Het oude Egypte van John Romer

Koning Senusret III van Egypte (“Sesostris”;Metropolitan Museum of Art)

Het verhaal is overbekend: toen Napoleon naar Egypte trok, reisden geleerden mee, die daar de steen van Rosetta vonden. Hiermee kon Champollion de hiërogliefen ontcijferen en de grondslagen leggen van de egyptologie. Zoals het gaat met dit soort heldenverhalen is het kort door de bocht maar in de kern juist: de egyptologie is als wetenschap ontstaan in de negentiende eeuw.

En dat maakt uit. Oudheidkundigen beschikken namelijk vrijwel altijd over te weinig informatie. Dataschaarste is hét methodologische probleem dat de oudheidkundige disciplines verbindt en onderscheidt van de meeste andere wetenschappen. Door dit informatietekort is het onvermijdelijk dat bij de reconstructie van de antieke culturen de aannames van de onderzoeker een rol spelen, zodat de hoofdlijnen die de eerste egyptologen in hun vakgebied ontwaarden, hun negentiende-eeuwse wereld weerspiegelden. En aangezien latere oudheidkundigen voortbouwden op het werk van hun voorgangers, spelen die ideeën nog altijd een rol.

De Egyptische geschiedenis werd en bleef er een van koningen en dynastieën zoals de Hohenzollern, Romanovs en Bourbons. Het verleden werd verdeeld in drie hoofdperioden (“rijken”) van eenheid en “tussentijden” van desintegratie, wat een negentiende-eeuwse visie veronderstelt op openbaar bestuur. Imperialisme, belastingheffing, grenzen, steden en slavernij zijn andere obsessies uit de negentiende eeuw. Omdat het verleden destijds een nationaal verleden moest zijn, kwam in de egyptologie de nadruk te liggen op het tweede millennium v.Chr. en niet op de daaropvolgende tijd, toen Egypte te maken had met Nubische, Assyrische en Perzische overheersers. En dat bleef zo.

De egyptologen waren niet de enige oudheidkundigen die eigentijdse zwaartepunten legden. Ook degenen die zich toentertijd bezighielden met Griekenland en Rome ontwaarden zulke hoofdlijnen en ook zij gaven die, omdat de oudheidkundige disciplines in deze tijd geïnstitutionaliseerd raakten, door aan hun opvolgers. Inmiddels leggen academici weliswaar andere accenten, maar volken, staten, vorsten, dynastieën, oorlogen, imperia en slaven behoren nog altijd tot het eerste wat het publiek verneemt over de oude wereld.

De zo geboden informatie is niet per se onwaar, maar deze negentiende-eeuwse accenten brengen onherroepelijk met zich mee dat het publiek de oude wereld beschouwt als irrelevant voor onze tijd. Wie het verre verleden een toekomst wil geven, zal opnieuw moeten beginnen en dat is dus wat de Britse egyptoloog John Romer doet in A History of Ancient Egypt, waarvan het tweede deel vorig jaar is verschenen. (Over het eerste deel schreef ik al eerder.) Deel twee is gewijd aan de ruim acht eeuwen tussen pakweg 2600 en 1780. En alles moet anders.

Romer begint zijn hoofdstukken met het presenteren van de beschikbare informatie: archeologische vondsten en teksten, waarvan we er sinds de negentiende eeuw natuurlijk meer hebben. Weliswaar is het nog steeds onvoldoende, maar het is genoeg om te herkennen welke aloude zwaartepunten bijstelling behoeven. En zo verdwijnen de dynastieën, de territoriale afbakeningen en de belastingheffing uit Romers verhaal. De koningen blijven, maar pas aan het einde van het boek ontstaat de mogelijkheid onderscheid te maken tussen de koning in zijn rol als bestuurder en de persoon aan wie een biografie te wijden zou zijn. Romer gaat daarop niet in. En terecht, want hiervoor hebben we nu internet.

Romer gebruikt zijn boek voor het soort informatie dat daar niet is te vinden: uitleg van het wetenschappelijk proces. Hij toont niet alleen hoe het groeiende corpus van archeologische data ons beeld doet veranderen, maar legt ook het filologisch handwerk uit. De Egyptische woorden die traditioneel worden vertaald als “koning”, “soldaat” of “priester” hebben bijvoorbeeld vaak een veel minder precieze betekenis. Van de titels die de hovelingen dragen, is onduidelijk wat ze betekenen en ze kunnen daarom niet worden gebruikt om een paleishiërarchie te reconstrueren.

Via zulke voorzichtige conclusies komt Romer tot overkoepelende thema’s (die in de oudheidkunde overigens niet ongebruikelijk zijn). Niks staatvorming, maar wel een hofcultuur die draaide om bouwprojecten. Deze cultuur reikte steeds verder: deels geografisch, om aan bouwmaterialen te komen, deels sociaal, omdat lokale leiders haar overnamen.

De Eerste Tussenperiode is, zo beschouwd, geen fase van desintegratie maar de tijd waarin de hofcultuur zich verspreidde naar de provincie. Romer ziet in de materiële resten nauwelijks aanwijzingen voor neergang. Van teksten die anders suggereren, maakt hij aannemelijk dat het naïef is ze letterlijk te nemen. En passant introduceert hij de lezer zo tot een van de oudheidkundige kernproblemen: de asymmetrie van archeologisch en tekstueel bewijs.

Soms lijkt Romer wat door te slaan in zijn weerlegging van wat hij aanduidt als “traditionele historici”. Ik voor mij ben er zo zeker niet van dat “stad”, omdat de Egyptenaren geen markteconomie kenden, een onbruikbaar concept zou zijn. Ook vermoed ik dat oorlog belangrijker is geweest dan Romer suggereert. Dat laat onverlet dat dit tweede deel van A History of Ancient Egypt geslaagd is. Romer werpt u niet slechts conclusies toe, maar toont u het wetenschappelijk bedrijf.

[Oorspronkelijk verschenen in het NRC Handelsblad van vrijdag 20 april 2017. Het prachtige koningsportret hierboven is de 205e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

#dataschaarste #eersteTussenperiode #hofcultuur #johnRomer #negentiendeEeuw #steenVanRosetta

Het Nieuwe Rijk van Egypte

Hatshepsut (Medelhavsmuseet, Stockholm)

Ik heb al eerder geschreven over de driedelige History of Ancient Egypt van John Romer. Het eerste deel (2013) vertelde het fascinerende verhaal van het ontstaan van de cultuur van de farao’s: zeg maar de Naqada-tijd, de unificatie van de Nijlvallei en uiteindelijk de bouw van de Grote Piramide. Het tweede deel, verschenen in 2017, vond ik heel sterk: het vertelde niet alleen het verhaal van het Oude Rijk, de Eerste Tussentijd en het Middenrijk, maar toonde ook hoe het beeld dat wij hebben van de Bronstijd, is geschapen door de negentiende-eeuwse archeologen. Ik was diep onder de indruk van dat boek. Ik wou dat ik zoiets kon schrijven.

Egypte zonder Egyptenaren

En nu is er het derde deel, waarin Romer het Nieuwe Rijk behandelt. Zeg maar de Dynastieën Vijftien tot en met Twintig. Opnieuw biedt Romer naast het verhaal over het oude Egypte een analyse van de wijze waarop onze kennis uit vondsten en teksten is opgebouwd én de wijze waarop ons beeld door negentiende-eeuwse en twintigste-eeuwse geleerden is gevormd. Dat zijn vrijwel allemaal Fransen, Duitsers en Britten; Labib Habachi is de enige Egyptenaar waar Romer aandacht aan besteedt.

Toetmoses III (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Dat is ergens ook logisch, want wie wil tonen dat ons traditionele beeld van Egypte een westerse schepping is, kan niet al te veel Egyptenaren gebruiken in z’n verhaal. Niettemin lijkt het me dat Romer hier wat eenzijdig is (vgl. de Egyptische fotografen waarover ik al eens eerder blogde of dit boek over Ottomaanse archeologie). Eigenlijk had ik best wel eens willen weten wat zo’n Zahi Hawass, voordat hij zijn ego ging plaatsen boven zijn werk, nu eigenlijk heeft gedaan. Hij moet toch ooit eens een keer een zekere verdienste hebben gehad.

Van Avaris naar Pi-Ramesses

Dit gezegd zijnde, Romer heeft een fascinerend verhaal te vertellen. Het komt erop neer dat hij uitlegt dat de Hyksos, waarmee hij begint, geen werkelijk vreemde heersers waren, zoals vaak beweerd, maar dat er in de oostelijke Delta altijd diverse bevolkingsgroepen waren geweest. Hier lag de hoofdstad Avaris, een open samenleving met niet alleen Egyptische en Voor-Aziatische trekken, maar ook invloeden vanuit de Egeïsche wereld, zoals gedocumenteerd met beroemde Minoïsche wandschilderingen. Het hof van de Hyksos in Avaris was een nieuwe wereld.

Koningin Nefertiti (afgietsel van een origineel in het Neues Museum in Berlijn)

Een wereld die door de heersers van de Zeventiende Dynastie uit Thebe onder de voet werd gelopen. Zij namen de wijdere cultuur nu mee naar het zuiden, waar de traditionele Egyptische vormen dus werden verrijkt met de internationale stijl van Avaris. Een voorbeeld is de innovatieve hofcultuur ten tijde van koningin Hatshepsut. Meer innovatie ten tijde van Toetmozes III en vooral ten tijde van Amenhotep III. De tijdens zijn regering geschapen cultuur radicaliseerde ten tijde van Echnaton, die Amarna als hoofdstad nam. De Amarna-kunst is echt anders.

Na de Amarna-tijd verplaatst het zwaartepunt weer naar Thebe en daarvandaan weer naar het noorden. Zwaartepunt betekent hier: alle grote bouwprojecten waarmee de farao zich presenteerde als vertegenwoordiger van de mensen vis-à-vis de goden. Ten tijde van de diverse Ramsessen van de Negentiende en Twintigste Dynastie was de hoofdstad Pi-Ramesses in de oostelijke delta, maar evengoed werd er gebouwd in Thebe. De kunst oogt traditioneel maar is vaak heel vernieuwend. En dan houdt het boek op, eigenlijk bij de Zeevolken.

Toetanchamon (Metropolitan Museum, New York)

Veranderend Egypte

Romer geniet ervan het gangbare beeld onderuit te halen. Hyksos? Geen vreemde heersers dus. Hatshepsut? Vergeet dat romantische verhaal maar dat ze haar zoon Toetmozes achtergesteld zou hebben. En dus heeft Toetmozes III, eenmaal alleenheerser, geen aanleiding gehad om zichzelf alsnog te bewijzen met veldtochten in Kanaän. Veldtochten die overigens minder spectaculair waren dan vaak beweerd (ook op deze blog). Et cetera.

Ik had wel een aantal keren iets van “dat wisten we al”. Dat de Amarna-kunst ten tijde van Echnaton wortelde in de artistieke vernieuwing ten tijde van Amenhotep III, zagen we bijvoorbeeld op de Echnaton-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden. Die was in 2000, dus bijna een kwart eeuw geleden. Dat de Zeevolken geen onverwachte crisis waren, wisten we ook al. In zulke gevallen wordt Romers omkering van bestaande beelden een gimmick. Soms overdrijft hij ook. Ik denk niet dat je Herodotos als bron voor de IJzertijd van noordelijk Egypte terzijde kunt schuiven omdat hij zich zo lelijk vergist over zuidelijk Egypte in de Bronstijd.

Desondanks heb ik History of Ancient Egypt met veel plezier gelezen. Romer laat zich weinig gelegen liggen aan apologetische interpretaties die, als ze niet bedoeld waren om het gelijk van de Bijbel te bewijzen, dan toch waren gebaseerd op religieuze vertellingen. Hij schrijft ook goed. Zijn verhaal over de Zeevolken is niet vrij van een amusant sarcasme.

Ramses IV, met make-up (Louvre)

De Late Tijd

Ik had eigenlijk gehoopt dat Romer een vierde deel zou schrijven. Want laten we eerlijk zijn: we hebben nu drie delen over Egypte als Egypte mogen lezen, en dat is allemaal heel boeiend, maar Egypte onder Libische, Nubische, Assyrische, Perzische en Macedonische heersers is óók interessant. Er was zeker sprake van continuïteit. De Romeinse keizer Hadrianus wordt nog precies hetzelfde afgebeeld als koning Narmer, drie millennia eerder. Het werd mij niet voldoende duidelijk waarom Romer zijn verhaal eindigt waar hij eindigt.

Misschien speelt ergens mee dat Romer vindt dat de Egyptische cultuur moet worden behandeld als die van een zelfstandige, bouwende hofhouding, niet als de cultuur van een land dat was onderworpen aan vreemde mogendheden. Toen ik het museum in Cairo bezocht, viel me op dat ook de Egyptische archeologische dienst de IJzertijd stiefmoederlijk bedeelde.

Ik zou niet willen uitsluiten dat dit is hoe het moderne Egypte kijkt naar zichzelf: wel de Bronstijd, niet de internationale IJzertijd. Als Romer die modern-Egyptische visie op oud Egypte is gaan delen, is het des te vreemder dat hij in dit mooie derde deel van zijn A History of Ancient Egypt zo weinig Egyptische egyptologen noemt.

#AchttiendeDynastie #Amarna #AmenhotepIII #Avaris #boek #Bronstijd #Echnaton #Hatshepsut #hofcultuur #Hyksos #JohnRomer #LabibHabachi #Nefertiti #NegentiendeDynastie #NieuweRijk #PiRamesses #RamsesIV #ThebeEgypte_ #ToetmosesIII #TwintigsteDynastie #VijftiendeDynastie #ZahiHawass #Zeevolken #ZeventiendeDynastie