Feit en betekenis

Kleio, de muze van de geschiedvorsing (Prado, Madrid)

Het leuke van een blog is dat je af en toe eens hardop kunt denken. Bijvoorbeeld over de betekenis van feiten. Of wat feiten eigenlijk zijn.

Feiten

Een feit, zo leerde ik ooit, is iets dat het geval is. Maar we kunnen feiten nooit genoeg kennen. Het is bijvoorbeeld een feit dat ik op het moment dat ik dit schrijf een lichte pijn heb in mijn rechterknie, maar u kunt dat niet navoelen. Zo is het ook in het algemeen. Er is een wereld met minimaal vier dimensies, die we slechts kennen in zoverre ze overeenkomt met de drie dimensies waarin onze geest onze zintuiglijke indrukken ordent. Er is een verschil tussen het Ding an sich en het Ding für mich. Werkelijk objectieve kennis bestaat daarom niet.

Dat wil echter niet zeggen dat alles subjectief is. Er bestaat een middenweg, die we intersubjectiviteit noemen. Mensen in Taiwan, Argentinië en Finland kunnen het erover eens zijn dat water, als de luchtdruk 1013 hectopascal bedraagt, kookt bij een temperatuur van 373 kelvin. Zolang je dezelfde criteria en maatstaven gebruikt, kun je het over een hoop zaken eens zijn, ook over historische feiten: Sokrates dronk de gifbeker, Karel de Grote werd keizer, Linnaeus schreef Systema Naturae en de Geallieerden verloren de slag bij Arnhem. We kunnen het erover eens zijn dat deze zaken zijn gebeurd.

Historische betekenis

De discussie ontstaat pas als we er betekenis aan geven. Daarom zijn speculaties over de ungeschehene Geschichte zo belangrijk. Wat zou er zijn gebeurd als Caesar de aanslag op 15 maart 44 v.Chr. had overleefd, als de Kruisridders Antiochië niet hadden ingenomen, als president Kennedy niet was vermoord? De betekenis van de intersubjectief vastgestelde feiten blijkt pas als we kunnen bedenken wat eveneens had kunnen gebeuren en niet is gebeurd.

Het probleem is natuurlijk dat dit speculaties zijn. Deskundigen en minder deskundigen hebben in de loop van de tijd een hoop flauwekul uitgeslagen. Denk maar aan de malloterij over de betekenis van de Perzische Oorlogen. Van de andere kant: er zijn ook wél slimme dingen te zeggen. Als je het hebt over de invloed van het christendom, moet die invloed in West-Europa dezelfde zijn als in de wereld van de oosterse kerken, en als je die verschillen over het hoofd ziet, zijn je speculaties ongefundeerd. De historicus is door zijn wetenschappelijke opleiding getraind om drogredeneringen te herkennen. Daarom is adequate universitaire vorming relevant: ze voorkomt gratuite speculaties over de historische betekenis van de feiten.

De diepere betekenis

De historische betekenis is echter niet de enige. Ik schrijf op zondag vaak over het Nieuwe Testament, waarbij ik niet méér doe dan vaststellen wat de feiten zouden kunnen zijn geweest. We kunnen bijvoorbeeld intersubjectief vaststellen dat Jezus een tijdgenoot was van Johannes de Doper, dat zijn halachische opvattingen door-en-door joods waren, dat hij door kruisiging is doodgemarteld en dat de “hoge christologie” ouder is dan de apostel Paulus. En we mogen speculeren over wat er zou zijn gebeurd als er geen Paulus was geweest om de hoge christologie uit te leggen aan niet-Joden.

Tot zo ver gaat het werk van de historicus. Die stelt vast wat er is gebeurd en gedacht. Daar blijft het bij.

De antieke opvattingen overnemen, bijvoorbeeld door te zeggen dat Jezus Christus de zoon van god is geweest en dat zijn kruisdood de redding is geweest van de mensheid, dat is een ander paar mouwen. Dan geven we een diepere betekenis aan de feiten dan de alleen historische; dan begeven we ons op het terrein van het geloof. Dat is ook interessant, en vermoedelijk is het nadenken over de grote vragen diepzinniger dan het welbeschouwd platvloerse vaststellen van de feiten.

Maar geloof is iets anders dan geschiedenis. De feiten kunnen op twee manieren betekenis hebben: historisch en heilshistorisch. En als ik u verzoeken mag: laten we de discussie op deze blog beperken tot de geschiedenis. Dat is leuk genoeg. We hoeven het verleden hier niet relevant te maken. Dat is nergens voor nodig.

#feit #intersubjectiviteit #NieuweTestament #objectiviteit

Wat is archeologie? (2) Structuur

[Dit is het tweede van vijf blogjes over wat archeologie is en hoe we haar belang beter kunnen uitleggen. Het eerste deel was hier.]

Eerst even iets over de structuur van de wetenschap. De wetenschapsleer biedt diverse manieren om onderzoek te beschrijven, en die hebben allemaal met elkaar gemeen dat daarbij twee zaken samenkomen. Ik vat gemakshalve samen dat kennis zowel bottom-up als top-down tot stand komt.

One damn’ fact after another

Het bottom-up-verhaal is het eenvoudigst. Onderzoekers doen, heel basaal, eerst waarnemingen (bijv. de voorwerpen in een graf), combineren die waarnemingen vervolgens met andere waarnemingen (bijv. de voorwerpen in alle graven van hetzelfde dorp), brengen de data op een iets hoger niveau samen in generalisaties (“de bewoners van dit dorp kenden opvallend weinig importgoederen”) en komen tot slot op een nog hoger niveau tot een conclusie (“dit dorp stond buiten de grote handelsnetwerken”).

Voilà, we hebben een feit geïdentificeerd (intersubjectief, natuurlijknoot Ik zeg dat er even bij omdat steeds als je “feit” zegt, iemand tegenwerpt dat feiten niet bestaan, alsof dat een revolutionair inzicht zou zijn. Studenten krijgen in hun eerste maand uitgelegd waarom de onmogelijkheid te komen tot objectieve kennis, geen bezwaar is zolang we het eens zijn over de aannames. De veelgehoorde tegenwerping over het niet bestaan van harde feiten, is dus een vorm van zeeleeuwen: een ogenschijnlijk serieuze maar feitelijk niet ter zake doende opmerking om een discussie te laten ontsporen.). En feiten zijn oninteressant. Het telefoonboek is ook een verzameling feiten, een vrij lange verzameling feiten zelfs, maar daarom nog geen wetenschap. De archeoloog wil het feit ook betekenis geven, want anders is het verleden just one damn’ fact after another.

Betekenis

Stel nu dat we tevens constateren dat in ons buiten de grote handelsroutes liggende dorp veranderingen zijn opgetreden. Die willen we verklaren. Dan hebben we dus een goed omschreven vraag die we willen beantwoorden met behulp van de feiten. Dit zou je top-down kunnen noemen. In het eigenlijke wetenschappelijke proces komen dus bottom-up gevonden feiten samen met top-down geformuleerde vragen.

Top-down zijn eveneens de hypothesen die we inroepen: de geconstateerde innovatie was een aanpassing aan veranderend milieu, ze kwam door religieuze ideeën, kwam door een technologische doorbraak, door frictie tussen de diverse economische groepen of door handel. Die laatste verklaring kunnen we in dit voorbeeld dus uitsluiten aan de hand van het geconstateerde feit dat er weinig importgoederen waren. We hebben de hypothesen getoetst en we hebben er een verworpen.

Door het bottom-up geconstateerde feit te benutten om top-down geformuleerde vragen te onderzoeken, wordt het feit betekenisvol: het speelt nu een rol in een groter debat, in dit voorbeeld dat over de motor achter de historische ontwikkeling. Voor het goede begrip voeg ik even toe dat niemand beweert dat er slechts één motor is: allerlei factoren spelen een rol. Je hebt echter wetenschappers die vinden dat ecologische aanpassing het meest doorslaggevend is, anderen benadrukken ideologie (hallo Max!), er bestaan technologisch deterministen, en de twee economische verklaringen die ik noemde zijn die van de klassieke marxisten en liberalen. De archeologische feiten kunnen dus dienen om de aannames van deze sociaalwetenschappelijke theorieën te toetsen en zo inzicht te geven in wat mensen eigenlijk zijn en doen. Het Museum für antike Schifffahrt in Mainz vat het beter samen dan ik ooit zou kunnen, als het stelt dat archeologen in essentie “zeigen wie Menschen ticken” (zie foto hierboven). Ik maak het schema iets complexer:

Ook dit uitgebreide schema is nog niet helemaal compleet. De vijf hier genoemde sociaalwetenschappelijke theorieën zijn weliswaar expliciet te formuleren, maar er zijn bij elk onderzoek zaken die men als vanzelfsprekend aanneemt, maar waarover wel een boom valt op te zetten. De oudheidkundige disciplines werpen zo nu en dan licht op die aannames en zo bieden ze inzicht in ons eigen denken. Mainz zegt het opnieuw goed: archeologen “messen unbekannte Werte.” Ik zal verderop een voorbeeld geven van een archeologisch museum dat een intrigerende vraag opwerpt over wie wij, eenentwintigste-eeuwse mensen, eigenlijk zijn.

Kortom: het gaat in wezen om het toetsen van sociaalwetenschappelijke theorieën en het verwerven van inzicht in onze eigen aannames. Dat is waarom we de oudheidkundige disciplines hebben.

Archeologie als wetenschap

Voor ik verder ga: zoals gezegd zijn er allerlei manieren om het wetenschappelijke proces te conceptualiseren. Wat die met elkaar gemeen hebben, is dat het nooit draait om alleen de data. Dataverwerving is geen wetenschap maar een voorwaarde voor wetenschap. Het wetenschappelijke zit ’m in de benutting van de gecombineerde data (feiten) om in het heden geformuleerde hypothesen te toetsen.

Het doel van archeologie is dus niet kennis van het verleden, al is dat leuk, maar begrip van het heden. In jargon: het gaat niet om het object, maar om het subject. In die ambitie is de archeologie identiek aan de bestudering van de oude talen en literatuur. Dat het ene specialisme zich beperkt tot de materiële kant van de oude cultuur, terwijl het andere zich toelegt op het geschrevene, is van ondergeschikt belang. En het is weliswaar onhandig dat archeologen datgene wat andere wetenschappers “hermeneutisch” noemen, aanduiden als “postprocessueel”, maar die jargonkwestie vormt geen principieel onderscheid. Het gaat erom dat alle oudheidkundes, alle geesteswetenschappen, alle sociale wetenschappen uiteindelijk de eigen aannames willen doorgronden en zo bijdragen aan zindelijk denken en een betere samenleving. Dat is de rechtvaardiging van het onderzoek, van de financiering en van de erfgoedwetgeving. En ik sluit niet uit dat als je het zo formuleert, ook Belgische federale ministers het begrijpen.

[wordt vervolgd]

#cultureleEcologie #data #feit #intersubjectiviteit #liberalisme #marxisme #MaxWeber #MuseumFürAntikeSchifffahrt #technologischDeterminisme #wetenschapsleer