddelijke bestraffing van de onderdrukkers. Het verhaal biedt daarnaast – of in de eerste plaats – wat hoop aan degenen die de onderdrukking ondergaan.
Kortom
Ik schreef al dat de datering van Exodus een punt is van discussie. Een van de mogelijke dateringen is ten tijde van de Babylonische Ballingschap (586-539 v.Chr.), die door veel Joden zal zijn ervaren als onderdrukking. Het kan, misschien is het wel zo, maar we weten het niet omdat we het niet weten kunnen.
Hoe zou het verhaal zijn gegroeid? We komen niet verder dan dat er in de IJzertijd verhalen circuleerden over een leider genaamd Mozes, dat er verhalen waren over een Intocht (niet per se vanuit Egypte), dat er herinneringen waren van nomaden die door de Sinaï trokken en dat dit alles op zeker moment is gecombineerd met een onmogelijke chronologie. Verder is een indrukwekkend verhaal geschapen over de Uittocht, waarin mogelijk echo’s klinken van werkelijke rampen en epidemieën. Misschien is een Egyptische mythe over de bloeddorstige godin Hathor omgewerkt tot het verhaal over de dood van de eerstgeborenen, dat in Exodus een theologische dubbele bodem heeft over eerstelingenoffers.
Meer valt er niet van te maken. Ik weet dat er allerlei speculaties zijn van het type “de naam Mozes is niet Hebreeuws en ziet er Egyptisch uit” (maar wat bewijst dat?), of “als de Nijl in bloed verandert, is dat eigenlijk een algenplaag” of “de lichtende zuil die de Hebreeën door de woestijn loodste, was de uitbarstende Thera”. Los van het feit dat dit laatste zou betekenen dat de Hebreeën regelrecht de Middellandse Zee in werden geloodst, zijn zulke speculaties uitsluitend bedacht om iets dat oudheidkundigen niet wetenschappelijk en overtuigend kunnen bewijzen, alsnog te geloofwaardig te doen lijken. Andere speculaties, zoals dat er herinneringen zijn aan de Hyksos-tijd, verdampen in het licht van wat inmiddels bekend is over die periode.
Dit is, volgens mij, tot waar de oudheidkundige kennis reikt. Een joodse of christelijke gelovige, die naast het oudheidkundige bewijs de openbaring erkent als bron van informatie, kan en mag vanzelfsprekend méér aannemen voor waar. Dat zal ik de gelovige niet kwalijk nemen. Maar voor anderen geldt: oudheidkundigen weten weinig over Mozes, en de zojuist genoemde speculaties, die dienen om een niet wetenschappelijk bewijsbaar verhaal alsnog te onderbouwen, zijn uitingen van pseudowetenschap.
#1Koningen #BabylonischeBallingschap #bronkritiek #chronologie #DeuteronomistischGeschiedwerk #Exodus #formalisme #Hathor #Intocht #mondelingeLiteratuur #mondelingeTradities #Uittocht