Guy – dhammazaadjes – Juist spreken (P. samma vaca)

Juist spreken is de derde factor van het Edele Achtvoudige Pad. Het behoort tot de groep van moraliteit of ethiek (P. sila-khandha).

Samma vaca behoort tot de belangrijkste activiteiten van de mens omdat spreken uit gedachten voortkomt en de voorbode is van ons handelen: gedachten → woorden → daden.

In de Mahasatipatthana Sutta definieert de Boeddha samma vaca als volgt:

‘En wat is juist spreken? Het is het zich onthouden van leugens, het zich onthouden van achterklap, het zich onthouden van grove taal, het zich onthouden van kletspraat—dát, Monniken, wordt juist spreken genoemd.’

Mijlenver verwijderd van het vormelijk prevelen en reciteren (P. pariyatti) van deze woorden is de praktische beoefening (P. patipatti) en de realisatie (P. pativedha) ervan.

In de Anguttara Nikaya formuleert de Boeddha de vijf kenmerken waaraan samma vaca moet voldoen:

‘Juist spreken wordt gedaan op het juiste moment; wat gezegd wordt is waar; het wordt vriendelijk gezegd; wat gezegd wordt is heilzaam; en wordt uitgesproken met liefdevolle vriendelijkheid.’

Het is duidelijk dat er, zowel naar inzicht als naar beoefening toe, nog heel wat werk aan de winkel is. Niet enkel bij ieder van ons maar evenzeer bij vele doctrinaire scherpslijpers.

 

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#AnguttaraNikaya #juistSpreken #sammaVaca
#AnguttaraNikaya #juistSpreken #sammaVaca

Guy – dhammazaadjes - Juist spreken (P. samma vaca) - Boeddhistisch Dagblad

‘Juist spreken wordt gedaan op het juiste moment; wat gezegd wordt is waar; het wordt vriendelijk gezegd; wat gezegd wordt is heilzaam; en wordt uitgesproken met liefdevolle vriendelijkheid.’

Boeddhistisch Dagblad

Paul – Right speech

Er wordt wat af gescholden en geschreeuwd, vandaag de dag. Dat is een gevaarlijke ontwikkeling. Want verbaal geweld gaat gemakkelijk over in fysiek geweld. Moet iedereen die zich aan de taalverruwing stoort, maar net zo hard terug schreeuwen om gehoord te worden? Of is er een alternatief?

Het achtvoudig pad uit het boeddhisme biedt aanknopingspunten. Het achtvoudig pad bestaat uit een stel leefregels die goed zijn voor ieder individu en zijn omgeving. Het biedt verlichting, zogezegd. Juist spreken is één van de leefregels. Juist spreken zou een uitstekend antwoord kunnen zijn op de taalverruwing in de wereld. Iedereen kan het en het kost nog niks bovendien.

In Nederland werd de taalverruwing goed zichtbaar in de Tweede Kamer. Groepen mensen werden beledigd met aanduidingen als “kopvoddentaks” als woord voor het voorstel om een belasting op hoofddoeken in te voeren. Een bevolkingsgroep werd weggezet met “minder Marokkanen”. De minister-president werd aangesproken alsof het een buurjongetje was die de bal tegen het raam had geschopt, met “Doe eens normaal, man”.

Ook op straat speelt de taalverruwing. Nog maar kort gelezen was in het nieuws dat kleine aanrijdingen steeds vaker uit de hand lopen, in plaats van een gezamenlijk invullen van het schadeformulier. Ook de rijdende rechter van het gelijknamige Tv-programma komt om in het werk. De echte juridische macht ís al overbelast, deels vanwege uit de hand gelopen conflicten.

Het internet speelt een grote rol in het steeds hoger oplopen van de emoties. Op Twitter, tegenwoordig X, schelden mensen elkaar verrot. Feiten spelen een ondergeschikte rol. Het zijn de meningen die botsen. Een gezamenlijke grond, een paar uitgangspunten waar de partijen het over eens zijn, ontbreekt vaak. En daar gaat het al mis.

Juist spreken

In ons wakend en werkend leven praten we heel wat af. Zonder erbij stil te staan, verliezen we gemakkelijk de zorgvuldigheid die daarbij nodig is. Boeddha formuleerde drie basisregels: is het noodzakelijk dat we dit gesprek voeren? Kloppen de feiten; is het juist wat we zeggen? En ten derde: doen we er niemand kwaad mee? Bij dat laatste kan iedereen die wel eens gekwetst is, zich iets voorstellen. Woorden kunnen verbinden én verdelen! De drie vuistregels zijn overzichtelijk. Die kan iedereen  onthouden en die zouden een fantastische basis kunnen zijn voor elk gesprek dat we voeren.

Niet liegen

Juist spreken begint met niet liegen. Voor boeddhisten begint dat bij onszelf. Er zijn drie giffen, die het ego opblazen en ons ervan afhouden het juiste te doen. Dat zijn ten eerste willen grijpen, hebzucht, willen vasthouden. Ten tweede boosheid, woede, van ons af willen duwen en ten derde onwetendheid met wat ons drijft. Op welke momenten zijn deze drie drijfveren de motor van wat we zeggen? Ze houden ons af van juist spreken. Als we ons daarvan bewust zijn, dan kunnen we onjuist spreken gemakkelijk voorkomen. We piekeren minder, zijn minder boos of teleurgesteld en dat is goed voor onszelf en onze omgeving. Ga maar na: over boosheid bestaan de uitdrukkingen “Ik stikte zowat van woede” en “Ik werd flink giftig op die auto die me sneed in het verkeer”. Zo leuk is het dus niet om boos te zijn. Leugens misleiden onszelf en onze omgeving. Liegen doet het begrijpen en omgaan met de omgeving geen goed. Overdrijven is ook een vorm van liegen. Het wordt wel gebruikt om onze verdiensten op te poetsen. Dat is goed voor ons ego. Het zelfde ego waarmee we ons tegenover de wereld plaatsen in plaats van er een onderdeel van te zijn, waarmee we in harmonie moeten leven.

Laster

Laster is een manier om kwaad te spreken over de ander, met de bedoeling om onszelf beter voor te doen dan we zijn. Laster is het opzettelijk beschadigen van de reputatie van de ander. Net als met liegen beschadigen we de ander, maar ook onszelf ermee. Roddelen is ook te beschouwen als een vorm van laster. De ander is er niet bij. We praten op een negatieve manier over iemand die afwezig is en zich dus niet kan verweren. Als roddel en laster eenmaal zijn uitgesproken, blijft daar altijd iets van hangen. Ze bevorderen een negatieve, giftige sfeer.
Een leuk experiment is om een maand lang niet te spreken over mensen die er niet bij zijn. In veel gevallen scheelt dat een hoop loze praat. Het geeft innerlijke rust. Er wordt minder geoordeeld. Kortom het zou wel eens een verademing kunnen zijn. Het biedt ruimte om geconcentreerd met het hier en nu bezig te zijn. Dat komt de kwaliteit van leven alleen maar ten goede. Iets om vrolijk van te worden.

Juist spreken

Juist spreken heeft als uitgangspunt dat het geen pijn toevoegt aan een situatie. Voor we gaan spreken kunnen we ons afvragen of dat wat we van plan zijn te gaan zeggen, bijdraagt aan harmonie en eenheid. Vriendelijkheid en mildheid kunnen we voor ogen houden als we gaan spreken. We moeten ons wel realiseren dat juist spreken niet voor iedereen is weg gelegd. Een puber zal uitschreeuwen dat het de ouders haat, bijvoorbeeld. En als de pubertijd voorbij is, kijkt de volwassene terug op die uitspraak alsof die van een ander was. We kunnen ons wel afvragen wat de ander beweegt, als we onheus bejegend worden. Goed luisteren is een onderdeel van juist spreken.

Juist spreken al-met-al vraagt een enorm bewustzijn van onszelf, de ander en de situatie waarin we ons bevinden. Het zal niet altijd goed gaan. Daar zijn we mens voor. Gelukkig hebben we de lach nog. Die leert ons relativeren.  Niet voor niets zette zenleraar Bernie Glassman een clownsneus op, als de gesprekken al te serieus werden.

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#BernieGlassman #clownsneus #juistSpreken #laster #menigen #taalverruwing #X
#BernieGlassman #clownsneus #juistSpreken #laster #menigen #taalverruwing #X

Edel – Wat helpt

Je hebt een andere cultuur nodig om je bewust te worden van je eigen cultuur. Door de confrontatie met het boeddhisme werd het mij steeds duidelijker hoe wij hier in het Westen geobsedeerd zijn door twee vragen: ‘wat is de waarheid?’ en ‘wat moet?’. Het lijkt zo vanzelfsprekend. Is er iets belangrijker dan dat? Maar het boeddhisme heeft aan deze twee vragen nooit veel belang gehecht. Het boeddhisme is veel meer bezig met de vraag: ‘wat helpt?’

Al deze vragen zijn niet volledig onafhankelijk van elkaar. De waarheid spreken, het juiste spreken, is ook in het boeddhisme belangrijk. Maar er zijn twee soorten waarheid. Als iemand zegt dat het mooi weer is, en je kijkt door het raam en je ziet de regen stromen, dan is dat duidelijk niet de waarheid. Maar als iemand zegt: ‘In den beginne schiep God hemel en aarde’ dan helpt het niet om door het raam te kijken. Er zijn toetsbare waarheden en niet-toetsbare, ultieme waarheden.

Ultieme waarheden worden in het boeddhisme met grote argwaan bekeken. Ze kunnen een belangrijke bron van lijden worden. Kijk maar naar de vele ideologische conflicten in de wereld. Toetsbare waarheden zijn niet absoluut maar relatief. Er zijn conventies over wat de woorden betekenen. Ik herinner me hoe op reis in Hangzhou, een van de mooiste en meest idyllische plekken in China, iemand ons aansprak en zei: ‘Jullie hebben geluk, het is mooi weer vandaag’. Het was grijs en mistig, en de lucht was vochtig, net niet genoeg om het motregen te noemen. Maar blijkbaar kan het daar verzengend heet worden als de zon doorbreekt. Dat was hun visie op mooi weer.

Waarheid duldt geen tegenspraak. Er kunnen geen twee verschillende waarheden en geen twee verschillende wetten zijn. Maar op de vraag ‘wat helpt?’ zijn ontelbaar veel antwoorden mogelijk. Het hangt af van de persoon, de plaats, het ogenblik, de cultuur … Dat verklaart dan ook de enorme veelvormigheid van het boeddhisme.

Jon Kabat-Zinn vertelde hoe hij aan een oude Chinese zenmeester ging vragen of het wel oké was om mindfulness te introduceren in een ziekenhuis, zonder boeddhistische context. Als hij het over de Boeddha zou hebben, zou dat wellicht mensen afschrikken. Het laconieke antwoord van de zenmeester was: ‘Drop the Buddha’. MBSR is dus geen boeddhisme, maar het verhaal is wel héél boeddhistisch. Het gaat niet over de waarheid maar over wat helpt. Dus als de Boeddha daarbij in de weg zit: ‘Drop the Buddha’.

Jon Kabat-Zinn vertelde mij ook, over zijn eerste ontmoeting met de Dalai Lama. De nacht ervoor had hij geen oog dichtgedaan. Wat als de Dalai Lama zijn werk met mindfulness niet oké zou vinden? De eerste vraag die de Dalai Lama hem stelde was: ‘Helpt het mensen?’ Als je naar het boeddhisme kijkt vanuit de vraag: ‘wat helpt?’, dan valt veel op zijn plaats. En veel discussies in de trant van ‘wat zegt het boeddhisme over …’, verliezen hun betekenis.

Vastklampen aan ultieme waarheden kan een grote bron van conflicten en lijden worden. In de Palicanon heet het ‘een wildernis van meningen, die gepaard gaat met lijden’. En ook in andere boeddhistische tradities: de mahayana sutra’s, de prajnaparamita-literatuur, de koans … ze ontwikkelen allemaal hun eigen literaire stijl om ultieme waarheden te ondermijnen.

Ook hier blijft de vraag ‘wat helpt?’ De Boeddha zal maar heel zelden iemands common sense ondermijnen. Meestal helpt dat niet. Als Vachagotta hem vraagt of er een zelf is, dan weigert de Boeddha te antwoorden. Als Ananda hem achteraf verbaasd vraagt waarom, antwoordt de Boeddha: ‘dan zou ik hem alleen maar in de war gebracht hebben’.

De zenkoans daarentegen, gaan er frontaal tegenaan. Maar zen situeert zich in een context waarin ook veel andere boeddhistische teksten en praktijken aanwezig zijn. In een Chinees chanklooster reciteren de monniken ook de naam van Amitabha buddha en zingen ze mantra’s en dharani’s. Zen daaruit lostrekken is niet altijd hulpvol.

Ooit was Philip Kapleau’s ‘Three Pillars of Zen’ de te lezen zenklassieker. Hij vertelt over zijn verbazing bij zijn eerste bezoek aan Japan, hoe een zenmeester boog voor een beeld. ‘De oude zenmeesters spuwden op beelden, waarom buigt u ervoor’, riep hij uit. De zenmeester antwoordde nuchter: ‘Als je er liever op spuwt spuw je, ik buig liever.’ Zen is op een vreemde manier in het Westen binnenkomen. Maar ook dat ging over de vraag wat hielp, op dat ogenblik in die context.

In een klooster in Azië vind je honderden beelden, boeddha’s en bodhisattva’s, monsters en demonen. Een figuur die mij de laatste keer erg opviel was Dizang bodhisattva. Ik ging erover lezen en leerde hoe Dizang tijden de Tang dynastie de bodhisattva van de Chinese onderwereld werd. Er was in die periode een opvatting ontstaan dat de overledenen in de onderwereld berecht werden door tien rechters om vandaar naar hun volgende bestemming gezonden te worden, vaak een van de vele hellen. We kunnen dat gemakkelijk afdoen als pure superstitie. Maar: wat helpt?

Het boeddhisme van die tijd plaatste Dizang in die onderwereld. Ng Zhiru noemt hem in zijn boek hierover: ‘A ray of light in the Ten Kings’ dark courts’. In beelden en verhalen wordt verteld hoe Dizang clementie kon verkrijgen. Hoe hij aanzette tot mededogen voor de veroordeelde, maar ook van de veroordeelde voor de mensen die hij in zijn leven onheus behandeld had. En die boodschap bereikte ook de nabestaanden, die hoopten op een goede bestemming voor hun overleden voorouder.

Wil dat zeggen dat wij nu ook in de duistere Chinese onderwereld met zijn strenge rechters moeten gaan geloven? Uiteraard niet. Evenmin als we hier moeten geloven in de Indische visie op reïncarnatie. Wat daar hielp, helpt daarom hier niet.

Aan ons om telkens opnieuw de vraag te stellen en te beantwoorden: wat helpt?

Dit is een automatisch geplaatst bericht via ActivityPub.

#DropTheBuddha_ #Dizang #JonKabatZinn #juistSpreken #MBSR #PhilipKapleau #watHelpt
#DropTheBuddha_ #Dizang #JonKabatZinn #juistSpreken #MBSR #PhilipKapleau #watHelpt

Edel - Wat helpt - Boeddhistisch Dagblad

Je hebt een andere cultuur nodig om je bewust te worden van je eigen cultuur. Door de confrontatie met het boeddhisme werd het mij steeds duidelijker hoe wij hier in het Westen geobsedeerd zijn door twee vragen: ‘wat is de waarheid?’ en ‘wat moet?’. Het lijkt zo vanzelfsprekend. Is er iets belangrijker dan dat? Maar het boeddhisme heeft aan deze twee vragen nooit veel belang gehecht. Het boeddhisme is veel meer bezig met de vraag: ‘wat helpt?’

Boeddhistisch Dagblad